Opinions
Here you can see which messages yeyo as a personal opinion or review.
D'après une Histoire Vraie (2017)
Alternative title: Based on a True Story
yeyo
-
- 6351 messages
- 4613 votes
Jep, het zijn barre tijden voor ome Roman! De #metoo brigade lust 'm rauw, FEMEN gekkies drukten ter wijze van 'protest' een paar weken geleden nog hun blote tieten tegen de glazen wand van het modernistische Cinématheque gebouw en op de koop toe lijken critici en publiek het eens te zijn over D'Apres une Histoire Vraie,:het sop is de kool niet waard. Er lijkt mij overigens geen verband tussen het schandpaal nagelen en het gebrek aan succes van deze film (na het floppen van lady Ghostbusters beweerden kwatongen ook dat 'menist' haatzaaiers hier verantwoordelijk voor waren), punt is gewoon dat de laatste Polanski niet echt uitblinkt qua ambitie of durf. Maar laat dat nu juist de reden zijn dat ik deze film wel kon waarderen. Want ja, er is ook een lichtpuntje aan de horizon voor Polanski: niet alleen is smeerlap Charles Manson pas gestorven, maar bovendien heb ik me als jarenlange Polanskepticus (sinds 1988 quoi) weer laten bekeren tot #teamroman!
Hoewel D'Après une Histoire Vraie qua thematiek veel gemeen heeft met de onuitstaanbare psychoseksuele quatch en belegen Freudiaanse humor van Death & the Maiden of Venus à la Fourrure, is de film qua uitwerking heel wat lichter. Het groteske bombast van een film als Bitter Moon is nergens te bespeuren, D'Après une Histoire Vraie is eerder een aangenaam tussendoortje met een fijne 'steriele' tv-film look. Ook Polanski's ergerlijke misantropie is enigszins bekoeld: meestal zit hij op een kinderachtige, clichématige manier de o zo verderfelijke, laffe, hypocriete, perverse intellectuele elite te jennen, om dan af en toe te besluiten dat plebejers toch nog net wat afstotelijker zijn. In die zin begint D'Après une Histoire Vraie niet veelbelovend, met een wide angle shot van een dik, dom mens dat een boekje komt signeren (ook de 'oude vrijster met hond' uit Repulsion verschijnt nog eventjes, en ja hoor, ze is nog steeds even bemoeiziek als een halve eeuw geleden). Maar al gauw neemt Polanski gas terug en verdere nutteloze maatschappelijke bespiegelingen laat hij achterwege, om de nadruk volledig te leggen op het generieke thriller aspect (de film evoceert niet alleen de thematiek, maar ook de elegante 90s stijl van films als Misery en Single White Female).
Daarnaast is de film ook oprecht misogyn. Ik ben voor de goede orde heel erg tegen genderongelijkheid en keur alle vormen van #everydaysexism af, maar een rasechte vrouwenhater als Polanski kan zijn ware aard in kunstuitingen nu eenmaal niet verbergen en daarom doet hij beter ook niet alsof. To thine own self be true. In Venus à la Fourrure probeerde hij zijn sentimenten nog te neutraliseren, in de hoop dat potsierlijke overdrijvingen over de 'battle of the sexes' en wat 'zelfrelativering' zijn hatelijke gevoelens jegens het vrouwelijke geslacht onschadelijk zouden maken. In D'Après une Histoire Vraie vinden we hiervan niets terug en het is gelukkig bovenal een heel erg nare film geworden, zeker als je er rekening mee houdt dat de meeste mannelijk-chauvinistische walging is gericht tegen Emmanuelle Seigner (aka Mrs. Roman Polanski): vrouwliefje wordt hier voorgesteld als een absolute slons met vettig haar, een defaitistische luilak die heel de tijd maar wat in d'r joggingboek loopt rond te lummelen in haar appartementje en zelfs elementaire taakjes als het beatwoorden van mails als te 'emotionally draining' beschouwd. Liefst van al ontneemt Polanski haar van haar waardigheid, te pas en te onpas Seigners broek aftrekken zodat je haar olifantenheupen ziet of haar op haar ziektebed wat bouillon komen voederen, waarvan ze elke hap meteen weer uitbraakt. Helemaal geinig is hoe Seigner geconfronteerd wordt met haar tegenpool, een 'fan' (die misschien zelfs slechts onderdeel van haar verbeelding zou uitmaken?), die eigenlijk fungeert als een soort geweten van de vrouw, i.e. een veel jongere, slanke, Prada dragende, perfect gemaquilleerde sekspoes. Misschien kunnen Polanski en Seigner overwegen om Eva Green als 'dochter' te adopteren? 
Dalida (2016)
yeyo
-
- 6351 messages
- 4613 votes
Het zou gemakkelijk zijn om sneerend te doen over alweer een biopic, een genre dat sterk verguisd wordt en daar zijn meestal goede redenen voor. Het zogeheten 'verfilmd Wikipedia artikel' is iets waar de gemiddelde cinefiel zijn neus voor op haalt. Ook deze 'Dalida' lijkt prima facie tot dat zootje te behoren, ofschoon de film op non-chronologische wijze verteld wordt - maar ja, ook dat is ondertussen al lang een gekend foefje geworden. Het is eigenlijk pas eerder naar het einde van de film toe dat ik er diep door geraakt wordt. Dit gebeurt op een onverwacht moment. Dalida heeft zichzelf opnieuw voor de zoveelste keer heruitgevonden, bewandelt de discopaden en brengt 'Laissez-moi danser'. De manier waarop Azuelos dit moment filmt, is tragisch in zijn schoonheid. Hoe upbeat en tuttig het nummer ook mag klinken, we worden overweldigd de begeestering van Dalida. Zij lijkt in andere sferen te vertoeven dan wij stervelingen. We voelen bovendien de urgentie van de zangeres om zich te uiten, kost wat kost, niet omwille van carrièristische overwegingen, maar alsof ze gestuwd wordt door een vitale levenskracht. Een levenskracht waar Azuelos duidelijk door getroffen was en een prachtige hommage over maakte.
Dance Party, USA (2006)
yeyo
-
- 6351 messages
- 4613 votes
Als no budget debuutfilm zeker geslaagd te noemen en bij momenten zelfs heel aangrijpend. Binnen het genre (indie-mumblecore-whatever you wanna call it) is de film echter niet zo geprononceerd en houdt Katz teveel vast aan bestaande conventies: jongeren die als zombies door het leven gaan en enkel met 'fuck' en 'yeah' communiceren, gelanterfant bij ongure pleintjes, extreme onverschilligheid, bizarre vormen van sociaal contact ("hé, we zagen elkaar ooit op een feestje, mag ik even binnenkomen?"): we've seen it all before. Katz lijkt zelfs zo vastgeroest in het generation x denken dat technologieën van de 21ste eeuw volledig uit den boze zijn. Een nogal artificiële invalshoek om zijn personages nog apathischer te laten overkomen.
Dances with Wolves (1990)
yeyo
-
- 6351 messages
- 4613 votes
Dances with Wolves mist diepgang, ironie (infantiele humor is er echter bij de vleet) en scherpte om thematisch interessant te zijn. Fijn dat de Indianen voor een keer als good guys mogen opdraven, maar dat had ook zonder Disney karakterisering gekund: de Sioux worden nl. voorgesteld als overdreven stoïcijns, wijs, tolerant, dapper, ecologisch bewust etc.. De yankees zijn dan weer pafferige idioten, zowel militair als moreel totaal incompetent, en halen hun plezier uit het opjagen van Costner's hondje (meest schaamteloze scène aller tijden?) Cinematografisch zeer degelijk, maar Costner bewijst niettemin geen Eastwood, Ford of Leone te zijn. Al moet ik toegeven dat de bizonjacht wel een hallucinante, indrukwekkende scène is.
Samuel Fuller's meesterwerk Run of the Arrow gaat over hetzelfde onderwerp, maar is meer ambigue en intelligent. Hoogste tijd dus dat die film eens wat meer aandacht krijgt!
Dark Knight, The (2008)
yeyo
-
- 6351 messages
- 4613 votes
Commercieel zeer vernuftige prent. Het floppen van het (nochtans vermakelijke) neon-en latex festijn Batman & Robin liet zien dat het grote publiek niet zat te wachten op een overdreven cartooneske comic book verfilming. Nolan opteerde daarom voor de averechtse aanpak, nl. een grimmige / realistische misdaadthriller.
Deze intenties komen echter alleen tot hun recht in oppervlakkige details. Zo is er vooral veel aandacht gegaan naar de vormgeving van het Batman universum: Bale's nodeloos schorre stemgeluid (we've come a long way since Adam West), de wapens, kostuums en voertuigen hebben een gelikt, minimalistisch design en tenslotte speelt de film handig in op post 9/11 paranoïa met The Joker als terrorist (denk maar aan zijn Talibaneske dreigvideos).
Inhoudelijk is de film echter minstens even banaal als de gemiddelde Hollywood blockbuster: ondanks de sterrencast zijn alle personages (m.u.v. The Joker) buitengewoon kleurloos, en nauwelijks menselijk of interessant te noemen. Verder bevat de film naar het einde toe ook het gebruikelijke opgeklopte sentiment over zelfopoffering, dualiteit en de goedheid van de man in de straat.
