• 177.914 movies
  • 12.203 shows
  • 33.971 seasons
  • 646.932 actors
  • 9.370.274 votes
Avatar
Profile
 

Opinions

Here you can see which messages cinemanukerke as a personal opinion or review.

Gangs of New York (2002)

cinemanukerke

  • 1818 messages
  • 1036 votes

Laten we eerst even rechtstaan en een groet brengen aan ‘the greatest living director’ Martin Scorsese. Respect is immers groot. Sinds het door de school of arts gefinancierde The big Shave (ja, zelfs zijn kortfilms behoren tot de filmgeschiedenis) in 1967 is hij nog steeds decennia per decennia filmklassiekers aan het distilleren. Graag een geniale Scorsese film ? Wel, keuze zat. We schuiven Gangs Of New York naar voor. De film creëerde al een buzz nog voor het in de zalen kwam. Op dat moment was de wereld nog steeds 9/11 aan het verwerken (en ook die film had er mee te maken want de release kwam daardoor met een jaar vertraging en er was zelfs kleine consternatie over het eindschot) maar in filmland scheen er al licht aan het eind van de tunnel. Een nieuwe Scorsese kwam eraan. Zijn eerste van het nieuwe millennium. Maar de vele berichten dat de productie niet van een leien dakje was verlopen, verontruste de filmliefhebbers. Was dit een verminkt werk ? Ik stond alvast te trappelen van ongeduld aan de bioscoop tijdens het zeer drukke openingsweekend – de kerstperiode was net voorbij, iedereen tintelde nog van goede voornemens - en de vraag op iedereen zijn lippen was : Was Mr Marty terug in vorm? Een volmondig JA. Het was liefde op het eerste zicht. Een episch spektakel, een set gebouwd in de roemrijke cinecitta studio’s in Rome waar ook zijn helden als Fellini hebben gefilmd, een historische gebeurtenis als achtergrond nl draw riots act - een donkere bladzijde waar de meeste amerikanen zelfs niet van gehoord hebben – en de thesis dat zijn geliefde new york is opgebouwd door bendeleden, zie daar de hoofdingrediënten voor een meeslepende film. Scorsese brengt een grote authenticiteit in deze film. Niet verwonderlijk. Hij is een grote fan van het neo realisme in italie. Daar liggen zijn roots zowel cinematografisch als cultureel zoals je in de uitstekende documentaire 'il mio viaggo in Italia' kan zien. Een parel voor de filmliefhebber. Je krijgt een wandeling doorheen de klassieke Italiaanse cinema aangeboden met commentaar van Scorsese als een begeesterde filmkenner. De man heeft wel meer boeiende documentaires gemaakt zoals A personal journey with Martin Scorsese through American films, The last waltz (over het laatste concert van The Band), No direction home (over Bob Dylan). Maar we dwalen af en dat gebeurd wel meer bij Scorsese. Terug naar GONY. De film opent met een meesterlijke opgebouwde sequentie. Meteen is de klasse zichtbaar. De majestueuze set van Dante Ferretti (labyrinth van kelders), de score van Howard Shore (panfluit en trommels), de camerabewegingen van Michael Baulhaus (lange steadicam die door de gangen dwaalt en die de personages introduceert), de montage van Thema Schoonmaker (het gevecht in de sneeuw) en de dramatiek (Scenario van Jay Cocks en bijgewerkt door o.a. Steve Zaillan – zie nr 83) waaruit de ruggengraat van het verhaal zal gevormd worden. De wraak van een zoon voor een vermoorde vader. Maar jaren later, wanneer de zoon (Leonardo Di Caprio) wraak wil nemen, begint er een vader-zoon relatie te groeien tussen hem en de moordenaar (Daniel Day Lewis). De innerlijke conflicten stapelen zich op en hij moet de juiste keuze maken. Het was het begin van de samenwerking met Di Caprio. De jonge acteur zat verveeld met zijn faam als Titanic vedette en wou auteurs films maken ipv Hollywood formule films. Met Scorsese aan het roer was dit voor hem de ultieme start om serieus genomen te worden als acteur (dat hij iets te zeggen heeft, bleek later ook uit zijn acceptance