• 177.886 movies
  • 12.199 shows
  • 33.965 seasons
  • 646.803 actors
  • 9.369.699 votes
Avatar
Profile
 

Opinions

Here you can see which messages yeyo as a personal opinion or review.

Camille Claudel 1915 (2013)

yeyo

  • 6351 messages
  • 4613 votes

Hannibal wrote:

Dat brengt me meteen op de kritiek die ik op de film heb: Zonder voorkennis, of als je geen idee hebt wie Camille Claudel was, blijft zeer veel onduidelijk. Het hoe en waarom ze in de inrichting zat, wat de motieven van haar broer zijn en waarom ze niets hoort van de rest van de familie heb ik nadien allemaal van Wikipedia moeten halen.

Nu ik wat meer over het trieste leven van Camille Claudel weet, vind ik dat de film daar wel wat in tekort schiet, er is nog zoveel meer te vertellen.

De film speelt zich natuurlijk af op slechts drie (redelijk onbeduidende) dagen. Er is niet echt veel ruimte om het hele levensverhaal van Claudel uit de doeken te doen. De film wordt hier de 'anti-biopic' genoemd en dat is het ook: geen echte biopic, maar eerder een impressie.

Film is best oké, maar ben net als bij Flandres en Hors Satan toch weer enigszins teleurgesteld in Dumont. De sfeer in de instelling is beklemmend en claustrofobisch, Binoche staat goed te acteren, maar het ligt er allemaal nogal dik op. Vooral dan broerlief die als pilaarbijter allerlei moralistische praatjes komt spuien over hoe verderfelijk het kunstenaarsbeestaan wel niet is. Ook is het zo'n film waarvan je weet dat het allemaal zal eindigen met een frontaal shot van het hoofdpersonage die in het niets staart.

Canyon Passage (1946)

yeyo

  • 6351 messages
  • 4613 votes

Een vervallen bioscoopzaal in het 19de arrondissement van Parijs. Vandaag op de affiche: Canyon Passage van Jacques Tourneur. De drie (hoogbejaarde) aanwezigen hebben om de afstand te bewaren elk een plastieken zak op het zitje naast hen gelegd, maar voelen niettemin een gezamelijke ontroering wanneer de acht emblematische letters van hun idool in Technicolor op het scherm verschijnen en denken weemoedig terug aan de tijd toen de ‘meester der terughoudendheid’ – zoals zij hem noemen – nog hele zalen vulde.

Dat de heren tijdens het eerste halfuur aan de plot geen touw kunnen vastknopen, ligt niet aan hun nakende dementie, maar aan de druppelsgewijze vertelstijl van Tourneur. Met een onnavolgbare klasse negeert hij de drie vragen die de sigaarkauwende studiobaas tijdens de openingsscène van elke western beantwoord wil zien: 1) wie is de held? 2) wat is zijn doel? 3) hoe heet zijn meisje? Tourneur lijkt op een gegeven moment welwillend de derde vraag te beantwoorden, maar zet ons op een dwaalspoor: niemand met gezond verstand zou immers geloven dat superstud Dana Andrews ooit zou vallen voor Susan Hayward, met d’r Poverty Row smoel. Misschien voelt onze held wel meer voor de rozige appelwangetjes van Patricia Loc, die zo mooi gloeien wanneer hij haar allerlei onbetamelijkheden toefluistert tijdens het dorpsfeest.

Meanderend volgt de film het ritme van het geïmproviseerd dorpje, en net zoals de haast anekdotische opvolging van scènes samensmelt tot één organisch geheel, zal ook de frontiergemeenschap in al haar idiosyncrasieën een zekere cohesie moeten vormen. Maar wat doen we met de écht tegendraadse elementen? Een rollende steen die zich nergens thuis voelt, een bankier die andermans fondsen aanwendt voor zijn pokerverslaving, een dorpsbard wiens pacifistische liederen overstemd worden door onheilspellend gemurmel. “Maar wacht, misschien is Canyon Passage wel een soort allegorie voor het McCarthyisme?” oppert een Anglo-Saksische criticus na afloop. Klopt, en ik zal jullie nog wat zeggen: Ward Bond, de potige woesteling in deze film, was in het echte leven een fervent voorstander van de House Un-American Activities Committee. Naar verluidt greep hij Joseph Losey ooit bij zijn nekvel en smeet hij hem in één ruk over de Atlantische Oceaan, waar laatstgenoemde onderdak vond in.. diezelfde vervallen bioscoopzaal. “Kleine wereld" mompelt Tourneur, terwijl hij al tokkelend op zijn mandoline de wederopbouw van het afgebrand dorpje gadeslaat.

Card Counter, The (2021)

yeyo

  • 6351 messages
  • 4613 votes

I never imagined myself as someone suited to a life of incarceration.” Deze eerste zin (in voice-over) van The Card Counter grijpt je meteen vast en ook de bijhorende beelden van de gevangenis gaan door merg en been. De steriele, functionele uitstraling van de moderne gevangenis is eigenlijk veel akeliger dan die goeie ouwe ijzeren tralies uit Alcatraz, Carandiru, La Santé of, wel ja, Sint-Gillis. Het hoofdpersonage heeft het er wel naar z'n zin, vanwege de strak afgetekende structuur van het gevangenisleven, wat ik dan weer wel begrijp. Van dat hoofdpersonage (gespeeld door Jason Isaac) krijgen we vaak het gelaat in closeup te zien. Paul Schrader heeft goed begrepen dat je voor zo een rol best iemand met een symmetrisch, egaal gezicht neemt en de pokerkop van Isaac is hiervoor geknipt. Sinds Falconetti heb ik niet meer zo gebiologeerd naar andersmans gelaatsuitdrukking zitten kijken, een hulde. Doch ook de gezichten van de andere personages krijgen we vaak in close-up te zien, vaak geheel mimiekloos en zelfs heimelijk, alsof Schrader hiermee de thematiek van 'ieder zijn kruis om te dragen' in de verf wil zetten.

De setting van aftandse motels, verlaten diners en desolate goktenten dragen helemaal bij aan een sfeer van leegte en menselijk wanhoop. Toch weet Schrader ook wel de bescheiden lyriek van zulke plaatsen te benadrukken: in tijden van Brooklynization zijn kitscherige amusementsresorts onze laatste strohalm, want on-gentrificeerbaar. Ik zou het geen straf vinden om zelf een dergelijke excursie te moeten doen en overweeg ernstig om tijdens mijn volgende vakantie naar Atlantic City of zo te gaan. Het meanderende sfeertje is erg aangenaam, wat mij betreft had de interstate tocht langs de pokertornooien van William Tell, La Lady en The Kid nog zelfs wat langer mogen duren; een paar decennia bijvoorbeeld, tot ik uiteindelijk aan een natuurlijke oorzaak zou overlijden. Maar mooie liedjes duren niet lang, op een gegeven moment was de film wel degelijk afgelopen.

Ik vind The Card Counter gewoonweg de beste Schrader in jaren en heb mij zelfs niet geërgerd aan zijn gebruikelijke ideetjes (zijn moralismegekweel, zijn obsessie met het einde van Pickpocket, etc..). Waarom dan toch maar vier sterren? Ach, mallerd, ik geef ELKE film drie sterren (niet meer, niet minder), aangezien zowat 99,9% van alle filmproducties van een gelijkaardige kwaliteit zijn, laat je niks wijsmaken door beroepsrecensenten. In die optiek is vier sterren toch al een behoorlijke eer, niet waar?

