Log
This page will keep you informed of recent votes, opinions and reviews of De filosoof.
By default you see the activities in the current and previous month. You can also choose one of the following periods:
januari 2025, februari 2025, maart 2025, april 2025, mei 2025, juni 2025, juli 2025, augustus 2025, september 2025, oktober 2025, november 2025, december 2025, januari 2026
De kwaliteit van de film is z’n gelaagdheid en omkeringen. Zo lijkt de film in eerste instantie te gaan over echte liefde – wanneer de vonk overslaat – en de liefde die rijkdom kan kopen maar niet zo echt is. Dan blijkt die echte liefde geprogrammeerd en dus juist niet ‘echt’ al werpt het de filosofische vraag op waarom dat geen echte liefde zou zijn (zoals ook de meningen zijn verdeeld over of kunstmatige intelligentie wel of geen ‘echte’ intelligentie is): de vrouw die echt verliefd lijkt blijkt ‘slechts’ een seksrobot. Daarmee is het thema verplaatst naar de rol van robotten en kunstmatige liefde in ons toekomstig leven waarbij het voor de hand ligt dat deze robotten niet alleen voor seks en imitatie van echte liefde kunnen worden gebruikt: de seksrobot wordt hier gebruikt om een moord te plegen waarna de film een thriller wordt want in de nieuwe modus van afweer en agressie die voor de moord nodig was laat de robot zich niet meer zo gedwee uitschakelen en ontstaat een strijd op leven en dood tussen robot en mens. Dan dringt ook de derde gelaagdheid naar de oppervlakte: het hele robotverhaal is in wezen een metafoor voor het patriarchaat waarin met name miserabele mannetjes met kleine penissen (de losers) een vernietigende controle over de vrouw zoeken – in feite een robotvrouw wensen en de vrouw als gebruiksvoorwerp behandelen – om zichzelf op te werken en de vrouw zich daarvan moet bevrijden teneinde onafhankelijkheid en daarmee zelfcontrole (autonomie) te verwerven. De hele strijd ontwikkelt zich op de bekende wijze als een soort sportwedstrijd met voortdurend omkering van de verwachting: dan lijkt de een te gaan winnen en dan toch weer de ander (waarbij de instelling dus programma van de robot in combinatie dat ze als kunstmatige intelligentie ook over leervermogen beschikken aldoor doorslaggevend is).
Ofschoon het allemaal niet erg origineel is – noch qua thematiek noch qua plotontwikkeling – is het allemaal toch goed bedacht en uitgevoerd met vluchtig elementen van humor, horror, liefde, AI en filosofie aangestipt in de vorm van een spannende thriller, zodat het een vermakelijke film is.
details
Maffiafilms zijn leuk – anders gezegd: de maffia is een interessant fenomeen – omdat het een terugkeer is naar het tribale dat onder onze moderne samenlevingen ligt (en dat die kan ontwrichten als het te machtig wordt) en dat de dreiging en het geweld terugbrengt die onze moderne samenleving juist heeft willen elimineren. Europese maffiafilms plegen realistischer aan te voelen dan de Amerikaanse omdat ze het glamoreuze missen: in dit geval zien we het hoofd van een clan in wezen slechts alsmaar een nieuwe schuilplaats zoeken en zich verdedigen tegen een aanvallende andere clan waarbij we het vooral vanuit het lekenperspectief van z’n dochter meemaken. De vader van de regisseur zou zelf mafiabaas zijn geweest hetgeen toevoegt aan de authenticiteit.
Dat is een interessant perspectief maar er wordt niet meteen veel mee gedaan: je verwacht dat de dochter – die als 15-jarige wat opstandig is en domme dingen doet die haar vader in gevaar kunnen brengen – de boel uit de rails laat lopen, maar de film is realistisch genoeg dat het dat niet laat gebeuren: dat de dochter onbedoeld met haar vader op de vlucht moet slaan biedt vooral een gelegenheid voor een hechtere vader-dochterbinding welk onderwerp van het tweede deel wat van de spanning en dreiging van het eerste deel weghaalt. Het ogenschijnlijke einde met de vader zie je al een tijdje vantevoren aankomen, maar erna volgen nog een paar scenes die wel enigszins verrassen of je op het verkeerde been zetten (zoals de jonge maffiavader met de dochter nog als baby en het langverwachte element van verraad) en die uiteindelijk de gebruikelijke boodschap verkondigen: de cyclus van bloedwraak is eindeloos (en dat de dochter hecht is geworden met haar vader maakt dat ze vanzelf deel uitmaakt van de misdaadorganisatie en de vicieuze cirkel van het geweld). Ofschoon de film niet heel origineel is, is het toch een aardige maffiafilm die authentiek voelt en die grotendeels vanaf het begin de spanning weet vast te houden.