speech op de oscaruitreiking voor zijn rol in The revenant). Het klikte tussen hem en Scorsese en intussen is de samenwerking gegroeid in o.a. de – we gebruiken het woord zonder schroom opnieuw - geniale genrefilm Shutter Island. Maar de ster, de creatie van de film is natuurlijk Daniel Day Lewis die met zijn Bill the butcher een personage creëert dat altijd zal blijven hangen. Een recht door zee man met gevoelens (hij ontfermt zich over een meisje zonder zich op te dringen, hij neemt de jongen in bescherming) maar ook meedogenloos om zijn doel te bereiken en verraad te straffen. Type acteur (gedrevenheid, prettig gestoord) dat zich helemaal in een rol vastbijt. De acteur was zuinig met zijn rollen – hij had voordien een sabbatperiode van 5 jaar ingebouwd – maar kreeg des te weer oscarnominaties (ook voor deze rol) en kaapte in zijn carrière 3 beeldjes weg. Zo zijn we beland bij een hekel punt. Want Oscar had geen oog voor Scorsese. Nog steeds was er geen oscar voor beste film of beste regisseur. Met GONW waren er alweer oscarnominaties (10 !) maar geen enkele oscar werd binnengehaald. Met The aviator was het zelfs een openlijke flirt naar oscar (een meer toegankelijke en onderhoudende film – en toch geniaal - met 4 gewonnen oscars als gevolg) maar nog steeds niet de ultieme oscar best director. Pas met The departed was het raak. Na jarenlang veronachtzaam geweest te zijn (ongelooflijk !) won hij de Oscar voor beste regisseur en daarmee was een periode afgesloten. Het opende vensters, men ging naar zijn films kijken, ze brachten geld op en hij werd een 'hot director'. Het was niet altijd zo. Scorsese was eind jaren '90 bij het grote publiek vooral bekend om zijn 'maffia' films. Maar hij was veel meer divers. Zoals The age of innocence. Een kostuumdrama (ook Daniel Day Lewis was van de partij al was dit een minder opvallende vertolking) en opnieuw een - we kunnen er echt niks aan doen – geniale film maar het tempo was laag en kijken vergde een inspanning. Maar het was een meesterlijke observatie van een ongeschreven sociale code dat iedereen eind 19 eeuw in New York volgde. De 2 hoofdpersonages proberen uit te breken maar worden door hun omgeving gecorrigeerd. Het einde – de bewustwording van die samenzwering - is één van de meest intense scenes. Maar we dwalen af. Beeldje of geen beeldje : GONY is een grootse film. Nochtans rapporteerde de telex veel discussies tussen de producent Weinstein en Scorsese (over geld, over de lengte van de film en over de dosis geweld). Uiteindelijk verklaarde Scorsese dat dit de film was die hij wou maken en dit was dus de definitieve versie. Er zou geen director's cut volgen. De film zit vol met fantastische cinema momenten. Zowel visueel (camerabewegingen alla de lange kraanschot waarin men de aanwerving van soldaten volgt en dan draait naar de lijkkisten) als inhoudelijk. Er is het groot verhaal – de geschiedenis met de burgeroorlog op de achtergrond - en het kleine persoonlijk verhaal van een jongen die eerherstel wil voor zijn vader. De 2 verhalen komen magnifiek samen in het laatste kwartier (letterlijk in hun leven geploft). Scorsese is een passionele filmliefhebber en in de film zitten verwijzingen naar zijn favoriete klassiekers zoals bv de scene wanneer Bill en de bende in de straat lopen met vuurwerk op de achtergrond (gepikt uit Il gattopardo) of de scene wanneer bendeleden bij een vuurgevecht door een winkelraam worden gegooid (geleend bij The wild bunch). En de mars muziek die we horen is dezelfde als bij Kubrick's Barry Lyndon). Hebben we nu alles gezegd ? Nee, over Scorsese kun je blijven praten. Zelfs al zijn de jaren '70 met Mean streets en Taxi driver aan mij voorbijgegaan dan nog heb je een koffer vol meesterwerken. Met die koffer op een onbewoond eiland zou ik zelfs de rondingen van Vrijdag vergeten.