Carpenter, The (1988)

yeyo

  • 6351 messages
  • 4613 votes

Koortsdromen van een (Canadese) expeditie, part deux

Waarom kunnen Canadezen geen normale slasherfilms maken? Toen de Amerikaanse vleesmolen begin de jaren '80 nog op volle toeren draaide, dreven ze in Canada al openlijk de spot met het genre met pastiches zoals Humongous en Visting Hours en wanneer de Amerikanen een paar jaar later ook eindelijk de postmoderne geneugten ontdekten (Evil Laugh, Slaughter High, Cutting Class..), raakten ze in het hoge noorden helemaal de pedalen kwijt met curiosa als The Carpenter, een soort kruising tussen Straw Dogs en Ghost. De film gaat over een van een zenuwinzinking herstellende huisvrouw die voor een dilemma komt te staan: kiest ze voor haar echtgenoot – een lijzig beta mela professortje dat vrouwlief niet eens wat zakgeld voor nieuw behangpapier wil toestoppen en haar op de koop toe nog eens bedriegt – of voor de geest van een timmerman die ’s nachts aan hun recentelijk aangekocht droomhuis komt werken? Timmerman is nog van de oude stempel: zelfredzaam, hoffelijk, anti-intellectueel.. Stijldansen op krakerige Franse grammofoonplaten ziet hij als het hoogtepunt van romantiek. In het land van panic rooms en gated communities wordt het huis een soort persoonlijk fort, dat met man en macht verdedigd moet worden. De indringers worden zelfs vermoord met een sterk arbeidsethos; snel even wat ledematen afhakken met een cirkelzaag en dan weer aan het werk. De ‘get off my property’ mentaliteit straalt af op Alice (dat de concubine van haar man toegeeft zwanger van hem te zijn, tot daar aan toe, maar wanneer dat secreet het huis een 'lelijk hok' durft te noemen, schiet Alice meteen uit haar krammen), tot ze beseft dat de twee mannen in haar leven – zij het op een heel andere manier – allebei chauvinistische goorlappen zijn die haar willen onderdrukken. Beter vrijgevochten zijn: verfpotten verkopen, margarita’s gaan zuipen met die rouwdouw van een zus, dat soort dingen. Een slasher met een opmerkelijke minachting jegens USA values die me doet besluiten: de Canadezen hebben de geschiedvervalsing omtrent Black Christmas duidelijk nooit helemaal verwerkt.

Cave, Un (1971)

Alternative title: A Loser

yeyo

  • 6351 messages
  • 4613 votes

"Eh ouais, mon petit cave, petit cave" het zijn deze woorden die Claude Brasseur aan de galg praten. Dit roept meteen argwaan op bij de inspecteur die hem ondervraagt. Welk suf burgermannetje is er immers vertrouwd met de wereld van les caves et les affranchis? Ik alleszins wel. Ik ben verzot op alles wat met 'cave' te maken heeft en hou momenteel zelfs een cave-centred retrospectieve, wat een gesamtkunstwerk inhoudt. Ik doe city tripjes naar Parijs en dwaal uren langs de driehoek van rue Frochot, rue Douai en Blvd. de Clichy, in de hoop michetonné te worden. Een ijdele hoop! Dan beperken we ons maar veilig tot de cinema: Gilles Grangier populariseerde de term in 1961, met de klassieker 'Le cave se rebiffe'. Albert Simonin, linguist van de onderwereld, hielp hem hierbij een handje. Je zou misschien denken dat la pègre niet opgezet was dat hun bargoens zomaar toegankelijk werd - hoe moesten zij immers nog in alle discretie caves laten michetoneren nu hun codewoorden tot de algemene kennis behoorden? Uit goede bron weet ik echter dat de onderwereld verzot was op de Grangier-Audiard samenwerkingen, o.a. ultieme caïd René Resciniti de Says (gekend als 'René l'Elegant) was een onvoorwaardelijk aanbidder van Le cave se rebiffe. De ironie wil dat hij stierf tijdens de zoveelste herziening van de film, gestikt op een brokje gigot.

In 1972 waren de tijden natuurlijk enorm veranderd Mei '68 gebeurde, de hippie beweging was in full swing. Als je je realiseert dat zelfs de Franse gangsterfilms van de vroege jaren '60 iets melancholisch hebben, met heimwee naar de fratsen van weleer, wat dan met de vroege jaren '70?? Aan de titel 'Un cave' alleen al, besef je dat deze film een statement was, een laatste strijdkreet tegen de genadeloze vooruitgang. Pigalle lag er somber bij, negens was er nog grisbi, laat staan rififi te beleven en 'le milieu' van elegante heren in maatpak en Weston schoenen zou weldra vervangen worden door een shishapijp lurkende bontkraagjes.

Deze 'Un cave' is dus echt een laatste wapenfeit van een generatie en voelt op veel vlakken als een anachronistisch gewentel in leegte. De hele intrige is weinig au sérieux te nemen, je gelooft voor geen minuut dat de Joe Dassin-achtige sujetten die we te zien krijgen de hardste misdadigers van Frankrijk zijn en de film lijkt nagenoeg blind voor de ontwikkelingen van zijn tijd - buiten dat alles er spuuglelijk uitziet zoals het betaamt in de jaren '70. Grappig bij dit gevoel van onthechting is dat het personage van Brasseur een soort koddige metamorfose ondergaat, waar hij zich als cave vermomt als affranchi, geenszins geloofwaardig overkomt op de kijker, maar zijn medepersonages toch angst weet in te boezemen. Ondertussen horen we haats onafgebroken het plagerig herkenningsmelodietje van Alain Le Meur, een muziekje dat ik ondertussen al zeker twee maand aan het neuriën ben. Verontrustend wetende dat ik de film slechts voor het eerst zag een maand geleden. Sta mij toe om dit verward betoog af te sluiten met een rijmpje:

"Celui qui, dans les boîtes de nuit, de poulet et truffes se gave, ça, c'est un cave!"

Ce Soir Je Dors chez Toi (2007)

yeyo

  • 6351 messages
  • 4613 votes

Relatief onuitstaanbare romantische komedie over één of andere provinciale hork die zich een Parijse intellectueel acht. Het is aandoenlijk hoe zelf in de meest kleffe, banale films men toch dit idee nastreeft van de 'écrivain' die verknocht is aan het drukke stadsleven. Je vraagt je af waarom. Alex is één of andere boerenlul die graag gaat zwemmen en evengoed in een gehucht als Limoges had kunnen wonen. Qua literaire citaten komt hij niet verder dan dooddoeners als 'Madame Bovary, c'est moi!'. Enkel de madeleine van proust ontbrak nog. Daarnaast speelt hij ook een bezitterig, akelig ventje die de kijkers vast op de zenuwen zal werken. Dieptepunt is wanneer hij zich als ultieme passief-agressieve beta male sissy agiteert wanneer z'n geliefde het aandurft om te lachen om een mopje van haar collega - nochtans duidelijk een totale nicht. Het voelt dan ook totaal fake aan wanneer het hoofdpersonage en zijn uitgever 'verstikken' wanneer ze wat tijd moeten doorbrengen in Normandië, terwijl de film net een pleidooi voor kleingeestige bekrompenheid lijkt. Maar toch, zoals vaak bij romantische komedies, ligt er onder de vele lagen van middelmatigheid wel een zekere schoonheid verbrorgen. Het soort schoonheid die je pas kunt vatten in een staat van lichte zinsbegoocheling, dat magische moment op een verloren zaterdagnacht. Je vecht tegen de slaap, droom en werkelijkheid geraken vermengd en plots besef je dat dit niemendalletje de mooiste film is die je ooit zag.

