- Home
- cinemanukerke
- Reviews
Opinions
Here you can see which messages cinemanukerke as a personal opinion or review.
After Hours (1985)
cinemanukerke
-
- 1817 messages
- 1036 votes
Ik begreep destijds niet waarom mijn klasmakkers van het laatste secundair zich in hun handjes wreven wanneer de schooltrip naar New York werd gepland. Voor mij was NY een spookstad, bevolkt door een allegaartje van inbrekers, gefrustreerde serveuses, zonderlinge kunstenaars, wantrouwige buren en vrij hysterische ijsboerkes. Maar ik had dan ook al reeds meerdere malen het magistrale After hours gezien. Het is nu een wat vergeten film in het oeuvre van Scorsese maar toentertijd werd de film bij de release met veel bombarderie onthaald als een meesterwerk. Die plotse euforie kwam niet uit de lucht gevallen. Scorsese werd in de jaren '70 binnengehaald als een beloftevolle regisseur samen zijn generatiegenoten Coppola, Spielberg en De Palma. Maar na Taxi driver maakte hij een knieval. Zijn volgende films werden niet in dank afgenomen door pers en publiek, miste hij onterecht de oscar voor Raging bull, werd overmand door depressies en zijn film daarna (The King of comedy wat wij als een interessante mislukking catalogiseren) was een pure flop. Bovendien werd zijn project 'The last temptation Of Christ' door de studio stopgezet wegens te weinig commercieel. Niemand geloofde nog in Scorsese, ook hij niet. Maar toen kwam het project van AH. Het scenario werd hem toegestuurd door een laatstejaars student en Scorsese had zich deze keer voorgenomen om efficiënter films te maken. Scorsese had immers met zijn laatste films duchtig over tijd en dus over budget gefilmd. Hij kreeg megalomane trekjes en zijn films hadden niet het (commerciële) resultaat dat zijn houding kon verantwoorden. Dus back to basics moet Scorsese gedacht hebben, kreeg een zekere Ballhaus als camera man in het vizier en samen renden ze letterlijk de straten van Soho s' nachts op om hun film in guerrilla stijl op te nemen. En ja, mirakel geschied. Scorsese was back. Een verrukkelijke film over een nacht in Soho dat uitdraait op een nachtmerrie. Met een lichtvoetigheid en een knipoog dat we nog niet van Scorsese gezien hadden. Er is de schitterende opener. De introductie van Dunne als uitgebluste bediende met een ambitieuze collega (lange tracking shot). Daarna, dat beeld van die grote, zware poort dat sluit na een werkdag, Dunn die nog net buiten gaat, alsof zijn werkplaats een gevangenis is. Met daarop de score van Mozart als perfectie (Symphony, no 45, D major, K 95, mvt 1 : Allegro). Met technisch ingewikkelde shots (die sleutelbos die naar beneden suist) en een typische Scorsese score (allegaartje van klassiek, flamenco, Pop met The monkeys, singer soundwriter Joni Mitchell, oldies van Cole Porter en Ira Gerswin en sixties crooners zoals het magnifieke 'Is that all there is' van Peggy Lee én een score van Howard Shore) geeft hij de paranoia mooi weer. De scene 'Dorethy surrender' is geniaal dankzij Arquette en ... Oh Arquette ! Arquette is steeds onder de radar gevlogen maar onterecht. Op haar palmares staat toch een paar klassiekers (Silverado, Pulp fiction). Nu vooral knap tv werk (oa The L word, The practice en Ray Donovan) en minstens 2 cult films in haar oeuvre nl 8 millions way to die en Crash. NY is voor Martin Scorsese zijn habitat, zijn love to hate plaats, zijn fascinerend universum waarin de verhalen ontstonden. Meermaals heeft hij NY als personage genomen. Deze 3 films waren voor mij de reisgidsen (nogmaals : taxi driver heb ik toentertijd links laten liggen, genegeerd in zijn waarde). Met zijn musical New York, New York wanen we ons in Broadway, bruisend, energiek maar ook waar donkere demonen en gedoemde liefdes affaires zich roeren. Een film die vooral visueel zeer grote ogen gooit. De titelsong op het einde is schitterend belicht. Het geniale Life lessons – kortfilm dat is opgenomen in New York stories samen met een bijdrage van Francis Ford Coppola en Woody Allen – kan als een achterneefje van AH beschouwd worden. Kunst in New