Nolan probeert echter het geweld en de rauwheid van bepaalde scènes op te drijven, maar het is schrijnend hoe de man aan zelfcensuur doet. Na de scène waar The Joker het ziekenhuis opblaast bv., wordt de kijker expliciet verzekerd dat iedereen gelukkig al geëvacueerd was. Nog iets onconventioneler lijkt het vroegtijdig overlijden van de love interest, maar ook hier houdt Nolan zichzelf in bedwang: Rachel was als personage nauwelijks geïntroduceerd, laat staan dat haar relatie met Harvey Dent als enigszins betekenisvol werd voorgeteld. Hierdoor wordt ze gedegradeerd tot een plotelement en is de emotionele betrokkenheid van de kijker zo goed als nihil.
Visueel laat Nolan zien dat hij wel een action set piece kan schieten (vooral de kidnapping in Hong Kong is indrukwekkend), maar de niet op de actie gerichte scènes (dialogen dus - zo zijn er helaas meer dan genoeg) zijn dan weer klungelig in beeld gebracht.
De Bruit et de Fureur (1988)
Alternative title: Sound and Fury
yeyo
-
- 6351 messages
- 4613 votes
Aan de hand van de commentaren verwachtte ik een aangrijpend sociaal drama.. maar kreeg in plaats daarvan een soort 'Kes on acid' voorgeschoteld. Zielig verwaarloosd jongentje in de buitenwijken, zijn enige vriendje is een vogel, de criminaliteit lonkt: we hebben het allemaal wel al eens eerder gezien. Al gauw haalt Brisseau echter uit met bevreemdende fantasysequensen waar een engel het hoofdpersonage de weg wijst, afgewisseld met groteske humor (Cremer is geweldig als marginale pa die van zijn flatje een schietkraam gemaakt heeft), afgewisseld met oprecht drama. Je moet het zien om het te geloven. Velen zullen de film een onevenwichtig zootje noemen, misschien hebben ze gelijk, maar ik heb er intens van genoten.
De Palma (2015)
yeyo
-
- 6351 messages
- 4613 votes
Zoals wel vaker, slaat The Guardian de plank volledig mis. Moest L’onorevole Bradshaw zich ietwat in de materie hebben verdiept, zou hij beslist weten dat het relaas van De Palma die gewapend met een cameraatje z’n overspelige vader volgt, helemaal geen ‘staggering revelation’ is, maar een punchline die De Palma al in 1000 interviews opdisselde. De andere anekdotes zijn van hetzelfde allooi en ik verbaas mij erover dat iedereen De Palma’s vertellingen maar als zoete koek slikt, met name dat van toen hij met zijn broers ‘Sardine’ speelde en achter de kast kwam vast te zitten (kruisverwijzing naar een scène in Body Double). Ik weet dat binnen de archaïsche, psycho-analytische denktrant men wel eens het hele oeuvre van een cineast probeert te toetsen aan diens persoonlijke trauma’s (“Mijn vader was een chirurg, ik groeide op tussen bloed!” stelt De Palma en zo begrijpt zelfs de Ongelovige Thomas der cinefielen waarom de man’s filmografie uitpuilt van geweld), maar is het niet eigenaardig dat Hitchcock – De Palma’s grote idool – altijd met een ietwat gelijkaardige anekdote op de proppen kwam? (om bijvoorbeeld de claustrofobische scènes in The Wrong Man te verklaren)
De Palma heeft wel meer gemeen met Hitch, en niet alleen de stilistische gelijkenissen die hier in den treure worden herhaald. Beiden virtuoze, maar nogal wereldvreemde nerds met licht sociopathische trekjes. De Palma schept er genoegen in te vertellen hoe hij mensen steeds om de tuin leidde en glundert om hun onvoorstelbare naïviteit. Zou het kunnen dat hij deze docu maar als een sadistisch spelletje zag in de aard van: “eens zien hoeveel achterlijke nonsens ik die hipsters kan wijsmaken” (wanneer De Palma op een gegeven moment stelt dat Baumbach en Paltrow vandaag de dag tot de interessantste filmmakers behoren, kan hij zijn lach nauwelijks inhouden). Hoe kan je anders verklaren dat De Palma zijn talent hier voor de zoveelste keer te kort doet door zichzelf te presenteren als een soort goochelaar, een vulgaire kermisexploitant zelfs wiens hoogste doel erin bestaat Jan met de Pet gedurende 90 minuten geboeid te houden met een cinematische trukendoos (ook Hitchcock profileerde zichzelf als dusdanig tegen makke, kritiekloze vragenstellers)
Ook de structuur van de docu is weinig verheffend: zelfs bij een excentriek subject, hebben Amerikanen altijd de neiging om iemands leven te benaderen met een soort sentimenteel ‘one size fits all’ verhaaltje (een voorgekauwde rise and fall narratief die je inwisselbaar kunt gebruiken of het nu om het leven van Princess Di, Johnny Ramone of Pico Coppens gaat): het onwaarschijnlijke succes, gevolgd door de hoogdagen (de movie brats uit de jaren ’70 worden weer maar eens op een piedestal geplaatst, alsof het verlichte denkers waren die Hollywood eigenhandig uit de dark ages haalden) tot op een gegeven moment de roem uit de hand loopt met een bitterzoete ondergang als gevolg: verjaagd uit Hollywood, maar hij bleef trouw aan zijn overtuigingen. I did it my way!
Helemaal grappig is dat Bradshaw het over ‘excitable cinephilia’ heeft, aangezien het gebrek aan een cinefiele invalshoek juist het grootste hiaat van de film is. Er wordt nauwelijks ingegaan op de verschillende interpretaties van De Palma’s oeuvre, een artikel met daarin een vurige vete tussen Sarris en Hobermann wordt vanop afstand getoond, de tekst wazig en onleesbaar, alsof Baumbach en Paltrow je aansporen: maak je niet druk, dat doet er toch niet toe, het enige wat je moet onthouden is dat De Palma een ‘misbegrepen’, ‘controversieel’ en ‘polariserend’ regisseur is. De loutere vaststelling die voor sommigen het hoogtepunt van cinefilie vormt.
Deadly Friend (1986)
yeyo
-
- 6351 messages
- 4613 votes
Getroffen door de dagelijkse kwelling van het bestaan, zocht ik mijn heil in cinema. Let wel, niet zomaar cinema. “Ik zoek een film die concepten als vrijheid en naastenliefde omarmt, in plaats van ze resoluut af te wijzen!” riep ik naar een toevallige passant. “Een film die me overtuigt dat een deugdzame, weloverwogen levensinvulling nog steeds een optie is.” De man in de straat repliceerde: “Games of Thrones, Captain Marvel, Bohemian Rhapsody, Us… wat een heerlijk degustatiebord me dunkt!” Nee bedankt, ik ben namelijk niet te vinden voor lekker wegkijken, verstand op nul dingen of hoe dat dan ook in het vakjargon genoemd wordt. Eenvoud, ja, puurheid, ja, maar simplisme? Ik haal mijn aristocratische wipneus op voor dat soort recalcitrante ongein. De geneugten van Jan Modaal zijn voor mij ontoegankelijk, iets wat ik enigszins betreur, maar het is nu eenmaal zo. Wie verlost mij uit deze impasse? “Jij daar, heb jij een tip? Liefst iets dat de reflectie stimuleert, zoals ik al aangaf. En nou niet Pet Sematary zeggen, want die heb ik al zo vaak gezien.”. Mijn interlocuteur, duidelijk een rascinefiel: “misschien de nieuwe Reygadas?“ Warempel, potjandorie, kwalzalvende Willibrordus nog aan toe ! Duistere krachten hebben van cinema een precaire aangelegenheid gemaakt. Ondeugden als transgressie, onkunde, decadentie, zwakheid, persoonlijk falen, chaos en lelijkheid worden niet alleen verdedigd, maar vanuit een esthetisch-relativerende reflex nog eens ‘mooi’ genoemd ook. De walgelijke marionetten van een Von Trier of een Haneke zijn dan opeens ‘ontroerend’. Nee, voor heilzaam doch intellectueel vermaak zitten we meestal goed in het Hollywood van de jaren ’80, een decennium dat een ware uitdaging betekende voor de verwerpelijke ideologie van de elitair-culturele illuminati (die uiteraard het pleit gewonnen hebben, zoals we allemaal weten).
Zo dus deze Deadly Friend. Een waardig alternatief voor zij die Pet Sematary al te vaak zagen. De premisse is er één die automatisch de goedkeuring van iedere rechtschapen burger zou moeten verdienen: een verhaal over excellentie, doorzettingsvermogen, verbeeldingskracht en vernuft. Zoals steeds, is de hoofdrol weggelegd voor een viriele roomblanke knaap. Enig kind met een alleenstaande moeder, maar ze laten zich niet kisten (“zolang er melk in de koelkast staat en de auto nog rijdt!”). De jongen, een autodidact, heeft zich puur door wilskracht een ingewikkelde materie eigen gemaakt en doet in die zin denken aan ultieme 80’s kid Daniel La Russo (hij leert karate aan de hand van een boek! En oké, later ook door een coach). Treffend is ook de setting van het gebeuren en de paradoxale vrijheid van een suburban niemandsland: er valt niets te beleven, potje basketballen hooguit, maar dat is juist het mooie ervan. Hier geen culturele hegemonie, geen beau monde die je opdraagt welke modeaccessoires je moet belichamen om de volgende zes maand te overbruggen zonder een sociale paria te worden. Wat heb je meer nodig dan een goed glas melk en een goedlachs buurmeisje? Dit is werkelijk die shining city upon a hill waar Ronald Reagan het over had.
