• 177.926 movies
  • 12.203 shows
  • 33.971 seasons
  • 646.938 actors
  • 9.370.388 votes
Avatar
Profile
 

Opinions

Here you can see which messages cinemanukerke as a personal opinion or review.

Texas Chain Saw Massacre, The (1974)

Alternative title: The Texas Chainsaw Massacre

cinemanukerke

  • 1818 messages
  • 1036 votes

Er zijn films die je vanaf de eerste minuut bij je nekvel grijpen en niet meer loslaten tot de eindgeneriek over het scherm rolt. Maar met fenomenale films duurt de verbijstering zelfs nog een tijdje voort. Ik heb het over het magistrale The Texas chainsaw massacre. De angst blijft zinderen, borrelen. Zelfs nu nog. Het nieuwsgierig binnendringen van een verlaten huis zal ik nooit meer als een goed idee beschouwen. Maar terug naar het begin. Wat een opening ! Donker beeld, het snerpend geluid (van een polaroid), een flits van een hand in ontbinding, van een gebit, van een schedel. Die scenes met die lifter dan. Een voorgevoel maakt zich van je meester : welke gekte en waanzin zit er hier aan te komen. Nog een hint. Wanneer het scheermes de arm van Sam, de mindervalide verwondt, hoor je subtiel het geluid van een kettingzaag. Maar niks bereid je voor op die doodsstrijd die Sally zal voeren. De lange nachtelijke achtervolging door leatherface, de ontluistering als blijkt dat het in dat benzine station ook niet pluis is. Onmiddellijk voel je dat de horror niet voorbij is. TCM zal tot het ietwat surrealistisch eindbeeld (het dansje van leatherface in een geel/rode zonsopgang) blijven je zintuigen messcherp aanspannen. We kunnen enkel maar de filmgoden dankbaar zijn dat de regisseur Tobe Hooper nooit een mainstream van TCM wou maken. Dus geen plot, geen charachter, geen drama of achtergrond maar direkt in your face. We beleven dit zoals de personages. Daarin zit de kracht van de film. Een verslag van een uitstap dat ontspoort tot een hel. Geen gebruikelijk strijd tussen goed en slecht. De horror komt niet van een monster of een misdadiger maar van een gezin op het platteland. Vijf jongeren worden belaagd door een dolgedraaide familie. Dat er geen einde aan de nachtmerrie lijkt aan te komen is net dankzij die simpele verhaalstructuur. Dan komen we op het strafste dat film te bieden heeft nl het ijzersterke beeld wanneer Sally samen aan de ontbijttafel met de familie (vooral opa is weerzinwekkend) zit. Want Hooper wou dit als zwarte humor verkopen. Een film die spottend de Amerikaanse samenleving voorspiegelt. Hooper situeert zijn plaats van onheil immers in een white trash gemeenschap van isolatie en armoede (er is 1 lijn dat kort aangeeft dat ze het slachtoffer geworden zijn van de automatisering in de vleesindustrie). Die stoffige verlaten velden, een pad in het struikgewas dat leidt naar een vervallen huis . . de onrust wordt nog meer opwekt. De score is ook geniaal en uitermate efficiënt. Geen typische orkest score of soundtrack maar een soort mix van geluiden (de kettingzaag !) dat dreiging en mysterie uitademt. Het zou zonde zijn om nu uit te weiden naar de vervolgfilms. Het zou enkel deze TCM onrecht aan doen. En ook de makers laten we met rust. We willen niet de klopgeesten worden die hun verdere werk vervloeken. TCM was nu eenmaal een film die volledig paste in de filosofie van de new seventies. Film zonder glitter en glamour maar meer in een realisme gedrenkt (daarom ook die intro van een tekst, een soort nieuwsbericht met daarna een datum. Is dit echt gebeurd ?) In de jaren '70 had je wel meer van dit soort film. Sommigen brachten maatschappij kritiek (Dawn of the day – zeer goed), een nucleaire waarschuwing (The hill have eyes - goed) of gingen voor een schokeffect (die lange, rauwe, door merg en been gaande verkrachtingsscene in I spit on your grave AKA Day of the woman - matig). Deze films hadden steeds dezelfde boodschap : het kwaad is een slachtoffer van een beleid. In jaren 80 terug mainstream met slashers met gelukkig als tegenwind Cronenberg (zie nr 64) en Carpenter (zie nr 63). Maar TCM (samen met die andere films) had een visie : we brengen angst op een geloofwaardige manier. Horror gefilmd als een docu. Nu weten waar The blair witch project de mosterd vandaan heeft gehaald. Deze jaren '70 films brachten door die independent spirit vernieuwing in cinema. Weetje : al deze films hebben in de 21 ste eeuw een Hollywood remake gekregen. Volledig tegenstrijdig met de visie maar bon het brengt geld op. Schaamte – dat weten ook de makers van Friday the 13 th part II, III, The final chapter, A new beginning, Part VI, Part VII, Part VIII, ... – kent men niet in Hollywood.

