Opinions
Here you can see which messages yeyo as a personal opinion or review.
Pain & Gain (2013)
yeyo
-
- 6351 messages
- 4613 votes
Grotesk, over-the-top, volstrekt amoreel.. Ik heb er van genoten. Pain & Gain leest het best als een soort comic book omdat Bay elk frame volpropt met de meest uitzinnige taferelen. Een zelfbewuste cultivatie van slechte smaak en consequent doorgedreven in zijn stijl met glansrollen van Wahlberg als enge manipulator en The Rock als super beïnvloedbare GVR. Veel beter te behappen dan Bay's andere films: die Bad Boys zijn minstens even degoutant als de Sun Gym crew, maar worden toch nog als helden voorgesteld. Het is door dit gebrek aan dramatische context en geen enkele band met de werkelijkheid, dat je het Bay haast niet kwalijk neemt dat hij een griezelig waargebeurd verhaal voorstelt als een soort opgepompte Three Stooges short.
Paradise Beach (2019)
yeyo
-
- 6351 messages
- 4613 votes
Stond ik net op het punt een snoepreisje naar Phuket te boeken... blijkt dat ondertussen een permanente vakantiekolonie voor Maghrebijns-Frans schorriemorrie te zijn geworden! Bedankt voor de waarschuwing, liefste Paradise Beach! Over de film: ik verwachtte het slechtste, gelet op het algemeen gekende opportunisme van Netflix-producties en de werkelijk vernietigende kritiek van zowel de gewone man als de broepscritici (wat naïef van mij dat ik daar nog steeds enige waarde aan hecht...). Aanvankelijk wist de film mij wel te behagen: de cast bestaat hoofdzakelijk uit Franse rappers, die naast grappige namen ook de meest absurde boventronies hebben: Seth Gueko ziet er als een soort middenklasse fitnessfreak die zich lid van MS-13 waant. Het gelaat van Kool Shen lijkt op een steengroeve, een soort huidtextuur die we bij acteurs niet meer zagen sinds de jaren '40 (toen iedereen nog filterloze sigaretten met veel teer rookten en de straten permanent bedwelmd waren door uitlaatgassen). Nessbeal lijkt dan weer het gangsta rap antwoord op Rataplan (de hond van Lucky Luke). Hoe we met het hoofdpersonage meegaan in de groezelige onderwereld van Phuket is wel opwindend. Alle personages zijn even antipathiek (met uitzondering van de pacifistische kerel gespeeld door Hubert Koundé, Hubert uit 'La Haine', een gevoelige ziel die een beetje verloren loopt tussen de andere speknekken), hun gedrag is afstotelijk, er heerst een sfeer van wantrouwen en voortdurend lijkt er dreiging op de loer te liggen "Wie denkt dat geweld niets oplost, mept gewoon niet hard genoeg" verkondigt één van de personages.
Helaas probeert de film hierna de kijker op het verkeerde been te zetten met allerlei intriges en double crosses. Het verzandt in een onoverzichtelijk toneelstukje waar de personages elkaar op lukrake wijze neerknallen. Gaandeweg krijgen we ook nog wat zeurderige wraakfilosofietjes te horen: zo stelt het hoofdpersonage apetrots dat hij tijdens zijn gevangenisstraf van 15 jaar boeken lag te lezen, terwijl z'n matties volop kathoeys aan het naaien waren. "Ik las onder andere een boek van Macchiavelli" Precies wat ik zou verwachten van zo'n sociopathische would-be kapitalist. The Art of War van Sun Tzu ook verslonden, neem ik aan? Hmm, nee, geef me dan toch maar zo'n kathoey!
Paris (2008)
yeyo
-
- 6351 messages
- 4613 votes
Je moet het maar durven, als Franse cineast een film 'Paris' betitelen en dan ook daadwerkelijk ambiëren om, binnen een speelduur die met het monumentale flirt (130 minuten is echt zowat de demarcatielijn tussen een 'normale' film en een epos) een caleidoscopisch portret te schetsen van de lichtstad, al zijn inwoners en hun toevallige ontmoetingen. Alleen zijn de ontmoetingen helemaal niet zo toevallig, 'De bakker, de vluchtingen en de dames die een modeshow bezoeken' kruisen elkaar voortdurend en je waant je bij wijlen in het openingsnummer van Belle en het Beest. Dit druist toch wat in tegen de opzet van de film over de stad als entiteit "zonder kop of staart" (zoals het personage Luchini het, Baudelaire parafraserend, op een gegeven moment stelt), aangezien Paris weinig spontaniteit kent en de ontwikkelingen net heel bedacht overkomen - bij wijlen op het manipulatieve af (de cross-cutting tussen het Parijse luxenleventje en de Kameroense ontberingen zijn echt onuitstaanbaar moraliserend).
Vanwege de goede inborst van de film kan je dit soort kunstmatigheid echter wel vergeven. Je ziet dat Klapisch oprecht gelooft in zijn optimistische levensvisie van harmonie en samenhorigheid, hoe sentimenteel en vergezocht de ontknoping (“laten we allemaal samen dansen en seksen of allebei”) ook mag wezen. Het is een mixed bag, deze Paris. Bij wijlen zorgt Klapisch echt voor magische momenten; ik denk aan de ‘rock n roll hoochiekoo’ van Luchini (is er iets wat die man niet kan?) of de ultragladde charmeur die een in de liefde gedesillusioneerde dame stelt dat ze op homeopathische wijze opnieuw mannen in haar leven moet toelaten, tout doucement.
