Log
This page will keep you informed of recent votes, opinions and reviews of De filosoof.
By default you see the activities in the current and previous month. You can also choose one of the following periods:
januari 2025, februari 2025, maart 2025, april 2025, mei 2025, juni 2025, juli 2025, augustus 2025, september 2025, oktober 2025, november 2025, december 2025, januari 2026
Net als bijna iedereen had ik de beroemde film – de zomerhit van 1975 en de doorbraakfilm van Spielberg – lang geleden al eens gezien op TV en nu ik hem heb herzien in de rerelease in de bioscoop vanwege z’n 50-jarige jubileum is de film beter dan ik hem herinnerde (sowieso ben ik Spielbergs films meer gaan waarderen dan ik vroeger deed): meteen in de eerste scene is er al de eerste dode en de film weet tot het einde toe de spanning vast te houden en op te voeren. Alles klopt aan de film: elk detail heeft een functie (en komt later terug, bv. dat Quint vertelt dat hij in de oorlog z’n maat doormidden gebeten zag door een haai waarna hij zelf doormidden gebeten wordt door de haai), de muziek voegt effectief spanning en sfeer toe en ik geloof graag dat er uitstekend wordt gefilmd en geacteerd. Alleen de haai is duidelijk nep hetgeen me de eerste keer (op een kleine TV) niet was opgevallen. Om die reden komt de haai in het eerste deel ook niet in zicht, maar dat maakt niet veel uit omdat de spanning vooral zit in het onzichtbare gevaar onder je.
De film is geïnspireerd op onder meer de literaire klassiekers Ibsens En folkefiende (1882) wat betreft het conflict tussen volksgezondheid en commerciële belangen in een toeristisch oord, Hemingways The Old Man and The Sea (1952) en bovenal Moby-Dick (1851) waarbij de gestoorde zeebonk Quint is gebaseerd op Captain Ahab uit Moby-Dick. In die zin is het thema van de film het mythische gevecht van de mens tegen een zeemonster dus tussen mens en natuur; de strijd op zee deed me overigens ook wel denken aan een stierengevecht. Opvallend is dat niet de old-school zeebonk (tevens arbeidersklasse) en niet de wetenschapper (tevens opgeleide elite) maar de gewone burgerlijke politieagent (tevens middenklasse) het karwei weet te klaren als de situatie steeds penibeler wordt: de film is in die zin een bevestiging van de burgerlijke orde van na de Tweede Wereldoorlog, hetgeen onbewust ook de verklaring moet zijn waarom ik Spielbergs werk vroeger niet pruimde.
details
De film is beter dan hij aanvankelijk lijkt. Het begint ermee dat we een gezin zien dat worstelt met het verlies van hun zoon waarbij de dochter haar pijn openlijk uit in agressie en de vader zijn verdriet niet uit anders dan in woedeaanvallen en energie voor een rechtszaak die het gezin heeft aangespannen in relatie met de dood van hun zoon. Hij raakt verzeild in een amateur-toneelcub waar hij op een ongeloofwaardige manier aan meedoet, knuffels en liefde van z’n mede-spelers ontvangt en emotioneel uitgedaagd wordt zodat de film vooral zoetsappig is en het idee is dat de toneelvereniging de juiste therapie is voor hem die niets van therapie moest hebben. Maar de film wordt beter omdat er een dubbele of diepere laag blijkt: ze oefenen Shakespeare’s Romeo and Juliet en het verhaal van hun zoon blijkt nu precies het Romeo and Juliet-verhaal te zijn waarbij de zoon zelfmoord pleegde omdat de families van de geliefden hen uit elkaar haalde. Het heropvoeren van het huiselijk drama in de vorm van Shakespeare’s toneelstuk geeft precies de katharsis voor de gesloten man – het geeft hem letterlijk de woorden om zijn verdriet uit te drukken terwijl hij anderszins niet over zijn emoties kon praten – waardoor verzoening mogelijk is: het laat rouw toe en lost het conflict met de andere familie op zodat het parallelle juridisch toneelstuk geen doorgang hoeft te vinden.