Het verbaast mij geen sikkepit dat dit prachtwerkje uit de koker van Wes Craven kwam, ofschoon ik niet zo auteuristisch ingesteld ben aangezien men film nu eenmaal in groepsverband maakt en het idee van een cineast-demiurg dermate naïef is en in het ergste geval tot totalitaire toestanden gaat leiden. Laat die verderfelijke caméra stylo dus maar in de pennenzak, rechtse potentaat. Nou goed, toch een paar voorzichtige krabbels dan: behoudens deze louter ingegeven werden door een cultureel-historisch kader, komen bepaalde stijlkenmerken stelselmatig goed uit de verf bij Craven. Ik heb het dan voornamelijk over: de groeipijnen van het tienerdom, dagen zonder structuur, slapeloze nachten met bezorgheden over meisjes, huiswerk en bromfietsen, waardoor het triviaalste nachtelijk glas melk achteraf bekeken het emotioneel summum van je jeugd wordt, de wrange affectie voor het ouderlijk huis en het besef dat je ouders ook geen feilloze mensen zijn. Centraal staat de evocatie van de trappengang, het symbolische hart van deze herinneringen, de plek die je afdaalde bij het ontwaken van een nieuwe dag, het begin van alweer een morning in America, zoals Ronald Reagan het zei.
Cynische globalisten beweren dat de Deadly Friend ‘mislukt’ is, omdat Craven ontevreden was over het eindresultaat, de film maar 37 miljoen opbracht, Brooke Shiels in slaap viel tijdens de avant-première en dat soort kloterijen. De film zou onevenwichtig zijn, zo luidt het promopraatje van crisismanagers die zichzelf proberen in te dekken. Een moddergooi campagne die de kijker stekeblind maakte, als mistroostige molletjes tuimelden jullie allen in de neoliberale valstrik. Is er dan niemand gevoelig voor de melancholiek van het onafgewerkt meesterwerk? Wat is er nobeler dan de maker die beseft dat hij geen greep heeft over een zekere metafysische schoonheid en de grillen van zijn creatie ondergaat, gebukt onder Gods genade? Blijf gerust maar streven naar jullie waanidee van een administratiefrechtelijk ‘perfecte’ film, ik neem wel genoegen met het wegdromen over wat had kunnen zijn.
Death to Smoochy (2002)
yeyo
-
- 6351 messages
- 4613 votes
Op zich heeft Death to Smoochy het potentieel om één van mijn favoriete films te zijn. Ik verklaar mij nader. Vooreerst ben ik wel gewonnen voor het idee van De Vito als regisseur: een oubollige New Yorkse komiek die een over-gebudgeteerde (50 miljoen!!!) klucht uitbrengt die eigenlijk niemand wil zien en tot het faillissement van een productiemaatschappij leidt. Ja, dat kon nog gewoon in het Hollywood van 2002 (en in 2003 ook met Duplex, maar daarna was het wel gedaan met de regisseurscarrière van box office poison De Vito). Dat de film destijds zo in de grond geboord werd door Ebert en consorten spreekt ook tot de verbeelding en aangezien Death to Smoochy over de jaren heen de obligatoire schietschijf is geworden van establishmentsidioot Jon Stewart (die een verwaarloosbaar rolletje had in de prent), doet mijn sympathie voor de film enkel groeien. Tot slot, en de allerbelangrijkste reden, heeft de vormgeving / art work van deze film mij al gefascineerd sinds mijn kindertijd. Dit was één van die derderangs DTV-komedies (zoals ook Serving Sara of Lucky Numbers) die de bioscoopzalen oversloegen, wat betekende dat de vakpers ze ook niet recenseerde en ze een zweem van mysterie bleven behouden voor kleine Yeyo (zelfs het videotheekblaadje Video News wijdde soms geen publiciteitsstukje aan dit soort films).
Het heeft helaas niet mogen zijn, want wat een sof is deze Death to Smoochy! Voor een keer moet ik me geheel aansluiten bij de gezapige oude heren van de filmjournalistiek. Death to Smoochy aarzelt voortdurend of het dan wel een slapstick klucht, een misdaadfarce, een mediasatire of gewoon een tradtitionele romantische komedie wil zijn. Maar niets goed uit de verf en alle punch lines zijn onbegrijpelijk flauw (die nazi show bv., wtf???). Het enige personage dat ik niet voortdurend op z'n bek wou slaan, was dat van Harvey Fierstein. En dan dat vermeende 'zwarte humor' kantje (het idee dat deze lolbroekerij te 'donker' zou zijn voor gezellige Amerikanen, wat een grap!), niet te geloven. Echt van een Hallmark-braafheid die Bad Santa achtige taferelen:"hé, een ster van een kinderpgoramma, die gemeen en gewelddadig is HOE ONGEZIEN EN GEDURFD". Echt waar, vijf minuten Robin Williams backstage filmen was waarschijnlijk van een grotere duisterheid geweest dan flutscenarist Adam Resnick ooit had kunnen bedenken. Ik vind het bijna onbegrijpelijk dat De Vito zoiets pijnlijk onleuk heeft gemaakt. Nochtans herinner ik mij Duplex als een behoorlijk aardige komedie. Ik zal het na dit fiasco echter niet al de snel aandurven om een herziening te... ach, wat hou ik mezelf voor de gek, ik kijk 'm vanavond.
Death Wish V: The Face of Death (1994)
Alternative title: Death Wish 5: The Face of Death
yeyo
-
- 6351 messages
- 4613 votes
In 1989 zat Menahem Golan aan de grond. Cannon Films had een Chapter 11 ingediend, zijn zakenpartner Yoram Globus was vertrokken en zijn verdere toekomst als producent was precair. Elke weldenkende mogul had hem toen afgeschreven, maar Golan kaatste steeds terug tegen alle verwachtingen in, de straatkat uit Tel Aviv met negen levens. Hij richtte '21th Century Film' op, wat een soort Asylum tegenhanger van 20th Century Fox klinkt. Volgens Wikipedia zou de firma gekend blijken voor haar lage budgetten en teleurstellende box office resultaten.
Eén van de paradepaardjes van 21th Century Film moest de vijfde Death Wish worden. Golan wist er niet beter op dan de Death Wish franchise nogmaals leven in te roepen, ondanks de eerste bezwaren van Bronson. Laatstgenoemde vond – met recht en reden – dat de reeks sinds het dwaze vierde deel onherroepelijk onthecht van zijn premisse was geraakt. De originele Death Wish van 1974 had nog een soort semi-naturalistische insteek: wat als een burgermannetje van middelbare leeftijd plots eens terugvecht tegen het 'tuig'? In Death Wish V moeten we – twintig jaar later – dan maar aannemen dat de ondertussen 72 jaar oude Bronson een nietsontziende vechtmachine is die wegspringt voor razende wagens, volwassen heren met een losse polsslag meters ver weg smijt en mitraillettesalvo's kan ontlopen. Het klinkt een beetje als the roadrunner en op de koop toe hebben ze Bronson in deze instalment om totaal onduidelijke redenen allerlei booby traps laten prepareren, met als orgelpunt een detonerende voetbal. Natuurlijk is dat deel van de evolutie in de reeks, van eenzame vigilante in deel 1 en 2 naar one man army in 3 en 4 – wat natuurlijk ook gewoon overeenstemt met de modes binnen het actiegenre. In de postmoderne ruis van de jaren '90 is hij een soort schimmige entiteit geworden, zonder verleden, zonder toekomst, zichzelf hullend in een vorm van zelf mythologisering waar hij zelfs niet in lijkt te geloven ("if you need my help, call me!" zegt hij aan het einde terwijl hij in een goddelijke mist wegstapt). Maar was het niet beter geweest als Bronson gewoon het uneventful kantje van de jaren 90 actiefilm volledig had omarmd en Death Wish V een soort lijzige procedurele tv-thriller was geworden à la Family of Cops en Donatello and Daughter? De film voelt in plaats daarvan volstrekt onsamenhangend, met kolderieke momenten, plotse martelingen en schmierende booswichten.
Dit alles valt te verklaren als de productiegeschiedenis van de film erop naleest en dat is bijna amusanter dan de film zelf. Elke romantische illusie over filmmaken wordt hierdoor genadeloos de kop in gedrukt, Death Wish V klinkt meer als een soort louche internationale holdingtransactie – met eindeloos veel financiële operaties van verschillende investeringsvehikels. Er volgde hierbij een kettingreactie van financiële opdoffers en het budget moest steeds ingeperkt worden. Omdat het salaris van Bronson zo op de kosten woog, moest de opname op een gegeven moment zelfs naar Canada verkrassen, terwijl de film zich behoort in New York af te spelen. Dat is altijd zo vernederend wanneer een New Yorkse film eigenlijk in Canada is opgenomen, dat zie je meteen. De achtergrond van Death Wish V is inderdaad meer pastoraal platteland, houten cottages etc... Gelukkig hebben ze wel een stukje in New York gefilmd, we zien weemoedig de laatste dagen van de garment district als manufacturing hub en toen Little Italy nog vaagweg Italiaans was. Ik herkende het bord van Umberto's Clam House in Mulberry Street, dat hebben ze niet nagetekend op een set veronderstel ik. Om in aanmerking te komen voor Canadase tax cuts hebben ze last minute ook nog een heleboel Canadezen in de crew moeten aanwerven. Het viel mij al op dat de eindgeneriek zo 'exotisch' las. Er gebeurde o.m. een regisseurswissel, uitiendelijk bleef een zekere 'Allan A. Goldstein' – wat mij echt een soort absurd 'steenrijke Jood' pseudoniem leek waarmee één of andere suffe Canadees Golan wilde epateren. Golan en Bronson waren overigens niet meer on speaking terms, waardoor ze via 'Goldstein' als intermediair moesten communiceren. Niet dat het veel uitmaakte, Golan was toch nauwelijks op de set, die zat zijn menahemolaan passieproject Crime and Punishment in Rusland te filmen.