Langs de andere kant zijn er ook tenenkrullend kitscherige scènes; bobo-ecolo Klapisch vertilt zich aan voorstellingen van milieus die hem vreemd zijn (de onbehouwen doch charmante marktkramers en hun uitgebreid banket, een scène die uit The Deer Hunter weggelopen lijkt) en Juliette Binoche is – zoals meestal – hopeloos miscast. Steeds zien we haar in rollen opduiken van muizige muurbloempjes, hier speelt ze een sociaal assistente (toegeven, Binoche is wel geknipt als bureaucraat met ergerlijke pedagogie) die steeds enorme hoeveelheden fruit op een markt gaat kopen omdat dit blijkbaar de enige plek is waar ze aandacht van mannen kan krijgen, maar weigert zo’n rol met de nodige ingetogenheid te spelen. Ze blijft zich als flamboyante diva gedragen en, in tegenstelling tot bv. Isabelle Huppert, neemt ze zichzelf enorm au sérieux en kan ze zichzelf enkel als seksbom beschouwen, zelfs in de weinig overtuigende momenten waar ze ‘warrig haar’ heeft of een ‘gekke bek’ trekt.
Om op een positieve noot af te sluiten, ik apprecieer wel het geografisch inzicht van Klapisch, die naast de gekende Parijse landmarks ook even tijd maakt voor de periferie en ons meeneemt naar Rungis – één of ander industrieterrein. Klapisch laat ons de verborgen schatten van dit onooglijk niemandsland ontdekken want ja, zelfs in dit soort vergeten uithoek biedt Parijs naast wegrestaurants met een uitgesproken retrocharme (Le Quincy), evenzeer mondaine zeevruchtenbrasseries (à la Marée) , waardoor de woorden van het personage van Luchini plots een bijzondere diepgang krijgen: Parijs, een plek van weelde, kalmte en wellust.
Pas de Vagues (2023)
Alternative title: The Good Teacher
yeyo
-
- 6351 messages
- 4613 votes
Ha, de Franse publieksfilm. Een universum waar 90% van de bevolking 'prof' is. En leraars blijven insisteren dat je geen toekomst hebt als je geen de Ronsard leest. Franse poëzie lijkt immer 90% van het curriculum uit te maken. Het lijkt me wel een hele beproeving om in Frankrijk te wonen, zeker ergens in de banlieus. Je woont armzalig, je bent slecht gekleed, maar je moet wel voortdurend op een ergerlijk pedagogische wijze ambtelijke discussies voeren. De personages lijken verstrikt in bureaucratie. Wanneer het hoofdpersonage aan het begin van de film bedreigd wordt door de broer van het vermeende slachtoffer, riposteert hij simpelweg: "ik duld dergelijke bedreigingen niet!" De geweldenaar bindt dan ook effectief in. Het ambtelijk protocol respecteren, dat is wel het minimum minimorum van de waarden van La République. Daarna is er ook een heel ergerlijke scène waar men één van de leerlingen wil betrekken in het eeuwige administratief bedissel van de leerkrachten. "Laat haar antwoorden, ik heb jou niet het woord geadresseerd." (sorry, ik vertaal het even letterlijk, gewoon om te benadrukken hoe ambtelijk die verdraaide Fransen wel niet spreken). Eigenlijk is de film wel best goed gemaakt en entertainend en gelukkig niet te lang. In Hollywood zou dit soort prent ondertussen een running time van 150min hebben. Ik weet wel niet wat ik de grootste cop out vind, dat de vrouwelijke leerlingen het personage van François Civil een creep zouden vinden en zijn eventuele avances onwenselijk, of dat we moeten geloven dat hij homoseksueel is. Hadden ze nu niet iemand kunnen casten die wat meer rare maniertjes heeft of ongemakkelijk overkomt? Civil is zowat het prototype van de ultra-heteroseksuele hunk, ik kon de scènes met zijn boyfriend nauwelijks au sérieux nemen. Bovendien is het wel erg heteronormatief om aan te nemen dat een man die een relatie met een andere man heeft simpelweg niet geïnteresseerd zou kunnen zijn in een jong meisje. Bovendien, iedereen weet dat in de banlieus 'homoseksueel' en 'pedofiel' gewoon inwisselbare scheldwoorden zijn, dus het is weinig geloofwaardig dat hij hierdoor off the hook zou zijn. De film is wat wereldvreemd, de 'shock video' van de prof die op een gegeven moment op Tik Tok circuleert is wellicht het meest gay dat de makers konden bedenken: Civil die met een kleurig hemd op de cremaillere van zijn petekindje of zo een kir royale teveel op heeft en een beetje staat te dansen op een cheesy eurodance nummer uit de jaren '90. Hedendaagse cinema gunt ons bovendien geen mysterie meer: het maakt nog een zekere impact dat we aanvankelijk slechts flarden van deze video te zien, dat maakt de ongemakkelijkheid en paniek voelbaar. In de eindcredits krijgen we om onduidelijke redenen de video in volle ornaat te zien. Waarschijnlijk dacht die ijdeltuit Civil: ik heb niet voor niets leuk zullen doen, nu zullen jullie het verdorie moeten ondergaan.
De film eindigt met het oorverdovend kabaal van een brandalarm. Dit lawaai leek volgens mijn vader een hommage aan het slot van Les 400 Coups te zijn. Dat vind ik wel errrrug veel lof!
Passagers de la Nuit, Les (2022)
Alternative title: The Passengers of the Night
yeyo
-
- 6351 messages
- 4613 votes
Ha, het Parijs van de jaren '80. Krantenkiosken, mobilettes, nachtradio, de overwinning van Mitterand, new wave muziek, uitstapjes naar de Bains Douches. Een grimmig, opaque tijdperk - dat naast een boom van massaconsumptie, zelfverrijking en decadentie ook gekenmerkt werd (tenminste in België in Frankrijk) door sociale onlusten, terrorisme, grauwheid, grootstedelijk verval, vuilnis, verloedering en de lokroep van het kwaad (m.n. de opkomst van Front National - een bijna occulte beweging). Het is in het midden van deze werkelijk opzwepende tijden dat Les Passagers de la Nuit zich situeert. Je voelt dat regisseurs Hers mijn fascinatie voor de groezelige esthetiek van dit decennium deelt; zo trakteert hij ons op een reeks schijnbaar willekeurige archiefbeelden - die niettemin uiterst betekenisvol overkomen. Sindsdien is er niet zoveel veranderd, anders lijkt gewoon wat sterieler en killer geworden.