De kracht van de film is dat het niet alleen de helende, katharsische kracht van theater laat zien (waarbij de film zelf natuurlijk ook theater is) maar omgekeerd ook Shakespeare’s oude stuk een nieuw leven geeft doordat het de ziel van een hedendaags drama ontvangt. Als kijker van deze film is het moeilijk de ogen droog te houden bij Shakespeare’s woorden hetgeen ‘serieuze’ uitvoeringen wellicht minder makkelijk zal lukken: nu de film de kijker ook zelf een katharsis geeft bevestigt de film de waarde van theater en zou Shakespeare niet ontevreden met de film kunnen zijn.
details
Ik ben bang dat ik niet zo van de Japanse animatiefilms ben: zelfs het veelgeprezen Spirited Away deed me niet heel veel en dat geldt helaas ook voor Grave of the Fireflies. Ik vond het een saaie film met weinig verhaal: een jongen en z’n klein zusje blijven achter als wezen tijdens de oorlog, worden opgevangen door een gemene tante waarna ze in een grot gaan wonen en hij moet gaan stelen om aan voedsel te komen. Pas tegen het einde als het zusje ziek wordt en uiteindelijk sterft van de honger wordt de film ontroerend, zelfs als de animatie afstand schept en begrijp ik niet goed waarom de jongen niet eerder het geld van hun moeder van de bank heeft gehaald om haar te voeden. Ik kan er niet meer voor geven dan een zesje: natuurlijk is de dood van een kind aangrijpend en de liefde tussen broer en zus ontroerend maar ik zie niet wat het briljante van de film is. Ik was nog even bang dat de film opnieuw is uitgebracht vanwege de parallel met de toestand in Gaza waarbij we nu ook al de Japanners moeten zien als de slachtoffers in de Tweede Wereldoorlog maar de film is zelf (gelukkig) niet politiek. De symboliek van de vuurvliegjes – die denk ik primair staan voor de zielen van de (te jong) gestorvenen (maar ook voor de dood die bommenwerpers en het vuur brengen) – is overigens wel mooi.
details
details
De film is een geslaagde omzetting van Shakespeare’s King Lear naar een Japanse setting en omdat Kurosawa de drie dochters in King Lear vervangt door drie zonen (een ambitieuze opportunist, een slappeling en meeloper en een moedige, eerlijke rebel) weet hij er ook nog Macbeth in te weven doordat de vrouw Kaede op de achtergrond de kwade genius is die de ineenstorting van het rijk regisseert en veroorzaakt. Maar het begint natuurlijk allemaal met de domme beslissing van de oude heerser om zijn rijk te verdelen onder zijn drie zonen dat strijd en vernietiging teweegbrengt. Terwijl King Lear afspeelt in een voorchristelijke tijd, speelt Kurosawa’s film zich af in een tjd waarin men geloof en moraal heeft verloren waardoor politiek een kwestie van macht, wraak, verraad en verovering is geworden, resulterend in chaos (‘ran’). In dit politiek klimaat van egoïsme en machiavellisme kan alleen autoriteit orde bewaken (zoals Hobbes zou leren) maar daar neemt de oude heerser juist afstand van waarbij hij ten onrechte vertrouwt op zijn vaderlijke autoriteit om zijn zoons onder controle te houden; bovenal had de oude heerser de fundamenten van de orde al verzwakt doordat hij een immorele koning was die heerste door middel van terreur welk regime slechts terreur kan voortbrengen. Bij Shakespeare is er na de neergang van de middeleeuwse eenheid door koning en gemeenschap een aanwijzing dat de wereld uit het modern individualisme en machiavellisme gered kan worden door een nieuwe gemeenschapszin, gebaseerd op deugd en liefde, die bij Kurosawa in handen wordt gelegd van Sue en na haar overlijden haar blinde broer Tsurumaru waarmee de film eindigt en die veelzeggend zijn houvast in boeddha verliest: het zijn niet de goden maar de mensen zelf die het leven tot een hel maken en daarom moeten de mensen ook zelf de leidraad van het goede (her)vinden om de wereld mooi te maken.