De film bleek een box office fiasco and 21th Century Film ging nadien failliet. Het lijkt het enige deel van de reeks zonder fan following – en terecht. Golan liet zich echter niet kisten en was van plan om nog een zesde deel in te blikken, The Last Vigilante. Je kan toch ergens maar bewondering hebben voor zijn koppig doorzettingsvermogen. Ergens van daarboven kijkt hij toe, hoe Kazachse producers een actiefilm met Malcolm McDowell, Ving Rhames en Bolo Yeung op poten proberen te zetten. "If you need any help, call me!"
Décalage Horaire (2002)
Alternative title: Jet Lag
yeyo
-
- 6351 messages
- 4613 votes
De hele premisse van deze romantische komedie schreeuwt Hollywood. Twee tegenpolen die volgens de screwball-traditie wegens een samenloop van omstandigheden in elkaars armen terecht zullen komen. Een brokkenparcours dat ertoe leidt dat de tortelduifjes in isolement gedwongen worden, hun eigen tuin van Eden. Het vertrouwen in een haast bovennatuurlijke vorm van romantiek. Zelfs de poster heeft een soort 'glossiness' die we meer met de cinema van outre-atlantique associëren. Dat fel fuschia, ontzettend vulgair toch? Men waant zich in een Popeye-vestiging. Voorgaand is helemaal geen betoog anti-Hollywood, wel integendeel. Ik vind het net een gemiste kans dat Décalage Horaire niet jusqu'au bout gegaan is. Aan de vormgeving en het ritme van de plot is iets lijzig Europees blijven kleven. Het geheel is vormloos en franchouillard, niet sprankelend en PT Barnum-achtig zoals de betere Hollywood rom com pleegt te zijn. Décalage Horaire mist het geloof in de metafysica van het hors-champ, waar hun Amerikaanse tegenhangers pattent op hebben.
Nochtans is het een heel goed uitgangspunt, twee personen die elkaar schijnbaar niet luchten, gestrand op een luchthaven, gedwongen om een hotelkamer te delen. Het is echter een gemakzuchtige kunstgreep dat Reno Binoche simpelweg uitnodigt om hem op zijn hotelkamer te vervoegen. Dat is toch wel heel direct, een tikje ordinair zelfs. Daar miste hij de preutse galanterie van een Cary Crant. Het had toch veel romantischer geweest als - ik zeg maar wat - Reno en Binoche beiden recht hadden op een hotelkamer, maar dat ze door een administratieve fout of bezetting noodgedwongen een kamer moeten delen? Het liefdesspel verloopt toch veel natuurlijker wanneer er een zekere dwang mee gemoeid is?
Reno is heel goed in zijn element, als gejaagde topchef-sellout (die diepvriesmaaltijden!). Zijn personage beschikt precies de dynamische viriliteit vereist voor een intense romance die het denkvermogen uitschakelt. Hoe hij de room service afsnauwt omdat de hesp niet goed is, geweldig toch? En met een elegante geste zit zijn Visakaart al tussen het bonnenhoudertje, voor Binoche boe of ba kan zeggen. Die Binoche is zelf wel een tikje miscast, daar zij duidelijk neerkijkt op middenklassers en haar misprijzen nooit kan verhullen wanneer ze zo'n paupervrouwtje moet spelen. Haar bescheiden, kneuterige 'bonne femme' allure is weinig overtuigend en je vraagt je af waarom ze gewoon niet iemand anders gecast hebben. Iemand als Émilie Dequenne, bijvoorbeeld. Goed, die was in 2002 misschien nog een beetje jong, maar zo moeten er toch wel van alle leeftijden rondlopen in Frankrijk.
Ja, 2002, alweer twintig jaar geleden en als tijdscapsule is deze Décalage Horaire best de moeite waard. We voelen de existeniële verwarring van de globish-sprekende personages en de ongemakkelijkheid van het nieuwe millenium. Een soundtrack van Macy Gray om een Franse romantische komedie te begeleiden? Waarom niet! We zijn per slot van rekening toch allemaal wereldburgers? Dat nagenoeg de hele film zich afspeelt in dit geografisch vacuüm, draagt enkel bij aan de vervreemding. Sindsdien is de hele wereld enkel nog wat meer op een airport terminal gaan lijken. Zoveel zelfs dat de hedendaagse mens al bijna snakt om te maatschappij te verlaten en naar een echte luchthaven te verkrassen. Het pervers genoegen van een modern bedevaartsoord. Ook ik voel het verlangen om plots de werkelijkheid te ontvluchten en mij op te sluiten in de Roissy Hilton om daar een geïmproviseerde romance te beleven en plots te beseffen dat het een holst in de nacht is. Normaal ga ik stipt om 22u slapen, maar tijd en ruimte zijn van geen tel meer in dit niemandsland. Net als Binoche, neem ik de telefoon op, met de allure van een nachtradio presentator: "Kamer 287. Bel mij terug. Het is 5u 's nachts en ik ben nog steeds wakker."
Délicieux (2021)
Alternative title: Delicious
yeyo
-
- 6351 messages
- 4613 votes
Délicieux is een erg fijne prent. Een beetje een kinderfilm, maar waarom zou dat een probleem moeten zijn? Ik ging alleszins grif mee in de diabolisering van de adel, die werkelijk als stripboek kwaadaardig wordt getoond: argwaan tegen de democratisering van gastronomie, weigeren een maaltijd te nuttigen in het bijzijn van vreemden. Het is qua verloop een beetje opgevat als een Amerikaanse inspirational story, met alle gekende ankerpunten: de tegenslag, de intrigante, het rags to riches kantje, een obligatoire 'behind every great man, there's a woman'. Geinig is ook hoe, zoals het een toffe historische film betaamt, de personages zich niet echt in hun tijdsfragment bevinden, maar heel de dag knipoogjes geven naar het heden - wat de film een welkom frivool kantje geeft. Zo wordt ons, ter leering ende vermaeck, voortdurend op ostentatieve wijze duidelijk gemaakt dat de aardappel in de 18de eeuw nog geen staple food voor de Fransen was, wel integendeel. Wanneer werd gratin dauphinois dan uitgevonden? Dat leren we in een volgende aflevering. We zien echter wel op een gegeven moment hoe de friet wordt uitgevonden, door een vrouw natuurlijk, of wat dacht je zelf? De film aarzelt ook niet om het einde de geschiedenis lekker te herschrijven en te suggereren dat de opening van de vreetschuur een politiek sleutelmoment was in de geschiedenis van Frankrijk - waardoor plots een klassenbewustzijn ontstond en de excessen van het Ancien Regime niet langer geduld zouden worden. En zo, lieve kindertjes, begon de Franse revolutie.
Deux Amis, Les (2015)
Alternative title: Two Friends
yeyo
-
- 6351 messages
- 4613 votes
Het regiedebuut van Louis Garrel! In Frankrijk werd deze Les Deux Amis behoorlijk goed onthaald, maar laat dit aub nooit aan een angelsaksisch publiek zien. Louis heeft wel wat van zijn vader Philippe en filmt een hedendaagse zedenkomedie met een wat afstandelijk verfremdungseffekt, dat de nadruk legt op de leegte waarin de drie hoofdpersonages zich lijken te bevinden. Garrel stelt een rocambolesk avontuur voor, begrijpt dat een driehoeksverhouding de ultieme vitale levenskracht biedt en toont op een innemende wijze het traject van de drie personages - die door een welkom paroxisme gestuwd worden langs allerlei fijne plaatsen. Dit is een film die begrijpt dat de spontaniteit van een moment slechts gevoeld kan worden in de luwte van een afstands, verlaten, met TL-buizen verlicht café. Een film die begrip heeft voor de impulsieve keuze om een hotelkamer te boeken in je eigen stad, liefst een afgeleefd twee sterren hotel, met een lugubere receptionist, bestaat er een meer ontroerende poëzie dan deze van het afgebladderd hout van een chassis? Dit is werkelijk de 'fièvre du ruine' waar Chateaubriand het over had. Het gaat om hotel Les Trois Nations aan Chateau d'Eau. De bewegingsruimte van de personages beperkt zich inderdaad tot de buurt van het Noordstation, zowat de enige Parijse buurt waar je anno nu een dergelijke marivaudage nog overtuigend kunt beleven (wat voor mij de reden zou zijn om gewoon geen films meer te maken, maar ik begrijp en apprecieer dat anderen minder radicaal zijn). Enkel hier zal je het anachronistisch archetype van Garrel nog kunnen treffen, de stuurse semi-hunk wiens onverschilligheid blijkbaar onweerstaanbaar is. Als regisseur mist Garrel duidelijk nog een zekere zelfbeheersing om een echt evenwichtig geheel te brengen, als beginnersfout lijkt hij net wat teveel uiteenlopende ideeën in zijn long metrage te hebben willen proppen. Nee, een meesterwerk is het niet, maar wel een film die hoopvol stemt.