Naast loutere nostalgie of jeugdherinneringen, lijkt Herz ook nostalgisch naar een zekere traditie binnen de Franse cinema. De traditie van de éducation sentimentale, waar de eerste verliefheden de katalysator van het grootstedelijk adolescentenavontuur zijn. Net als in Seize Printemps, lijkt Herz een verstevigde burcht te willen oprichten, een burcht van traditie van de Franse coming of age film, een instituut dat uiteraard onder vuur ligt door woke feministen als Adèle Haenel. Het is daarom niet verwonderlijk dat Charlotte Gainsbourg de hoofdrol speelt, werkelijk een spilfiguur van de Franse coming of age film, met glansrollen in L'effrontée en La Petite Voleuse. Daarnaast is zij natuurlijk ook de dochter van Serge Gainsbourg, die het hele fenomeen van Franse adolscentie moderniseerde en zelfs op haar 50ste heeft Charlotte Gainsbourg de aarzelende, kirrende charme van Lemon Inceste behouden. Daarnaast bestaat de film voor een groot gedeelte uit een jubelende hommage aan Pascal Ogier - die halfgodin van de Franse cinema die het Parijs van de jaren '80 werkelijk belichaamde. Qua vormgeving kiest Herz - enigszins vergelijkbaar met Audiard in het recente Les Olympiades - voor een wat futuristisch aanvoelend design, met nadruk op hoogbouw en minimaliste flats met art deco afwerking.
Het is allemaal nogal zoetsappig en conventioneel, maar ach, soms hebben we toch gewoon nood om ons te laten meeslepen door Et si tu n'éxiste pas van Joe Dassin?
Patser (2018)
Alternative title: Gangsta
yeyo
-
- 6351 messages
- 4613 votes
Patser is het filmisch equivalent van een met Cheetos besmeurde joggingbroek. Dat bedoel ik als een compliment. El Arbi & Fallah hebben eindelijk een film gemaakt die trouw blijft aan hun persoonlijkheid, een film die niet gebukt gaat onder door Hans Herbots opgelegde moraallesjes of melodrama. Ze mikken niet meer op Scorsese of Spike Lee, maar huldigen hun echte idool: Michael Bay. Net als Pain & Gain van laatstgenoemde is Patser een hyperkinetische aanslag op de zenuwen, een schaamteloze verering van wansmaak. Maar het is tenminste een oprechte lelijkheid. Je kunt het zowat vergelijken met twee 12-jarigen die net een nachtelijke filmmarathon hielden en bij het ochtendgloren helemaal hyper van adrenaline, Golden Power en slaapdeprivatie elkaar bestoken met half-correcte citaten. Passeren de revue: Kickboxer, Saw, Scarface, Gaston & Leo.. Sommige stilistische keuzes zijn te achterlijk voor woorden (zoals die zwarte balkjes bij het drugskartel - je kunt je zo inbeelden hoe schaapachtig de crew hier in meeging "alez, kei tof idee, gasten"), maar toch is het onterecht om El Arbi & Fallah weg te zetten als twee hersendoden. Ze springen creatief om met couleur locale en vergroten Antwerpse clichés (Homans 'racisme is relatief' uitspraak, 't Zuid dat wordt weergegeven als een soort Park Avenue..), maar halen eveneens hun eigen gemeenschap door de mangel: denk maar aan hoe 'rochelen over de balustrade' als een leitmotif wordt voorgesteld in het leven van de draries of de duidelijke sneer naar die gladde shysters van Antwerps advocatenkantoor Souidi. Teveel eer wil ik het duo ook niet geven, op andere momenten glorificeren ze dan weer een Trumpiaans anti-intellectualisme, een verschraling van onze cultuur eigen aan de tijdsgeest (zoals de bedenkelijke keuze om de zonde 'gramschap' te vervangen door 'woede', want wejoow enkel blanke zemmers gebruiken deze zieke woorden, tfoe). Maar, net als bij Trump, kunnen wij nihilisten hier vrede mee nemen: als we dan toch ten onder gaan, mag het op z'n minst een beetje amusant zijn.
Pawnbroker, The (1964)
yeyo
-
- 6351 messages
- 4613 votes
The Pawnbroker werpt je vanaf de openingsbeelden in zijn bevreemdend universum: een schijnbaar idyllische flashback, gevolgd door een wat grotesk suburbia tafereel in Long Island. Vervolgens komen we in het hol van de leeuw terecht: het chaotische, ongrijpbare Harlem van de jaren '60, vol van braakliggende loten, bouwvallige tenements en schimmige handelspanden. Zo ook het winkeltje van the pawnbroker, gevestigd op 1642 Park Avenue. Laat je door deze straatnaam niet in de waan brengen dat het over een luxe pawnshop zou gaan, het glamoureuze deel van de laan begint slechts twee mijl zuidwaarts.
Deze pawnbroker, magistraal vertolkt door Rod Steiger, behoudt immer zijn koelte wanneer hij prullaria van de lokale junkies en daklozen in pand neemt. Zijn onverstoorbaar aura deed mij denken aan het flegma van de lokale videotheekuitbater hier vroeger. De pawnbroker verpinkt niet om een frauduleuze cheque uit te schrijven voor onbestaande renovatiewerken en ontvangt cash-money. Ook toen al waren louche handelszaken een draaischijf voor zwart geld en het zijn precies deze kleine ondernemingen, de ruggengraat van de economie, die grootsteden zo een fascinerende plekken maken!