een uittreksel uit mijn boek 'mijn 100 favoriete films' met op nr 70 : Gangs of New York

Gardens of Stone (1987)

cinemanukerke

  • 1818 messages
  • 1036 votes

Vietnam was (en is) voor vele filmmakers het onderwerp bij uitstek om in het strijdperk het thema oorlog als hel te visualiseren (kijk maar naar onze nr 71). Men zoomt graag in op het slagveld waar de bloederige gevechten, de zinloosheid en de opofferingen de hoofdrol spelen. Maar een film die nooit geweld (oorlog) laat zien en toch de pijn (hel) laat voelen is het mooie melancholische Gardens of Stone. Vietnam beleefd door soldaten op het thuisfront, weinig films hebben dit thema. Cineast Coppola zet direct de toon. Prachtige opening met die langzame travel langs de grafzerken (mooie titel toch), weemoedige score van opa Carmine Coppola, die helikopter geluiden met radiostem die ons onmiddellijk doet denken aan de Vietnamoorlog, de doedelzak en finaal de voice over. De begrafenis is gefilmd als een quasi documentaire. Het is een plechtig moment, nadruk op het ritueel (eresaluut, overdragen van vlag). Een emotioneel moment voor familie maar niet voor de jonge soldaten die meedoen aan het protocol. Dood is voor hun een routine, een job. Hopelijk is dit gauw voorbij en kunnen we terug de bus op, fluistert er iemand. In deze teneur inviteert Coppola ons in The Arlington Memorial Centre, een militair domein die de gevallen helden van de oorlog begraven in een ceremoniële context. We volgen de nieuwkomer in Fort Myer, Private Willow (D.B. Sweeney) die niet kan wachten om naar Vietnam te gaan. Zijn opleidingsofficier Sergeant Hazard (James Caan) is echter zeer sceptisch over de Vietnamoorlog (nothing to win.. No way to win it). Hij weet uit eerste hand hoe het in Vietnam eraan toe gaat. Coppola zag het personage van Sergeant Hazard als een intern conflict tussen plicht en gevoel. Hij is tegen de manier van oorlogsvoering maar niet tegen de oorlog. Hij wil iedereen behoeden om onvoorbereid naar Vietnam te gaan maar hij heeft slechts een protocolfunctie. Hij is een uiterst efficiënte en intelligente soldaat maar zijn kennis en ervaring kan hij niet delen. Hij wordt immers door zijn oversten gezien als een rebel en daarom wordt hij gekortwiekt. Hij moet dus letterlijk met lede ogen aanzien dat er dagelijks jonge soldaten sterven in de oorlog. Daarin ligt de complexiteit van de film. Niet in het verhaal maar in het personage. Coppola wist het. GOS is wat we noemen een kleine film. Verhaal is niks speciaals, er is niet echt een plot maar deels een milieu schets en deels een relatie drama. Misschien daarom een vergeten film van de maestro. Het vormt een drieluik samen met Peggy Sue got married en Tucker, allen eind jaren '80. Het zijn kleine verhalen, verhalen over mensen en hun emotionele strijd. Opvallend dat hij geen enkele keer het scenario schreef. Alsof hij het filmmaken simpel wou houden. Geen actie, geen spektakel. In GOS zijn er vele van die intieme huiselijke en ogenschijnlijke banale scenes (dat door de fotografie van blade runner Jonothan Cronenwerth in intieme en claustrofobische kaders wordt gegoten). Maar toch knettert de emotionele elektriciteit. De frustraties, de verlangens. Een mooi voorbeeld is die indrukwekkende speech van Jones tijdens één van die huiskamer scenes. 'Madame, we are the old guard. We are the nation's toy soldiers, we march with riffles that can not shoot, we fix bayonets that can not stick. We are the Kabuki theater of the profession of arms. Jesters in the court of Mars. God of war, do-da do-da'. De machteloosheid van deze soldaten in één minuut gebracht. Coppola verklaarde tijdens de release dat dit geen anti oorlogsfilm is. Hij laat immers beide kanten zien van een leger. Vooral in de relatie tussen Caan en Huston komen de tegenstellingen van vredesactivist en militair regelmatig naar boven en zorgen voor verdeeldheid. In de scene waarin Caan een anti oorlogsactivist in elkaar klopt, is typerend. De man wordt immers zeer onsympathiek voorgesteld. Toch is GOS ook zeer kritisch tgo de oorlog. Het beleid dat de Amerikanen voeren is amateuristisch. Ze onderschatten hun vijand, hun arrogantie staat in de weg van een nuchtere kijk. Dat de film een zekere tristesse over zich heeft, is natuurlijk ook door het feit dat de zoon van Coppola overleed net voor de opnames. Als men dan een scene deed waarin iemand ten grave werd gedragen, voelde dit natuurlijk voor iedereen zeer persoonlijk en emotioneel aan. Die doem voel je vanaf minuut 1 : de voice over (I think this is my last letter), de flashback structuur als noodlot, het prille geluk dat onvermijdelijk zal worden weggesneden. De film wordt knap gedragen door Caan, Huston en Jones. Het was de eerste film in 5 jaar voor James Caan. Coppola haalde James Caan terug want de jaren '80 waren voor Caan (na het knappe Thief van Michael Mann) een verloren decennium (drugs en drank). Dankzij Coppola kwam Caan zijn depressie te boven. Echter, een grootse carrière werd het niet. Geen parcours zoals De Niro of Pacino maar zijn rollen in zowel schitterende film The yards als een goede film Misery én de bijrol in Dogville (onze nr 92) waren mooie ereplaatsen. Angelica Huston vult stralend de rol in van de sterke onafhankelijke vrouw die heen en weer wordt geslingerd tussen liefde en ideologie. Vreemd genoeg is ze nu meer in tv series te zien (wie had dat gedacht in de jaren '80/90?). James Earl Jones heeft misschien de bekendste stem in Hollywood maar noem eens één film waar hij te zien is ? Juist. Of je zou moeten fan zijn van Soul man wat we uiteraard niemand toewensen. Minpunten ? Het einde is onbevredigend en antwoord niet op het dilemma van Hazard. En de film kan ook niet zonder de obligate scenes van vernederende drills en luidbekkende oversten. Gelukkig is er wat tegenwicht met het subtiele verhaallijntje dat de sukkel van dienst die alles verkeerd doet wel wordt aanvaard en uiteindelijk nog een oorlogsheld wordt. In het laatste kwartier wordt nog maar eens duidelijk gemaakt hoe je de oorlog kan voelen zonder te tonen. Want er is opnieuw een begrafenis maar deze keer van een personage dat we hebben leren kennen. En het doet pijn. Iemand fluistert ; laten we dit vlug afhandelen zodat we terug naar de bus kunnen. Nu snijdt deze dialoog door onze ziel. Heel anders dan in begin van de film. Nu zijn we betrokken partij. We voelen het verlies. GOS is vertederend en ingehouden maar deelt toch een klap uit. Een grootse film zonder twijfel. Well Mr Coppola Here's to you and those like you. Damn few left.