Changeling (2008)

yeyo

  • 6351 messages
  • 4613 votes

Ondanks de nodeloos lange speelduur een onderhoudende prent met een bijzonder indrukwekkende production design. Maar helaas, net als vaker bij zo’n ophefmakend thema, is The Changeling een overgedramatiseerde film die de kijker geen moment ademruimte gunt. Werkelijk elke scène is een verdere opeenstapeling van de sensationele intrige. Tot overmaat van ramp worden die (potentieel interessante) situaties zelden grondig uitgewerkt: de relatie tussen Jolie en haar 'nep-zoon' bijvoorbeeld is op zich een boeiend gegeven, maar krijgt nauwelijks aandacht. Misschien is zo'n interactie net weer wat te subtiel en complex? Dan lijkt het inderdaad makkelijker om er nog een paar onmenselijk kwaadaardige flikken, elektroshocks en joelende seriemoordenaars tegenaan te smijten.

Hoewel Clint er bij momenten wonderwel in slaagt om de dramatiek van de plot filmisch goed op te bouwen (de ontdekking van de boerderij is zelfs suspensevol), loopt het volledig mis wanneer het suggestieve wordt ingeruild voor het expliciete: scènes als de ontsnappingspoging van de kinderen, de opknoping van de moordenaar, etc.. hebben immers meer weg van een sprookje, beetje à la The Green Mile. The horror!

Aansluitend nog een grappig detail, namelijk Clint's voorstelling van 'the best lawyer in L.A.': een druktemaker die het met veel pathetiek, maar weinig inhoud brengt. Sounds familiar?

Chez Nous (2017)

Alternative title: This Is Our Land

yeyo

  • 6351 messages
  • 4613 votes

Wanneer een Fransman je wil vertellen dat hij thuis is, zal hij misschien de uitdrukking "je suis chez moi" ("ik ben bij mij") gebruiken. Ik heb dat altijd een interessante zegswijze gevonden: de idee dat een materiële woonplaats een soort verlengstuk van je persoon wordt, geeft blijk van een ontzettende kneuterigheid en drang tot isolement. Bovendien suggereert het een vorm van sociaal aanvaarde onverschilligheid: wie "chez soi" is, heeft het voorrecht om zich als een onbehouwen proleet te gedragen, iets wat we ook terugvinden in de voetballeuze "on est chez nouz", gezongen door supporters die de tegenpartij willen intimideren met iets in de aard van: "we doen waar we godverdomme zin in hebben"

De titel van deze film liet me ook hopen iets meer weten te komen over Franse bekrompenheid, een thema dat de massamedia sinds de jaren '60 met z'n coquette 'o-la-la St Tropez' Francoise Hardy madammen vakkundig weggemoffeld hebben maar door de recente FN-revolte niet meer te ontkennen valt. De Franse agrarische wortels komen bloot te liggen: meer dan ooit krijgen we zicht op een 'boer vreet niet wat ie niet kent' volkje dat begint te fulmineren van zodra ze correct uitgesproken Engels of iets met een umlaut horen (om maar te zwijgen van Arabische keelklanken), het scheldproza van een gemiddelde zeeman hanteert en een superioriteitsgevoel krijgt van door met sterk werkethos kleinburgerlijke rituelen te vervullen, zoals 's ochtends keurig de lakens opplooien. Chez Nous opent veelbelovend, met een tragisch shot van een achtergelaten confituurbokaal en een oude communistische bloeddrukpatiënt die zich met dagelijkse porties 'saussicon et fromage' het graf in eet. Maar helaas, hierna gaat het bergaf en wordt de film een prekerige meli-melo die open deuren intrapt en ongeveer evenveel te vertellen heeft over het huidig politiek klimaat als memes op de facebook wall van de 17-jarige aspirant-sociale wetenschapper: FN heeft een brandingstrategie met een excuustruus als pseudo-progressieve dekmantel maar is eigenlijk zo fascistisch als de neten, in hun radicalisme verschillen FN stemmers niet veel van de door hen zo verguisde moslimextremisten, die zogenaamde anti-establishment politici wonen eigenlijk in art nouveau paleizen op een boogscheut van de Eiffeltoren en – de eeuwige dooddoener – hoe kan je overdag het multiculturalisme verketteren en 's avonds smakelijk ossobuco, kip vindaloo of een merguez worstje verorberen?

Chiens, Les (1979)

Alternative title: The Dogs

yeyo

  • 6351 messages
  • 4613 votes

Met kleinburgerlijke veiligheidsparanoïa als uitgangspunt bezondigt Les Chiens zich aan wat gemakkelijke maatschappijkritiek en ook de conventie van de tot racisme geconditioneerde honden (zie ook Samuel Fullers 'White Dog') leent zich ook tot ergerlijke elevated horror toestanden. Misschien moet Jordan Peele eens aan remake denken. Langs de andere kant vind ik de vormgeving van Les Chiens briljant: de setting van modernistische ville nouvelle is bijzonder creepy weergegeven en evoceert vroege Cronenberg. Stiekem trekken zo'n oorden mij ook wel aan, misschien tijdens het volgende Parijsbezoek eens de RER naar een willekeurige terminus nemen. Ook Depardieu is een belangrijke troef, zelfs in obscuur genrewerk gaat hij met een bijna religieuze devotie op in zijn rol. Regisseur Jessua lijkt een wat vreemde eend in de Franse filmcanon van wie ik met plezier nog wat andere films zal kijken. Helaas is Netflix in België blijkbaar minder goed voorzien dan bij onze noorderburen!

Child's Play (1972)

yeyo

  • 6351 messages
  • 4613 votes

In het derde middelbaar verraste klastitularis mr. Michiels ons met de uitspraak dat zijn schoonbroer een heuse Hollywood scenarist was. Leon Prochnik. "Een lastig vak, heel wisselvallig. Ik kan het zo merken wanneer hij een nieuwe schnabbel heeft, dan trakteert hij gul." liet mijn leraar verstaan. "Hij maakte o.a. een film met Faye Dunaway. Al is Faye Dunaway behoorlijk passé naar mijn mening."

Nieuwsgierig als ik ben, heb ik de filmografie van Leon Prochnik bij thuiskomst meteen opgezocht. Twee miezerige feature film credits. En geen Faye Dunaway te bespeuren. Dat moet behoorlijk frugaal geweest zijn, die zogezegde traktaties.

De brillekas-revolverheld film 'Four Eyes and Six-Guns' laat me siberisch onverschillig, maar deze Child's Play heeft altijd tot mijn verbeelding gesproken. 1972 als productiejaar leek me destijds een eeuwigheid geleden, maar nu, zoveel jaren later, lijkt het plots niet zo ver weg. De paradox van het ouder worden!

Eigenlijk is het onmogelijk voor mij om de film nog met een schijn van objectiviteit te benaderen. Door de smakelijke anekdote en de genadeloze melancholiek van mijn vervlogen jeugdherinneringen (die Michiels moet ondertussen al jaren met pensioen zijn) behoort Child's Play ondertussen tot een uitpuilende cataloog van persoonlijke fetishobjecten. Dat de film zich bovendien nog eens intra muros in een middelbare school afspeelt, geeft het allemaal nog eens een extra bevreemdende metatekstuele laag.