Enigszins teleurstellend is dan ook dat de pawnbroker plots enorme wroeging krijgt, wat bovendien niet geheel geloofwaardig overkomt. We krijgen de indruk dat wij al twintig jaar haast permanent omgeven is door grootstedelijk verderf, maar plots komt hij tot inkeer en wij kijkertjes zijn daar bevoorrechte getuigen van? Nou moe! Ondanks de ultramoderne stilering van de film, de hectische jazz soundtrack die opzettelijk enerverend lijkt en het hyper-realistische karakter van de setting, krijgt de film vanwege deze voor de hand liggende story arc iets erg moraliserend. Je krijgt zelfs het gevoel dat The Pawnbroker het pad geëffend heeft voor hedendaagse Hollywood prestige films, die altijd een ergerlijke nadruk op martelaarschap leggen. Ik blijf de film relatief goed gezind, de symboliek ligt er immers niet té dik op. En dan jaagt het hoofdpersonage plots een nagel door zijn handpalm. Shop keep, hoeveel voor deze special edition Blu-Ray van The Pawnbroker? Eén dollar? Verkocht.
People under the Stairs, The (1991)
yeyo
-
- 6351 messages
- 4613 votes
Tot mijn afgrijzen stel ik vast dat Brian De Palma anno 2019 officieel tot de hipster-canon is toegelaten, daarom hebben ik en mijn acolieten besloten om bij wijze van tegenbeweging niet Brian, maar wel Wes Craven te kronen als belangrijkste Amerikaanse auteur van de jaren '70 / '80. Om deze dwaze, aanstellerige en bij voorbaat mislukte positionering ook maar iets van legitimiteit te geven, ben ik aan een mini Craven retrospectieve begonnen.
Deadly Friend en Deadly Blessing waren op hun eigen onvolmaakte manier twee fijne meesterwerkjes, deze People under the Stairs... nou, kan beter!
De film lijkt gemaakt als pure fan service naar de Fransen die 'monsieur Crévène' natuurlijk al decennia als auteur aanschouwen (die krengen zijn me natuurlijk voor), de Cocteau de chez Cocteau met z'n malle droomwerelden altijd. Om die Fransozen helemaal een orgasme te geven, heeft Craven People under the Stairs zelfs opgevat als een soort remake van Moonfleet, de onbetwiste favoriet van iedere hoogbejaarde Franse cinefiel (maar dan in een boom box ghetto context, waardoor dit zowat betekent voor Moonfleet wat The Wiz voor The Wizard of Oz betekende).
Het resultaat is een stuurloos boeltje. Het was een heel 'persoonlijke' film voor Craven en hij schreef ook zelf het scenario. Maar eigenlijk mag je een regisseur nooit carte blanche geven, krijgen die lui allerlei gekke ideeën van. Dan willen ze plots hun 'visie' met de wereld delen en dat soort dingen. Idealiter is er een strenge, opressieve, puur op geld beluste machinerie aanwezig die dit soort megalomane ventjes in het gareel houdt. Ze kunnen zich dan verzetten tegen de beperkingen van het systeem, binnen de contouren bescheiden beeldenbestormend te werk gaan of naar de marge verhuizen als goede bohémiens. Zoals iedereen weet, zijn macht en onderdrukking de sleutels van de vooruitgang. Craven maakt er hier dus een rommeltje van, People under the Stairs is tomeloze kolder. Wel leuk en fantasierijk in beeld gebracht, maar begint allemaal snel op de zenuwen te werken en duurt minstens 20min te lang.
Erger nog: de aanwezigheid van 'satire'. In deze verderfelijke tijden waar beroepsmongolen op Indiewire dagelijks tien artikels mogen schrijven Why Elevated Horror Is Changing The Way We Think About Genre, is het heel erg bon ton onder de cinefiele goegemeente om te doen alsof satire een noodzakelijk ingredient is van de horrorfilm, of er ook altijd wel lekker over de maatschappij geëmmerd moet worden en zo. Onzin natuurlijk. Meestal maken die schrijvers zich onsterfelijk belachelijk door elke horrorfilm uit de jaren '70 'een allegorie van de Vietnam oorlog' te noemen en dat soort flauwekul. Maar in People under the Stairs is het zo 'impliciet' of 'verzonnen' niet, maar wordt de satire je in de smoel gewreven: gentrification? slecht! reagan? slecht! kapitalisme? slecht! Vrij overbodig allemaal. Sterker nog, satire moet kost wat kost vermeden worden, het is een sluipend gif, de bron van alle kwaad, de erfzonde van de cinema. You coulda been a contender, Cravey, ik zal dan maar Joe Dante nomineren als Grootst Amerikaans Cineast.
Père Noël A les Yeux Bleus, Le (1966)
yeyo
-
- 6351 messages
- 4613 votes
Perfecte film voor tijdens de feestdagen! Ik zag eergisteren ook een Rohmer en moet bekennen dat ik diens dialogen een pak virtuozer vind. Misschien is het geen goede vergelijking, maar ik had (net als bij La Maman et la Putain trouwens) weer wat moeite om in de film geraken omdat ik het aanvankelijk nogal artificieel vond (kreeg de indruk dat Eustache Bresson soms een beetje wil nabootsen). Toch begon ik de film gaandeweg te appreciëren, al is het maar omdat Eustache zijn eigen opmerkelijke persona altijd zo duidelijk in zijn films verwerkt. Hij week duidelijk nogal wat af van andere Nouvelle Vague grootheden en daarom vind ik hem zo interessant: een beetje een misantropische, cynische loner met een passie voor agressieve versiertrucs (mooi dat 'meisjes stiekem bepotelen' na Mes Petites Amoureuses een wederkerend thema lijkt
). Ook een heel uitgesproken gevoel van gelatenheid, wat extra in de verf wordt gezet door een compleet lak aan structuur. De film lijkt op een gegeven moment ergens naartoe te bouwen, maar eindigt dan plots wanneer Leaud en zijn vrienden op een compleet onbeduidende nieuwjaarsavond naar een bordeel besluiten te trekken al luid scanderend: "We gaan naar de hoeren! We gaan naar de hoeren!"