details
details
Net als veel mensen hou ik van de muziek van Simon & Garfunkel maar ken ik de solocarrière van Paul Simon – de creatieve kracht – veel minder. Het is eigenlijk ook waar de documentaire over gaat: Paul is het creatieve genie dat Art niet nodig heeft maar de wereld blijft Paul met Art willen zien. Paul Simon wist al van jongs af aan dat hij muzikant wilde worden – en de documentaire laat zien dat hij een muzikant in hart en nieren is – en beïnvloed door respectievelijk onder meer Elvis Presley, The Everly Brothers – waardoor Paul en Art, die mooier kon zingen dan Paul, hun harmoniezang leerden – en de New Yorkse folkscene (met onder meer Bob Dylan) nam het duo onder de naam Simon & Garfunkel in 1964 hun eerste album op. Het flopte en wat Paul betreft was dat het einde van de samenwerking met Art waarna hij naar Engeland ging om in z’n eentje op te treden in folk clubs. Maar toen de producer in de VS een nieuwe versie van The Sound of Silence met meer instrumenten uitbracht en dat een hit werd, vloog Paul terug naar de VS en werd het duo Simon & Garfunkel een van de meest succesvolle popgroepen uit de geschiedenis.
Maar Paul schreef en deed alles; Art ging films maken en zou wel Pauls liedjes komen inzingen als ze klaar waren terwijl Art wel minstens de helft – of nog meer vanwege z’n mooie stem – de roem kreeg van het publiek. Paul was het zat en brak met Art. Dan begint een eindeloze loop waarin iedereen denkt dat het afgelopen is met de carrière van Paul waarna Paul toch weer een succesvol album maakt (al worden sommige albums tussendoor een flop waardoor men denkt dat z’n carrière voorbij is, etc). Het legendarische duo blijft ongeëvenaard populair, getuige het megasucces van het eenmalige Simon & Garfunkel-concert in Central Park in 1981, maar Paul blijft zijn muzikale hart volgen – en dat kan niet meer met Art – en raakt ook geïnteresseerd in wereldmuziek, resulterend in het megasucces van Graceland (1986).
Het verhaal van zijn indrukwekkende carrière wordt telkens onderbroken door zijn werk aan z’n laatste album, Seven Psalms. En toegegeven, dat klinkt beslist interessant: het demonstreert hoe onvermoeibaar Paul Simon op creatieve wijze doorgaat omdat zijn liefde en talent voor muziek eindeloos lijkt. De lengte van de documentaire maakt het verhaal een epos maar dat wordt gerechtvaardigd door het epische karakter van zijn inmiddels meer dan 60 jaar (!) durende carrière vol successen. De documentaire boeide me van begin tot eind.
details
Chazelle is niet mijn regisseur: ik begreep al niet wat mensen goed vinden aan zijn eerdere films en deze is nog wantaltiger. De film is een soort komedie maar is niet grappig; veel grappen zijn letterlijk poep- en piesgrappen en de rest, inclusief een paar flauwe running gags, is niet eens van een hoger niveau. Het gaat over de filmindustrie ten tijde van de voor de stomme acteurs moeilijke overstap naar geluidsfilms en er wordt veel hardop gemediteerd over de magie van de film – die je meeneemt naar een andere, grotere wereld dan je alledaagse bestaan – zodat dat het thema zal zijn maar deze film vind ik niet erg magisch. Meer in het bijzonder gaat het vooral over een arm meisje en een Mexicaanse immigrant die door de film zelf groot worden, zodat film ook de American Dream belichaamt, al is de top die Hollywood biedt vooral een decadent en arrogant leven van overdadige luxe en leeg genot. Door de transitie naar geluid verliezen veel acteurs uit het stomme tijdperk hun publiek, maar de boodschap is: carrières en zelfs de levens van de makers komen en gaan maar hun films zijn eeuwig en overstijgen het aardse bestaan. Zoals we gewend zijn weet Chazelle er wel de swing in te houden – film lijkt bij hem onlosmakelijk verbonden met muziek en dans – waardoor de film niet saai wordt, maar dat kan de in wezen lege film niet redden. De film wordt eigenlijk pas leuk tegen het eind als de film een vreemde want irrelevante zijweg inslaat met de gokschuld die afbetaald moet worden: het is dan opeens een bizar-carnavelske misdaadthriller (met een bijna-romance en een tragisch einde voor sommigen) die de film nog bijna redt.