In Sophocles’ Oedipus is het een blinde die wijs is, omdat je de waarheid in jezelf vindt, maar Shakespeare en Kurosawa spelen een ander maar interessant spel met betrekking tot waanzin en waarheid: het machiavellisme is uiterste rationaliteit die tot leugens (vleierij en bedrog) en vernietiging, uiteindelijk ook van jezelf, leidt terwijl de nar de afstotelijke waarheid spreekt (“De wereld is gek. Wie gek is is wijs”). Bovenal was de koning blind en wordt hij gek maar door middel van de waanzin omdat hij alles verliest ontdekt hij (net als Oedipus) de waarheid in de zin dat hij die ten langen leste onder ogen moet zien. Ofschoon Shakespeare’s stuk natuurlijk rijker en dieper is, ziet Kurosawa’s film er mooi uit en weet het de hoofdzaken goed over te brengen.
details
Vaak zit er een maatschappijkritische boodschap in de films van Aronofsky maar die heb ik in deze film niet gevonden: de film voelt als een vintage-misdaadthriller – een beetje als sommige films van Tarantino – die Aronofsky misschien puur voor de lol gemaakt heeft en uit eerbetoon aan oudere films in het genre en dan met name die uit de jaren ’90 in welke tijd deze film ook afspeelt. De film is dan ook niet bijzonder – wellicht zelfs formulewerk over een aan lager wal geraakte ex-basketballer in een vervallen achterbuurt die onbedoeld verzeild raakt in het maffiamilieu, wanneer hij klem komt te zetten onvermoede moed en kracht vindt waarbij plotlijntjes die weinig relevant leken toch cruciaal blijken – en ik weet niet of de film bedoeld is als een parodie op het genre met bv. z’n karikaturen van de Russische en Joodse maffia’s. De uitvoering is denk ik wel origineel en hoe dan ook is het een lekkere, rauwe film die aldoor spannend en vermakelijk is en een goed verhaal heeft.
details
De film is eerst en bovenal een overweldigend audiovisueel spektakel zoals ik die al lang niet meer heb beleefd: elk beeld is prachtig en kent naast heel strakke frames een verfijnd spel van scherp en onscherp, pastel en zuiver, troebel en helder en ook de modernistische soundrack, afgewisseld met klassieke muziek, is fascinerend waardoor de film een echt kunstwerk is. Alleen al voor deze vormgeving zou ik de film vijf sterren willen geven. Het verhaal is daarentegen minder bijzonder: een verlaten maar intelligente jongen uit de onderklasse vindt een nieuw thuis in een rijk gezin waarvan de moeder hem graag opneemt omdat het oude één-ouder-beleid van China haar geen tweede kind toestond en hij ook de vader charmeert omdat hij ambitieus is (net als de vader acht hij zelfverbetering de belangrijkste deugd) maar waar hij ook in steeds fellere competitie en conflict komt met het natuurlijke kind dat juist onderpresteert en z’n tijd verdoet met games. De film maakt in dat verband een toespeling op het coronavirus dat zich aan bloedvaten hecht en die weet te misleiden om zich voor het virus te openen: de jongen is een virus dat de natuurlijke (bloed)band van het gezin infecteert en ziek maakt.
Het zijn met name de fascinerende beelden en het even fascinerende geluid die je sowieso in de ban houden en die ook helpen je in de ban van het verhaal en zijn spanning te brengen: zoals de jongen zegt is kunst niet zozeer de registratie van schoonheid maar de schepping ervan (dat ook voor zijn schepping van zichzelf als ideale zoon staat) en daar is de film zelf ook beslist in geslaagd. Ik kijk nu al uit naar de volgende film van Lin.