York, met zijn performance art vs schilderkunst (én met Arquette) is New York een smeltkroes van ambitie, twijfel, jaloezie, misbruik. We zien een paranoïde en ziek New York in Bringing out the dead (soms smalend Taxi driver reviseted genoemd). Scorsese brengt op een magnifieke visuele manier de waanzin in al zijn absurditeiten van leven in Manhattan en Greenwich Village. Deze film had hier ook kunnen staan. Maar AH heeft net dat tikkeltje meer genialiteit. De personages zijn hemels (met op kop Teri Garr als de neurotische dienster), de humor geweldig (die opeenstapelingen van pech en misverstanden) en er is een schitterende circelstructuur dat nogmaals de monotonie van het leven benadrukt. Bij Scorsese is er altijd het katholieke vingertje (zondigen brengt rampspoed) maar in AH doet hij dit in de allerbeste stijl. Het is de verleiding die de motor vormt van Dunn's beslissing om naar een onbekend terrein te trekken. Als een soort onderwereld waar hij niet meer kan ontsnappen. Eén zinnetje is ons altijd bijgebleven. Die ober die zegt : na sluitingstijd gelden er andere regels. We hebben dit aan de lijve kunnen ondervinden.
een uittreksel uit mijn boek : mijn 100 favoriete films met op nr 58 - After hours
Alexander (2004)
cinemanukerke
-
- 1817 messages
- 1036 votes
Lessen geschiedenis hebben mij nooit kunnen interesseren maar had ik Oliver Stone als leraar gehad dan zou het zeker en vast een andere richting uitgegaan zijn. Geen saaie, stoffige verhalen over Griekse krijgers in rokjes, geen honderden dia's over een schop of truweel dat ze ergens in de grond hadden gevonden en geen afgetrokken, vergeelde wereldkaart met namen zoals Mesopotamië, Perzië of Persepolis die eerder aan tapijtenwinkels deden denken. Met Stone aan het roer hadden we een donderende speech gekregen over hoe visionair die mannen wel niet waren, hoe de grens tussen verraad en loyaliteit flinterdun was, hoe de excessen van verleiding getolereerd werden, hoe oorlog bloedig en wreed was maar met een missie. Maar het is anders gelopen. De Griekse oudheid bleef voor mij jarenlang een duf verhaal over botten en sieraden en pas toen Oliver Stone het historisch epos Alexander op poten zette, laaide mijn enthousiasme in de Griekse mythologie op. Alexander De Grote wordt door Stone neergezet als een begenadigde redenaar, als een man die de krachttoeren van de goden zoals Herakles probeert te overtreffen, een haat liefde verhouding heeft met zijn moeder omdat hij haar verdenkt zijn vader te hebben vermoord, een vader die trouwens meer respect kreeg dan hij én als een man met visie (verenigen van verschillende werelden tot één – 1 koning voor de wereld) die echter ook aan grootheidswaanzin leidde en vol paranoia was. En dat is nog maar in die 168 minuten versie. De film werd destijds door de bioscoopbezoekers dan ook als rommelig ervaren. Stone had dit ook wel door en probeerde dit te verhelpen. Hij bleef echter maar versies van zijn film uit zijn mouw schudden. Een teken aan de wand. Er zijn reeds 4 versies (de bioscooprelease en op DVD de director’s cut, Alexander revisited en The ultimate cut) in omloop waarin de verhaal structuur omgegooid wordt en de speelduur ook langer is. Vergeefse moeite als je de kenners mag geloven. Wij houden het dan ook bij de bioscoopversie (168 min). Het is zeker juist dat de film zwakheden kent. Bepaalde personages zijn onderbelicht. De tijdssprongen zijn groot, gebeuren plots en er is een onevenwichtige structuur. Waarom dan Alexander uitkiezen in de filmografie van Stone ? Waarom niet zijn onbetwistbare meesterwerken als JFK of Nixon ? Om de vraag te kunnen beantwoorden, moeten we hiervoor terug naar jaren '90. Stone raast door de jaren 90 als een beeldenstormer. Cinema werd wakker geschud. Stone was recht voor zijn raap (hij was ook scenarist van films als 8 million ways to die, Year of the dragon, Scarface, Midnight express), iets wat natuurlijk veel tegenwind van het establishment veroorzaakte. Maar Stone brulde en brieste, maakte zijn eigen films en kreeg waardering. Eind jaren '90 was zijn zelfvertrouwen