Petite Amie, La (1988)
yeyo
-
- 6351 messages
- 4613 votes
Luc Béraud zondigt aan een ongeschreven regel bij het openen van La Petite Amie: start nooit een film met een oersaaie praatscène! Gelukkig volgt een best geinige dialoog tussen klasbakken Poiret en Villeret en Béraud is iemand die ik eigenlijk alles zou vergeven. Ik zag maar één enkele film van hem, Plein Sud, maar dat is toch een bescheiden meesterwerkje. Ik herinner me haast niets meer van die film, zo gaat dat in het ouder worden, enkel dat hij me vervulde met de meest uiteenlopende geneugten: de adrenalinerush van geldverkwisterij, jezelf als een lamlendige vod door onbetaalbare palace hotels slepen, bereid zijn om alles op te geven voor één of ander goedlachs mokkeltje... wat voelde ik me verbonden met die suicidiaire droopy van een Dewaere.
La Petite Amie heeft de reputatie van een vrij routineuze rom com te zijn (een 'klucht' zelfs als we de bovenstaande plotomschrijving mogen geloven), maar toch is Béraud er wederom in geslaagd om de bitterzoete smaak van het escapisme goed weer te geven. De bezieling waarmee die man treinstations kan filmen, dat moet al van in de tijd van de gebroeders Lumière geleden zijn! We zijn eind de jaren '80, dus uiteraard heerst er een wat naar gevoel over de vakantiesetting: Millet jassen, raclette, obsessie met jong willen doen, akelige Club Med toestanden ("on sort, on rentre, on est tous des copains"). Geestig is ook het terugkerende popnummertje, een zeer rudimentair jungle-synthesizer deuntje dat hoogstwaarschijnlijk speciaal voor de film gecomponeerd werd en moet doorgaan als de 'hippe single van het moment'. Béraud begon zijn carrière als cameraman van Jean Eustache en ofschoon zijn oeuvre weinig raakvlakken lijkt te vertonen met dat van Le Grand Eustache, deelt hij met zijn vorige meester toch een literaire beheersing van de Franse taal en een gevoel voor guitige marivaudages.
Ik zal grif toegeven dat ik de film hoogstwaarschijnlijk ook een niemandalletje zou vinden, als het niet voor de presence en komische timing van Jacques Villeret was. Villeret, de huilende clown van de Franse publiekscinema, die steeds als een soort van proto-incel gecast werd en toch nooit de faam van zijn grote voorbeeld Coluche bekwam. Het is frappant dat Béraud na Dewaere hier opnieuw samenwerkt met één van de meest tragische figuren uit de Franse filmwereld. In het echte leven verdronk Villeret zijn onzekerheden en benoemde hij alcohol als 'un ami qui vous veut du mal'. Ik hoorde eens een anekdote dat Villeret ergens moest optreden, maar net voor de show zenuwachtig werd en zich dus maar ging bedrinken in een aangrenzend café, waar hij vervolgens gespot werd door enkele toeschouwers. Er zijn een aantal momenten in La Petite Amie dat we Villeret erg gulzig zien drinken, zonder dat de plot dit hoegenaamd vereist. Het kan zijn dat ik dit allemaal op de film projecteer, maar toch doet het pijn. "Dites, pourquoi vous ne riez jamais?"
Poison Ivy (1992)
yeyo
-
- 6351 messages
- 4613 votes
Ik kan natuurlijk zeggen dat deze film gewoon een guilty pleasure voor me is.. maar dan zou ik liegen. Na de zoveelste herziening kan ik alleen maar toegeven dat ik een heel speciale band heb met Poison Ivy.
Het is dan ook spijtig dat de film bekend staat als ongeïnspireerde, wannabe Lolita erotische thriller met B-allures. Eigenlijk is het meer een hedendaagse herbewerking van Teorema, waar de intense emoties van de personages centraal staan en toch redelijk afstandelijk aangekaart worden. Want zo onderscheid deze film zich ook van zijn soortgenoten: de 'indringster' Ivy is geen demonische, onmenselijke 'succubus', maar een getroebleerd, verwaarloosd meisje op zoek naar binding en genegenheid: "I hope that when I die, I'll have owned a sportscar. Had a family. A home.. Door het beven van haar stem bij de laatste woorden weet je gewoon dat ze het meent.
Ik zou ook durven stellen dat dit meer een coming-of-age drama is dan een thriller. De plot handelt voornamelijk over oprechte interpersoonlijke relaties en de problemen van jongvolwassenen. Er wordt veel aandacht besteed aan de nogal ongewone, maar plausibele vriendschap tussen Ivy en Sylvia, wat de emotionele lading van de film zeker ten goede komt. De gemoedelijke sfeer krijgt naar het einde toe wel een duister kantje en door het gebrek aan nevenpersonages voelt de sfeer bij momenten redelijk verstikkend en vervreemdend aan. Een scène die qua waanzin wellicht het meest uit het oog springt is wanneer de twee meiden verbeten strijden om de liefde van een verwarde oude hond. But Ivy's got the goods!
Eigenlijk staat die scène zelfs symbool voor de immense verschillen tussen Ivy en Sylvia.
Men zou de film ervan kunnen verwijten te vervallen in voorspelbare clichés (het doden van de moeder), maar hier primeert menselijke emotie evenzeer boven suspense: "She wanted to die! We can all be a family now.." Ook de laatste voice-over van Sylvia is veelbetekenend en mooi.
De enorme ambivalentie zou echter hetzelfde niet zijn zonder de schitterende, helaas nooit uitgebrachte score van David Michael Frank. Muziek die zowel dreiging, mysterie, melancholie, lust als pure droefenis oproept.
Ik blijf erbij: deze film verdient meer aandacht en erkenning.