Deux Moi (2019)
Alternative title: Someone, Somewhere
yeyo
-
- 6351 messages
- 4613 votes
Met Deux Moi onderneemt Cédric Klapisch de nobele poging om de Parijse wijk Stalingrad (a.k.a. ‘Stalincrack’) te willen getrify’en. Hij brengt een soort grootstedelijk sprookje met magisch realistische toetsen over twee zielen die elkaar vinden tijdens een Kompa dansje, bijeengebracht door het lot – hier verpersoonlijkt door een coltrui en bodywarmer dragende kruideniersuitbater die als magic genie fungeert. Naar Klapisch’ goede gewoonte kent de film wel wat visuele spielerei; zo hanteert hij de camera als panopticon rond de buurt van Gare du Nord, trachtend een hedendaagse collage te maken van de veelheid aan bouwsels, straatverlichting en, wel ja, een occasioneel vreugdevuur. De film kent een meanderend tempo, maar heeft genoeg ankerpunten om het reciet enige reliëf te geven en de twee hoofdrolspelers acteren naar behoren. Het is een film met een oprecht goede inborst waar ik eigenlijk niets slechts over kan zeggen. Maar ik ga toch een poging doen: op zich is het begrijpelijk dat Klapisch helemaal niets te melden heeft over fenomenen zoals Tinder, Facebook, millenials, sushi en Deliveroo, want die onderwerpen zijn nu eenmaal afschuwelijk. Maar dan rijst de vraag: misschien moeten filmmakers social media en dergelijke gewoon lekker negeren? Wanneer de realiteit te banaal is om te adresseren, kan men ons dan niet beter een illusie voorhouden? Dat brengt mij bij een volgende punt: het is treurig om vast te stellen dat het oer-Franse genre van de existentiële twijfel yuppiepraatfilm zich anno 2019 moet afspelen in een troosteloze omgeving als Stalingrad. Klapisch lijkt een universum te boetseren gemaakt uit millenial zelfbeklag, waar de uit zijn voegen barstende vastgoedmarkt de jonge middelenklasse naar multiculturele ghetto’s dwingt. Ze wonen in sombere, rommelige flatjes en lopen er verslonst bij, aangezien ze nu eenmaal niet meer de financiële middelen (laat staan de energie) hebben om enig decorum uit te stralen. Maar er zal toch nog wel wat ruimte zijn voor Parijs’ geflaneer? Hoor ik je denken. Of tenminste un café-croissant à la terrasse?. Nou, nee. Zelfs het tijdloze Franse ritueel van een ontbijtje nemen in plekken zoals café Flore moet eraan geloven (waarschijnlijk wegens te duur, te toeristisch en te reactionair) en maakt plaats voor bezoekjes aan bierhallen met houten banken op de Brooklynse leest geschroeid.
Dial M for Murder (1954)
Alternative title: U Spreekt met Uw Moordenaar
yeyo
-
- 6351 messages
- 4613 votes
In Dial M for Murder komt wederom Hitchcock's fascinatie met de perfecte moord naar boven. De film is zowel qua opzet als setting (toneel-geïnspireerd) zeer te vergelijken met Rope. Wat deze film iets sterker maakt, is het ongelofelijke oog voor detail rondom de moordzaak. De manier waarop Tony eerst een vroegere kennis chanteert om zijn vrouw te vermoorden en daarna haar er zelf in luist, wanneer het mislukt, is van ongekende klasse. De Hitchcock-spanning is tijdens de twee eerste aktes te snijden en het 'object der fascinatie' is ditmaal een rode handtas. Het viel me ook op hoe dat voorwerp vaak bewust op de voorgrond geplaatst wordt (net als de telefoon eigenlijk).
Helaas escaleert de film volledig tijdens de derde akte: de intrige wordt net een beetje té en ook het oeverloze geratel van de detective begon te tegen te stekken. De uiteindelijke ontknoping is zelfs nogal flauwtjes.
Dimenticare Palermo (1990)
Alternative title: The Palermo Connection
yeyo
-
- 6351 messages
- 4613 votes
Waar hebben jullie het over?! Dit is gewoon een Rosi grand cru, met een glansrol voor Belushi. Nooit geweten dat die vent verdorie kon acteren! Ik verwachtte mij aan een soort van kitscherige cash-in, simpel genrewerk met slechte dubbing, een post-poliziotteschi pseudo-la piovra miskleun, maar kreeg een intelligente, gevatte prent voorgeschoteld. Rosi is er wederom in geslaagd om zijn interessegebieden (corruptie, het falen van het systeem, grootstedelijke paranoïa) op een interessante manier te verwerken in deze internationale productie. De hele thematiek dat het bloed kruipt waar het niet kan gaan - je kunt de ragazzo uit Palermo niet uit de ragazzo - beviel me zonder meer. Het meest opmerkelijke is echter dat Rosi een film gemaakt heeft die diepgravend is over de twee verschillende locaties, m.n. New York en Palermo. Vanaf de eerste minuten demonstreert hij een grondig antropologisch inzicht in de stad New York - iets waar het meestal schromelijk aan ontbrak bij zijn Italiaanse confraters. Wanneer de intrige naar Sicilië verplaatst, trekt Rosi pas echt alle registers open. We zien een beeldenpracht van oude ruïnes, een stad in verval, verlaten kastelen van de geruïneerde adel, levendige marktpleinen, vers geserveerde octopus. Het heeft werkelijk iets weg van een erudiet gegidst bezoek in fijn gezelschap, Mia Doornaert of zo. We krijgen ook het kasteel uit Il Gattopardo te zien. Dat Rosi bovendien oude knarren Noiret en Gassman laat opdraven in twee excentrieke bijrolletjes (respectievelijk de directeur van het 'Grand Hotel' en een zekere 'principe') bevestigt helemaal het gevoel van een speling van het lot. Hoeveel verborgen parels herbergt deze schemerzone der cinema nog? Als dit het vagevuur is, blijf ik hier graag nog enkele eeuwen.
Dinner Rush (2000)
yeyo
-
- 6351 messages
- 4613 votes
Ah, Dinner Rush. Hoe vaak heeft de DVD-hoes me vroeger wel niet zitten begluren? Het leek een omnipresente titel bij de lokale videotheken. Ooit heb ik aan de verleiding toegegeven en 'm gehuurd, maar nooit gekeken. Bij nader inzien verwachtte ik me aan een soort TV-film derderangs melodrama oedipale kwellingen meuk met tweede Sorpano garnituur. Na een aantal dagen stof te laten vangen, heb ik de DVD dan ook maar braaf teruggebracht, je kreeg immers een oplopende boete per dag vertraging. Dat waren nog eens tijden! Dat is een plezier van geldverkwisting dat die deksele Netflix-generatie nooit zal beleven!
Enfin, over de film dan: mijn vooroordelen waren geheel onterecht. Dinner Rush is helemaal geen generische cash-in of typisch DTV-voer, maar net een intimistische, persoonlijke, onafhankelijke kleine film van een bekend restaurateur. We leren tijdens een bewogen dinsdagavond de microcosmos van restaurant Gigino kennen. Soms is het misschien wat knullig uitgebeeld (de chagrijnige kunstgallerij uitbater), maar over het algemeen is de regiestijl zeer wervelend, zonder ooit gemakzuchtig visueel te profiteren van de 'drukte' van een dergelijk restaurant. Giraldi hanteert een beheerste cameravoering en dat verdient zeker een pluim, mischien zelfs twee of drie. Neen, twee is echt wel voldoende. Dat de film zich nagenoeg in real time afspeelt, zorgt ook voor de nodige suspense of hoe zou je zelf zijn? Tot slot: ik zou werkelijk alles kijken met Danny Aiello. Wat een buitengewoon aimabele man is het toch. Ik heb Aiello nog nooit een antipathiek personage weten spelen en veronderstel dat hij dat helemaal niet zou kunnen. Hij heeft altijd iets zeer vaderlijk, zowel voor zijn 'zonen' (denk aan zijn engelengeduld bij de werkschuwe Mookie in Do the Right Thing, of hoe hij zich ontfermt over Mathilda in Léon of hoe hij in The Last Don met afschuw moet vaststellen dat zijn kleinzoon enkele kittens doodmartelde, maar toch zijn kalmte behoudt) als voor de natie (hij betuigte zijn steun aan dappere patriotten zoals Ted Cruz en Mike Huckabee). In Dinner Rush krijgt hij echter zijn grootste uitdaging tot dusver: een zoon die trendy gerechten wil maken voor onuitstaanbare WASP hipsters ipv elke dag spughetti-meatballs! Nee, dan nog liever een dierenbeul! Grootmoedig als hij is, besluit Aiello alsnog het restaurant over te laten aan deze ondankbare hond. Ik had 'm al lang in de pasta fazuul laten draaien! Samen met Joe Valachi en Jimmy Hoffa!. Na afloop van de film hou ik mijn gebruikelijke nabeschouwing en word ik aangenaam verrast door de ontdekking dat restaurant Gigino gewoonweg bestaat en nog steeds operationeel is. Wat een leuk plan voor tijdens een volgend New York bezoek. Of nee, Tribeca is mij eigenlijk veel te trendy als buurt. Net zoals het personage van Aiello eet ik liever elke dag spughetti meatballs. Geef mij maar Mulberry Street. Het beruchte Umberto's Clam House. Misschien wel een ideetje voor een toekomstige Moviemeter meeting? Wie is er beschikbaar februari aanstaande?
Dirty Mind (2009)
yeyo
-
- 6351 messages
- 4613 votes
Bijzonder komische, charmante film. Ik had al wel eens over het frontaal syndroom gehoord, maar voor zover ik weet is er nog nooit een film over gemaakt. Op zich is het eigenlijk een zeer leuk concept, dat hier goed wordt uitgewerkt. De transformatie die Wim Helsen ondergaat van de schuchtere Diego naar de uitbundige macho Tony T. is weerzinwekkend en vooral ook realistisch. Geen van beide rollen lijkt geforceerd , iets wat niet evident is. De vleierij en spontaniteit waarmee Tony dames charmeert komt overtuigend over, daar kan kunnen Van Looy's lamlendige dialogen een puntje aan zuigen.