Child's Play doet me inderdaad denken aan mijn eigen schooltijd, of beter gezegd, aan de projectie van mijn schooltijd. Ik ben erg getroffen door de doffe grimmigheid van het geheel. De bijna sacrale manier waarop Lumet de tijdloze schoolobjecten filmt: individuele lessenaars. Een wereldbol. Een liniaal. Een kapel. Een muf ruikende gymzaal - waar de nadruk uiteraard op toestelturnen ligt. Meer dan een verering van voorwerpen, merken we in Child's Play een uitgesproken gevoel voor traditie. De schooljaren zijn een vormingsritueel, waar met sterke genegenheid naar teruggekeken wordt. Vereist hiervoor is volledige onderwerping van zowel leerlingen als leerkrachten. Eindeloos opnieuw Latijnse spreuken scanderen, ontleden en herhalen. Generatie na generatie volgt dezelfde leerstof. Een onenigheid over pedagogische aanpak is zowat het enige waar twee tegenpolen, Dobbs en Mallory, zich mee bezighouden in hun leven. Het zijn slechts nederige dienaren van een groot bolwerk. Het personage Mallory, gespeeld door de voortreffelijk morsige James Mason, is een strenge leerkracht klassieke talen. Hij wordt gestuwd door verantwoordelijkheidszin en zijn identiteit valt nagenoeg volledig samen met zijn rol als leerkracht. Hij zorgt ook goed voor zijn zieke moeder. Niettemin is het iemand die een rijk menselijk bestaan leidt. "Door de vriend te willen spelen van jouw leerlingen, tracht je te verhullen hoe leeg en middelmatig je eigen leven is" bijt hij de behaagzieke Dobbs toe. Zelden hoorde ik een meer oprechte uitspraak.

Dat Lumet dit allemaal met een zeker minimalisme in beeld brengt, heeft natuurlijk een stilistisch oogmerk, nl. om de claustrofobie van de setting te accentueren. Maar ik word er zowaar weemoedig van. De eenvoud en de bescheidenheid van de premisse raakt me. Het publiek van Child's Play kon er destijds redelijkerwijze van uit gaan dat ze naar iets universeel keken: er zullen toch altijd scholen zijn? Er zal toch altijd Latijn onderwezen worden? Gaandeweg is het gevoel voor collectiviteit echter geërodeerd en vervangen door een tomeloos, publicitair gestuurd individualisme. De verstikkende navelstaarderij en zelfgenoegzame ironie van eenderwelk eigentijds individu zou een hedendaagse update van Child's Play onkijkbaar maken. Hoe komt het toch dat alle maatschappelijke zuilen in het Westen onverbiddelijk zijn beginnen afbrokkelen sinds de jaren '70? Gesprekstof voor mr. Michiels en zijn schoonbroer tijdens hun volgende copieuze maaltijd.

Choses Secrètes (2002)

Alternative title: Secret Things

yeyo

  • 6351 messages
  • 4613 votes

Deze film is net zo min een psychologische thriller als De Bruit et De Fureur een sociaal drama is.. Of L'Ange Noir een volbloed whodunnit. Waarmee ik bedoel: Brisseau heeft meestal de gewoonte om genres op een ondoorgrondelijke manier met elkaar te vermengen. Choses Secrètes vangt aan als een soort sleazy, softporno versie van Reinette & Mirabelle en andere films van Rohmer (met twee protagonistes als elkaars tegenpolen), maar in tegenstelling tot de zorgeloze wereld van laatstgenoemde, leven de twee hoofdpersonages hier in kommer en kwel. Piepkleine appartementjes en lange metroritten zijn nu eenmaal de realiteit voor jonge laagopgeleide mensen in Parijs. Al gauw verandert de film in een wrange, erotische variant op de screwball komedie waar we zien hoe de twee heldinnen zich door manipulatie proberen op te werken in een niet nader genoemd bedrijf. Alles ontaardt dan weer in een kitscherig 50's melodrama à la Hitchcock / Nicholas Ray, met de toevoeging van een fijne orgie wel te verstaan. Zelfs het voorgaande erkent de richesse van deze film niet, aangezien het geheel nog eens overgoten is met alle thema's die Brisseau het nauwst aan het hart liggen: spiritualiteit, destructieve relaties en klassenstrijd.

Cidade de Deus (2002)

Alternative title: City of God

yeyo

  • 6351 messages
  • 4613 votes

Na een klein decennium nog eens herzien (wat word ik oud) en het is me toch lichtjes tegengevallen, deze Cidade de Deus. Stilistisch heel mooi én functioneel, tijdens het eerste kwartier wordt je meegezogen door de opzwepende zuiderse sfeer. Doorheen de hele speelduur veel prachtige, inmiddels terecht iconisch geworden shots. Maar wat heeft deze film nu eigenlijk te vertellen? Ik zie nergens ambiguïteit, lef of zelfs maar persoonlijkheid. Het heeft eerder de allure van een Hollywoodfilm (niet-engelstalig en toch een succes in de States? Nooit vertrouwen!) met schrijnend slechte karikaterisering: de graaggeziene Robin Hood, het ros meelopertje, en natuurlijk het hoofdpersonage, het 'hart' van de film zoals Amerikaanse producers het zo mooi zeggen. Dieptepunt is natuurlijk de sociopathische Ze Pequeno, gevreesd door iedereen, maar stiekem heel onzeker als het op meisjes aankomt. De wat zelfbewuste Pulp Fiction-achtige structuur die soms zelfs de vierde wand lijkt te doorbreken is wel interessant te noemen, alleen verziekt de regisseur het door voortdurend de meest onsubtiele narratieve statements te willen maken, zoals shot op het einde van de opkomende generatie of de sympathieke Mane Galinha die plots in de rug wordt neergeschoten, wat vervolgens de wraakactie blijkt te zijn van het braaf knaapje wiens vader door hem neergeschoten was. Of een ander jongentje dat komt beweren: "ik ben geen kind, ik ben een man, want ik rook, snuif en moord." Ik begrijp dan ook met de beste wil van de wereld niet de commentaren van mensen die het confronterende toestanden vonden. Sommige scènes mogen dan wel hardvochtig zijn, maar worden afgezwakt door andere momenten wanneer het geweld plots Tarantinesk en humoristisch wordt, zoals de vreselijk flauwe scène waar een grenzeloos irritant comic relief personage door zijn kompaan wordt neegeschoten. Bovendien belemmert de artificiële structuur van hoe alle moordpartijen met elkaar in verband staan het gevoel van naar iets reëel te kijken. Het impactloosheid en willekeur van geweld van dit soort plaatsen wordt op die manier vertroebeld. Is natuurlijk mogelijk, en zelfs heel waarschijnlijk, dat de regisseur helemaal geen realisme voor ogen had, maar dan had het stilisme nog meer doorgedreven mogen zijn van mijn part. Daar sloeg (grote voorbeeld) Goodfellas bijvoorbeeld wel in. Nu blijft vooral een uitstekend gemaakt, maar oppervlakkig mainstream filmpje.