een uittreksel uit mijn boek 'mijn 100 favoriete films" met op nr 55 : Gardens of stone

Gaston's War (1997)

cinemanukerke

  • 1818 messages
  • 1036 votes

Naar aanleiding van Memorial Day / D Day heb ik zitten snuffelen in mijn nog te bekijken collectie (altijd groter dan ik dacht) en daar vond ik deze oorlogsfilm terug. Regisseur Robbe De Hert is een beetje de Johnny Rotten van het Vlaamse filmland. Begonnen als een jonge punk die graag Hollywood aan de Schelde (Bij deze proficiat om uiteindelijk toch de nodige financiering te vinden voor zijn documentaire) wou bouwen nl films maken met een grote entertainment waarde met daaronder een laag maatschappij kritiek. Ook Gaston's war maar helaas is deze film geen goede film geworden. Het begint al met de credits : A Belgian - Spanisch - Danish - Dutch co production. Een allegaartje aan producenten en je voelt het al donderen tot in Keulen en het onweer is zichtbaar doorheen gans de film. De film hangt met haken en ogen aan elkaar (sommige cuts zijn echt fout zoals personage kijkt door raam : cut to een andere scene dat in een ander land op een ander tijdstip afspeelt !), het scenario is een opeenstapeling van losse situaties, anekdotes en er is geen evolutie of opbouw in drama en personages. Veel dramatische gebeurtenissen worden gewoon verteld omdat er geen scenes voor handen zijn. En ik meen te zien dat er 2 x dezelfde shot is gebruikt (landschapsshot van Pyreneeën met de voorwaartse zoom). Maar Robbe blijft een punk. Zijn thesis over Wo II is zwart, pessimistisch en provocerend. Heeft de legertop van de geallieerden mensen opgeofferd in naam van de oorlog ? De gewone (verzets) mensen zijn slachtoffer van deze cynische politiek. Zijn minachting over de legertop is groot (cf de scene waar gulzig met cognac wordt omgesprongen tijdens een strategische vergadering) en zijn vragen werden niet overal gesmaakt (Zo heeft de amn waarop de film is gebaseerd Gaston Vandermeerssche direct afstand genomen van de film). Nochtans is Robbe duidelijk : helden zijn de verzetsmensen, legertop zijn imbecielen, clowns die meedogenloos mensen als pionnen gebruiken. Toch, tussen alle rommelige scenes door, 2 pareltjes nl de scene waarin mensen schuilen in de metrohalte 'London Bridge' met de song 'We"ll meet again' op de achtergrond én de confrontatie tussen de Duitse officier en Gaston op het einde : daar zit de waardering van de oorlog, daar zit de echte pijn van de oorlog.

