Log
This page will keep you informed of recent votes, opinions and reviews of Shadowed.
By default you see the activities in the current and previous month. You can also choose one of the following periods:
januari 2025, februari 2025, maart 2025, april 2025, mei 2025, juni 2025, juli 2025, augustus 2025, september 2025, oktober 2025, november 2025, december 2025, januari 2026, februari 2026, maart 2026, april 2026, mei 2026, juni 2026, juli 2026, augustus 2026, september 2026, oktober 2026
Toch best aanstekelijk entertainment waarin de relatie tussen mens en dier centraal staat. Regisseur Jon Hess tapt zijn inspiratie uit het schriftelijke bronmateriaal, maar heeft een en ander aangepast waaronder het hoofdpersonage zelf. Watchers werkt niettemin best degelijk, met een fijne charme, aardig acteerwerk en een leuke hond om de kijker naar het scherm toe te trekken. Voor een lange tijd werkt het buiten beeld houden van de ultieme bedreiging ook mee, maar eenmaal duidelijk wordt dat de makers eigenlijk een nogal banaal, goedkoop monstertje tot leven wekken, begint de spanningsboog te wankelen. Hiermee is de finale tamelijk oninteressant, maar gooit gelukkig niet genoeg roet in het eten om de volledige productie te laten zinken.
details
Het laatste deel van de Paranormal Entity-reeks neemt de insteek over dat een echt bestaande moordenaar hier de boel op stelten zet in plaats van een verzonnen figuurtje. Hierdoor is de productie van regisseur Martin Wichmann Andersen gebonden aan een aantal absurde momenten die eerder grappig dan angstaanjagend voor de dag komen. Zeker de scène waarin de geest zijn slachtoffer verkracht kent niet het effect waar de makers duidelijk wel naar op zoek zijn. Verder profiteert dit geheel van een grimmige locatie, die helaas wordt tegengewerkt door de langzame aanpak en het slechte acteerwerk. De geest is bovendien opvallend fysiek, waardoor het niet eenmalig is dat slachtoffers hele ledematen verliezen. Het is allemaal best amusant, maar weinig hoogstaand of effectief.
details
Een bij vlagen onbedoeld hilarische, maar opvallend consistente deelnemer in de Paranormal Entity-reeks, onder handen genomen door productiebedrijf The Asylum. Met zo'n naam hoef je geen al te hoge kwaliteit te verwachten en Anneliese: The Exorcist Tapes is er ook niet eentje die dat gaat leveren, maar het overtuigende acteerwerk en een soms akelige toonzetting komen toch best ver. Positief is dat regisseur Jude Gerard Prest veel overgave toont om de desbetreffende tijdsperiode over te nemen en met het neerzetten van een soort documentaire veel verder komt dan overige pulpfilms. Er gaat wel te veel tijd naar de audioopnames, die eerder als een soort ASMR-gebeuren voor de dag komen dan als angstaanjagende pogingen tot realisme. De schrikmomenten zijn verder ook erg beperkt en het komt allemaal langzaam op gang, maar het is aanzienlijk boeiender dan de voorgangers.
details
De aanpak van regisseur Kitao Sakurai op het vlak van puur actie-entertainment is spectaculair, maar zijn inhoudelijke bijdrage is nihil. Street Fighter sluit zich aan bij de insteek dat adaptaties van videogames toch steeds moeilijker zijn dan gedacht en ook deze film komt zeker in de tweede helft onvoorstelbaar rommelig voor de dag. De inhoud is soms zelfs zo onafgemaakt dat hele motieven zonder context worden omgeslagen en het verhaal bijna niet meer te volgen is, ondanks de volle overgave aan de visuele kant en de uitgebreide speelduur. Het acteerwerk is verder aardig, maar veel castleden kunnen eigenlijk niet op tegen de bombastische toonzetting. Verder staat Street Fighter vooral op de actiemomenten, hetgeen zeer overtuigend voor de dag komt. Het kent allemaal een behoorlijk gestileerde vormgeving, met enkel een aantal matige computereffecten die dat tegenwerken.