Cincinnati Kid, The (1965)

yeyo

  • 6351 messages
  • 4613 votes

Wonderwel verrast door deze pokerfilm van industry everyman Norman Jewison. Ik had geen torenhoge verwachtingen van de film, aangezien een kansspel als rode draad natuurlijk een langdradige bedoeling kan opleveren. De meeste pokerfilms vind ik nogal saai. The Hustler heb ik nooit gezien, maar zijn officieuze opvolger The Color of Money vind ik zowat de slechtste Scorsese ooit. Maar The Cincinnati Kid is geen moment saai en spat gewoon van het scherm. Het begint al met het zeer aanlokkelijke tijdsbeeld van New Orleans tijdens The Great Depression. Een setting die zich uiteraard leent tot zwierige taferelen. Ook de 'southern gentleman culture' is ruimschoots aanwezig, we krijgen enkele barok versierde interieurs te zien. Maar ook de onderbuik van de Zuiderse samenleving is zichtbaar, op een uiterst viscerale manier film Jewison de bloedlust in de ogen van de toeschouwers van een brutaal hanengevecht. Het is waarschijnlijk dit gevoel voor het expressieve dat de film zo boeiend houdt. Het kleurenpalet van de film is echt markant en uitgesproken: in elk frame legt Jewison de nadruk via herfstige, matte tinten die vanwege hun warmte toch in het oog springen. Op geen enkel moment voelt de film routineus aan, hij lijkt in elke zijsprong even enthousiast. Zelfs een uitstap naar de thuisplaats van country girl Tuesday Weld komt over als een extatische gebeurtenis. De uitbeelding van de vrouwelijke personages is ook het neusje van de zalm van The Cincinnati Kid. Waar dit in een dergelijke film vaak plichtmatig zou aanvoelen, poker is nu eenmaal een mannenwereld weet je weel, komen de vrouwelijke personages hier erg tot hun recht. Zowel Tuesday Weld als Ann-Margret zijn op hun mooist en worden gefilmd als Griekse godinnen. Ann-Margret als de duivelse Melba (wat een naam!), een zuiderse furie met een ontembaar libido. Tuesday Weld, haar tegenpool, zachtaardig en een tikje naïef, maar o zo indulgent. Ze laat zich gewillig meeslepen door Melba naar een Turks badhuis. Zelfs naar een vertoning van Jacques Feyders 'La Kermesse Heroïque' (1935), de schandaalfilm die destijds verboden werd door het college van burgemeester en schepenen van de stad Brugge! Waar vindt men zo'n meegaande southern belle?

Class Action (1991)

yeyo

  • 6351 messages
  • 4613 votes

Ha, de schoonheid van het anoniem meesterwerk. 'Class Action' kwam uit in 1991. Te pril om als voorwerp van nostalgie te fungeren, te oud om het collectief bewustzijn te beegesteren. Diepgravende informatie, laat staan essayistische inzichten vindt men online niet terug over Class Action. Blijkbaar ging de film in première op het filmfestival van Moskou. In deze luwte groeit de Hollywood cinema van de jaren '90 eigenlijk uit tot Renaissance kunst.

'Shot entirely on location in San Francisco, California' declameren de credits met de nodige bravado. Van in de openingsshots maakt Class Action de kijker gewaar dat de film op een zorgvuldige manier zal omgaan met ruimte. Niets is gewoon maar een generieke achtergrond, elk kader heeft zijn betekenis. Of het nu gaat om de perfect-rommelige keuken van Jedediah Tucker Ward (wat een naam!) of de toren van het advocatenkantoor met zijn façade suspendue of de rokerige speakeasy waar Ward en zijn kornuiten een overwinning komen vieren met een jitterbug pasje of twee. "My mothed died of asbestos / my father's name was Estes". En dan te denken dat de asbestproductie hier nog is blijven doorgaan tot de late jaren '90, dat zou ook wel een class action suit legitimeren.

Laat voorgaande niet de waak opwekken dat Class Action een oefening in esthetiek zou zijn. De locatiekeuze heeft immers niet als finaliteit om de kijker de ogen uit te steken, maar wel op een integere manier expressie te geven aan het doorleefde van deze plekken. In een court room drama is het zeer zeldzaam dat de interpersoonlijke achtergrond van de personages goed uitgewerkt is, meestal wordt dat er plichtmatig bijgesleurd. Maar in Class Action vormt het de kern van de zaak. Het is verbluffend hoe de film erin slaagt om in een kleine twee uur een ingewikkelde vader en dochter relatie te schetsen, met als orgelpunt het zeer spontane dansje met 'If you don't know me by know", volgend in een freeze frame. De moeder was hun rots in de branding. Je hebt bijna het gevoel alsof je als voyeur ettelijke decennia een huishouden hebt zitten bespieden en dat alles in een compact product van 110 min. Nog niet overtuigd? Luister gewoon hoe Hackman op de begrafenis van zijn echtgenote aanhaalt hoe ze elkaar leerde kennen: hij zag haar op televisie in het publiek van McCarthy hearings en besloot in een coup de foudre de zittingszaal op te bellen. "PT Barnum, father of us all".

Clownhouse (1989)

yeyo

  • 6351 messages
  • 4613 votes

Ondertussen heeft Salva's pedofiele verleden het al tot volwaardig mememateriaal geschopt en worden de booswichten uit zijn horrorfilms op de gekende puberkanalen (IMDB boards, Reddit) geïnterpreteerd als metafoor voor zijn eigen kinderlokkende persona. Toch heb ik de indruk dat Salva in Clownhouse eerder sympathiseert met het mollig ventje (dat op de koop toe nog eens 'Casey.' heet) dat indruk wil maken op zijn oudere broers tijdens een pyjamafeestje: het krankzinnig trio wordt in deze context dan ook niet als een echte bedreiging gezien, maar eerder als een facilitator van allerlei Brokeback Mountain-achtige taferelen (samen gezellig in bad, schaamhaar vergelijken, blootkonts slapen) of alsof Salva zich luidop afvraagt: "waar waren al die moordende clowns in mijn kindertijd?"

Cocorico (2024)

yeyo

  • 6351 messages
  • 4613 votes

Die avond voelde ik mijn cinefilie tintelen. Waar zal ik me eens mee verblijden? Een Hitchcock? Otto Preminger? Fritz Lang? Hoe ik uiteindelijk ben uitgekomen op de voorlaatste Christian Clavier, zal me altijd een raadsel blijven. Eigenlijk was ik al lang van plan om te film te zien, meer bepaald toen hij vorig jaar in de bioscoop uitkwam, maar het lot besliste er anders over. Om redenen die ik hier niet uit de doeken zal doen, loog ik zelfs tegen iemand dat ik de film zag. "Is ie weer zo racistisch?" vroeg ze me. "Toch wel ja" blufte ik. Ik kom hier nog op terug.
Eigenlijk is het profaan om een Christian Clavier film in de heiligheid van je eigen huishouden te kijken. Zijn zondigheid verdraagt geen home media. Idealiter kijk je de voorlaatste Christian Clavier in de heiligheid van de UGC tempel, weg van warse blikken, waar ik notabene ook de laatste Christian Clavier keek, Jamais Sans Mon Psy. Ik zweer je dat het ditmaal geen leugen is. Een Christian Clavier film in de UGC bekijken kan zelfs een louterende werking hebben, binnen de contouren van de tempel raak je verlost van alle zonden van Israel. Eigenlijk vind ik een slechte film in de cinema kijken zelfs meer louterend dan een goeie film kijken.
'Cocorico' begint nochtans veelbelovend, met klasbakken Clavier en Bourdon die elkaar de loef afsteken. Het riedeltje dat Bourdon aan het begin van de film afsteekt over Franse wagens, vind ik zelfs geraffineerd en erudiet. Bij Clavier merk je wel een soort arrogante luiheid om het personage van de grote aristocraat anders te spelen dan volgens de gekende schema's. Natuurlijk is hij pompeus en breedvoerig, maar dat zijn ALLE personages van Clavier, zelfs als ze caviar gauche of clodo of weet ik het moeten uitbeelden.
Het uitgangspunt van Cocorico is eigenlijk te raar: het idee dat men geschoffeerd zou zijn om geen 'puur' Frans bloed te hebben, valt moeilijk te vatten. Hadden ze niet gewoon kunnen verzinnen dat Frédéric Bouvier-Sauvage eigenlijk helemaal geen blauw bloed heeft, maar door de knecht verwekt werd of zo? Dat had toch veel 'dramatischer' geweest dan dat hij 15% Cherokee is? Onbedoeld zorgt de film wel voor een boeiende reflectie over Frans chauvinisme. Het 'Frans' zijn wordt als iets heel belangrijk gezien, bijna sacraal zelfs, ook al lijkt het vooral te bestaan uit wijn drinken en kaas eten. En opnieuw en opnieuw herhalen dat je 'Frans' bent, als een soort eindeloos zichzelf bevestigend ritueel. Men projecteert deze vorm van chauvinisme dan ook op andere volkeren, bv. op de o zo gehate Duitsers. - waar pattriotisme op een geheel andere manier verloopt. Een personage dat een heimelijke germanofiel is, heeft dan bv. een kelder met posters van Derrick en Angela Merkel. Euh??? Iemand die zijn Duits-zijn wil omarmen, draagt plots lederhösen. Iets anders dan Beieren kennen ze niet in Frankrijk. Er worden natuurlijk ook weer eindeloos mopjes gemaakt over het nazisme, een beetje alsof we ons nog in de naweeën van de bevrijding bevinden. Ook interessant: in Frankrijk is Portugees zijn blijkbaar iets schaamtelijk. Die worden daar gemakkelijk weggezet als bacalhau vretende racaille. En 'Engels' is voor de gemiddelde Fransman even exotisch als Chinees of Japans.
De film heeft een pijnlijk onleuk en langdradig slot, ongeveer 40min aan nietszeggende vignettes waar de personages hun 'roots' leren omarmen. Christian Clavier kijkt Dances with Wolves en valt een frietkraam aan. Ik vond het hallucinant hoe deze komedie de natives americans zonder schroom wegzet als primitieven, op een manier die zelfs in de VS van de jaren '50 al als aanstootgevend gezien zou worden. De Franse volkskomedie lijkt qua mores vastgeroest te zitten ergens een dikke halve eeuw terug. Soms is dat leuk en fascinerend, maar soms ook gewoon erg saai. Cocorico kon me weinig bekoren.