Glengarry Glen Ross (1992)

cinemanukerke

  • 1818 messages
  • 1036 votes

De mensheid heeft grootse dingen verwezenlijkt. Zo proclameerde onze geschiedenisleraar uit het vijfde middelbaar en prompt toonde hij ons dia’s van astronauten die een vlag planten op de maan en van monumentale bouwwerken zoals de Sagrada Familia. Ik durf wedden dat hij echter nooit de film Glengarry Glen Ross had gezien. Zijn enthousiasme zou iets minder geweest zijn. Deze ietwat vergeten film uit begin jaren ’90 toont namelijk de lelijkheid van mens en maatschappij in al zijn glorie. Enerzijds verkopers die liegen, stelen, bedriegen om toch maar resultaten te behalen en anderzijds bedrijven die hun werknemers onderdrukken, uitzuigen, vernederen. De set up is staalhard : een arrogante manager (Alec Baldwin in een gastrol die hem eeuwige roem opleverde) spelt de verbouwereerde verkopers de les en dicteert ; nieuwe regels bij de wedstrijd ‘verkoper van de maand’ nl 1 ste prijs een cadillac, 2 de prijs een set keukenmessen (symboliek is nooit ver weg) en 3 de prijs is … ontslag. Het script van David Mamet (gebaseerd op zijn eigen toneelstuk bekroond met een Pulitzer prize) is een juweeltje. Dialogen die als donderslagen door het beeldscherm klieven, de 'you cost me 6000 dollar' monologue bv is één van de spannendste (verbale) gevechten tussen establishment en individu dat U ooit zal zien. Met GGR portretteert Mamet een milieu dat hij goed kent want zelf was hij ooit werkzaam in een makelaarskantoor. Zijn observatie is ongenadig. Mensen zitten gevangen in een systeem. Willen ze hun job behouden dan moeten ze hun ziel verkopen. Mamet schreef zijn toneelstuk immers in een periode van Amerikaanse crisis met grote werkloosheid tot gevolg. Het is ook film waarin we achterover geblazen worden door fenomenale acteerprestaties. AL Pacino, Jack Lemmon, Alan Arkin en Ed Harris incarneren stuk voor stuk granieten karakters, vol frustratie en woede. Dat is zeker ook de verdienste van regisseur James Foley. Er is vooral stevig gerepeteerd en chronologisch gefilmd zodat de continuïteit goed zat. Het is een waar genoegen om een Hollywood legende als Jack Lemmon (check zijn glansrollen in sprankelende Billy Wilder comedy’s als Some like it hot, The appartment, The fortune coockie en The front page) aan het werk te zien. Zijn rol als ooit topverkoper (Shelley the machine is zijn bijnaam) die nu als bijna pensioengerechtigde slechts een schaduw van zijn grote dagen is en geen enkele verkoop meer rond krijgt, spettert van het doek. Hoe hij probeert in de wagen zijn baas Kevin Spacey tips te ontfutselen bv is waarlijk klasse. Mamet was wel zo slim om geen zwart wit personages te creëren maar karakters van vlees en bloed, die we herkennen, die we misschien ooit zijn geweest of – durven we het toegeven – die we zijn. Foley heeft een vreemd parcours gereden. Zijn eerste film At close range (zie ook nr 90) mist net onze top 100 en was veelbelovend en met GGR was zijn status als coming man bevestigd. Daarna verzonk hij in middelmatige tot flauwe actie thrillers. Maar hier heeft hij gevoel voor kleuren (die rode china bowl), gevoel voor sfeer (die regen en hitte) en kiest hij voor een jazzy soundtrack dat perfect de nervositeit, de verwarring begeleidt. Het toneelmatige is zeker niet verdwenen (één ruimte, lange scenes) maar de acteurs brengen het tot leven. Een zeldzame film waarin toneel en film verenigbaar zijn. Maar niet iedereen was akkoord. Dit soort cinema krijgt veel kritiek, het wordt vergeleken met ‘talking heads’ (praten ipv beelden op een groot scherm) maar deze film bewijst dat verfilmd theater geen saaie brok tekst in een bordkartonnen decor hoeft te zijn. Er zijn er nog die de film omarmen want vreemd genoeg gebruiken bedrijfsleiders quotes en situaties uit de film (vb het ABC – Always Be Closing speech) als handleiding voor nieuwe rekruten. Nochtans is die prestatiedruk wat de film aanklaagt. Meneer de geschiedenisleraar : Heeft de mensheid nu iets geleerd ?

een uittreksel uit mijn boek 'mijn 100 favoriete films' met op nr 75 : Glengarry Glen Ross

Godfather: Part III, The (1990)