details
De titel verwijst naar Josef K, de hoofdpersoon uit Kafka’s beroemde Der Process (1925), zodat er geen misverstand kan zijn dat we de film kafkaësk moeten interpreteren: mr. K boekt een hotel voor een nacht maar de hotel lijkt geen uitgang te hebben zodat hij er als in een doolhof ronddwaalt waarbij de vele anderen in het hotel er simpelweg hun leven leiden en niet begrijpen wat het probleem van mr. K. is. De hoofdpersoon bevindt zich dus in een absurde, kafkaëske situatie waarin geen ontsnappen mogelijk lijkt, hetgeen – zoals vaak bij Kafka – een metafysische of religieuze interpretatie suggereert: het hotel staat voor het leven (of het burgerlijke leven met z’n bureaucratie) waar we ook niet in en uit kunnen lopen, waarbij mr. K. anders dan de anderen naar een verlossing en zingeving zoekt buiten het leven hier en nu. Degenen die het leven in het hotel als alles wat er is opvatten en mr. K. die in meer gelooft en die de waarheid achter de verschijning zoekt, verklaren elkaar voor gek. Om de kwestie van de verlossing urgenter te maken, ontdekt mr. K. ook nog dat het hotel krimpt (dat ook nog metaforisch kan worden opgevat dat we met steeds meer mensen op Aarde zijn en die uitputten zodat we langzaam verstikken). De ‘oplossing’ van het mysterie is overigens ook weer absurd, onder meer suggererend dat het hotel een organisme is dat aansluit bij het idee van de Aarde als organisme (Gaia).
Al met al is de film best aardig, zeker ook visueel (dat wat aan bv. Roals Dahl-verfilmingen doet denken), maar als kafkaëske film weet het niet helemaal te overtuigen. Ofschoon het duidelijk geïnspireerd is door Kafka’s werk, weet de film niet echt te verbazen zoals Kafka dat wel kan. Eigenlijk is de film meer een zoveelste versie van Plato’s grotallegorie: mr. K. is de filosoof die geen genoegen neemt met de verschijningen (de schaduwbeelden) maar op zoek is naar de uitweg uit de grot naar het licht. De grotbewoners hebben (anders dan bij Plato) wel enig vermoeden van dat licht want er is een gerucht van een orakel en van een verlosser, maar dat staat ze niet in de weg om – gelijk de mensen in Plato’s grot – de filosoof (hun verlosser) te willen vermoorden die hen komt vertellen dat zij in slechts een schaduwwereld leven.
details
Het idee van road rage, waarbij je de verkeerde persoon sart, voor een horrorfilm is leuk en de film heeft enkele spannende momenten, waarbij de kracht is dat verkeersruzies echt voorkomen zodat het niet onrealistisch is, maar de uitwerking is hier en daar ook wat langdradig en/of ongeloofwaardig.
details
Net als Letyat Zhuravli (Als de kraanvogels overvliegen) is het een propagandafilm, ditmaal in de vorm van een ode aan de pioniers van de Sovjet-Unie die – net als de helden in de oorlog – hun leven opofferen om de Sovjet-Unie verder te brengen. Maar ook is het opnieuw een vertelling van een persoonlijk drama, ditmaal van een gids en drie geologen die in Siberië diamanten zoeken maar die wanneer ze eindelijk diamanten hebben gevonden overvallen worden door een bosbrand waarna een lange overlevingsstrijd vol ontberingen tegen de elementen volgt (dat me wat The Revenant-vibes gaf). Het is opnieuw de intense wijze van in beeld brengen, ondersteund met even heftige muziek, die het een dramatisch spektakel maken en de film redt van de eentoningheid van handeling die anders saai zou worden. Het gevecht tegen de elementen vuur, water/sneeuw, aarde, lucht/rook is in de film zo letterlijk dat de omslag ook voelt als een persoonlijke wraak van de natuur op haar indringers die met geweld haar geheim hebben bemachtigd.