College (2008)

yeyo

  • 6351 messages
  • 4613 votes

Waar de nerds in films als American Pie, Superbad en Revenge of the Nerds zich eindeloos moesten uitsloven om aandacht van de felbegeerde babes te krijgen, komen de protagonisten in College er makkelijker van af: na een paar shots tequila is zelfs een stuitend irritante vetberg onweerstaanbaar voor gewillige studentjes met fotomodel-allures.

Een volstrekt onleuke, inspiratieloze herkauwing van wat we al duizend keer gezien hebben.

Come Back to the Five and Dime, Jimmy Dean, Jimmy Dean (1982)

Alternative title: Kom Terug Jimmy Dean, Kom Terug

yeyo

  • 6351 messages
  • 4613 votes

Bitterzoet klein filmpje waar Altman vakkundig de bedrieglijkheid van nostalgie blootlegt: herinneringen zijn vaak mooier dan de realiteit. De personages zijn eerder vlak en ook verhaaltechnische wendingen liggen voor de hand, maar de film blijft boeiend door een sterk gestructureerd verloop: de scènes zijn perfect qua duur en sluiten naadloos op elkaar aan. Het gebruik van spiegels als overgang naar een flashback, is zelfs een unieke, symbolische vondst. Ik snap dan ook niet waarom er hierboven over de montage geklaagd wordt, was naar mijn inzien niets mis mee. Daarnaast is het miraculeus hoe Altman zelfs in zijn 'mindere' films de locatie tot leven kan laten komen. Weinig regisseurs die zo perfectionistisch zijn op vlak van ruimte en staging, zonder dat het kunstmatig of te bestudeerd overkomt. Ik vraag me tenslotte af hoeveel kijkers de subtiele melancholie van het einde hebben begrepen.

Comfort of Strangers, The (1990)

Alternative title: Cortesie per gli Ospiti

yeyo

  • 6351 messages
  • 4613 votes

Misschien is het de ramptoerist in mij, maar ik heb enorm genoten van dit jaren '90 draakje. Co-productie, allerlei grote namen, groot budget dat nooit een return of investment zou halen, Badalamenti soundtrack, weelderige set designs, Armani pakken en dat voor een erotische B-thriller met de allure van een stuiverromannetje, allemaal au sérieux en met veel bombast gebracht. Wat een geweldige periode toch, toen sleazebags zoals Joe Esterhaz een miljoen dollar konden verdienen met het neerpennen van vunzigheid. Ook de vertolkingen zijn van een 'slechtheid' die eigenlijk hilarisch en bijna artistiek is. Walken, die op een soort krampachtige wijze iedereen zijn vaag 'levensverhaal' komt vertellen, is het toonbeeld van een ongemakkelijke vertaling van boek naar scherm, maar daarom niet minder intrigerend. Of hoewel, misschien is Schrader wel subtieler dan we denken en zag hij dit zelf als één grote grap. Dat de man oprecht gevoel voor humor heeft, blijkt uit de non-sequitur scène waar de poetsvrouw in het hotel van de hoofdpersonages luidkeels PERMESSO roept, uiteraard slechts nadat ze reeds de kamer binnenstormde. Toch een bemoeiziek volkje, die Italianen.

Contact (1997)

yeyo

  • 6351 messages
  • 4613 votes

De ontknoping van Contact biedt een redelijk interessant dilemma omtrent wetenschap vs. religie. Alleen spijtig dat de twee daaraan voorafgaande uren dodelijk saai en hopeloos langdradig zijn.

Contagion (2011)

yeyo

  • 6351 messages
  • 4613 votes

Sterke thriller die de clichés van draken als Outbreak vermijdt en de gelijkaardige thematiek intelligenter aankaart. Ook stilistisch zeer interessant: stijlvol en afstandelijk in beeld gebracht met een toepasselijke, pulserende soundtrack.

Conte d'Été (1996)

Alternative title: A Summer's Tale

yeyo

  • 6351 messages
  • 4613 votes

Ietwat goeduitziende maar bijzonder duffe student wiskunde annex folkartiest komt op een doelloze vakantie aan de Normandische kust (die in zijn desolaatheid warempel veel weg heeft van onze Belgische kust) in contact met drie toffe meisjes. Gaspard is zowat de mannelijke versie van de typische Rohmer protagonist, met name Delphine in Le Rayon Vert: een rare mix van onzekerheid en arrogantie. Voortdurend verheven doen over groepsdynamiek, maar als puntje bij paaltje komt zich toch snel uitgesloten voelen. Het is in ieder geval het ultieme boegbeeld van wij beta-males: prachtig hoe twee dominante vrouwen hem totaal als speelbal gebruiken en hij blijft 'twijfelen'.Tegelijkertijd lijkt hij het minste aandacht te hebben voor Margot, zijn klaagmuur en degene die hem uit zijn isolement helpt, de enige met wie hij echt een rapport heeft. Zij ondergaat zijn eindeloze zeldmedelijden en defaitistische uitspraken met de nodige dosis optimisme. Schitterend personage. Ook geweldig dat Gaspard, zoals het de navelstarende nerd betaamt, uiteindelijk alledrie vrouwen laat zitten om ergens een soort van cassettespeler te gaan kopen.