Ook de nevenpersonages zijn amusant: een volks hoopje mensen uit een (eerder marginaal) milieu, waar we op zich niet zoveel van afweten. Ook al komt hij zeer weinig in beeld, toch moest ik het hardst lachen met Frank Focketyn's personage: de arrogante hoofdrolspeler van een Vlaamse actiefilm, een welgemikte sneer naar het soort wannabe Hollywood troep die er hier geproduceerd wordt.
Op technisch vlak staat Dirty Mind wel bol van ongeloofwaardigheden. Niet dat dit veel uitmaakt, maar naar het einde toe begon ik me er toch aan te storen en op dat moment schiet de film in het algemeen ook tekort. Desalniettemin een uitstekende komedie van de zeer getalenteerde Pieter Van Hees, die al met Linkeroever bewees dat hij de Vlaamse cinema van het conventionele kan redden.
Dirty Weekend (1993)
Alternative title: Death Is Waiting
yeyo
-
- 6351 messages
- 4613 votes
Ha, Dirty Weekend. Een film die zijn naam eer aan doet! Zelden zo een smerigheid mogen aanschouwen. Na het kijken had ik een douche nodig, aangezien ik mij ondergedompeld in een vat 'fish and chips' reuzel voelde. Met andere woorden, ik heb me buitengewoon goed vermaakt! Dit curiosum speelt zich af in Brighton, aftands Sussex badplaatsje en vergane glorie, bevolkt door chavs en permanent omgeven door een vettig fish and chips aroma. Het is zo'n plek waar gesofisticeerd uitziende jonge mensen een oude Scorsese gaan zien in het filmhuis en na de vertoning voorstellen om wat fish and chips te gaan halen. Toch straalt de film een zekere idylle uit en je snapt wel wat het naar escapisme hunkerende hoofdpersonage aanspreekt om London te ontlvluchten voor Brighton. Het reuzerad, de witte Edwardiaanse huisjes, de elegante beachfront 'palace' hotels, de smalle steegjes in Old Town met hun poppenwinkels, fish and chips kramen en Iraanse waarzeggers. Het is bij deze laatste dat het hoofdpersonage leert dat ze moet terugvechten. Je kan de film gerust beschouwen als een proto-Promising Young Woman. Waar deze laatste film zijn pijlen richt op lijzige beta males, die vanwege hun passiviteit 'rape culture' zouden bestendigen, viseert Dirty Weekend de meest groteske vuilakken die ooit het zilveren scherm gezegend hebben: een obese, impotente bondage freak, een oraal gefixeerde tandarts en drie corpsballen een vrouwelijke bejaarde schooier molesteren. Dirty Weekend is in tegenstelling tot Promising Young Woman dan ook niet geregisseerd door één of andere politiek correcte Sneakerilla, maar wel door die heerlijke ploert van een Michael Winner. Wanneer hij geen dubieuze filmpjes aan het maken was of feministen aan het schofferen, kende Winner ook faam als food critic, de onvolprezen 'Winners Dinners'. Een in The Times gewikkelde fish and chips zag je hem niet snel verorberen, Winner was een liefhebber van de meer edele geneugten in het leven en vertegenwoordigde een cultuur van viriele vraatzucht. Zo belandde hij ooit in het ziekenhuis met e coli vergiftiging nadat hij vier avonden op rij steak tartare at - terwijl de promising young women aarzelen om nog een soy latte te nemen.
Divines (2016)
yeyo
-
- 6351 messages
- 4613 votes
Divines bleek wel een amusant filmpje, al rijst de vraag wat een 70-jarige blanke man zoals Benoît Jacquot of Philippe Garrel met dit materiaal had aangevangen. Waarschijnlijk iets veel interessanter, aangezien de Fransen van de naoorlogse generatie toch een minimum aan cinematografische geletterdheid hebben meegekregen. Nadenken en discussiëren over 'beelden' was toen een zeer evidente tijdsbesteding in Frankrijk, naast petanquen, betogen, foulards gaan kopen bij Hermes, existentialistisch wezen en lamsbouten vreten. Debuutregisseuse Houda Benyamina lijkt, zoals veel van haar generatiegenoten, overtuigd dat de filmgeschiedenis start met Pulp Fiction. Ik durf te wedden dat zij geen seconde van haar leven over de kracht van een beeld heeft nagedacht. Nee, te druk met sneakers kopen en naar podcasts luisteren, zeker. Het resultaat is een hysterische beeldenchaos vol flauwe trucjes en publicitaire esthetiek. Een treffend voorbeeld is, zoals vaker, de nachtclubscene: jongere regisseurs lijken ervan uit te gaan dat er slechts één defaultsetting is om feestgedruis te filmen (Céline Sciamma van het thematisch vergelijkbare 'Bande de Filles' is hetzelfde bedje ziek), zijnde met dezelfde platte verafgoding als een Tomorroland aftermovie. Vergelijk dat met hoe een oude knar als Larry Clark in 'The Smell of Us' een nachtclubscène filmt.
Enfin, de 'divines' in kwestie zijn gelukkig twee fijne, getalenteerde dames en de film is wel genereus qua interesse in de leefwereld van deze jonge banlieuesardes. We leren toch heel wat bij over straattaal, jongerenhumor, dat soort dingen en we krijgen ook wel eens een plek te zien. De Arc de Triomphe, bijvoorbeeld. Het zelfbeklag en narcisisme van de jongeren wordt wel net iets teveel als een 'logisch gevolg' (van wat dan??) voorgesteld, met als dieptepunt de Christian Clavier-waardige kunstgreep om het hoofdpersonage in een roma-kamp te laten wonen, samen met haar moeder-prostituee en één of andere travestiet. Als lunch eten ze een waterige bouillon van peentjes en selder. Deze tristesse moet de kijker aanmanen om te denken dat onze divine nu eenmaal gedwongen werd tot een vlucht in de randdeliquentie! "Had geen optie, ze was broke, op de plank was er geen brood" zou Soufiane Eddyani zingen. Dit valt allemaal nog te behappen, in de mate dat je de film als een soort pseudo-feministische Scarface voor de troosteloze 21ste eeuw zou beschouwen, maar naar het einde toe, gaat Divines zoals een ontspoorde, gestolen quad, fataal uit de bocht. De personages worden 'gestraft' voor hun wandaden, als het ware door een hogere macht: het dikkerdje ontsnapt niet uit de vlammenzee, had ze maar wat gezonder moeten leven. En haar vriendin zal natuurlijk voor eeuwig door schuldgevoel verteerd zijn, niet in het minst omdat de brandweer door haar toedoen weigerde tussen te komen. De divines hadden de hulpdiensten de vorige avond immers met stenen bekogeld, wat de film een bijna kinderlijk moraliserend 'boy who cried wolf' toontje geeft en de volgende onbedoeld hilarische moraal: je mag als jongedame nog zo vrijgevochten zijn, aan de toorn des Gods ontsnapt niemand!
Django Unchained (2012)
yeyo
-
- 6351 messages
- 4613 votes
Tarantino is een schim van zichzelf geworden. In plaats van te groeien als filmmaker, teert hij op de stijlkenmerken waar hij voor bekend staat. Zij het op een embarmelijke manier.
Cynisch geweld, dat ooit een interessante plaats kende binnen het werk van Tarantino, is hier een doel geworden in plaats van een middel. Het gaat zelfs zo ver dat QT, net als in Inglourious Basterds, zaken als opbouw, tempo en spanning volledig ondergeschikt maakt aan de extreme geweldsuitbarstingen. Who cares about logic, Tarantino wil gewoon knallen. Drie uur lang.
Bovendien begint QT's obsessie met wraak de spuigaten uit te lopen. Een goede revenge flick bouwt op naar een climax van zoete vergelding: de held in confrontatie met zijn aartsvijand. In Django Unchained wordt de wraak echter al vanaf de eerste scène ingezet en blijft daarna ophoudelijk aanslepen. Tarantino lijkt zich niet te beseffen dat je ook een overdaad aan antagonisten kunt hebben. Elke keer wanneer er een nieuwe markante slechterik op het toneel verschijnt, wordt deze aan gort geschoten nog voor er sprake is van een echt interessante intrige of broeierige spanning. Op die manier verliezen de sterke emoties waarop een film van dit zou moeten drijven totaal hun kracht. Wanneer naar het einde toe de zoveelste hillbilly eindeloos gepijnigd wordt, is de impact dan ook nihil.
Het verbaast me tevens dat Tarantino op vlak van inhoud en dialogen zo weinig veelzijdig uit de hoek komt en zich haast volledig toespitst op het thema rassenhaat. Ook dat heeft iets bijzonder vermoeiends: na de zoveelste 'kijk ons een racistisch doen' gag had ik het alleszins wel gehad. De film is BIJZONDER 'one track minded'. Dat is misschien een raar kritiekpunt voor een genrefilm, maar tegelijkertijd denk ik dat Tarantino meer ambieert. Anders zou ie 'm om te beginnen geen drie uur laten duren..
Maar serieus, de film heeft duidelijk wel een zeker potentieel: de screwball-esque dialogen in het begin, de (zij het nogal matig ontwikkelde) vriendschap tussen Django en Schultz, de manier waarop Tarantino soms de meest triviale handelingen interessant in beeld weet te brengen.. Onder de dikke laag van stoerdoenerij, one liners en opgeklopt western stilisme liggen de sporen van een genie. Hopelijk dat we dat genie ooit nog eens aan het werk zien.