torenhoog en dat moet ongeveer het moment zijn geweest dat hij droomde van zijn project Alexander. Het moest zijn magnus opus worden; alle remmen los. Resultaat : Zeer dure film (160 miljoen dollar). De box office was echter pover. Uiteindelijk maakte de film wel (een beetje) winst maar succes was het niet. Nochtans maakte de film heel veel tam tam nog voor het in de zalen uitkwam. Sterren als Jolie of Hopkins zorgden voor een grote publiciteit en controverse was reeds geboren. Historici op hun achterste poten omdat de feiten niet klopten en de homoseksuele connectie tussen Alexander en Tyfus zorgde voor rechtszaken. Iedereen (ver)oordeelde nog voor de film in de zalen te zien was. Ja, Stone was in zijn element. Maar hoogmoed komt voor de val. De film die ging over de ondergang van een groots krijger werd ook de ondergang van een groots filmmaker. Met die wetenschap kijken maakt de film speciaal. Die majestueuze scene waarin Alexander tegen een olifant stoot en neergaat, ja dat is Stone die tegen alle kritiek vecht en uiteindelijk kopje ondergaat. Waarom Alexander ? Het was dus de laatste grote film van Stone. Er is een rijke visuele pracht voornamelijk in het laatste deel met India (monumentale sequentie) waarin de chaos en paranoia ook in het beeld vervat zitten dmv kleurensaturatie. De eerste slag bv met opbouw rond de arend, de score, de speech, de veldslag ... het is een indrukwekkend stukje cinema. Het eerste shot reeds ademt onmiskenbaar Stone uit (storm, close up object, de ring die valt). Het is niet moeilijk om te zien waarom hij Alexander als onderwerp nam. Alexander is dan ook een man die het durft opnemen tegen de heersende orde, die buiten de lijnen kleurt, die een droom heeft die als onmogelijk wordt gezien. Een beetje zoals Stone zelf is of wil zijn. Ook is de film alweer een vinger naar Amerika van Bush. De politie agent van de wereld. Macht als waanzin. De parallellen met Alexander liggen voor het grijpen. Waar ging het dan mis ? A is eerder klassiek, niet echt typisch Stone. De vertelling is geen duizelingwekkende montage oefening als Nixon of Jfk. Hier beheerst, min of meer lineair (enkel een sobere flashback). Er zijn veel dialoog scenes. Stone maakt er een drama van en is niet vies van enige dichterlijke vrijheid. Het complot dat zijn generaals hem vergiftigd hadden + moeder die vader zou vermoord hebben + vader die meer respect kreeg dan Alexander. Dus daarom Alexander. De ondergang van een groot filmmaker. Zijn latere films ondanks hun onderwerpen zorgden niet meer voor zo veel ophef. Stone was niet meer relevant. In World Trade Center leek het alsof Stone de vredespijp met rechts Amerika had gerookt. We kregen een sober ingetogen gezinsdrama ipv spectaculaire reconstructie. De pers had het over een patriottistisch pamflet maar subtiel zat er toch kritiek in tegen het Bush regime. Weinigen die het zagen. Weinigen die het nog iets kon schelen. De film stierf een stille dood. In zijn volgende film W. leek het alsof hij terug Amerika een veeg uit de pan zou geven door een portret te maken over één van de slechtste presidenten ooit van USA (zijn beleid werd gezien als een mislukking) George W. Bush. Echter was het politieke commentaar bijna onbestaande, krijgen we een zeer brave en klassieke film en zien we enkel een melodramatisch portret van een man die door zijn entourage werd verraden. En ook de remake Wall Street : money never sleeps was slechts een onderhoudende kopie van Wall street zonder al te veel verrassingen. Door de bankencrisis van 2008 was er potentieel voor een snoeiharde kritiek naar de financiële wereld maar Stone beperkt zich tot een degelijk familie drama. Toch een lichtpunt want met Snowden kregen we een film met een niet te mis verstane boodschap naar Amerika toe. Maar de film en de aanpak was te braaf en te klassiek zodat hij weinig brokken maakte. Nee, het was in Alexander dat hij nog voor de laatste maal flitsen van zijn talent liet zien. Alexander was zijn laatste veldslag en hij heeft die zoals een De Grote betaamt glorierijk verloren.