Poison Ivy II (1996)
Alternative title: Poison Ivy II: Lily
yeyo
-
- 6351 messages
- 4613 votes
Ridicule thriller over een wel heel beïnvloedbaar grietje dat na het lezen van drie paragrafen uit een willekeurig dagboek volledig in de ban geraakt van lust, verleiding en bedrog. Een ware belediging voor de echte fans van het eerste deel.. who am I kidding, ik ben waarschijnlijk toch de enige 
Pont du Nord, Le (1981)
yeyo
-
- 6351 messages
- 4613 votes
Openingsscène is inderdaad het hoogtepunt: de shots van Ogier die op haar brommertje rondtuft plagerig herhalend gecrosscut met het Lion de Belfort standbeeld (en een instrumentele versie van 'I've Seen That Face Before' op de achtergrond − nu weten we ook weer waar Polanski de mosterd haalde voor Frantic) lijken haast een avant-la-lettre parodie van jaren '80 videoclip esthetiek van stoïcijnse helden op contemplatieve tripjes in de grootstad (Miami Vice e.d.). Verder een typische Rivette, die de straten van Parijs wederom gebruikt als de achtergrond van een scenaristisch doolhof en dat ditmaal illustreert aan de hand van een ganzenbord (de kaart van Parijs wordt net als in Out 1 op een gegeven moment in vakken verdeeld): de personages worden als pionnen voortbewogen en komen van in de ene narratieve valkuil in de andere terecht. Pascale & Bulle Ogier lijken personages uit verschillende films, dochter een soort westernheld (let op hoe ze naar het kompas aan haar broeksriem grijpt als een six-shooter in een holster of als Tonto naar de spoorwegen luistert) met een voorliefde voor Oosterse gevechtssport, moeder dan weer aan het spil van een trans-europees complot, waar Rivette de klassieke spionage thriller elementen combineert met de post-revolutionaire paranoïa van de late jaren '70.
Portes de la Nuit, Les (1946)
Alternative title: Gates of the Night
yeyo
-
- 6351 messages
- 4613 votes
Onaangename intrede in de 'Carne Cinematic Universe'. Het vitalistische, romaneske van zijn vooroorloogse films is helemaal verdwenen en moet plaats maken voor een schematische wereld waar alles in het teken staat van de 'tragiek'. Een universum zonder daglicht, enkel bestaande uit schimmige hoekjes, troosteloze hangars... Je zou haast denken dat Parijs een havenstad is, ik zweerde af en toe zelfs een misthoorn te horen! De personages, allemaal lotgevallen paupers die veelbetekenend voor zich uitstaren, inclusief een personage 'Het Lot' (!!!!) dat met een priemende blik iedereen aanmaant: "doe het niet, ongelukkige!!!!" Het enorme zelfmedelijden van het personage van Montand aan het eind voelt zeer misplaatst: z'n scharreltje van de avond wordt neergeknald, is dat nou een reden om zo te lopen bokken? Of misschien moeten we zijn leed interpreteren als een verpersoonlijking van Het Collectief Bewustzijn, van Het Verdriet van Frankrijk, een land verscheurd door Het Grote Verraad tijdens de bezetting. Maar tiens, wie was het ook alweer die twee Vichy regime klassiekers maakte voor Continental Films onder auspiciën van Goebels? Sans commentaire, n'est-ce pas, cher Marcel?
Potiche (2010)
Alternative title: Trophy Wife
yeyo
-
- 6351 messages
- 4613 votes
Lag ik stilletjes in te dommelen bij het slaapverwekkende Potiche - waarin Ozon de jaren '70 als een travestietencabaret filmt - tot ik plots de ovalen, goudgele ramen van het CBR-gebouw in Brussel meende te herkennen. Een gebouw dat ik als mijn broekzak ken. Asjemenou, vanaf nu kan ik gewoon zeggen dat ik mij reeds in dezelfde ruimte bevond als goden Depardieu en Luchini
.
Prendre le Large (2017)
Alternative title: Catch the Wind
yeyo
-
- 6351 messages
- 4613 votes
In se is dit gewoon een typisch Hollywoodiaanse 'outsider in vreemde omgeving / hilarische cultuur clash / Mrs. Deeds goes to the Casbah' film, maar dan lekker lijzig Frans met veel melodramatisch gekweel en minder kleurrijk-platvloers dan Amerikaanse tegenhangers. Wat niet wegneemt dat er best wat gelachen kan worden: de scène waar Bonnaire met d'r post-koloniaal, Romaans-laksistisch loopje zorgeloos over de straten van Tanger flaneert nadat ze net een half fortuin dirhams pinde, behoort ongetwijfeld tot mijn top 5 moviemomenten van 2017 (toegeven, het was dan ook armoede troef in de bios dit jaar). Het grootste verraad van de film is dat Bonnaire helemaal geen beaujolais nippende rive gauche trut speelt zoals jullie verwachten, maar wel een armoedige textielarbeidster die haar baan verliest door die dekselse globalisering. Een kunstmatige ingreep om dit niemendalletje sociaal relevant te maken, want – en nu allemaal in koor, Volkskrant lezertjes – het is belangrijk om de verzuchtingen van FN stemmers au sérieux te nemen 
Pretty Woman (1990)
yeyo
-
- 6351 messages
- 4613 votes
Met de premisse van Pretty Woman is niets verkeerd. Jezelf opsluiten in een luxehotel met een gezelschapsdame, niet tot de daad overgaan, maar wel veel room service bestellen en samen 'vegging out' voor de treurbuis. Meesterwerken kijken zoals Charade van Stanley Donen. Maar evengoed oude sitcoms zoals I Love Lucy, zonder ooit enig pedant waardeoordeel aangaande low art / high art te vellen. Ooit maakte ik een gelijkaardige ervaring mee, in een hotel in New Jersey. Alleen was ik jammer genoeg niet in gezelschap. Bovendien was het ook verre van een luxehotel, eerder een ordinaire Holiday Inn. Maar leuke televisie heb ik absoluut gekeken!