Ik ben het totaal oneens met de, inmiddels al bijna 10 jaar oude, hier aangehaalde bespreking. Zelden zoiets dom gelezen. Ook al is het duidelijk dat de auteur op een schertensde, nuchtere manier zijn liefde voor Rohmer probeert te betuigen (is dat iets typisch Hollands?), het schiet bij mij volledig in het verkeerde keelgat. Ik kan ook misschien wel kritisch zijn over Rohmer-personages, maar vind ze bovenal erg sympathiek. Het zijn mensen met kleine kantjes, ja ECHT kleine kantjes, niet zo van die negatieve eigenschappen waar we stiekem trots op zijn (kuch kuch Before trilogie) en dat maakt voor mij de personages in zijn films altijd enorm aimabel. Ze zeuren misschien over 'nep-problemen', maar we kunnen toch moeilijk zeggen dat wij (het publiek) daar vreemd van zijn? Vind Rohmer daarenboven echt een stilist. Het is niet omdat hij geen nadrukkelijke camerabewegingen e.d. gebruikte, dat er geen stijloverwegingen in zijn regie op te merken zijn. Ik vind zijn aanpak heel esthetisch. De films van Rohmer gaan 'nergens' over? Heel flauwe en afgezaagde uitspraak. De films van Rohmer gaan, wat mij betreft, over héél veel. Als men zo euforisch kan zijn over Richard Linklater, is het duidelijk tijd voor Rohmer om (her)ontdekt te worden.

Coogan's Bluff (1968)

yeyo

  • 6351 messages
  • 4613 votes

De hier reeds genoemde cultuurclash tussen New York en Arizona is eigenlijk bijzonder pover uitgewerkt en bestaat louter uit dezelfde soort kwinkslagen “woehaa, mooie laarzen, Ponderosa!” Lachen, gieren, brullen!

De meer interessante cultuurclash is de in Coogan's Bluff aanwezige overgang tussen de klassieke film noir B-film (waar Siegel in excelleerde) en een moderner soort grootstedelijke actiefilm. Het resultaat is een anachronistische mutant van een film, een bijna dadaïstische ervaring waar houterigheid en knulligheid tot stijlkenmerken opgewaardeerd worden, de personages bewegen als mannequins en praten als dronken buitenaardse wezens: “goede pastasaus moet minstens drie uur staan pruttelen!” Neem gerust nog een borrel, ouwe.

Van elke notie van psychologie ontdaan, voelt de film als een kluchtachtige sketch waar Eastwood steeds één of ander decor binnenstrompelt, een non-interactie heeft met wie hij er aantreft, al dan niet een mokkeltje versiert en verdwijnt.

Mijn favoriete scène is zondermeer deze waar Eastwood eerst ligt te rampetampen met het snolletje van het booswicht om zich dan haast moedwillig in de val te laten lokken. Hoe had hij immers kunnen weten dat hij niet ongewapend in een biljartkroeg moet binnenstappen waar het liefje van zijn vijand hem naartoe leidt? De daaropvolgende pandoering is voortreffelijk en doet denken aan de wat kneusjesachtige rollen die Mitchum vroeger vaak vertolkte. Eastwood is hier geen perfecte strateeg of onoverwinnelijk krachtpatser (met Calahan zou hij het MAGNUM startschot geven van de one man army helden), maar een loebas die zich systematisch in de nesten werkt, gewoon, voor de fun.

Cool Abdoul (2021)

yeyo

  • 6351 messages
  • 4613 votes

Zo aanstekelijk Gents als een sappige Gentse waterzooi in sent-moartens-loeetem! Deze 'Cool Aboul' leent zich bovendien perfect voor een 'moe 'k kleuppe?' double bill met Firmin: twee niet al te snuggere, maar goed bedoelende boksende loebassen. Natuurlijk hangt de film aan elkaar met scenaristische en visuele clichés. Enkel in een 'urban drama' zullen mensen hun conflict bijpraten terwijl ze nonchalant op een schommel leunen. Daarenboven lijkt dit 'ware feiten' relaas wel errug geromantiseerd. Het intimiderende aura van de echte Abdoul leek als het ware boven de productie te zweven, waardoor, zoals vaker in biografische films over geweldenaars, de protagonist altijd zijn trots mag behouden. Het was immers steeds de schuld van een ander. Zo lijkt het weinig plausibel dat Abdoul tijdens zijn gloriejaren nooit zelf van het verboden spul geproefd heeft en de film lijkt dit impliciet zelfs te erkennen, via de notie dat 'zijn bokscarrière in het slop geraakte door zijn buitenwipper bijverdienste'. Maar dat is natuurlijk allemaal bijzaak in deze film die sympathiek, goed geacteerd en onderhoudend is en af en toe ons op een momentje van spontane poëzie verrast. Zo worden we plots getrakteerd op, geheel non-functioneel, een 21ste eeuws Vlaams stilleven, bestaande uit een Vlaams braakland, zwerfvuil al dwarrelend in de wind en een S-trein die op de achtergrond voorbij tuft.

Cop Land (1997)

yeyo

  • 6351 messages
  • 4613 votes

Een aardige, doch zeer routineuze politiethriller die zich vooral door de geweldige cast van zijn genregenoten weet te onderscheiden. Harvey Keitel en Robert Patrick hebben natuurlijk rasechte karakterkoppen om corrupte flikken te vertolken. Maar vooral van Stallone's acteerprestatie was ik onder de indruk. Hij benadert zijn rol met enorm veel subtiliteit, al liggen dat soort underdog-personages hem natuurlijk wel. Opmerkelijk is dat hij maar liefst 30 kilo bijkwam voor deze rol, van toewijding gesproken.

Qua opbouw en plotontwikkeling stelt het natuurlijk bitter weinig voor, al slaagt de film er wel in sober te blijven. Noch het verhaal noch de actie escaleert (zoals meestal in dit soort films) en het geweld beperkt zich vrijwel tot een grimmige, western-achtige shoot out op het einde.

Copie Conforme (2010)

Alternative title: Certified Copy

yeyo

  • 6351 messages
  • 4613 votes

Wat me opvalt aan Copie Conforme is dat zelfs de negatieve uitlatingen enigszins suggereren dat we hier met een 'meesterwerk' te maken hebben. Is kritiek als 'ontoegankelijk', 'pretentieus' en 'droog academisch' soms zelfs geen bevestiging van de echte kwaliteit van een film? Daarom wens ik de kritiek over een heel andere boeg te slaan, door te stellen dat Copie Conforme inhoudelijk gewoon ronduit banaal is.

De film propageert nl. een uiterst simplistische, epicuristische (het speelt zich natuurlijk in Toscane af) levensvisie: de waarheid komt uit een kindermond, het zijn de kleine dingen die tellen in het leven en 'free spirits' zijn de gelukkigste mensen op deze aardkloot. Theorie en inzicht, wat heb je eraan? Het leven draait toch om 'gevoel'? De personages lijken dan ook beurtelings de rol van archetypische verbitterde intellectueel aan te nemen, om te demonstreren hoe het dus niet moet. De stelling rond het centrale thema lijkt daarboven te zijn dat kunst per definitie een inferieure kopie is, aangezien het toch slechts om een weerspiegeling van de werkelijkheid gaat. Don't bite the hand that feeds you, Kiarostami!

De relationele twist en het constant in vraag stellen van de 'realiteit' zijn nog enigszins interessant te noemen en ook de haarscherpe, stralende cinematografie is indrukwekkend. De film kent daarnaast een aangename meanderende stijl, alleen spijtig dus dat het op inhoudelijk vlak grotendeels onuitstaanbaar is.