een uittreksel uit mijn boek 'mijn 100 favoriete films' met op nr 59 : The Texas chainsaw massacre

Thiasos, O (1975)

Alternative title: The Travelling Players

cinemanukerke

  • 1818 messages
  • 1036 votes

wat dadelijk in het oog springt is hoe Angelopoulos het vertelt. Een schitterende symbiose van woord en beeld. Hij begint met het einde (aankomst in 1952) en eindigt met het begin (aankomst in 1939) – het zijn dus 2 verschillende shots en niet dezelfde, mijn beste Spetie maar de cineast kiest wel bewust voor hetzelfde camerastandpunt met dezelfde situatie in een bijna identieke plaats opstelling van de personages - want bij Angelopoulos is de tijd een circel. Meermaals cut hij haast onmerkbaar naar een andere periode (bv het begin waar de groep van station door de straat loopt, zien we de personages frontaal en wanneer hij cut zien we een personage van achteren naar een plein lopen. Dit is dus het moment waarin tijd verandert.) Ook is de grens tussen theater en film flinterdun. De film begint als een toneelvoorstelling (de kloppen van de hamer incluis) en zo kan het dat personages naar de camera toe stappen en vertellen wat hun is overkomen of wat er verder gebeurd. Een personage dat na een verkrachting gewoon rechtstaat, de make up van rood en stof wegveegt en zeer nuchter verder uitleg geeft als een vertelster is daar een briljant vb van. Andere meesterlijke scene : personages beginnen te applaudisseren bij een begrafenis alsof ze zeggen : dank voor een schitterende vertolking, het ga je goed – surrealisme bij Angelopoulos is nooit vreemd. Ondanks dat de film traag voortschrijd, moet je elke seconde op je 'qui vive' zijn om niks te missen. Verwarring is immers wat Angelopoulos bewust creëert. Onzichtbare tijdssprongen, soms zelf in eenzelfde shot (auto uit beeld, lege straat, komt een andere auto voorgereden en we zitten in een andere tijd - waarlijk klasse !) of hoe film en de toneelvoorstelling door elkaar lopen bv de moord op stiefvader en moeder op het toneel, het publiek denkt dat dit erbij hoort, ze applaudisseren bij de moord, het doek gaat omlaag, blijven applaudisseren. Het toneelstuk in de film is de rode draad maar wordt altijd onderbroken door de oorlog (bombardementen, aanval, ontvoering). We zien dus een geschiedenis van Griekenland voorbij glijden waarin de komedianten (toneelspelers) de gebeurtenissen ondergaan, ze zijn ook maar personages in een geschiedenisboek. Hun lot staat vast, hun bestemming is uitgetekend. De liederen vormen een verhaal, een dialoog : schitterend in de zaal waar rebel gezinden tegen de rechtse regeringsgezinden duelleren in de vorm van muziek en dans. De swing voor links en de traditionele muziek voor rechts tot rechts een pistool bovenhaalt en de anderen verplichten de zaal te verlaten. Zonder echte dialoog en in 1 sublieme take die strijd visualiseren. De cineast gebruikt camera beweging als een choreografie. Er wordt niet gemonteerd, alles in een shot bv dat fantastisch moment waarin de komedianten vluchten en op de achtergrond het gevecht tussen rebellen en regering vlak na bevrijding van nazi bezetting. Het is ongelooflijke cinema, adembenemende beheersing van camera techniek. Het mag dan wat uitgesponnen zijn en misschien te lang (daardoor sputtert de film net voor de eindstreep) maar Angelopoulos krijgt vandaag wegens de 1 mei viering in België het laatste woord : de tijd is immers onmeetbaar.