De glaciale kilheid van het personage van Gere werkt perfect bij deze premisse. Hij drinkt niet, hij eet niet, hij slaapt niet - zoals Roberts aangeeft. Het is een soort machinaal functionerende workaholic, die wel alles zal doen zodat toevallig gezelschap op hun wenken bediend wordt ('champagne en aardeien' 'neem een aardbei, dat accentueert de smaak van de champagne'), niet omdat hij graag plezier verschaft, maar wel omdat hij als een akelige controlefreak liefst de touwtjes in handen heeft. De aardse geneugten zijn hem onbekend, dat is iets voor minderwaardige schepsels, zoals vrouwen en kinderen. Werkelijk fascinerend personage, alleen jammer dat Gere met voelbare tegenzin speelt. Hierdoor komt de film nooit echt tot leven en blijft het een charmant 'ideetje'. Roberts doet wel haar uiterste best, maar heeft een ondankbare rol. Ik ben verre van een moraalridder, maar ik vond de frivole en wereldvreemde weergave van haar prostitutiemilieu bijna aanstootgevend. Roberts en haar collega lijken net twee neurotische midtown Manhattan middenklassje grietjes die zich 'eens als prostituee verkleedt hebben'. Hihihi, 'turning tricks!'. Hihihi, 'crack ho!' De film speelt zich niet eens in New York af, maar in California en is een totale miskenning van de Hollywood Boulevard vibe (geef ons Venice Beach surfersletjes! Drew Barrymore in Poison Ivy! Valleygirls! De videoclips van Aerosmith!)
Het kan al nodeloos muggenziften lijken om naturalisme te gaan eisen van een simpele rom com, dergelijke film mag (en moet) heus wat aangedikt zijn, maar de screwball traditie eist toch een soort spanningsveld tussen een geprojecteerde droomwereld en het verwachtingspatroon van de kijker. Een willekeurige opsomming van gelijkaardige films die ik recent zag en hier wél in sloegen: Working Girl, Green Card, Maid in Manhattan. Het universum van Pretty Woman is echter één van bekrompen nuffigheid, vertrekkend van het conservatief waanidee dat de elite en de onderwereld twee afgescheiden realiteiten zijn, terwijl hun grenzen even poreus zijn als deze van de Schengenzone.
Prince of Darkness (1987)
yeyo
-
- 6351 messages
- 4613 votes
Carpenter onderzoekt zijn fascinatie met kameraadschap in het meest onwaarschijnlijke midden, het geïsoleerde bestaan van de doctoraatsstudent. Eigenlijk zijn ze veel te oud om nog op te schoolbanken te zitten en de abstracte aanpak van de puristische professor die geen fysici, maar theoretici wil, draagt enkel bij tot het gevoel van onthechting. We volgen één van de studenten in diens verwoede pogingen om contact te leggen met zijn lotgenoten. Een tracking shot glijdt hem voorbij, maar houdt enkele seconden halt alsof de camera hem aanmaant: “mis de boot niet, grijp je kans, charmeer dat rossig blondje.” Het verlangen overstijgt louter seksuele driften en alhoewel de twee hoofdpersonages op een gegeven moment de lakens delen, is het een frappant detail dat Carpenter zoals vaak de daad buiten beeld laat. Voor Carpenter is seks een noodzakelijk kwaad dat je moet ondergaan voor het grotere goed, namelijk om een drempelloze verstandhouding creëren zodat je elkaar ’s ochtends kunt verrassen met een kopje koffie. Ook het horribele aspect van de plot werkt hier niet distantiërend (zoals meestal in horrorfilms), maar brengt de personages juist samen: de komst van Lucifer dient als excuus om een gezellig kampeertripje te organiseren, een niet te versmaden bonding experience voor deze eenzame bollebozen.
Carpenter – onovertroffen poëet van het Amerikaanse (non) landschap – wijst zelfs met een beschuldigende vinger naar ruimtelijke ordening om deze aanhoudende vervreemding te verklaren. Het panorama dat we steeds opnieuw te zien krijgen is rechthoekig, lineair en vooral intimiderend, alsof er tussen dit immens beton geen plaats voor is voor de nietige mens. Een aantal loodsen, een wegrestaurant en een louche steegje voor wat het daglicht niet verdragen kan. Kijk, daar komt een verdwaalde rockster voorbij.
Pris de Court (2017)
yeyo
-
- 6351 messages
- 4613 votes
'Pris de Court' zag ik voor het eerst op een verloren dinsdagnamiddag in Brussel. Dinsdag 29 maart 2017 om precies te zijn. Ik begaf mij omstreeks 14u richting rue de la Fourche, waar ik hotel Arlequin binnendook om via de trapgang omhoog Actor's Studio te winnen. Aan het krottig loketje kocht ik een toegangskaartje tot Pris de Court, mogelijks zelfs met studentenkorting. La dolce vita! Ik herinner mij niet meer hoeveel man er die voorstelling is opgedaagd, maar ik vermoed niet meer dan vijf. Ondertussen is Actor's Studio definitief gesloten, genadeloos opgeslorpt door hotel Arlequin - wat met dergelijke bezoekersaantallen wel te begrijpen valt. Alhoewel. Wijs mij één rendabele arthouse bioscoop en ik wijs je een idoot aan.
Ha, het zorgeloze studentenleven! Dat ik de film waanzinnig slecht vond, kon de pret niet drukken. Ik kon immers de Franse woordenschat die ik erdoor oppikte, meteen in concreto gaan gebruiken. Zo dronk ik een glas in 'un bar minable' - zo eentje als Efira's zoon haar van verwijt in te werken. Het was één of ander cafeetje in de Blaesstraat.
Sindsdien is er veel veranderd. Ik heb ondertussen heel wat bars minables bezocht en ken er allerhande synoniemen voor: 'bar crados', 'bar craignos', 'bar miteux'... Ook mijn kijk op de cinema is best wat veranderd. Zo kan ik het met de beste wil van de wereld niet begrijpen wat mij destijds zo tegenstak aan Pris de Court - na een geslaagde herziening op zondag 4 september 2022 (vergeef mij voor deze schaamteloze anekdotiek, maar ik koester Moviemeter als een dierbaar dagboek). De film is een mooie cautionary tale, over een alleenstaande moeder die met haar kinderen verhuist van Canada naar een wat troosteloze buurt rond Place d'Italie. Zoonlief is er vogel voor de kat en geraakt bevriend met gladde praatjesmaker Léo - die hem meesleurt in een anachronistisch aanvoelende onderwereld. De Parijse drugtraffiek wordt blijkbaar nog steeds gerund door een vaagweg Corsicaanse caïd vanuit een schimmige kroeg - we wanen ons in het haut-pègre tijdperk van Gabin / Ventura. Mooi is hoe de Franse cinema steeds een soort onbestemd Hitchcockiaanse suspense voorziet, het macguffiaanse gefetisjeer rond een parelsnoer doet ons cinefielen van de oude stempel wegzwijmelen naar To Catch a Thief en Family Plot. Ook de score van melacholisch-doch-aanmanend-opzwellende strijkers mocht er wezen. Wat wil een mens eigenlijk nog meer?