Dolce Corpo di Deborah, Il (1968)
Alternative title: L'Adorable Corps de Deborah
yeyo
-
- 6351 messages
- 4613 votes
Moordmysterie waar bitter weinig in gebeurt, maar toch erg plezierig om te volgen is vanwege de onvervalste 60's charme waarmee het gemaakt is: kleurrijke decors, een extatische soundtrack van Orlandi en sensueel cameragebruik. Ook de interactie tussen de twee hoofdpersonages is sterk en enigmatisch. Nergens opzienbarend of echt eigenzinnig, maar zeker genietbaar voor genre-liefhebbers.
Domino (2005)
yeyo
-
- 6351 messages
- 4613 votes
Raar maar waar: de dochter van acteur Laurence Harvey was één of ander overdreven non-conformistisch wijf dat haar rijkeluisleventje inruilde om een stoere premiejager te kunnen worden. Kotsmisselijk word ik van zulke ondankbare types!
Ondanks dit opmerkelijke verhaal is Tony Scott, de ongetelanteerde broer van Ridley, er niet in geslaagd om de prent Domino ook maar lichtjes vermakelijk te maken. Met lelijke kleurenfilters en een razendsnelle montage probeert hij een soort hallucinante trip ervaring te creëren, maar dit brengt enkel eentonigheid en barstende koppijn teweeg. Ook is het schrijnend om vast te stellen hoe Scott hopeloos poogt om Tarantino na te bootsen. De film staat bol van quasi-gevatte dialogen en excentrieke personages, die eigenlijk gewoon vervelend en voorspelbaar zijn.
Het hoofdpersonage zelf vormt waarschijnlijk nog het grootste probleem: de stoere Domino Harvey, 'een vrouw met ballen' zoals dat wel is genoemd wordt, krijgt geen psychologische uitdieping whatsoever, waardoor ze enkel leeghoofdig, arrogant, compulsief en sletterig overkomt. Haar sidekicks zijn om een paar te noemen één of andere narcistische Zuid-Amerikaanse flikker en een bende luidruchtige, stereotype negerinnen. Doordat de personages stuk voor stuk volstrekt onsympathiek zijn, is het als zwarte humor bedoelde geweld ordinair in plaats van vermakelijk. Het dieptepunt van de film komt dan ook wanneer die Zuid-Amerikaanse nicht een tevens onschuldige man zijn arm er afknalt, door een simpel misverstand. Anti-helden bestaan, maar de protagonisten in Domino zijn gewoon egoïstische losers die zich bij de minste frustratie gewelddadig afreageren op levenloze objecten.
Dit alles staat in het kader van een wel zeer zelfbewuste cooldoenerij. De nood om hip en onconventioneel te zijn, is hier zelfs nog meer merkbaar dan bij Tarantino of Rodriguez. Zo blaakt de film ook nog is van pretentie: in een overdreven uitleggerige voice-over kraamt Keira Knightley de meest inhoudsloze levenswijsheden uit. We worden bovendien nog eens overstelpt met een reeks zielige pseudo-metaforen, over vissen en munten. Op de koop toe is zelfs verhaaltechnisch de film een zootje: op een hyperkinetische wijze worden er voortdurend tijdsprongen gemaakt begeleid door flauwe visuele snufjes. Waarschijnlijk om het totaal gebrek aan een plot te verbergen.
Op elk vlak een totale mislukking. Zelfs de ietwat leuke Jerry Springer scène wordt door het hectische knip-en plakwerk verpest.
Domino (2019)
yeyo
-
- 6351 messages
- 4613 votes
Jammie, wat een heerlijke euro-hutsepot van kwelgeest De Palma! De Palma geeft die ergerlijke bureaucratische elite van het Luxemburgplein lik op stuk: de personages bevinden zich in een kluwen van procedureel gehakketak, 2/3 van de film bestaat uit lijzige administratieve telefoongesprekken, het is vaak onduidelijk in welk land de film zich afspeelt en de Europese personages drukken zich allen uit in een veramerikaniseerd jargon. Verhofstadt en zijn acolieten zouden trots zijn om dergelijke identitaire verwarring en taalkundige verschraling te veroorzaken! Natuurlijk is deze film volslagen kut en mislukt, maar ik had het niet anders willen zien. Niets zo fijn als de eigenzinnige spreidstand van De Palma, meesterautist en meesterstilist die omwille van zijn lastig karakter of temperament steeds in conflict komt met producers, waardoor het eindresultaat zeker niet aanvoelt als een feilloos esthetisch hoogstandje, maar een soort eigenaardige lofzang op DTV thrillers uit de jaren '90 met Tom Berenger. Doorspekt met allerlei mooie Hitchcock verwijzingen natuurlijk, zoals de evocatie van de Zuid-Franse daktegeltjes van To Catch a Thief. Heel ontroerend moment. Maar ook voor iemand die geen hipster cynicus is, heeft deze film wel wat te bieden. Zo lijkt de stijl van De Palma intrinsiek vervlochten met het idee van de productionele mislukking. De enorm bombastische opbouw en tergende suspense van het slot wordt plots onderbroken door... een anti-climax. Maar dit gevoel van gebrek aan verwezenlijking correspondeert als gegoten met de stijl van De Palma, die temporele spelletjes speelt, in één zelfde scenes de emotionele belevingswerelden van verschillende personages gelaagd in beeld brengt, waardoor het voor de kijker onduidelijk is wat 'real time' nu moet voorstellen. Elk De Palma personage lijkt gevangen door schuldgevoel, door schaamte en hoopt een eerder trauma te herstellen, waardoor elke deus-ex-machina zoals het einde ook heel wrang en nep-idyllisch aanvoelt. Ga nog niet meteen op pensioen, ome Brian, ik verwacht nog minstens één uitmuntend fiasco van jouw makelij.
Don't Answer the Phone! (1980)
yeyo
-
- 6351 messages
- 4613 votes
Door de hilarische trailer moest ik dit gewoon zien. De film heeft echter niets met de film te maken en diende waarschijnlijk enkel om mee te liften met het succes van slashers als When a Stranger Calls. Al is deze film niet eens een slasher.
Moeilijk om te definiëren wat het wel is, omdat de focus zo excessief ligt bij de irrelevante zijplotjes over een pseudo-psychologe en twee karakterloze flikken die nog incompetenter zijn dan Chief Wiggum. Zo doen ze op een gegeven moment een huiszoeking bij de buur van hun verdachte. Gelukkig voor hen is de moordenaar al even dom: hij gebruikt overal zijn echte naam en geeft iedereen graag zijn adresgegevens.
Af en toe heeft het een soort sleazy charme, maar helaas poogt de film psychologisch diepgravender te zijn dan het gewoonlijke 'slice and dice' werk. De moordscènes hebben door het genante acteerwerk van Nicholas Worth dan ook iets erg fout.
Donnie Brasco (1997)
yeyo
-
- 6351 messages
- 4613 votes
Donnie Brasco is een paradox. Toen ik de film voor de zoveelste keer herbekeek op een verloren zondagnamiddag, kwam ik tot de conclusie dat zijn sterktes ook zijn zwaktes zijn.
Geconfronteerd met een acuut geval van Oblomov syndroom, zocht in soelaas in de verdovende herkenbaarheid van Donnie Brasco. Bijna zes jaar zijn inmiddels verstreken, dus een herziening drong zich op. Net zoals de Russische edelman zich in de laatste 50 pagina's van de eponieme roman van zijn bed naar een stoel verplaatst, was voor mij de eerste stap naar beterschap om me in de bank te zetten met Donnie Brasco. Zal ik uit deze impasse geraken?
Sinds mijn laatste herziening is er heel wat veranderd: terwijl ik in 2018 nog nooit de Atlantische Oceaan had overgestoken, ben in inmiddels vier keer in New York City geweest. Telkenmaal bracht ik een bezoek aan de 'Mulberry Street Bar', waar Lefty kennismaakt met Donnie inzake de 'fugazzi'. Mulberry Street kent geen geheimen meer voor mij. Bovendien ging ik telkens in de maand januari, wat zeker de moeite loont. Het is geen toeval dat Donnie Brasco zich uitsluitend tijdens de wintermaanden afspeelt en dat je de indruk krijgt dat New York een permanente ijskelder is. Net zoals Sonny Black en zijn bende heb ik vaak totaal verkleumd op de stoep van Mulberry Street gestaan, gewoon om de echte romantiek van het NYC wise guy bestaan te vatten. "The good news is, my dick is now a popsicle!" zoals eeuwige grapjurk Nicky - de Moe Howard van de Bonnano crime family - het treffend uitdrukt. Zelfs wanneer de bende tijdelijk uitwijkt naar Florida, blijft de teneur dat ze eigenlijk de absolute ontbering van het New Yorkse bestaan missen. De dichotomie met Florida is dan ook wat 'echte' New Yorkers onderscheidt van wannabe's, een doorwinterde New Yorker zal altijd weerstaan aan de sirène lokroep van de gezapige Sunshine State. Natuurlijk is Mulberry street anno nu gederuceerd tot een tourist trap en veel wise guys zal je er niet meer treffen. Ter wijze van voorbeeld: één van de vaste tooghangers in de Mulberry Street Bar is een bejaarde kerel uit Oregon met een jagershoed. De five families hebben natuurlijk hun greep op de five boroughs verloren de afgelopen decennia - mede dankzij ingrepen als 'operation Donnie Brasco'. In de 21ste eeuw houden voormalige wise guys zich bezig met allerhande schnabbels, zoals Sammy 'The Bull' Gravano die een eigen podcast heeft of Michael “The Nose’’ Mancuso die een clandestiene social club probeerde op te zetten vanuit het nagelsalon van zijn vriendin. Het groezelige New York van de jaren '70 met zijn emmers straatvuil, overdaad aan strip clubs en schimmige lounge bars is ook verdwenen, dus moeten we ons tevreden stellen met het versteend simulacre van Little Italy.