Corpi Presentano Tracce di Violenza Carnale, I (1973)

Alternative title: Torso

yeyo

  • 6351 messages
  • 4613 votes

Deze Italiaanse giallo heeft een erg leuk sfeertje en een geweldige soundtrack, maar is vanwege zijn extreem amateurisme niet bepaald genietbaar. Waar de gore in dit soort film meestal uitblinkt, is het hier (net als in Martino's The Mountain of the Cannibal God) vreselijk ondermaats. Zelden moordpartijen gezien die zo nep lijken.

Het vrouwelijk schoon is gelukkig ruimschoots aanwezig, maar helaas acteren ze beroerd. De misogynie viert natuurlijk hoogtij. De vrouwelijke hoofdrolspelers worden als lustobjecten voorgesteld, er zijn er zelfs twee die elkaar wel 'ns vrijblijvend bepotelen. Niet dat dit uitgediept wordt of verdere relevantie heeft met de plot.

De ontknoping is al even lachwekkend als voorspelbaar en het eindgevecht blaakt van amateurisme. (die geluidseffecten ) Zeker geen hoogvlieger binnen het genre, maar toch vermakelijk.

Corps de Mon Ennemi, Le (1976)

Alternative title: Body of My Enemy

yeyo

  • 6351 messages
  • 4613 votes

Ik volg je verhaal, Mosvin, maar ikzelf heb me toch laten inpakken door de misplaatste grandeur van dit werkje. De thematiek over venijnige bourgeoisie intriges en post-Pétain paranoia in een klein stadje is er één die uit de koker van Chabrol had kunnen komen, niettegenstaande de NV-lieveling zich allicht niet zou bezondigen aan de kluchtigheid en de gezwollen symboliek van Verneuil. Het voelt bij wijlen als een soort komische variant op Once upon a Time in America, met eindeloze flashbacks en het heden en het verleden die naadloos in elkaar overgaan. Dat klinkt allemaal vrij negatief, maar er valt toch heel wat te genieten. Het heeft een goeie 'swing', zoals het wat excentrieke heerschap me voor de vertoning toevertrouwde. Enkele valse noten, zoals de luchtige subplot met de groteske travestiet. Hier en daar probeert Verneuil op aandoenlijk onbeholpen wijze nog iets te zeggen over de modernisering (de komst van HLM's door de Franse bevolkingsaangroei in de jaren '70), iets dat hij zowel in vorm als in inhoud in de film verwerkt. Eén van de personages bezit een 'state of the art' indoor golfterrein, met een scherm waarop een zichzelf aanpassend grasveld geprojecteerd staat. Even later gebruikt Verneuil zelf dezelfde 'technologie' om in de herinneringen van Belmondo een enorme krater te laten overgaan in de stripclub die er ooit stond - en waar hij uitbater van was. De melancholie van dit moment is extra treffend, als we bedenken hoe een real life Belmondo zich een drietal decennia later gevoeld moest hebben toen hij Barbara Galdofini het hof maakte in de Oostendse nachtclub The New Dreams. Geef ze maar eens van jetje, Jean-Pol!

Cosa Avete Fatto a Solange? (1972)

Alternative title: Solange

yeyo

  • 6351 messages
  • 4613 votes

Echt een prachtige giallo. Zijn grootste troef is dat de nadruk ligt op de romances, intriges en de personages. Die zijn trouwens allemaal zeer overtuigend neergezet, Testi is hier minstens even goed als Franco Nero. De moorden zijn dus eigenlijk maar bijzaak en dat weerhoudt de film van een soort Italiaans detective verhaaltje te zijn. Ook de ontknoping is bijzonder aangrijpend. Allemaal zeer dromerig in beeld gebracht begeleid door de wondermooie soundtrack van Morricone.

Coup de Chance (2023)

yeyo

  • 6351 messages
  • 4613 votes

De teneur bij elke nieuwe Woody Allen luidt dat het "toch niet één van zijn beste is". "Toch niet even goed als Annie Hall." Wat dat ook zou mogen betekenen. Bij een veelfilmer als Allen lijkt het mij echter niet wenselijk om abstractie te maken van elke individuele prent en is het eerder aangewezen om het oeuvre in zijn geheel te beschouwen. Het is ondertussen een monumentaal compendium geworden, een wereld op zichzelf. Met de beste wil kan ik niet begrijpen dat filmjournalisten er een sport van maken om elke nieuwe Allen opnieuw de grond in te boren, met dezelfde argumenten. Hoeveel filmmakers zijn er überhaupt nog die ongeveer jaarlijks een nieuwe prent inblikken, zelf het scenario schrijven, nagenoeg totale artistieke vrijheid genieten en toch nog ergens deel uitmaken van het establishment? Zoals het wel vaker gebeurt, verwacht ik dat de latere films van Allen na zijn dood op waarde geschat zullen worden. Persoonlijk vind ik dat hij sinds Blue Jasmine een renaissance doormaakt en dat sommige van zijn meer recente films (Rifkin's Festival, A Rainy Day in New York, Wonder Wheel, Café Society) heel wat ingenieuzer en formalistisch uitdagend zijn dan wat hij tijdens de jaren '00 maakte.

Wat mij betreft is deze Coup de Chance ook een schot in de roos. Omwille van zijn plot zal de film natuurlijk het verwijt horen dat het afkooksel van Match Point is. In tegenstelling tot de sluimerende suspense van Match Point, is Coup de Chance meer een soort pastiche van de potboiler. Reeds in het begin geeft Allen via foreshadowing op bijna schaamteloze wijze de ontknoping prijs. Het is een vorm van blufpoker die hem goed afgaat. Kwatongen zullen beweren dat Allen Parijs filmt met de myopische blik van een New Yorkse boomer. Het is inderdaad weinig plausibel dat een bohémien-achtige schrijver (personage van Schneider) "om de hoek" van Avenue Montaigne zou verblijven. Misschien is hij net als Gatsby Welles een pokerfenomeen? Ook het manuscript waar hij aan werkt, schreeuwt Shakespeare & Company fetisjisme. "Het speelt zich af in Parijse jazz bars en gaat over de ironie van het leven." Wie bezoekt er ooit Parijse jazz bars, met uitzondering van bejaarde Amerikanen? En ironie?? Daar staat de Franse literatuur niet bepaald bol van. De tortelduifjes eten elke middag een broodje in Jardin de Luxembourg (op een klein uur wandelen van de Avenue Montaigne), terwijl in openlucht luchen waarschijnlijk bij politiereglement verboden is in Parijs. Het is Central Park niet, Allen!

Hoewel het personage van Schneider effectief het zoveelste Allen alterego vertolkt, is het wel opvallend dat de leefwereld van power couple de Laâge en Poupaud cultureel zeer overtuigend overkomt. Hiermee bewijst Allen voor mij dat hij wel degelijk een culturele sensibiliteit bezit, maar gewoon zin heeft om gedeeltelijk zijn eigen idées fixes op Parijs te projecteren. Het gevoel voor weelde en detail in het huishouden van het rijke koppel is ook verbluffend te noemen, ik waande me haast in een film van Ophüls. De cinematografie van Storaro wordt ook met de film kubistischer: de onheilspellende blauwe neon gloed in de interieurscènes in het appartement van Poupaud, geeft de film een onthechtend kantje, vergelijkbaar met Brian De Palma's 'late style' meesterwerk Passion.

Is de ontknoping niet nogal flauw? Mogelijks wel, maar de laconieke en speelse toon van de film maakt het verteerbaar. Allen wil gewoon een sappig fait divers verhaaltje opdisselen, zijn personages gezellig Hitchcockiaans laten speuren en afsluiten met een gevatte judeo-brooklynese levenswijsheid.