Alternative title: The Godfather, Coda: The Death of Michael Corleone

cinemanukerke

  • 1818 messages
  • 1036 votes

Nog steeds zijn er kwatongen die beweren dat Godfather part III geen meesterwerk is. Dat velen bij een overzicht van beste films de nr 3 laten vallen (het stemt mij tevreden dat de Top 1000 een uitzondering is), doet ook geen goed. Bij deze willen we dan ook de film in eer herstellen. Kijk maar naar de eerste 5 minuten – dat is al wat Coppola nodig heeft om de film te situeren nl herfst, vervallen landhuis, spinnenwebben aan de ramen, de schorre stem van Al Pacino. We zijn namelijk in de laatste levensfase van Michael Corleone. Hij wil de gangster criminaliteit verlaten en zijn imperium legaliseren. Daarenboven is het ook een spirituele queste nl zijn geweten zuiveren van alle zonden. Het laatste drie kwartier is monumentale cinema. Heen en weer snijden van de opera Cavallaria Rustica naar de terechtstellingen van Corleone’s tegenstanders. Intussen zien we tijdens de opera parallellen met het plot. Daarom dus deel III in ons overzicht en daarom dus de stempel : briljant. Want het gerucht dat de makers het laatste deel louter voor het geld deden, blijkt niet te kloppen. Volgens de DVD track was er wel degelijk een persoonlijke motivatie doordat Coppola het verhaal van de familie Corleone met zijn eigen familie linkte. Michael Corleone probeert zijn familie samen te houden en ook Coppola heeft een groot familiehart (talrijke familieleden figuren in de film of werkten eraan mee). Deel 3 is wel degelijk een volwaardig sluitstuk en maakt de trilogie compleet. Meer hoeft er niet gezegd te worden. We zullen nog veel over de godfather spreken later en nog veel meer over Francis Ford Coppola daarom wijden we even uit naar een telg uit de familie Coppola nl Sofia Coppola. In de film speelt ze de dochter van Corleone die valt voor haar kozijn. Coppola had haar genomen omdat Wyona Ryder uitviel. Een plan B dus. Maar ook omdat hij in die rol een 19 jarige wou die onschuld uitstraalde en vond dat een non prof – wat zij is - dit beter kon dan gereputeerde (oudere) actrices. Er was veel kritiek over die vertolking en inderdaad niet de meest overtuigende van de ploeg maar meer dan 10 jaar later ontpopt Sofia zich tot een beloftevolle cineaste met haar debuut film 'The virgin suicides'. Knappe soundtrack van Air en een uitmuntend portret van jongeren onder de knoet van ouderlijk gezag. Haar volgende film ‘Lost in translation’ was een succes. Twee knappe acteerprestaties (Van Bill Murray en Scarlett Johansson), dosis humor en een rake emotionele tik voor de romantici onder ons. Ze mocht een speech houden om de oscar ‘best original screenplay’ in ontvangst te nemen en de critici blokletterden : a star is born. Daarna volgde 'Marie Antoinette'. Misschien een vreemde keuze, een kostuumfilm met groot budget en werd slecht onthaald door publiek. Wij daarentegen vonden het schitterend gemaakt. Eigenzinnig met een heerlijke connotatie tussen glimmer en glamour van rock en roll (door de soundtrack) en glimmer en glamour van het koningshuis (door de decadente levensstijl en door de kleuren fotografie). Een favoriet for sure. Met ‘Somewhere’ kregen we een sober maar trefzeker vader-dochter relatie. Het openingsbeeld (sportwagen die rondjes draait) vat reeds in toon (monotoon leven) en in vorm (droge registratie met statische camera ) de essentie mooi samen. Haar films zijn misschien niet mainstream (plot is meestal mager, ritme traag) maar dankzij een goede keuze van popsongs vallen de films wel buiten de stijve artfilms. Deze 4 opeenvolgende knappe films verraden thema’s als isolatie, vervreemding, existentiële crisis. Haar personages zijn outsiders in de entertaining/kunst sector en haar films zijn doordrongen van een visie op het medium. Papa Coppola mag wel degelijk trots zijn op zijn dochter. De nieuwe generatie neemt de fakkel over. Zo komen we weer naadloos uit bij GF III.

een uittreksel uit mijn boek 'mijn 100 favoriete films' met op nr 81 : The godfather - part III

Great Balls of Fire! (1989)

cinemanukerke

  • 1818 messages
  • 1036 votes

Meteen een waarschuwing : dit is geen biografie over Jerry Lee Lewis. Althans, dat was niet de bedoeling. Het is een misverstand dat de film commercieel heeft genekt maar ik ga hier een pleidooi houden waarom Great balls of fire desondanks een subliem stukje cinema is.