details
De documentaire laat simpelweg het reilen en zeilen in en rond een schoolklasje op het Franse platteland zien: er is geen verhaal en het brengt je als kijker in eerste instantie vooral terug naar de kindertijd die voor jezelf al lang vervlogen is. Voor zover dat nostalgie oproept helpt de film daarbij want het platteland oogt uiterst idyllisch en de leraar blijkt bijzonder toegewijd zodat de film eindigt met de onvermijdelijk brok in de keel als het schooljaar om is en de kinderen afscheid nemen van hun geliefde meester. De niet bijster snuggere leerlingen vereisen veel geduld van de meester en zo ook vergt de slechts registrerende film geduld van de kijker maar die wordt net als de meester er wel voor beloond, in het geval van de kijker doordat de film een zekere schoonheid of poëzie in het alledaagse blootlegt.
details
De film is absurdistisch in plot, humor en vormgeving en doet denken aan de films van Wes Anderson, Roy Andersson, de Coen-broers, Thomas Jensen, Lanthimos, Kaurismäki, Dupieux en waarschijnlijk nog een aantal Iraanse regisseurs maar is toch ook origineel, al is de humor vaak wat flauw en is het meest maar onbedoeld absurdistische aspect van de film het utopisch idee dat twee culturen zonder conflict als rivieren samenvloeien in een vredig meer (zodat je niet goed weet of de film in Iran of in Canada afspeelt al lijkt het nog het meest op een Canada dat is ingenomen door Iran in een volgende Trumpiaanse land swap). Ook de elementen van de verschillende verhaallijnen komen uiteindelijk keurig samen. Al met al is de film geestig, vermakelijk en heeft het een bijzondere sfeer die een sprookjes-achtig Duizend-en-een-nacht combineert met een ijzig Noorden en warm verlichte huizen. Als de film minder verwarrend zou zijn dan zou het een volmaakte kinderfilm zijn geweest.
details
De film voelt heel hip: het gaat over een non-binaire, biseksuele jonge vrouw (dat is althans mijn indruk) met de typische kenmerken die men aan Gen Z toeschrijft zoals mondig én kwetsbaar, zelfbewust én zwaarmoedig. Tegelijk doet de film met z’n droge, academische humor en thema’s als seks en depressie me aan de oude films van Woody Allen denken. Het verhaaltje gaat erover dat ze een nare ervaring opdoet tijdens het afstuderen en daar niet over heen komt maar iets van troost vindt doordat ze een vriendin heeft met wie ze over haar trauma kan praten, een man tegenkomt met wie ze haar zwaarmoedig gevoelsleven kan delen en een buurjongen heeft met wie ze kan neuken. De boodschap lijkt te zijn dat het bestaan ongemakkelijk is maar dat het draaglijk wordt gemaakt doordat we onze ervaringen met anderen kunnen delen. Ofschoon de film wellicht heel goed de huidige tijd of generatie weergeeft en zeker geestig is, vind ik haar en daarmee de film ook wat vermoeiend in haar zwelgen in haar ‘problemen’ in plaats van erover heen te stappen.
details
Zoals we gewend zijn bij de Dardenne-broers voelt de film als een documentaire maar de kracht is dat het geen documentaire is die ons op afstand zou houden en die ons slechts zou vertellen wat er aan hand is: de geacteerde film brengt ons meteen midden in het leven van een aantal tienermoeders die een opvangtehuis met elkaar delen. Zoals te verwachten hadden de meisjes zelf al een slechte start – menigeen had zelf een minderjarige moeder, zijn toen zelf afgestaan en hebben een drank- en/of drugsprobleem – en staan nu voor de keuze om hun kind wel of niet te (kunnen) houden. De film slaagt erin je volledig mee te krijgen met de emoties, de angsten en de onzekerheden van de meisjes terwijl ze onder druk staan van hun omgeving (van moeders tot drugdealers) of hun verleden (de film laat mooi zien dat keuzes van nu vaak worden bepaald door ervaringen in het verleden) of juist hun toekomstplannen in duigen zien vallen omdat de eveneens minderjarige vader ervan door gaat. De film waakt ervoor te overdramatiseren – het heeft zelfs een vrolijk en hoopvol stemmend einde – waardoor alles echt aanvoelt en je nog meer meeleeft: zelfs de meest militante babyhater zal het niet droog kunnen houden bij deze bijzondere sterke en aangrijpende film over kinderen die nu al de moeilijkste beslissing van hun leven moeten nemen.