Een uittreksel uit mijn boek 'mijn 100 favorieten films" met op nr 57 : Alexander.
Aliens (1986)
cinemanukerke
-
- 1817 messages
- 1036 votes
Ware het niet dat we tijdelijk droog stonden maar we hadden nog eens geklonken bij het heugelijk terugzien van Aliens. Want we hebben hier te maken met nagenoeg de perfecte actie film. Eerst en vooral is de opbouw meesterlijk. Een militair commando wordt er op uitgestuurd om samen met een wantrouwige Ripley (de enige die het gevaar aan de lijve heeft ondervonden) die beestjes te lokaliseren. Het eerste half uur staat volledig in het teken van de zoektocht en de spanning wordt hoog opgevoerd (die ping ping !!) tot de hel losbarst. Passend afgesloten met een finale voor mij één van de spannendste ooit en formidabel ondersteund door de score van James Horner. Een grote verdienste van regisseur/scenarist Cameron is dat hij als kern van het verhaal het trauma van Ripley neemt. Geen betere motivatie denkbaar. Door haar schrik te overwinnen zullen de nachtmerries afnemen. Het liet Signoury Weaver toe om een kwetsbare vertolking neer te zetten met als gevolg een oscar nominatie (beschouwd als baanbrekend omdat dit in het horror/actie genre betrof). Ze had hier ook de eerste vrouwelijke knaller deal in the pocket doordat het scenario reeds vast stond vooraleer zij had toegehapt. Studio 20 Century Fox had dus geen keus dan de eisen van Weaver in te willigen. Rest van de cast was min of meer onbekend met o.a. een jonge Bill Paxton in de rol als sidekick (zijn oneliners zijn onvergetelijk). Het was geen sinecure om na een ingetogen en vooral sfeerrijke film als Alien een actie film te maken (this time it’s war zegt de poster). Blijkbaar was het ook oorlog op de set. Regisseur Cameron was veeleisend en brutaal. Regelmatig waren er spanningen op de set tussen Engelse crew (de film werd opgenomen in een leegstaande fabriek nabij Londen) en Amerikaans management. Maar Cameron wist wat hij wou. Tot in de details toe zoals de wapens, het ruimteschip, de power loader. Alles klopt. Ook De beelden van DOP Adrian Bibble. Wanneer reddingwerkers in het schip komen bv zelfs daar gaat er dreiging van uit. Of de desolate planeet met regen en wind – alles ademt groot onheil uit. Ik ben niet echt een Cameron fan alhoewel The terminator ook gerust in onze top 100 mocht staan. Maar na Aliens schudde hij alleen middelmatige films uit zijn mouw tot hij zich de koning der best verkopende film wou kronen. Gelukt met Titanic en met Avatar erop en erover maar dit soort films zijn geen prioriteit voor ons. De Alien franchise bracht ons mooie films. Het begon met het prachtige Alien van Ridley Scott. Een stilistische triomf van design en universum. Daarna Alien 3 door de coming man David Fincher. Helaas werd de visie van Fincher niet gedeeld door de studio en de film werd opnieuw gemonteerd met een middelmatige scary film tot gevolg. Op de DVD is er echter de special edition te zien (die Fincher voor ogen had) en dat is echt wel de moeite. Daarna mocht de fransman Jeunet aan het roer staan. Helaas de zwakste uit de reeks maar het was wel een closure voor Ripley. Na jaren stilte werd de franchise opnieuw opgerakeld en kwam er een prequel Promotheus geregisseerd door opnieuw Ridley Scott. Interessant om de ontstaansgeschiedenis van de alien te weten maar de storyline was dezelfde als de eerste. En een film getiteld Convenant staat in de steigers om verder te gaan waar Prometheus eindigde. Er is nog geen eind in zicht en de dollars blijven rollen. Maar het succes en kwaliteit van deze film is te danken aan de volhardende Cameron. Zijn visie als storyteller heeft deze film gemaakt tot wat hij is. Een classic.