You shake my nerves and you rattle my brain

Cineast McBride die samen zijn vaste kompaan Jack Baran het script schreef, gaf ruiterlijk toe dat het niet de bedoeling was om het leven van Jerry Lee Lewis accuraat en gedetailleerd te portretteren. Er zitten dus tal van onjuistheden in de film. De song Great balls of fire stond nooit op nr 1 in billboard charts zoals het in de film cartoonesk gevisualiseerd wordt (hoogste plaats was de nr 2). Ook toont de film een rivaliteit tussen Elvis Presley en Jerry Lee. In bijna elke scene zien we de signalen van de concurrentie met Elvis. Magnifieke scene waarin de reflectie van Lewis in die van Elvis verdwijnt. Toch schijnt dit niet het geval te zijn. Ze waren blijkbaar vrienden. Mc Bride nam dus een loopje met waarheid en historische feiten.

Too much love drives a man insane

De commotie ontstond vooral door de verwanten en betrokkenen van Jerry Lee zelf. Allereerst omdat het boek van ex vrouw Myra Lewis en co-auteur Murray Silver jr (de bron voor de film) door vele experten niet als een authentiek document wordt beschouwd. Myra Lewis zou immers het boek eerder als een afrekening zien. Voor velen was het dus niet representatief. Maar ook Murray Silver jr zelf was niet opgetogen over de film omdat de film het boek niet echt benaderde. Er was beloofd dat Murray na de verkoop van de rechten ook het script mocht schrijven maar daar kwam niets van in huis.

You broke my will, but what a thrill

McBride gebruikte het boek dan ook enkel als startpunt. Maar niemand die het begreep zodat iedereen stellig beweerden: de film is nep. En laat dat net nu juist de visie van McBride zijn. Film is nep. Daarom ook die vormgeving die mijlenver weg staat van een biografie. Hyper stilisme waarin elke vorm van realiteit of werkelijkheid wordt vermeden. Aangevuld met fotografie van Affonso Beato. Hij deed ook enkele (vroegere) Almodovar films. Dat zegt genoeg.

Goodness, gracious, great balls of fire

Met een grote dosis humor verkennen we de kunstmatige leefwereld van Jerry Lee Lewis en GBOF zoemt in op 2 hoofstukken. Zijn relatie met de 12 jarige nicht Myra dat natuurlijk veel controverse deed oplaaien. Maar McBride pakte dit aan met een ‘larger than life’ gevoel. Shots als poppenhuis als koffer, de melk in de champagnekoeling … het zijn die visuele vondsten waarin met een knipoog de relatie wordt voorgesteld. We kunnen het niet serieus nemen. Net als die muzikale intermezzo’s in video clip stijl. Rijden langs de school, Elvis mansion, billboard waarin telkens de opmars van Jerry Lee getoond wordt, de rij van ruggen van de fans eens de ondergang is ingezet…. Dit zijn magistrale scenes, vol met prachtige verbeelding. De scene waarin Ryder langs de showroom passeert om geld uit te strooien is er ook zo’n pareltje. Dan is er ook zijn relatie met zijn neef. Goed tegen kwaad. Alec Baldwin als de predikant Jimmy Swaggart dat het kwaad en verderf van popmuziek predikte en natuurlijk met Jerry Lee zijn Nemesis vond. Deze 2 verhaallijnen zijn een voedingsbodem voor enkele dramatische accenten. Maar het blijft op de achtergrond.

I laughed at love 'cause I thought it was funny

Moet je fan zijn van Jerry Lee Lewis om de film te smaken ? Ik weet het echt niet. Natuurlijk zijn de songs wel present. Je moet niet echt zot worden van songs als Great balls of fire of whole lotte shakin going on maar het helpt wel. Die piano solo’s als ratelde machine geweren, een tempo dat opbouwt naar een ultieme uitbarsting : dat is de muziek van Lewis maar ook de film heeft diezelfde drive. Allemaal opnieuw ingezongen door the killer himself (Dennis Quaid deed dus enkel lip sinck) klinken die mogelijks nog krachtiger dan voorheen. Trouwens, de piano solo’s dat we zien, is in de montage een mix tussen piano spel van Quaid en pianospel van Jason D Williams (een pianist en zanger die vaak vergeleken werd met Lewis door performance en looks). Ook krijgen we de legendarische verhalen te zien zoals de piano in brand steken tijdens een TV optreden. Toch liet het script zich verleiden tot één kritiek nl mensen rondom Lewis zijn profiteurs. Een restantje van het boek dat over het hoofd werd gezien ?