details
Full Moon Features komt aanzetten met een behoorlijk campy wereld waarin de oneliners je om de oren vliegen. Regisseur Albert Pyun bekommert zich grotendeels om het neerzetten van sympathieke personages en Dollman zelf, ook al wil die laatste nooit echt cool voor de dag komen. Tim Thomerson speelt namelijk ietwat matig, zeker zijn stoere zinnen komen er slecht en gehaast uit. Pyun zelf wekt daarmee bovendien de indruk dat de productie geen al te lange draaidagen heeft gekend. Dollman zet verder de actiescènes gelukkig wel bombastisch en bloederig neer, waarin de bijzondere wapens van het hoofdpersonage natuurlijk goed van pas komen. Verder is het fijn dat deze film nog is gemaakt in een tijd waar Full Moon Features de computereffecten grotendeels met rust liet, wat het toch een stuk leuker maakt. Goed is het allemaal niet, daarvoor is het verhaal te dun en werken de personages niet, maar het vermaakt wel.
details
Regisseur Brian Duffield is er voorlopig eentje die door filmliefhebbers in de gaten mag worden gehouden en nu meerdere keren heeft bewezen uitstekend om te kunnen gaan met simplistische, absurde concepten. Whalefall is ook zo'n idee waarover je je als kijker afvraagt hoe ze het verzonnen krijgen, maar Duffield weet het nagenoeg perfect neer te zetten. Zo vullen de drama- en de thrillerkant van het gebeuren elkaar nagenoeg perfect aan, ook al begint de balans naar het einde toe wat te wankelen. Claustrofobische beelden komen effectief voor de dag en Austin Abrams speelt een sympathieke, veelzijdige hoofdrol die hij met verve neerzet. Whalefall gaat uiteraard losjes om met enige vorm van logica, maar de effecten zien er uitstekend uit en Duffield zet een opvallend emotionele afloop neer, immers je er als kijker voor openstaat. Uitstekende genremix die van alle markten thuis is dus.
details
Het zal onder de filmmakers vast een grapje zijn geweest om de explosieve posters van de twee voorgaande delen in te wisselen voor een heel ijzige poster. Gelukkig blijkt het geen valse reclame, want de omgeving van de eerste hoofdstukken wordt omgewisseld voor een koude, bergachtige vormgeving. De aanpak van regisseur Daniel Zelik Berk ligt sowieso radicaal anders, want de legende wordt hier vooral gebruikt als dreiging die lang buiten beeld blijft. De stille, ijzige toonzetting werkt echter opvallend aanstekelijk waardoor enige vorm van spanning nooit ver weg ligt. Het acteerwerk is matig, maar de langzame opbouw en de praktische effecten zorgen voor een onderhoudende kijkbeurt die opvallend lage beoordelingen toebedeeld krijgt. Wel is het natuurlijk zo dat de aansluiting op de voorgaande gebeurtenissen nihil is en er flink wat conceptelementen om worden gegooid. In dat opzicht had Berk zich er beter aan gedaan om een heel eigen project neer te zetten.
details
Matig vervolg op vermakelijk bronmateriaal, waarin regisseur Adam Grossman een poging waagt om de legende iets verder uit te diepen. Helaas is dat nu niet precies het interessantste aspect aan deze wereld, die in het vorige hoofdstuk juist meer profiteerde van het mysterieuze. Het haalt bovendien flink wat potentiële spanning en intrige weg, iets dat sowieso door het wat sullige uiterlijk van Alexis Arquette niet effectief voor de dag kwam. Zijn bijna cartooneske acteren haalt vrijwel alle dreiging weg uit zijn antagonistische verschijning, iets waar de redelijk kale tegenspelers in de vorm van Michael Gross en Hilary Swank weinig verzachting tegen kunnen bieden. Op visueel vlak ziet alles er gelukkig wel charmant uit, ondanks een aantal matige computereffecten. Het verhaal staat wat sterker, maar dat vormde nu niet echt de catch van het eerste deel. Matig vervolg dus, terwijl het niveau helemaal niet onhaalbaar hoog stond.