een uittreksel uit mijn boek 'mijn 100 favoriete films' met op nr 88 : Aliens
Arlington Road (1999)
cinemanukerke
-
- 1817 messages
- 1036 votes
een knap geconstrueerde thriller. Begint bij een persoonlijk drama (dreigende toon is reeds aanwezig, desoriënterend gevoel) en groeit uit tot een samenzwering. Een spannende formule film, het kan. Maar het punt van de filmmakers (nl krijgen wij door de media de correcte info over een aanslag of wordt alles gemanipuleerd door een weid vertakte terroristische organisatie in onze maatschappij ? ) zorgt ervoor dat alle aanslagen anders bekeken kunnen worden. Trouwens, de titel is een verwijzing naar die visie. Arlington is de plaats waar het Ministerie van Defensie bevindt en road verwijst naar de weg er naar toe om de staat te ondermijnen (met dank aan het boek 'de geheimen van de cinema' door Chris Craps). Toen de schietpartij in Las Vegas (oktober 2017) los gebarsten was en men vond de dader dood in een hotelkamer, heb ik eens aan die film moeten denken. Haalt realiteit de fictie in ? Maar dit is niet nieuw. Haalt deze film niet de mosterd bij het sublieme The parallax view ? Paranoia, samenzwering en de jaren '70 : het was een gouden trio voor Hollywood.
At Close Range (1986)
cinemanukerke
-
- 1817 messages
- 1036 votes
ik had het al geschreven op het forum maar ik wil het graag nog eens herhalen : één van de mooiste openers in de filmgeschiedenis nl close up van een zoekende Penn, dan ziet hij het meisje - dit alles op een dromerige score in slow motion. Penn zoekt immers naar een doel in zijn leven en moet kiezen tussen goed (Masterson) en kwaad (Walken). De opening creëert de juiste mood om de film te volgen en boetseert meteen het personage van Penn. Stoer, onzeker en een tikkeltje zelfvoldaan. En daarvoor zal hij een prijs betalen. Regisseur James Foley kwam met deze film binnen als beloftevolle talent maar het kan verkeren zei Bredero en in de tweede helft jaren '90 de ene ramp na de andere zodat hij nu sequels maakt van pulp als Fifty shades ... Maar ACR staat er (nog steeds). Foley gaat met zijn beelden en score voor een romantisering van zowel liefde als criminaliteit. Dus zijn de diefstallen in eerste instantie opwindende spelletjes om zich te bewijzen en de aanwezigheid van zijn liefje geeft rust. De motivatie van de jongeren is sociaal-economisch getint nl arm/trash in een regio zonder toekomst en waar verveling welig tiert, is natuurlijk de trigger is om de misdaad/avontuur te omhelsen. Foley laat het verhaal rustig begaan, neemt tijd om te situeren en de scenes tussen Walken en Penn zinderen. De film zakt wel wat in na 3/4, voorspelbaarheid treedt in (thuissituatie drijft Penn definitief naar vader, diefstallen gaan goed, wrijving tussen de bende leden) en daardoor net niet in mijn lijst der favorieten. Maar het einde is terug opnieuw sterk. De tragiek dat er zat aan te komen, barst los. En in de (prachtige) finale scene krijgt de vader/zoon relatie zijn vaste vorm, worden wraak, verraad, schaamte en woede in één zin (he's my father) gebald.