details
De korte film vertelt het beroemde verhaal van Plato’s grot uit Politeia waarbij in dit geval een kind uit de grot (het theater) stapt om op straat de werkelijkheid te ontdekken. Je verwacht misschien dat een kinderlijke en in die zin pure waarheid wordt ontdekt maar in feite laat de film open wat die werkelijkheid is: het thema en vorm betreft veel meer een spel met beelden waarmee onze wereld is gevuld en waar bij Plato het slechts een eenling kan zijn die de werkelijkheid ziet (die dan filosoof-koning zou moeten worden) stelt de film voor dat we allemaal uit de grot ontsnappen waardoor een revolutie mogelijk is. De nadruk van de film op het thema van bevrijding lijkt Plato’s allegorie te plaatsen in een typisch Frans poststructuralistisch kader van bv. Althusser en Barthes die de media en onderwijs maar ook populaire cultuur zoals reclame en Hollywood-films analyseerden als ideologische (onderdrukkings)instrumenten. Een goede vondst van de film is dat de jongen ontdekt dat de tekst ‘verboden affiches te plakken’ zelf een affiche is: er is geen neutraliteit en alles is ideologie. Ook deze film is ideologie. In ieder geval geeft ook film een illusie waarmee de film zo op postmoderne wijze voorbij Plato’s grot wijst naar bv. de cultuurkritiek van Adorno (Frankfurter Schule): we ontkomen niet aan de illusie maar sommige illusies (kapitalisme) maken ons tot slaven en andere illusies (kunst) kunnen ons bevrijden.
details
De film is een collage (of ‘cut up’) van beelden (onder meer uit de filmgeschiedenis), muziek en korte scenes die ogenschijnlijk niets met elkaar te maken hebben maar die losjes bij elkaar gehouden worden door de terugblik van Carax op zijn leven en zijn kunst. Soms zijn het willekeurig aandoende beelden en soms lijken ze thema’s aan te stippen als leven, droom, haat, Shoah, kunst en aburdisme, Vanwege de vrije techniek neigt het soms naar video art maar het gebrek van een duidelijke lijn of thema maakt het ook wat vermoeiend. Als er een hoofdthema is dan zou het de wijze waarop we kijken – bij uitstek het thema van beeldende kunst – zijn.
details
De film begint best spannend zodat je even denkt een intense paar uurtjes te gaan beleven, maar in tegenstelling tot de meeste films die de spanning opbouwen verliest deze film steeds meer spanning: enerzijds omdat het verhaal vanuit verschillende perspectieven wordt verteld zodat je steeds beter begrijpt wat er aan de hand is maar de film ook steeds minder verrassingen kent en anderzijds omdat het een soort zombiefilm is – of een zombiefilm in combinatie met de horrorclown Pennywise en occulte magie (de film leent veel uit andere films, zelfs uit The Shining) – en ik nooit heb begrepen wat er spannend is aan zwaar geschminkte mensen die anderen zogenaamd verscheuren. Een zombiefilm is ook altijd zo belachelijk dat het eerder komisch wordt dan spannend en er werd dan ook steeds meer gelachen in de zaal.