Thief (1981)

Alternative title: Violent Streets

cinemanukerke

  • 1818 messages
  • 1036 votes

Bij Michael Mann is dan weer thematiek die opvalt. De motor zijn de personages die moeten kiezen tussen liefde of milieu. In Thief (81) is er ondanks de stilistische beelden (bv beginshot van een donkere straat in gutsend regen) zeer veel zorg voor realiteit zodat de personages en ruimte geen glamour en sensatie meekrijgen maar eerder day to day life in een bijna mediterende observatie. Zo is bv de lange dialoogscene tussen Frank en jessie één van de intenste scenes. Keuzes, ethiek, codes ... daar draait het allemaal om. Verhaal is character driven en een soberheid en docu realisme in mis-en-scene. Zijn ontleding van personages in de criminaliteit is wel degelijk een blue print voor zijn later meesterwerk Heat.

To Be or Not to Be (1942)

cinemanukerke

  • 1818 messages
  • 1036 votes

In volle oorlogstijd (onze teletijdmachine duidt aan WO II 1940 – 1945) spotten met het nazisme, het ligt niet voor de hand en zeker niet in Hollywood waar de kassa meer dan eens de kunst dicteert. Maar ook dan waren er regisseurs die geen moeite hadden om tegen zere schenen te schoppen. Charles Chaplin deed het 2 jaar eerder met het magnifieke The great dictator en ook Ernst Lubitsch gaat hier heerlijk te keer. Lubitsch was van origine Oostenrijker die de nazi terreur moest ontvluchten (ook collega’s als Billy Wilder, Fritz Lang en Robert Siodmak maakten de overtocht – Tip : voor wie van oude Hollywood films houdt, moet beslist eens hun werk opzoeken). Bezetting door de nazi’s en joden vervolging was hem dus niet vreemd en dus lijkt het logisch dat Lubitsch voor dit onderwerp koos. Nochtans maakte hij in Europa vooral venijnige comedy’s waarin het aristocratisch milieu (en vooral hun liefdesaffaires) op de korrel werd genomen. Lubitsch gooide met plezier modder naar een status of naar het rollenpatroon. De recescenten hadden zelfs een eigen omschrijving voor zijn – soms pikante - grappen nl de Lubitch touch maw niemand zoals hij kon een onschuldig beeld dubbelzinnig laten schijnen. Eenmaal in de USA aangekomen ging hij verder op zijn elan. Trouble in paradise, het superbe Ninotchka en het zoetere Shop around the corner zijn stuk voor stuk hoogvliegers. Maar met To be or not to be maakte hij misschien wel de grappigste film ooit. Er waren nog anderen maar in feite was de keuze snel gemaakt. TBONTB is pure classic. Vooral het scenario valt op. Dialogen zijn stuk voor stuk pareltjes. Meticuleus plot waarin de personages springen van hindernis naar hindernis. Een theatergezelschap probeert een verrader van het verzet te onderscheppen vooraleer die de Duitse officieren kan briefen over de verzetsstrijders in Polen. De acteurs vermommen zich en doen zich voor als de vijand wat vooral misverstanden en persoonsverwarring met zich meebrengt. De film is een perfecte mix van romantic en avontuur, heerlijke personages  (SHULTZ !) maar ook knappe scenes zoals wanneer het doek wordt opgetrokken om de dood van een spion vast te stellen. In deze volbloed zwart wit classic is het trouwens niet alleen de oorlog die op de korrel wordt genomen. Evenzeer staat het arrogante acteurs wereldje te kijk. De titel (een echo die in alle klaslokalen te horen valt) refereert dan ook in die richting. Acteurs plaatsen hun ego op de voorgrond, verwaand en onzeker, enkel bekommerd om hun prestatie. Ze zijn zelfs bereid hun leven te riskeren om te bewijzen dat ze een straffe acteur zijn of ze mekkeren over welke naam er eerst op de affiche komt. Carole Lombard is heerlijk : in haar eerste scene die handelt over concentratiekampen – we do the concentration and the polisch do the camping grapt er een Duitse officier – komt ze op in een gala jurk. Kwestie van er goed uit te zien. IJdelheid van acteurs, Lubitsch wist er alles van. Het onthaal bij de release was maar lauwtjes, velen vonden dat het lijden van Joden niet was om mee te lachen maar de film is uitgegroeid tot een unanieme lofzang voor een knap gemaakte comedy. Tragiek kwam op het einde dan toch nog om de hoek loeren toen Carole Lambord nog voor het uitbrengen van de film om het leven kwam in een vliegtuigongeval. Voor haar een happy end te gunnen, moet je naar de bioscoopzaal gaan.

