Kwissen is een goed onderwerp voor een serie. Het zorgt voor een spelelement en het geeft de vijf hoofdpersonages een doel: het halen van de Superprestige. Alles in lijstjes gieten en van buiten leren - listomanie - kan een obsessie worden. Iemand kan een wandelende encyclopedie worden van triviale feiten, van wist-je-datjes. Een fanatieke kwisser kan autistische trekjes hebben. De vijf hebben ook nog een leven buiten het kwissen. Hun partners, hun privé- en beroepsperikelen, zorgen voor nevenintriges en voor psychologische onderbouwing.
Er zitten enkele flashbacks in verwerkt, met name rond het "paard van Parijs". Het fragment uit de IQ-quiz lijkt echt, maar is geënsceneerd. De stem van Herman Van Molle is erin te horen. In de laatste aflevering heeft deze god der quizmasters een gastrol. Ook de dagdromen van Nick zijn leuke intermezzo's. Tussen de verschillende verhaallijnen wordt soms aan crosscutting gedaan om heen en weer te springen tussen simultane gebeurtenissen. Het speelt zich af in alledaagse milieus: een café, een school, een beschutte werkplaats, een kleine onderneming...
De vijf teamleden zijn goed gecast. Ze hebben een kop die goed bij hun personage past. Bij de vrouwelijke tegenspelers springt Clara Cleymans eruit als de intelligente nymfomane. Ook opvallend is Joy Anna Thielemans, die zich vijf jaar geleden plots uit het publieke leven terugtrok. Bart De Pauw gaf zichzelf de rol van een een arrogante pestkop in een geel trainingspak.
Tijdens de aftiteling is een stadsbeeld van Tienen te zien met de twee middeleeuwse torens. Er komen ook stationsborden in voor van onooglijke Belgische dorpjes. Als afsluiter nog een kwisvraag: Wie zong in 1962 het liedje Kiss Me Quick? Elvis Presley.