Tegelijk ontstijgt de universele thematiek die van de propagandafilm: het gaat mijns inziens over de menselijke zoektocht naar geluk en zingeving waartoe we onszelf (ons egoïsme) moeten overwinnen en die we vinden in de liefde maar ook in de vergelijkbare opofferingsgezindheid van de menselijke strijd tegen de natuur om als beschaving verder te komen (zoals Kennedy de maanreis twee jaar later zou rechtvaardigen: we gaan naar de Maan, niet omdat het makkelijk maar omdat het moeilijk is, omdat de uitdaging onze beste krachten laat aanwenden teneinde de mensheid verder te brengen).
details
In de Koude Oorlog hoorde je vaak zeggen dat onderdrukking geen kunst voortbrengt met de Sovjet-Unie als bewijs. Deze film wordt op dezelfde manier vaak geprezen als een hoogtepunt van de Sovjet-films die mogelijk was door het mildere klimaat – minder onderdrukking – na de dood van Stalin in 1953. Wat dat betreft heeft de film me dubbel verrast. Aan de ene kant dat ook deze film nog steeds duidelijk een propagandafilm is zoals Poetin ze nog steeds graag ziet: de Russische jongens die hebben gevochten tegen het fascisme zijn helden die eeuwige roem verdienen en degenen die niet hebben willen vechten zijn lafaards die onze eeuwige verachting verdienen. Aan de andere kant dat het ook een prachtige, beklemmende film is over het eeuwige verdriet van de jonge vrouw wiens verloofde is gesneuveld. Haar verdriet is zeer invoelbaar wat er ook mee te maken heeft dat de veelgeroemde actrice die de jonge vrouw speelt een charismatische verschijning is die je aan het beeld kluistert en dat de filmtechniek van over elkaar heen schuivende beelden de kijkervaring intens maakt.
De creatieve vrijheid die het mildere klimaat gaf leverde dus vooral meer aandacht voor het kleine persoonlijke verhaal temidden van de grote gebeurtenissen: we zien een dolverliefd stel maar als de oorlog uitbreekt meldt de jongen zich aan voor de oorlog en zonder afscheid te hebben kunnen nemen verliest zij het contact met hem en de film eindigt ermee dat de oorlog is afgelopen maar dat zij hem niet kan verwelkomen omdat hij niet is teruggekeerd. De symboliek van de kraanvogels die overvliegen, waar de film mee begint en eindigt (en ook tussendoor het thema blijft), is me niet duidelijk: mogelijk staat het voor de vrede (in Japan staan kraanvogels voor geluk en vrede), die werd onderbroken door de oorlog, wellicht ook voor de eeuwige liefde van het stel of voor de terugkeer of hoop omdat voor de jonge vrouw de tijd is stil blijven staan sinds haar geliefde weg is en haar leven niets meer is dan het wachten op zijn terugkeer.
details
Twee Joodse neven gaan op groepsreis naar Polen ter nagedachtenis van hun overleden oma. Ze gaan beide verschillend met het verleden om: de een is ‘normaal’ dus heeft geleerd zich te harden en een leven op te bouwen (zoals de meeste Joden na de Holocaust), maar is daardoor ook wat neurotisch, en de ander lijkt altijd kind gebleven, heeft geen leven opgebouwd en is een gevoelsmens (zit dus ‘dichter’ bij de pijn van het verleden) die altijd zegt wat ie denkt. Dat geeft natuurlijk onderling wrijving en vanwege het gedrag van de extraverte en labiele persoon altijd wel gekke situaties waarmee de road movie een beetje drama en een beetje humor combineert (terwijl de reis hun vriendschap natuurlijk verdiept). Het is daarmee geen vervelende film maar bijzonder vind ik ‘m ook niet.
details
De film neemt je meteen mee in het gejaagde leven van de asielzoeker Souleymane die illegaal als pakketjesbezorger werkt, racend door de drukke straten van Parijs en op zoek naar geld en een slaapplek terwijl hij overmorgen een gesprek voor z’n asielaanvraag heeft en hij zijn asielverhaal nog moet leren, zodat je goed in de flow van zijn stressvol bestaan komt en de film nergens saai wordt. Dat zijn asielverhaal een leugen is, doet er niet aan af dat hij een zwaar leven heeft – in herkomstland Guinea, tijdens de gevaarlijke reis naar Europa en nu in Europa – en een goede reden had om naar Europa te komen: de film bekritiseert het strenge asielbeleid dat miskent dat ook economische vluchtelingen vluchtelingen zijn die onze sympathie verdienen. Daarvoor weet de film ook ons onze empathie op te wekken met de reden van zijn vlucht en zijn moeilijke situatie hier en daar. De boodschap is dus politiek typisch links – en passend bij die boodschap is de asielzoeker in kwestie een modelburger die zelfs Marine Le Pen graag zou willen uitruilen met de gemiddelde blanke Fransman: hij spreekt vloeiend Frans, werkt hard en heeft een zuiver goed hart – maar je moet er zelf erg politiek inzitten om je daar aan te storen: de film werkt doordat het je effectief even meeneemt in de hopeloosheid van het leven van een asielzoeker (en zelfs radicaal rechts gunt zo’n man het beste, alleen niet als ze in massa’s komen, zodat de film ook niemand tot een ander politiek standpunt zal overtuigen).