een uittreksel uit mijn boek 'mijn 100 favoriete films' met op nr 77 : To be or not to be

Trainspotting (1996)

cinemanukerke

  • 1818 messages
  • 1036 votes

Voor diegenen die enkel de eerste zin van een bespreking lezen, val ik meteen met de deur in huis. Geen (en voor sommigen klinkt dit als heiligschennis) meesterwerk maar de film zit wel barstensvol meesterlijke scenes; Te veel om op te noemen maar de scene waarin Spud een sollicitatie gesprek voert (let op de snelle montage met de verschillende dieptes) is mijn favoriet. Boyle weet als geen andere creatief te vertellen en ook het gebruik van muziek op zijn beelden is uitmuntend. Een voorbeeld : wanneer Mc Gregor in de disco Kelly Macdonald spot, is dit briljant getimed op de intro van Atomic van Blondie. Trouwens, wat een vlammende soundtrack. Heaven 17, Underworld natuurlijk maar ook Carmen – Habanera. Als ik die nummers ergens hoor, denk ik onmiddellijk aan die bijhorende scenes en vervaagt alles rond mij . Zelfs al sta ik aan de kassa van de supermarkt terwijl de lange rij achter mij duidelijk hoorbaar staat te zuchten. Kunst boven alles. Ja maar, hoor ik jullie nu denken, is dit dan toch een meesterwerk ? Helaas, driewerf helaas. Omdat ik het inhoudelijk te magertjes vindt. Het drijft op het anekdotische, randje karikaturale en wanneer er dan toch nog een plot zit aan te komen (London met de drugs deal) wordt het minder interessant. Jammer want zoals ik reeds in mijn commentaar van Shallow grave aanhaalde, is Boyle een spreekbuis voor de generatie X. De banaliteit van het alledaagse leventje (die bingo avond), de vlucht in drugs (de 'perfect day' sequentie), identiteitscrisis (it's shite to be Scottisch !) : allemaal prachtig geïllustreerd door Boyle. De 'choose life' monoloog (het 'no future' gevoel is daarin sterk aanwezig) is een perfecte samenvatting hoe die generatie tegen de maatschappij aankeek. Subliem gemaakt entertainment maar van mij sokken geblazen door de impact ben ik niet.

Truman Show, The (1998)

