Log
This page will keep you informed of recent votes, opinions and reviews of De filosoof.
By default you see the activities in the current and previous month. You can also choose one of the following periods:
januari 2025, februari 2025, maart 2025, april 2025, mei 2025, juni 2025, juli 2025, augustus 2025, september 2025, oktober 2025, november 2025, december 2025, januari 2026
Ik ben fan van Godard en van Linklater dus ik kon niet om deze film heen maar helaas is deze nieuwste van Linklater – bedoeld als hommage aan de Nouvelle Vogue maar ook aan de opwinding om je eerste film te maken – een overbodige film. Het verhaal is bekend: filmcritici van het filmtijdschrift Cahiers du Cinéma – die zelf filmfanaten zijn – besluiten dat de beste kritiek het zelf maken van een film is met Godard als de laatste van de groep die de kans krijgt en in zijn opvatting van cinema als revolutionaire kunst meteen alle conventies overboord gooit waarmee al het bedachte en voorbereide moet wijken voor het spontane, realistische en vrije (zodat Godard pas op de set de acteurs vertelt wat ze moeten doen en zeggen en daarmee dus paradoxalerwijs zelf de absolute regie wil voeren) en waarbij hij bij de montage geen scenes maar alles rond de sterkste momenten laat wegknippen zodat het eindproduct bewust springerig en gehaast voelt. Godards methode kost weinig geld en tijd en Linklaters film is bovenal een reconstructie van de 20 filmdagen, waarvan sommige dagen er niet eens gefilmd werd, die het duurde om Godards debuutfilm À bout de souffle nadat in de aanloop ernaar toe zo’n honderd figuren in en rond de Nouvelle Vague-beweging zijn voorgesteld.
Ik weet niet wie dit interessant vindt: misschien is het idee geweest om Godards postmoderne techniek om z’n films vol te stoppen met citaten en verwijzingen naar eerdere films alsmede het spelen met de gangbare filmtechnieken – waardoor het films over film zijn – naar een nog hoger metaniveau te trekken door een film te maken over hoe Godard z’n beroemde eerste film filmde, maar het mist geheel het onconventionele en urgente karakter van Godards geniale experimenten: het maakt van Godards ‘revolutie’ een stoffig museumstuk en dat kan niet de bedoeling zijn. Dit is de slechtste film van het jaar; Godard zou het ‘walgelijk’ hebben kunnen noemen.
details
De film toont de strijd van de ouders om hun kinderen in de rechtszaal en doet dat op een overtuigende manier: de verhalen van zowel de vader als de moeder zijn geloofwaardig zodat je begrijpt dat de rechter een moeilijk dilemma heeft. In plaats van dat het ambihu eindigt of dat er een wending komt die het voorgaande in een nieuw licht brengt en het dilemma in ieder geval voor de kijker oplost, eindigt de film echter met de titel van de film en de statistieken dat enorm veel kinderen worden misbruikt maar er praktisch geen veroordelingen zijn: de film is een oproep om het ‘on vous croit’ (‘we geloven jullie’) dat de onderzoeksrechter tegen de kinderen zegt om ze aan het praten te krijgen serieus te nemen zodat meer veroordelingen kunnen volgen. Dit is misschien moreel correct maar juridisch problematisch (het rechtvaardige systeem gelooft de kinderen juist niet blind omdat je niet weet wat de moeder hen heeft ingefluisterd om de vader zwart te maken hetgeen precies het dilemma voor de rechter is) en het maakt de film ook niet beter.
details
Al snel begrijp je dat we naar een postnatale depressie kijken (de term wordt later ook expliciet genoemd) en dat is eigenlijk alles: er zijn een reeks levensgebeurtenissen (geboorte van het kind, trouwen, opname in een kliniek) en incidenten (doodschieten van het hondje dat aldoor jankt, vreemdgaan, zelfbeschadiging) maar er is uiteindelijk geen verhaal bij het thema zodat het bij een psychologisch portret van een geesteszieke vrouw blijft. De mooie, veelal schemerachtige sfeerbeelden en de symboliek (het wilde paard zal wel staan voor haar verlangen te vluchten) alsmede de verknipte wijze van vertelling met onder meer heen en weer in de tijd gaan, splitsingen van individualiteit (zoals dat de vrouw opeens naar zichzelf kijkt) en door elkaar lopen van werkelijkheid en fantasie die haar psychose zullen moeten uitdrukken maken de film nauwelijks interessanter. Het verwart vooral ook de kijker zonder meer empathie voor de vrouw op te wekken. De film wordt geloof ik vooral aangeprezen voor het acteerwerk van Jennifer Lawrence want veel meer heeft de film dan ook niet te bieden.