De vraag rijst echter of mijn kijk op de cinema wel echt veranderd is of ik mij gewoon blaasjes wijsmaak. Mogelijks word ik vervuld door een heimelijk verlangen om de voorstelling van 2017 te herbeleven en mijzelf te verliezen in die zoete extase van middelmatigheid, om tijdens de luwte van een dinsdagnamiddag vluchtig te kunnen proeven van de notie van een eeuwig leven. Wanhopig haast ik mij naar het cafeetje in de Blaesstraat, maar de zaak blijkt al jaren opgedoekt. Zo gaat dat nu eenmaal met 'bars minables'.
Promising Young Woman (2020)
yeyo
-
- 6351 messages
- 4613 votes
Hele nare evocatie van het Amerika van Uber en Starbucks. De personages zijn onthecht van alle geschiedenis, cultuur en betekenis en bewegen zich voort in een publicitair simulacre. Ze zijn oprecht begaan met concepten als customer service en vergelijken de kwaliteit van ketens met een niet-kwetsend sarcasme. Ondanks de twist is het personage van Bo Burnham de ideale man naar hedendaagse maatstaven: een zichzelf wegcijferende stumperd die zich liever als een roddelende BFF opstelt dan enige macsuliene dreiging uit te stralen. En helemaal niet te beschaamd is om 'foute' hits mee te neuriën: het semi-ironisch appreciëren van figuren als Paris Hilton is zowat het cultureel summum voor dit zootje. En het gebeurt uiteraard allemaal in een pharmacy, wat in de VS helemaal geen apotheek is, maar een winkeltje waar je snoepgoed en dergelijke kunt kopen. Een beetje een '7-11' (een merk waar het personage van Burnham wellicht heel eloquente meningen op nahoudt).
Promising Young Woman is niet grappig genoeg als komedie en niet spannend genoeg als thriller, maar dat neemt niet weg dat ik het allemaal redelijk onderhoudend vond. Ik zag de film echter tijdens een vlucht en daar gelden andere wetten.
Psycho (1960)
Alternative title: Alfred Hitchcock's Psycho
yeyo
-
- 6351 messages
- 4613 votes
Mijn favoriete scène in dit meesterwerk is niet de beruchte douche-scène, maar hetgene wat daaraan voorafgaat: Hoe de nietsvermoedende Marion Crane op een regenachtige avond ineens het bordje 'Bates Motel' ziet verschijnen, is al zo enorm dreigend in scène gezet. Daarna wordt ze door de weerloos uitziende Norman Bates in zijn salon meegelokt. Het perfectionistisch filmisch vernuft van Hitchcock komt hier helemaal naar boven. Door perfecte staging en belichting komt de situatie effectief tot zijn recht. Marion's gelaat komt frontaal in beeld en is overbelicht, waardoor ze een zeer warm, maar ook lichtjes kwetsbaar uiterlijk heeft. Norman staat dan weer schuin t.o.v. de camera en maar de helft van zijn gelaat is belicht, wat meteen zijn gespleten persoonlijkheid illustreert. Het gesprek dat ze voeren is ijzingwekkend en legt eigenlijk meteen de hele psychische toestand van Norman bloot. Toch mag Hitch niet alleen met de pluimen gaan lopen en moet er ook een woordje lof gezegd worden over de prestaties van Janet Leigh en Anthony Perkins, die door subtiele finesses in hun gelaatsuitdrukking de meest complexe emoties overbrengen. Het is kortom, een perfecte scène op vlak van spanningsopbouw.
De daaropvolgende douche-scène is natuurlijk ook niet mis: met een eigenlijk zeer minimalistische inleiding barst er opeens een energieke steekpartij los, in 52 verschillende shots na elkaar gemonteerd bijgestaan door strijkersmuziek die perfect de messteken symboliseren. Dan nog natuurlijk de legendarische 'match cut' van de afvoer naar het oog van Janet Leigh en de scène is compleet.
Scenariogewijs was het natuurlijk ook zeer onconventioneel om de protagoniste na de eerste akte te laten doodgaan. Al blijft het verhaal voor mij toch wel ondergeschikt aan de technische pracht waarmee dit gemaakt is: de sinistere long shots van het Bates Mansion, het ongelofelijke ritme dat de film door zijn editing kent, de onheilspellende muziek van Bernard Hermann en het briljante gebruik van schaduwen, ramen en spiegels. De zwart-wit fotografie is misschien nog de voornaamste troef, ik heb zelden een film met zo een morbide, desolate look gezien.
Toch is de film uit een psychologisch standpunt ook redelijk intrigerend. Freudianisten zouden een hele kluif hebben aan Norman Bates, Oedipuscomplex is alleszins een term die meteen opkomt. Ook kan men zijn persoonlijkheid beschouwen volgens de drie ego-niveaus: hoe het 'ik' van Norman gevangen zit tussen de normen/waarden van zijn autoritaire moeder (super-ego) en zijn eigen seksuele driften (Es). Ook al zijn dergelijke opvattingen misschien achterhaald, er kan alleszins niet ontkent worden dat de vormgeving van de moordenaar in deze film grensverleggend was voor het horrorgenre. Men zou zelfs kunnen stellen dat elke slasher-film schatplichtig is aan Psycho.
Het enige vervelend gedateerde aan deze film is wellicht de overdreven uitgebreide verklaring op het einde. Maar dat kan ik gerust met de mantel der liefde bedekken, vooral omdat dergelijke nonsens 50 jaar later nog steeds voorkomt in succesvolle films. (Shutter Island
)