cinemanukerke

  • 1818 messages
  • 1036 votes

Lang voor reality Tv populair werd en dus lang voor Big brother en zijn opvolgers (programma’s waar niemand naar keek doch piekte in de kijkcijfers) was er het meesterlijke The Truman Show die op een perfecte onderhoudende wijze de gevaren van dit soort programma’s bloot legt. Hoe ver mag/kan je gaan in naam van entertainment om de privacy en respect van mensen af te nemen ? Vanaf de generiek worden we voorgesteld aan Truman, een jongeman die opgroeit in een all american stadje. Er is geen verrassing, geen plottwist, we weten meteen : we kijken naar een in scene gezet programma. Alleen de hoofdrolspeler Truman weet het niet. De structuur van TTS is een film in een film. Er is de wereld buiten de Truman show en de wereld binnen de Truman show. We kijken dus samen met de wereld buiten hoe de ordinaire verzekeringsbediende en huisman Truman Burbank (Jim Carrey) zijn leventje leidt dat echter in scene werd gezet door een programma maker (Ed Harris). Maar Truman begint iets te vermoeden. Een studio lamp dat plots uit de lucht valt, dezelfde wagen die precies na zoveel minuten voorbij komt… het zijn signalen voor Truman dat er iets niet pluis is. TTS presenteert zichzelf als comedy. Leuk, die verdoken sluikreclame spotjes (tegen wie babbel je nu ?) Leuk, die poster van vliegtuig crash in een reiskantoor ! Leuk, die kapitein die geen boot of bus kan besturen (there actors !). Maar TTS opent deuren dat we liever niet willen binnen wandelen. Er is het gevoel van (en wat men later is gaan noemen The Truman Syndrome) : leven we niet allemaal in een georkestreerde wereld ? Zijn onze vrienden acteurs ? Dat verlaten weggetje dat we nog nooit hebben verkend op weg naar werk : wat ligt daar ? een studio ? Zijn wij niet een Truman ? Zou kunnen maar dan moet ik wel zeggen dat mijn baas een groots acteur moet zijn om zo geloofwaardige een hypocriete incompetente manager neer te zetten. Van comedy naar futuristische complot theorieën is voor TTS maar een kleine stap. Film manipuleert. Zonder dat we het beseffen, zo werkt TV/film nu eenmaal. En het gebeurt ook tijdens het kijken van TTS. Maar het geniale is dat de manipulatie wordt getoond en toch laten wij, net als het publiek die de Truman Show volgt, ons vangen. De scenes in de regie kamer spreken wat dat betreft boekdelen. De piano tune opdrijven ? We worden immers allemaal een beetje week bij die score. De zee veranderen in een storm om gevaar en spanning te creëren ? Want we zitten tijdens de storm – net als die kijker in het bad , wat een subliem shot alweer – mee te leven met Truman. Alsof een goochelaar zijn truuk uitlegt maar bij het zien van zijn act zijn wij, de toeschouwers achteraf nog steeds verwonderd. Wanneer Truman in opstand komt tegen de studio zien we een clash van individu tegen het systeem. Politiek ? In een script van Andrew Niccol zou het zou maar eens kunnen. Niccol is namelijk ook de cineast van Gattaca, Simone, Lord of war, In time … films die een origineel verhaal hebben met een diepere maatschappelijke laag. Knap om in TTS de wisselwerking te laten zien tussen het publiek en de show. De reacties van de kijkers (of dit nu in een bar, op werk of in de huiskamer is) zijn hilarisch. Het was een gok om de publiekstrekker Jim Carey in te huren voor een sober, ingetogen rol maar de metamorfose van naïeve sul tot held zit Carrey in de genen. Regisseur Peter Weir is niet de eerste de beste. In de jaren ’70 was hij in zijn geboorteland Australië al pionier van de Australian wave met films als Picnic at hanging rock en The last wave (films die een mystieke sfeer uitademden waarin het verhaal niet altijd duidelijk was). Zijn overtocht naar Hollywood was in eerste instantie mager. Vrij klassiek werk als Witness en Dead poets society of zelfs zeer wisselvallig zoals The year of living dangerously maar in TTS vindt hij zijn beste vorm. Naar verluidt was het script oorspronkelijk donkerder en pessimistisch maar Weir stond erop dat alles luchtig en licht werd. Er is enorm veel aandacht besteed aan alle details om te zorgen dat het klopt. Alles om het gevoel te hebben dat we kijken naar een reality programma. Fel belicht, personages hebben de voornamen van echte acteurs (Meryl, Lauren, Kirk, Marlon, ..), de ratio van 1.66. Er zitten zelfs hints in dat alles in scene is gezet : Een pot vitamine D op tafel voor diegenen (Truman dus) die nooit echte zon krijgen bv. Het is iets dat bijna niemand zal opmerken maar toch staat het daar. Een knipoog. Het echte punt van de film is echter dat liefde zich niet laat regisseren. TTS is ook nog eens een vertederend liefdesverhaal. TTS is een film die uitgroeit als een spin met duizend poten. Toch zindert de film het meest na als een reflectie op het medium. Exploitatie van sensatie vermomd als entertainment. Maar het was parels voor de zwijnen. Programma makers zochten steeds verder de grens op en zo komen we uit bij programma’s als Blind getrouwd of Temptation island. Maar ook de kijker heeft een verantwoordelijkheid. Is hij immers niet mede plichtig aan de normenvervaging. Als niemand zou kijken, zouden die programma’s niet meer gemaakt worden. Door onze verslaving naar meer sensatie en spektakel gaan de makers steeds verder in de manipulatie van het zogenaamde ‘privé levens’ . En wij willen niks missen. De TV knop is ALTIJD on. Het einde van TTS waarschuwt daarvoor op sublieme wijze de kijkers én de makers. Een Tv programma is vluchtig zelfs al is het populair. Dat was volgens mij de betekenis van die banale zin ; Good morning, and in case I don’t see ya, good afternoon, good evening and goodnight. Op een dag valt een programma uit de gratie. Niks aan te doen. Zo werkt TV. The Truman show had het toen al in het snotje.