details
Deze debuutfilm van Refn is opgenomen met handcamera’s om een documentaire-achtig gevoel te scheppen en is daarmee – volgens Mad Mikkelsen die zelf ook debuteert in deze film – de directe opmaat voor de Dogma 95-beweging. Het documentaire-achtige maakt de film in eerste instantie interessant – we kijken met staatdealer Frank mee in de louche onderkant van de Deense samenleving – maar het wordt ook steeds spannender omdat Frank een idioot is die denkt overal mee weg te komen terwijl z’n schulden hem boven het hoofd groeien en hij overal vijanden maakt hetgeen natuurlijk een riskante handelwijze is in de drugswereld. Wat opvalt is dat hij gebrouilleerd raakt met nota bene z’n beste vrienden waarmee de cynische boodschap wordt afgegeven dat je in deze louche wereld geen vrienden hebt. Het is sowieso een cynische, rauwe film hetgeen de (grote) charme ervan is.
details
Ik ben een stuk positiever over de film dan de meesten. De film voelt aanvankelijk (inderdaad) als een hoop standaardeffecten – van schrikmomenten tot hallucinaties over doden – om maximaal horror te genereren zonder een coherent verhaal zodat het wel intens is maar je geen idee hebt wat er gebeurt. Maar dat is (natuurlijk) ook de bedoeling: gaandeweg verklaart de film wat er aan de hand is – met een fijne relationele omkering omdat aanvankelijk de vrouw nogal een bitch is en je medelijden hebt met de verliefde man – en doet dat zo goed dat je zelf al het einde kunt raden (tot twee keer toe wordt opgemerkt dat de vrouw sprekend lijkt op de moeder van de wezens zodat het onbegrijpelijk blijft waarom de man haar naar het huis bracht) maar dan is de film al bijna voorbij en weet de film toch nog te verrassen in de uitvoering. De ‘wezens’ die aan het einde in beeld komen zien er erg nep uit maar dan is de vrouw al aan het lachen omdat ook zij het einde al kan raden zodat je samen met haar kunt lachen. Al met al weet de film aldoor te boeien door het geheimzinnige en het spannende waarbij de vormgeving van de film ook prachtig is. Ik vind dat Perkins weliswaar geen smetteloze maar evengoed een goede en originele horrorfilm heeft afgeleverd.
details
In de kunst is er een genre dat “naïeve kunst” wordt genoemd omdat het niet aan de professionele standaarden voldoet maar welk wat onbeholpen, slordig amateurisme ook wordt gewaardeerd om z’n kinderlijke ‘authenticiteit’. Wellicht is alle rock in wezen naïef maar maakt de muziekindustrie er een professioneel dus commercieel product van zodat het als ‘pop’ kan worden verkocht. Zo beschouwd is Pavement zeker een ‘naïeve rock’-groep en uiteraard is er ook een niche-markt voor dergelijke ‘alternative rock’.