Kortom, noch de stijl (de gejaagdheid) noch de thematiek (de uitbuiting en stress van pakjesbezorgers en illegale vreemdelingen) noch de politieke boodschap (pleidooi voor een ruimer asielbeleid) of methode (empathie opwekken waartoe het medium film erg geschikt is) is origineel (of politiek effectief), maar het is goed gedaan waardoor het voor iedereen een fijne film is geworden.
details
De film laat het leven in het totalitaire Ceauşescu-tijdperk zien waarbij de film meer in het bijzonder laat zien hoe verschillende mensen in Boekarest op verschillende manieren in angst leven of met de onderdrukking worstelen maar ook hoe zij op hun eigen kleine wijze verzet plegen. Ondertussen is er het bloedbad in Timișoar op de achtergrond en is ook in Boekarest nog maar één vonk nodig om de volksopstand te doen ontvlammen. Interessant maar ik vond alleen het verhaal met de brief aan de Kerstman echt spannend.
details
Van Eggers remake van de expressionistische film Nosferatu uit 1922 die weer een verfilming is van Stokers beroemde gotische roman Dracula uit 1897, verwachtte ik geen nieuw verhaal en zelfs geen horror: kenmerkend voor Eggers werk is immers z’n toewijding om het verhaal historisch correct te vertellen welk realisme de verbeelding teniet kan doen. Maar op dezelfde manier verwachtte ik ook dat hij de gotische sfeer van het verhaal authentiek zou kunnen brengen en dat leek me wel leuk.
Ik werd niet teleurgesteld: Eggers heeft z’n best gedaan om je onder te dompelen in de gotiek – een met name 19de eeuws genre dat het mysterie poogt terug te brengen in ons modern leven waar de wetenschap alle mysterie heeft verjaagd – terwijl tegelijk de horror ook ruimschoots aan bod komt doordat zijn accurate, bijkans wetenschappelijke benadering de mist van het mysterie net zo snel weer oplost ten gunste van een expliciete, expressionistische monsterlijkheid. Wel oogt de horror in de film als slecht geacteerd amateurtoneel, gooit hij de horror van Dracula, The Exorcist en The Beauty and The Beast verlekkerd bij elkaar en is het soms niet duidelijk of hij een parodie op het horrorgenre wil brengen of ons echt wil doen griezelen.
Maar het verhaal blijft indrukwekkend omdat ze vol symboliek zit. Twee thema’s moeten denk ik worden vermeld. De eerste is het antisemitisme: Orlok (Dracula) is een rijke zakenman uit het Oosten die als een parasiet het bloed van de levenden drinkt om zichzelf in leven te houden, die als immigrant in Duitsland komt en de oorspronkelijke bevolking uitroeit door zich als een met de pest geïnfecteerde rattenplaag te verspreiden. Ook is hij opvallend modern: de angst voor vampieren doet hij af als achterlijk volks bijgeloof terwijl het juist die moderne ‘verlichte’ afwijzing van dergelijke verhalen is waardoor hij als Jood – de duivel – vrij spel heeft. Het tweede thema staat in verband met die wetenschappelijkheid: in die tijd kwam de psychoanalyse op en een belangrijke diagnose was de ‘hysterie’ die vrouwen kon treffen als zij hun seksuele gevoelens onderdrukken (het bovennatuurlijke wordt zo getransformeerd tot een irrationeel onbewuste die evengoed ons leven bepaalt). Ellen lijdt eraan en de film suggereert dat zij Nosferatu heeft opgeroepen: hij belichaamt haar ‘animale’ verlangen door een man overweldigd te worden (zoals Halina Reyn het zou noemen die met haar film Babygirl hetzelfde thema behandelt). Meerdere malen wordt in de film de vraag opgeworpen of het kwaad van buiten of uit onszelf komt en de suggestie is dat het uit ons zelf komt en Nosferatu of de duivel dus een metafoor of belichaming vormt van onze eigen zondigheid (hetgeen ook de voorzienigheid verklaart). Daarom kan het kwaad – de duisternis van onze zondige geheimen – alleen worden vernietigd door het bloot te stellen aan het daglicht, waarop ook de katholieke traditie van het biechten berust. Het antisemitisme is psychoanalytisch zo beschouwd een vorm van projectie: wat we in de Jood zien is in werkelijkheid het kwaad in ons zelf.
Kortom, ik heb me uitstekend vermaakt met de film, ook als die weinig toevoegt aan Stokers roman Dracula of de oude film Nosferatu.
details