een uittreksel uit mijn boek 'mijn 100 favoriete films' met op nr 50 : The Truman show

Twelve Monkeys (1995)

Alternative title: 12 Monkeys

cinemanukerke

  • 1818 messages
  • 1036 votes

Nu zijn wij niet vies van enig doemdenken. Vooral tijdens de toast op het nieuwe jaar kunnen we ons gemakkelijk laten verleiden tot onheilspellende scenario's wegens te veel aanslagen, natuurrampen en catastrofes van het voorbije jaar. We kunnen nochtans niet tippen aan de filmmakers van Twelve monkeys die een futuristische wereld creëren waarin 5 miljard mensen gestorven zijn aan een virus. Maar we zitten wel in een meesterlijke film. De film begint als een puzzel, je weet niet wat er gebeurd het eerste half uur maar langzaam vallen alle puzzelstukjes mooi samen. Dat deze fascinerende sci fi thriller - een plot driven film, zeg maar – in elkaar geknutseld is door Terry Gilliam is een vreemde zaak. De man staat eerder bekend als een chaotische megalomaan regisseur die telkens over budget gaat en zich verliest in details. Nochtans heeft de kunstenaar in de eerste helft van zijn carrière wars van alle strubbelingen en rechtszaken 3 waanzinnige mooie films afgeleverd. Met Brazil, zijn eerste film na de breuk van Monty Python (de legendarische groep die met surrealistische sketches baanbrekend werk in comedy verrichte) zien we een verbluffende mix van maatschappij kritiek, absurditeiten en een ode aan verbeelding (het laatste beeld én het melodietje van Brazil danste nog dagenlang ook in ons hoofd). Gilliam kreeg lof voor zijn visuele vondsten maar de studio vond de film verwarrend en te lang. Zijn gevecht met de producenten was gestart. Uiteindelijk won hij de strijd en zijn versie van 142 minuten mocht uitgebracht worden. Maar de rode draad doorheen Gilliam’s carrière was geweven. Gilliam verliest gemakkelijk de greep op zijn films en zijn regie wordt chaotisch. Toch kon hij begin jaren '90 terug voor Hollywood werken met The fisher king. De visuele grandeur is adembenemend. Met een duizelingwekkende kracht aan inventiviteit (de scene van de dansende menigte in het station mag in top 10 van aller strafste scenes) dendert deze fabel voorbij. Het trio Williams/Bridges/Ruehl is briljant, hilarisch en het verhaal ontroert (het was dan ook een schaduw favoriet voor deze plaats). Dankzij dit succes kon hij een tweede keer regisseren in Hollywood. Ditmaal als 'man for hire' en vreemd genoeg werkte dit. De visionaire kracht van een artiest gecombineerd met de production value van Hollywood : het is geniaal samengesmolten in TM. Het virtuoos scenario van David en Janet Peoples klopt als een bus en bezit de nodige complexiteit van een Terry Gilliam film (heden en toekomst lopen immers door elkaar). De score van Paul Buckmaster is fantastisch. Reeds bij de generiek hoor je dit deuntje, een kermisachtig accordeon muziekje, en je voelt dat er prettig gestoorde gebeurtenissen zullen volgen (ook een Gilliam trade mark). Production design van oude fabrieken en klassieke gebouwen zorgen voor een apocalyptisch universum zonder veel dure special effects. Eens voorbij het plot ontdek je de uithalen van Gilliam naar de psychiatrie, consumptie maatschappij, arrogantie van de mensheid, etc. Hij zorgt er voor dat de film niet geheel de regels van een Hollywood film volgt. Er is de donkere visie van de mensheid, het weinig hoopgevende einde-van-de-wereld element en het personage van Willis (anti type casting van deze action man bij uitstek) is geen held maar een man die verward, getraumatiseerd en passief is (hij wil de wereld niet redden want het is al gebeurd). De film werd een commercieel succes en je zou denken dat Gilliam