Nu geloof ik wel dat het een tamelijk originele zombiefilm is maar zelfs een betere zombiefilm blijft een domme zombiefilm dus net als de zombie zelf hersenloos vermaak. De film lijkt wel wat op Bring Her Back die nu ook in de bioscopen draait: het gaat om een moderne heks die occulte rituelen uitvoert om iets te genezen maar daarvoor anderen in het verderf stort. Maar Bring Her Back is realistischer en mede daardoor intenser. Maar toegegeven: Weapons is wel erg vermakelijk en wordt nergens saai. En wellicht zegt de film iets over onze maatschappij waarin door bv. desinformatie, complottheorieën en polarisatie we allen een soort zombies worden die door een influencer of demagoog als wapens kunnen worden ingezet.
details
(reactie op ander bericht)
Na twee jaar heb ik de film herzien. Het verhaal is zoals meestal bij Kubrick simpel: een man ontdekt dat zijn echtgenote (en daarmee vrouwen in het algemeen) ook seksuele fantasieën heeft die verder gaan dan de burgerlijke monogamie van het huwelijk welk ‘vreemdgaan’ hem jaloers en open naar eigen seksuele escapades maakt waarna hij in zijn zoektocht een geheime seksclub ontdekt die niet pluis voelt. Ofschoon het verhaal zich niet meer afspeelt tijdens Mardi Gras in Wenen begin 20ste eeuw maar tijdens Kerstmis in New York einde 20ste eeuw lijkt het verhaal van de film niet wezenlijk af te wijken van dat van Schnitzlers Traumnovelle (1926) waarop de fim is gebaseerd (hetgeen wellicht laat zien dat er qua seks niet veel verandert door alle tijden heen). Waar in de film Alice slechts een droom heeft die lijkt op wat Bill in de besloten club waar hij uit is gegooid heeft gezien, zou Schnitzlers novelle meer ambigu zijn en suggereren dat die besloten orgie Alice’s droom is die daarom eigenlijk voor hem geheim moet blijven. Maar de crux van het verhaal is dat het verschil er eigenlijk niet toe doet: we hebben allemaal seksuele verlangens die verder gaan dan de burgerlijke maatschappij toestaat om welke reden ze onderdrukt worden naar het onderbewuste (en dan tevoorschijn komen als dromen) of in het geheim uitgeleefd worden in besloten clubs. En beide geven jaloezie bij de partner – een seksuele fantasie evengoed als een prostituee bezoeken – maar zouden de relatie niet moeten beëindigen: we moeten accepteren dat onze seksuele verlangens zich niet laten inperken door moraal of beschaving.
In dat verband legt de novelle meer nadruk op de maskers die de deelnemers van de orgie dragen: het masker is wat we voor de buitenwereld dragen om onze ware identiteit met onze amorele seksuele verlangens te verbergen. Daarentegen voegt Kubrick de persoon van Ziegler toe aan het verhaal die de (Jungiaanse) ‘schaduw’ van Bill vormt zoals bijna alle films van Kubrick het thema van de schaduw bevatten: Ziegler is de amorele versie van de burgerlijke Bill die z’n verlangens niet onderdrukt zoals Bill maar ze gewetenloos uitleeft. En met de dubbelrol is er ook weer de ‘onbetrouwbare verteller’: we komen er niet achter of de prostituee die sterft aan een overdosis in werkelijkheid is vermoord. Al met al is het een typische film van Kubrick die gefascineerd was door de schaduwkant van de mens, ditmaal die van het onderbewuste dat vol met geheime seksuele verlangens zit.
details
(reactie op ander bericht)
Bijna 10 jaar later heb ik de film nog eens herzien in het kader van het (her)kijken van alle Kubrick-films. Na het weinig succesvolle Barry Lyndon besloot Kubrick een (commercieel) succesfilm te maken met The Shining: een horrorfilm gebaseerd op de eerste besteller van de populaire Stephen King (zoals Kubrick vaker doet met zijn verfilmingen heeft hij vooral het einde veranderd). Het verhaal is opvallend simpel: het beschrijft een geval van ‘cabin fever’ waarin Jack, een schrijver met een writer’s block die z’n verantwoordelijkheid om z’n werk te doen boven het welzijn van zichzelf en z’n gezin stelt, gek wordt in een van de wereld afgezonderd hotel doordat hij in een toestand van slapeloosheid en hallucinaties in het verleden van het hotel wordt gezogen waar de vorige ‘care taker’ z’n gezin uitmoordde en hij overtuigd raakt hetzelfde te moeten doen. Zoals we gewend zijn bij Stephen King is er een bovennatuurlijk of paranormaal element als kern van het verhaal: het hotel is gebouwd op een indianenbegrafenis bij een plek waar kolonisten strandden en elkaar opaten en zoals we hebben geleerd van ‘haunted house’-verhalen laat zoiets sporen na waar die nieuwe bewoners last van krijgen. In wezen is Jack altijd al de ‘care taker’ van het hotel en moordenaar geweest en dus gedoemd het eerdere bloedbad te herhalen. Het opvallende element van de doolhof staat in mijn interpretatie voor de psychose waar Jack zich uiteindelijk definitief in verliest.