details
Vermakelijke horrorfilm met een interessant uitgangspunt, waarin enkele oude vijanden die het leven zouden hebben gelaten plots als meester zijnde in je klaslokaal verschijnen. Regisseur Tom McLoughlin weet het allemaal niet erg spannend in beeld te krijgen, maar de praktische effecten zijn charmant en de tegenstanders acteren doelbewust. Wellicht dat er wel wat in de dramatiek had kunnen worden geknipt, aangezien de trauma's van de hoofdpersonages er dermate dik bovenop liggen dat er bijna een komisch effect wordt bereikt. Een echt stoere toonzetting wordt ook nog niet behaald, maar de sfeerzetting zit er aardig in en het duurt nergens een minuut te lang.
details
Het vervolg op de Tubifilm die vorig jaar uitkwam zit op hetzelfde niveau, met spijtig genoeg een minder origineel verhaal. De invloed van schrijver R.L. Stine verraadt bovendien dat we geen hele enge film hoeven te verwachten en regisseuse Jem Garrard vult het allemaal dan ook wat kinderlijk in. De vijanden zijn gelukkig net iets spannender, maar de originele invalshoek is inmiddels uitgebuit en het acteerwerk is weinig om over naar huis te schrijven. Aangezien het allemaal nergens te lang duurt en enigszins in het midden laat hoe het gaat eindigen, verdient het nog wel enkele bonuspunten.
details
Simpel entertainment, maar de achtergrond evenals de vrijwel onverwachte massagevechten maken van deze Pumpkinheadfilm een onbedoeld grappig geheel. Spanningsopbouw en goed acteerwerk zijn in ieder geval niet aan de orde, vooral aangezien weinig leden een script toebedeeld krijgen waar ze actief wat mee kunnen. Het monster zelf krijgt ook iets te weinig tijd om te stralen en deze reeks doorspekken met gegenereerde effecten was hoe dan ook een fout. Inmiddels is een herbewerking al enige tijd onderweg, laten we hopen dat die het niveau wat omhoog kan krikken.
details
Wanneer 1/3de van een film bestaat uit materiaal uit een Mark Polonia-film, ligt de indruk op de loer dat er weinig moeite gedaan is. Regisseur Dustin Ferguson voegt zelf bovendien vrijwel niets toe aan het universum, met een verhaal dat niet te volgen is en een aantal moordscènes die vrijwel allemaal zijn overgenomen uit de vorige film. Het zal zowel de horror- als de algemene filmliefhebbers volledig ontgaan hoe je als regisseur blij kunt zijn met dit eindresultaat, maar Camp Blood 4 doet in ieder geval een gooi naar slechtst gemaakte horrorfilm ooit.
details
First Slaughter vormt een oorsprongsverhaal binnen de Camp Blood-reeks, maar veel oorsprong wordt hier niet behandeld. Zelfs het clownmaskertje moet nu het veld ruimen voor een totaal ander masker, waardoor je het geheel amper nog kan linken aan het basisconcept. Een naam als Mark Polonia achter het roer belooft bovendien weinig verbetering tegenover de iets directere aanpak van Brad Sykes en zo daalt het acteerwerk onder elk indenkbaar niveau en oogt de beeldkwaliteit brak. Zelfs de praktische effecten worden een beetje ingewisseld voor computergegenereerde beelden. Erg jammer, al viel er niet heel veel te redden.
details
Alhoewel dit derde deel op hetzelfde niveau zit als de voorgangers, vormt dit de beste deelnemer van het originele drieluik. Regisseur Brad Sykes neemt nogmaals de leiding en levert wederom een soortgelijke film af, het concept lijkt zelfs enorm op de voorganger. De kritieken blijven dan ook redelijk synoniem aan de eerdere hoofdstukken, behalve dat de makers hebben geïnvesteerd in betere camerakwaliteit. Alles lijkt net wat scherper te zijn, al laat dat nog beter zien dat bepaalde moordscènes buitengewoon eenvoudig in elkaar zijn gezet. De Camp Blood-reeks is eigenlijk te laat uitgekomen en heeft geen schijn van kans tegenover de huidige, veel populairdere slasherreeksen, maar de korte duur biedt altijd verzachting.