gelanceerd was maar nadien liep het volledig mis. Zijn project The man who killed Don Quichote (met Johnny Depp) was reeds gedoemd na 3 dagen filmen. Eerst een storm die de set wegspoelde en daarna moest de produktie noodgedwongen stil gelegd worden wegens gezondheidsproblemen van de hoofdrolspeler Jean Rochefort. Er kwam een claim van de verzekeringsmaatschappij en het project werd begraven. Wel kwam er een making off : Lost in La Mancha (Ironisch dat niet de film maar wel de making off de zalen haalde) en deze documentaire is een must voor elke cinefiel. Hallucinant om te zien dat door de vele investeerders niemand echt controle had over de film. In tegenstelling tot zijn reputatie van geldverspiller was het een reeks van tegenslagen – force majeur, overmacht – dat roet in het eten gooide. Gilliam geloofde echter wel in de film en probeerde in ware Don Quichot stijl geld los te weken. Was het vechten tegen de windmolens ? Gilliam wist beter, zette door en na 20 jaar kwam de film er toch. Maar dat neemt niet weg dat hij na TM zwakkere films afleverde. De bizarre fantasieën bleven weliswaar in het hoofd van Gilliam spoken maar haalden nooit meer het niveau in creativiteit en storytelling. The brothers Grimm had wel het knappe idee om de sprookjes van Grimm in de avonturen van de broers te integreren maar de film miste dramatiek (ook hier werd de produktie geplaagd door ruzie met producenten Weinstein waardoor Gilliam een pauze van 6 maanden nam. Uiteindelijk werd de film een compromis wat je kan zien.). In The zero theorem bestookt Gilliam je met knappe beelden en dito ideeën (een camera in het hoofd van een jezus beeld – welke big brother is watching you now ?) van een nabije toekomst maar het verhaal blijft vooral verwarrend en doelloos. Met TM heb je een film te pakken die je steeds opnieuw kan bekijken (check vooral de voicemail berichten). Zelfs al heb je na 3 visies nu alle verhaallijntjes mooi dicht gelast er komt altijd nog iets bij (de dubbele (!) referentie naar Vertigo was ons pas bij de laatste visie opgevallen). TM profiteert ook van Hollywood sterren zoals Willis en Pitt (met een knotsgekke, over the top maar bijzonder geestige vertolking in het sanatorium); We willen ook nog even de leading lady Madeleine Stowe in de schijnwerpers plaatsen. In de jaren '90 stond ze aan de top (we hebben haar leren kennen in de leuke en luchtige maar zeer entertainende film Stakeout – een aanrader) maar in het nieuwe millennium gevallen tot soaps en tv films. Jammer want Stowe was veelzijdig en sober en ook verdomd sensueel en tragisch met films als Blink, Short cuts en Revenge. Maar ook in een TV soap brengt ze verkwikking zoals Revenge, de serie over een dochter die de moord op haar vader wil wreken en binnendringt in een rijke familie die ze verantwoordelijk acht. Gebaseerd op het beste dat een Dallas en een Dynastie te bieden hadden en daarom ook onze guilty pleasure voor een zondagavond (Sportweekend is zooo saai). Ondanks alle minpunten blijven de films van Gilliam apart en herkenbaar (naïeve personages in een magische wereld) en bieden gezond tegenwicht tussen alle formule films. Maar wat TM beter maakt dan alle andere Gilliam films is het emotioneel raakvlak, de film raakt. Hoe hard ik mijn best ook doe, ik kan het niet helpen : we pinken telkens een traan weg bij de tragische afloop. Daardoor blijft de film hangen in het geheugen. Ook in Hollywood bleef het hangen want er is 20 jaar na de film een tv serie gemaakt van deze film. Geen slechte referentie voor een man die zijn loopbaan begon als cartoonist.

een uittreksel uit mijn boek 'mijn 100 favoriete films' met op nr 69 - Twelve monkeys