De filmdocumentaire speelt op een postmodernistische manier met de ambivalentie van het ’succes’ van The Pavement die in de jaren ’90 in de schaduw van Nirvana en Sonic Youth opereerde. Het begint ermee dat de band nauwelijks kan spelen maar zoals gezegd is dat geen probleem voor het genre (het maakt juist dat je ‘fuck you’ zegt tegen je publiek hetgeen bij uitstek rock ‘n’ roll is), maar als zodanig imiteert de band ‘echte’ bands die wel goed kunnen spelen zodat er van hun authenticiteit ook weinig overblijft (de zanger wijst erop dat ze uit een voorstad komen en dat alles wat uit voorsteden komt nep is). Het gaat zo ver dat ze het succes van een rockband ook imiteren: de documentaire presenteert de band als “the world’s most important and influential band” om welke reden de reünie in 2022 gepaard gaat met een museumtentoonstelling over de band (waar je bv. naar een stukje afgeknipte teennagel van de zanger kunt kijken), een musical à la Mamma Mia! (want in het theater zou de kunst het zuiverst tot z’n recht te komen) en een biopic à la Bohemian Rhapsody (waarin de jongen die de zanger speelt onder meer een foto van de tong van de zanger neemt om nog beter de uitspraak van de zanger te kunnen imiteren). Op allerlei niveaus en manieren wordt zo het spel van het authentieke vs. de imitatie gespeeld waardoor er in feite vijf Pavements ontstaan: het archiefmateriaal dat het verhaal van de geschiedenis van de dan nog jonge band vertelt (dat is de eigenlijke muziekdocumentaire), beelden van de reünie met een stuk ouder geworden Pavement, de jongens die de bandleden spelen in de documentaire over de band, de jongens en meisjes die Pavement naspelen in musical-vorm en de artistieke presentatie van de band als iconische muziekgroep in het museum die zelf weer wordt geïmiteerd door nieuwe groepen.
De boodschap is natuurlijk vooral ironisch: The Pavement neemt zichzelf niet al te serieus want beseft heel goed dat ze nooit een grote band zijn geweest maar speelt met het imago van succesvolle band (die het in de marges van de ‘alternative rock’ ook beslist was: zo wordt niet onterecht opgemerkt dat als in de jaren ’90 je cool en intellectueel wilde overkomen je moest zeggen dat je van The Pavement houdt en zelfs ‘late night’-presentatoren als David Letterman nodigden de band uit). En tegelijk neemt The Pavement zichzelf wel serieus, namelijk als de band die ze waren (en die het blijkbaar de moeite waard maakt om nogmaals bij elkaar te komen). De documentaire weet beide aspecten van de band – het ironische en het serieuze – goed te vangen. Alleen is de inhoud behalve erg warrig – ook hierin imiteert de documentaire de rommelige ‘slackness’ van de band – ook te weinig interessant om ruim twee uur te blijven boeien: wat dat betreft neemt de documentaire (“world’s most important documentary”) zichzelf toch iets te serieus.
details
Waar ik de vorige film van Panahi, Khers Nist (No Bears) (2022), briljant en een van de beste films van het jaar vond, viel deze nieuwste van Panahi me tegen. Alle metalagen zijn verdwenen en de film is een simpel, plat ontvoeringsfilmpje dat de kant van het kolderieke op gaat en weinig geloofwaardig is: wat dat betreft heeft Lanthimos’ film Bugonia, ook over een ontvoering, wel de rijkdom en diepgang die je ook bij zo’n film van Panahi zou verwachten waarbij ze wel weer gelijk zijn in het op het verkeerde been zetten van de kijker (in beide films is de ontvoerde toch niet helemaal de onschuldige voor wie je ze houdt). Opnieuw gaat het bij Panahi over de onderdrukking door het Iraanse regime – de film voelt als een vehikel om de misdaden van het regime aan de wereld te vertellen – en hij probeert een simpele tegenstelling van de goeden vs. de kwaden te vermijden door de vragen op te werpen of de slachtoffers in hun wraakzucht toch ook niet kwaadaardig zijn geworden en of de beul van het regime toch niet ook gewoon zijn werk doet en in wezen geen slechte vent is, maar hij slaagt daar nauwelijks in: de slachtoffers blijven toch de goeden en bij de beul is het niet zeker of hij zijn spijt echt meent waardoor de afloop in het ongewisse blijft.
details
Even zou je kunnen denken dat de film wil waarschuwen tegen HPV, het seksueel overdraagbare virus dat wratten maar ook kanker kan veroorzaken, maar de film neemt een andere richting: het verlies van z’n huissleutels dwingt Nino, die zojuist heeft gehoord dat hij keelkanker heeft, om mensen op te zoeken op welke omzwervingen hij alleen maar liefde vindt en hij er dus niet meer alleen voor staat. Op die manier vindt hij de sleutel van het leven dus wel. De film is beschouwend, ingetogen en voelt realistisch maar is ook op een bijna surrealistische manier warm en als zodanig een prettige kijkervaring.
details