But you came along and you moved me, honey

Moet je fan zijn van creatieve stijlvolle cinema om de film te smaken ? Zeker. De muziek van Lewis is overweldigend, opwindend en swingend en dat is de film ook. McBride brengt een enthousiasme, een cinematografische invulling van opwinding en plezier maken. Maar door kritiek kelderde de belangstelling. GBOF zou het paradepaardje moeten worden van de studio (Orion Picutres) maar helaas werd de film een flop aan de box office. De studio hield er een financiële kater aan over en ging dan ook na 3 jaar bankroet. Het was ook end of the ride voor regisseur McBride. Slechts wat Tv werk en lauwe films nadien. Maar de jaren ’80 waren zijn Jerry Lee Lewis momenten. Breathless, The big easy .. prachtige films. Uitvergroot, wild, broeierig kleurenpalet, muzikaal (New Orleans in The big easy), sensuele ongeremde dames (Ellen Barkin in The big easy en Valerie Kapinsky in Breathless), naïeve mannelijke personages (Dennis Quiad in The big easy, Richard Gere in Breathless), controversieel (Breathless als remake van een filmklassieker ? Niemand komt aan Godard ) Zie hier de huisstijl van McBride dat reflecteert zich ook in GBOF.

I changed my mind, this love is fine

Acteren is inderdaad over the top (vooral van Quaid), karikaturaal (die gestes !) maar dat ligt allemaal in de lijn van de visie van de film. Een gedurfde keuze. De bezetting was toen ook nog niet zo klinkend. Risico’s konden nog genomen worden. Winona Ryder stond nog aan het startpunt van haar carrière. Dankzij grote cineasten als Burton (Edward Scissorhands), Coppola (Dracula) en Scorsese (the age of innocence) mocht ze daarna bij de groten gaan staan maar uiteindelijk kreeg ze niet de ultieme bekroning van een oscar prijs en is nu weggezakt in Tv series (Stranger things waarin ze nochtans zeer goed is. En de episode in Friends is een echte aanrader en niet alleen voor haar kus met Jennifer Aniston). Dennis Quaid was een ander verhaal. Meer ervaren en hij had al een paar middelgrote projecten achter de kiezen (oa The right stuff en Enemy mine). Quaid had die gladde nonchalante houding en een zeer ritmisch gevoel dus ideaal voor de rol. Maar hij heeft misschien de rol van Jerry Lee Lewis te letterlijk genomen want in de jaren ’90 kampte ook hij met een cocaïne verslaving waardoor zijn carrière een duik nam. Maar hij bleef acteren en alhoewel diverse rollen zijn er toch een paar uitschieters als Doc Holiday in Wyatt Earp en Frank Withaker in Far from heaven. Door zijn reputatie van een ‘wild one’ bleef hij echter onderschat. McBride had ook een neus voor casting bijrollen. Zo komen we terug bij Lisa Blount, een actrice die wat ons betreft, laat zien dat 1 minuut volstaat om indruk te maken. Ze was ook al in Carpenter’s Prince of Darkness te zien (zie onze nr 83) en een schoolvoorbeeld van de leuze ‘Great minds think alike’.

Goodness, gracious, great balls of fire

Jammer dat Lewis zelf ook niet te spreken was over de film maar nogmaals dit was dan ook geen biografie. Had er nu gestaan : elke link met de bestaande personen berust op een louter toevalligheid, dan hadden veel misverstanden vermeden kunnen worden. Maar hoe ver de film ook staat als biografie toch sijpelt de natuurlijke aard van Jerry Lee Lewis als het ware tussen de film in. Doordat de titel een song is van Lewis. Doordat die song een beetje het leven van Lewis samenvat. Doordat de film in feite een visuele vertaling van de song titel is. Wanneer we GBOF horen, zien we de film en wanneer we de film zien, horen we de song. Dat is hoe een meesterwerk zich ontpopt.

Een uittreksel uit mijn boek 'mijn 100 favoriete films' met op nr 45 : Great balls of fire!

Groundhog Day (1993)

cinemanukerke

  • 1818 messages
  • 1036 votes

Nogmaals het 'Clint Eastwood' moment : Murray verkleed als the man with no name gaat samen met een vrouw verkleed als pin up naar de cinema. Aan de kassa zegt hij : that will be one adult and ... (hij kijkt opzij naar de pin up en twijfelt) the pin up zegt vlug : 2 adults en murray beaamt dit (2 adults). Een schitterend hilarisch moment. Maar dit detail is ook de film in een notendop : zo lang Murray zich arrogant opstelt, zolang hij egoïstisch handelt, zo lang hij vrouwen als een opportuniteit beschouwt (in die korte scene passeert ook zijn one night stand Nancy voorbij, zij negeert hem), maw zo lang hij doet alsof (daarom die verkleedpartij) dan zal hij nooit uit de carroussel van Groundhog day komen. Het scenario van Danny Rubin is geweldig onderschat. Nog steeds een waardige favoriet op nr 89 van mijn lijst.