Tegelijk wemelt het van de dubbelingen en is het verhaal ambigu: Jack is niet helemaal dezelfde als de man op de foto aan het eind zoals omgekeerd de eerdere ‘care taker’ Charles Grady niet Delbert Grady is en ik denk dat Kubricks moraal van het verhaal is dat de geschiedenis van uitroeiing (van de indianen maar ook van bv. de Joden) zich telkens herhaalt met slechts iets andere namen en gezichten. Opnieuw wil Kubrick aldus de schaduwkant van de mensheid laten zien waarbij Kubrick meende dat horrorverhalen ons die kant kunnen laten zien zonder ons er direct mee te confronteren, hetgeen hij met The Shining op briljante wijze heeft gedaan; Kubrick heeft altijd een film over de Holocaust willen maken maar vond niet de juiste vorm maar The Shining komt zeker in de buurt van die beoogde film. Het grote verschil tussen Kings boek en Kubricks film is dan ook dat voor King het kwaad in het hotel zit met daarmee meer nadruk op het bovennatuurlijke en dat voor Kubrick het kwaad in de mens zit (onder meer King was zeer ontevreden over Kubricks interpretatie/versie).
Jacks paranormaal begaafde zoontje voorvoelt het nieuwe bloedbad al na z’n visioenen van het eerdere bloedbad voordat ook z’n ouders beginnen te hallucineren en geesten zien. De film laat dan ook al snel weten dat het met Jack fout gaat en het bloedbad zich dreigt te herhalen (wat dat betreft kent de film geen lange inleiding maar ook geen verrassing), maar wat opvalt is de intense toon van de film die doet denken aan de oude horrorfilms die sterk op het Duitse expressionisme zijn gebaseerd en die Kubrick zeker zullen hebben geïnspireerd voor deze film: de modernistische, schrille muziek (Bartók, Penderecki, Ligety), Kubricks opvallende visuele stijl en verstoorde verhoudingen van bv. de ruimten in het hotel (waarmee de waanzin wordt gevisualiseerd) maar zeker ook het overdreven acteren waartoe Kubrick opdracht gaf (met ook een langzaam spreken met nadruk op bijna elke lettergreep), dat de arme Shelly Duvall nog een nominatie voor slechtste actrice opleverde, geeft elk moment van de film een bloedstollende intensiteit waardoor het een echte horrorklassieker is.
details
De op een ware gebeurtenis gebaseerde film laat zien dat ook na de revolutie in 2011 (de befaamde Arabische Lente) vrouwen nog altijd worden onderdrukt in Tunesië en de politie c.q. overheid nog altijd corrupt is: een vrouw in een dorp zonder toekomstperspectief krijgt de unieke kans om onder een nieuwe identiteit een nieuw leven in de stad Tunis te beginnen maar daar wacht haar slechts een nog grotere nachtmerrie want haar valse identiteit maakt haar een makkelijke prooi voor ciminelen waarbij ze betrokken raakt bij een moord. Maar met een eerlijke politieman die teleurgesteld is in de corruptie van de politie waardoor politiegeweld en criminelen vrijuit gaan, weet ze het recht te doen zegevieren. Net als de vorige en eerste film van Barsaoui, Bik Eneich: Un Fils (2019), is Aïcha een film die duidelijk is ingegeven door kritiek op de Tunesische maatschappij maar die vakkundig is verpakt als een spannende thriller.
details