Ook mijn kijk op cinema is de afgelopen zes jaar erg veranderd. Ik distancieer mij volledig van het semi-lacherig toontje van mijn recensie in 2018, wellicht een onbeholpen poging om mijn echte emoties te verhullen. In mijn jonge jaren achtte ik Donnie Brasco te min voor mij, omdat de film nu eenmaal de audiovisuele virtuoisiteit van de gangster fims van Scorsese en De Palma mist. Maar dit is een bewuste stijlkeuze. Bij deze laatste herziening was ik erg getroffen door de tederheid van Donnie Brasco. Het is een film die een sterk gevoel van kameraadschap centraal plaatst. In de openingsscènes krijgen we surveillance foto's van de wise guys te zien, begeleid van een melancholische vioolmuziek - wat een humaniserend effect heeft. De film tracht alle personages als mensen van vlees en bloed voor te stellen. In de eerste plaats gaat er natuurlijk een grote empathie uit naar het personage van Al Pacino, die zich voorbijgestoken en ondergewaardeerd voelt. Wanneer hij op een bepaald ogenblik verkondigt dat zelfs een hond een warm plaatsje op het trottoir krijgt, gaat dit door merg en been. Ik zou zelfs verder gaan en durven stellen dat er ook medeleven uitgaat naar iemand als Sonny Black. Hoewel het personage van Michael Madsen overkomt als een sociopathische griezel, gaat ereen enorme tragiek van hem uit. Wanneer hij op een gegeven moment met mijn hese stemgeluid lamenteert dat eindbaas Rusty geld van hem verwacht en dat hij na zijn dood in de hel dezelfde nutteloze zwendels zou moeten aanhoren, wordt je bewust van zijn sterfelijkheid. Ook Sonny Black is slechts een breekbare spaak in een dodelijke carrousel. Hoewel het op het einde duidelijk is dat Lefty eraan gaat, beseft ook Sonny Black tijdens de confrontatie met de feds dat zijn laatste uur geslagen heeft. Het personage waarop hij gebaseerd is, werd alleszins om die reden van kant gemaakt. De Bonnano crime family is onverbiddelijk voor eender wie een verklikker in zijn midden toelaat. De personages bevinden zich allen in een impasse, wat de film waarschijnlijk louterend maakt voor iemand die zich in een zelfde staat voelt. Wat mij betreft zou de film als (Franse) subtitel bv. 'L'Impasse' kunnen hebben, ware het niet dat dit reeds de Franse vertaling was van die toonmatig verwante misdaadfilm Carlito's Way. Ook duidelijk een herziening die zich opdringt.
Als slotsom kan ik beamen dat ik erg tevreden ben met deze 'revisiting'. Donnie Brasco is een film die mij helpt op moeilijke momenten. De paradox is dat ik wellicht door de tragiek van het volwassen leven meer voeling heb gekregen met de ambivalente en gesofisticeerde toon van de film, waartoe ik als tiener nog geen toegang had. Mijn vader is een groot liefhebber van deze film en een verdediger van het eerste uur. Ik ben blij dat ik met de jaren zijn liefde voor Donnie Brasco ben gaan delen en draag deze recensie op aan hem.
Double Indemnity (1944)
Alternative title: Bloedgeld
yeyo
-
- 6351 messages
- 4613 votes
Briljant opgebouwde film noir met een spanningsboog die zeker aan het werk van Hitchcock kan tippen. Vooral de fascinatie met de perfecte moord doet aan the master of suspense denken.
Met 4 enorm sterk uitgewerkte sleutelpersonages ontwikkelt Wilder een boeiende intrige die naar de climax toe in een Griekse tragedie ontaardt. Ik moet zeggen dat mijn voorkeur zeker uitgaat naar film noirs met immorele, noodlottige personages, ipv stoere privé-detectives met een klein hartje. Zeker het hoofdpersonage vind ik interessant, aangezien hij zich als protagonist aan zaken schuldig maakt die echt niet goed te praten vallen. Bovendien komt er aanvankelijk geen dreiging uit andere hoeken, dus als 'the lesser of two evils' kun je hem al evenmin omschrijven. Interne factoren liggen aan de basis van de intrige, wat toen wel vernieuwend was voor het genre.
MacMurray lijkt an sich geen opmerkelijke acteur, of misschien ligt het er gewoon aan dat hij wordt weggespeeld door de briljant gecaste Stanwyck en Robinson.
Enig klein minpunt vind ik de voice-over. Ook al is deze op een redelijk creatieve wijze in de film verwerkt, toch wordt er op die manier achterliggende informatie prijsgegeven die zelfs de minder aandachtige kijker zou kunnen invullen. ("ik had moeten weten dat ze het over MOORD had, toen ze 'ongevallen' zei!") Het verbrodt bij momenten de subtiliteit van het scenario. Maar zo'n schoonheidsfoutjes kan ik best door de vingers zien.
Double Vie de Véronique, La (1991)
Alternative title: The Double Life of Veronique
yeyo
-
- 6351 messages
- 4613 votes
Audiovisueel meesterwerk. Er hangt constant een soort groene gloed over de beelden, waardoor de straten van Warschau en Parijs iets sober, maar tegelijkertijd zeer romantisch krijgen. Ook de betoverend mooie soundtrack draagt daar natuurlijk toe bij. Ondanks het zeer enigmatische karakter, zijn verscheidene scènes (zoals de reeds veel aangehaalde sterfscène van Weronika meeslepend en pakkend. De originele thematiek is kortom op een raadselachtige, erg doeltreffende manier uitgewerkt. De naam Veronique/Weronika lijkt me dan ook niet toevallig gekozen. Het Griekse 'vera icon' slaat op een weerspiegeling van het echte, zoals ook bij de doek van de heilige St. Veronica.
Doubles Vies (2018)
Alternative title: Non Fiction
yeyo
-
- 6351 messages
- 4613 votes
Eergisteren zag ik Assayas' Doubles Vies gevolgd door Henri Verneuil's Mélodie en sous-sol, twee films waar helemaal niks mis mee is. Wat een gezellige zondagmiddag! Het kan een provocatie lijken om auteur Assayas, alom geliefd bij de intelligentsia vanwege zijn metamopjes en verheerlijken van mei '68, in één adem te noemen met baarlijke duivel en reïncarnatie van de 'tradition de la qualité' Verneuil, maar de nakomelingen van les jeunes turcs zijn me warempel voor! In Cahiers du Cinéma, recensie door Joachim Lepastier, één miezerige ster voor Doubles Vies. In zijn ondraaglijke lichtheid zou de film aan het oeuvre van Roger Vadim doen denken. Waarom dat één ster zou verantwoorden, begrijp ik niet, maar ik weet uit goede bron dat Lepastier een nogal pretentieus kereltje is en dringend eens naar de kapper moet. Wat mij betreft is de film van Assayas juist (enigszins) geslaagd door zijn gemoedelijkheid. De film heeft de luchtigheid van een middelmatige late Woody Allen, niveau Melinda & Melinda, waar een zogezegd intellectuele discussie eigenlijk bijzonder oppervlakkig is (mensen die dit 'pretentieus' noemen
)en slechts als façade dient voor relationele intriges. En weet je wat, ik mag die personages van Assayas eigenlijk wel. Ze zijn een beetje schematisch, maar volgen veelal klassieke Hollywood conventies en niet de 'ideetjes' van Assayas. Het is gelukkig nog altijd geen Lanthimos of zoiets. De gezapigheid van de film staat in schril contrast met het somber beeld van Parijs anno 2019 dat geschetst wordt, waar Star Wars een gespreksonderwerp is, twintigers marketing hebben gestudeerd en je godsdamme een boete van 350 EUR (!) kunt verwachten wanneer je in Bois du Boulogne wordt betrapt met een travo-hoertje. Niks beter dan een banale rom com om de ondergang van onze cultuur te illustreren. Die grapjurk van een ondertitelaar vond het nodig om er nog een schepje boven op te doen en de op een gegeven moment de naam van (Patrice) Chérau te cursiveren, alsof het de titel van een stuk zou betreffen
Vond ik wat overdreven qua satire, zo dom zijn de mensen nu ook weer niet.
Dr. Strangelove or: How I Learned to Stop Worrying and Love the Bomb (1964)
Alternative title: Dr. Strangelove
yeyo
-
- 6351 messages
- 4613 votes
Vlijmscherpe satire die de regelrechte idiotie achter de wapenwedloop blootlegt: "We cannot allow a mineshaft gap!"
De titelrol komt in feite nauwelijks in beeld en voor mij is het vooral de bubblegum-vretende generaal gespeeld door George Scott die de film draagt. Mijn favoriete scène is wanneer hij aan de president 'Plan R' uitlegt, demonstreert precies hoe vergezocht en stupide van die 'veiligheidsmaatregelen' wel niet kunnen zijn.
Net als later in Full Metal Jacket steekt Kubrick de draak met de Amerikaanse cowboy-mentalietit, met als hoogtepunt natuurlijk de legendarische bom-rodeo scène. Ook erg grappig hoe het doorzettingsvermogen en het vernuft van de soldaten voor een keer fatalistische i.p.v. heroïsche gevolgen heeft.
Ondanks het feit dat de Koude Oorlog al lang gedaan is, voelt de thematiek van de film nog steeds als brandend actueel aan. Daarom best verontrustend in zijn hilariteit..