details
Regisseur Alejandro G. Iñárritu brengt een ietwat eenvoudige, maar zeer relevante satire op de hedendaagse samenleving. Zijn eigen redding is dat Digger beschikt over diverse diepere lagen die het geheel toch met een voldoende laten wegkomen, een uitstekende keuze als je naar het sterk aangezette acteerwerk van Tom Cruise en John Goodman kijkt. Iñárritu stelt echter enigszins teleur wanneer het op de visuele kant van de film aankomt. Het oogt allemaal doordacht, maar het camerawerk is niet dynamisch genoeg en geregeld zien bepaalde insteken er wat goedkoop uit voor dit monsterbudget. Gelukkig verrast Digger met de inhoud en profiteert het van een aantal weergaloze monologen. Buiten het theaterstuk om acteert iedereen met verve en alhoewel de finale nooit het kookpunt van de film vormt, kon ik met de uitkomst leven. Jammer dat de film geflopt is, maar het is goed dat dit soort gehelen nog uitkomen.
details
Het vervolgdeel dat evenzeer onder handen werd genomen door regisseur Brad Sykes gebruikt dezelfde hoofdpersoon en omgeving, maar dit keer een ander excuus om een groep slachtvee te verzamelen. Dat excuus, het neerzetten van een realityshow, is gelukkig best aanstekelijk. Problematisch is dat Sykes er verder weinig mee aanvangt; er lijkt zelfs amper beeldmateriaal te worden opgenomen. Op visueel vlak ziet het er allemaal net zo kaal en onopvallend uit als de voorganger, maar wederom blijven de effecten praktisch uitgewerkt en duurt het nergens een minuut te lang. Het niveau van brolwerk is niet ver weg, maar de doelbewuste en beknopte aanpak blijft goed genoeg werken.
details
In alle absurditeit werkt een film als Camp Blood opvallend goed, ook al is er tamelijk snel weggegeven dat spanning, sfeer of een dosis sterke gore geen deel gaan uitmaken van het eindresultaat. Toch is de simpele opzet nog wel aanstekelijk, met enkel wat tieners die een bos inlopen en vervolgens een clowneske moordenaar tegenkomen. Regisseur Brad Sykes brengt weinig innovaties, maar houdt het allemaal lekker direct en de effecten zijn gelukkig praktisch, alhoewel redelijk doorzichtig. In alle glorie moet ik bekennen dat ik me niet echt heb verveeld tijdens deze nogal brakke productie en daar komen altijd bonuspunten voor in de plaats.
details
Het vierde hoofdstuk in de Curse-reeks, dat eigenlijk eerder werd gemaakt dan het derde deel, laat zien dat het een wijs besluit is geweest om de deksel erop te gooien. Catacombs heeft enkel en alleen een sfeervolle locatie in het voordeel, maar regisseur David Schmoeller maakt er zo'n onvoorstelbaar grote puinzooi van dat je er geen moment bij stilstaat. Het geheel zit vol met belachelijke figuren die vorm geven aan een vergezocht, idioot verhaal dat weinig meer te maken heeft met een vloek. In alle opzichten voelt de film aan als een mislukte productie die tevergeefs aan een bestaande reeks is geplakt om er nog wat centjes uit te persen. Wat de makers bovendien in de religieuze plaatjes zagen is me een raadsel, maar de lompe aard ervan maakt van deze film bijna een onbedoelde komedie.
details
Derde hoofdstuk in deze relatief obscure reeks zet een dalende lijn verder in gang. Nu oogt Curse III ook niet als een film waarin het budget is opgehoogd, eerder als een geheel waarin de makers het beste moesten zien te maken van de beperkte middelen. Het meeste geld is mogelijk opgegaan aan de Afrikaanse achtergrond en het halen van Christopher Lee, want buiten een aantal mooie plaatjes gaat dit echt nergens over en maakt het voortdurend een microbudget-indruk. Waardeloze dialogen en saaie hoofdpersonages die de kijker geen moment naar het hart gaan en een spannend opgezette finale die bijna amateuristisch slecht in beeld wordt gebracht. Regisseur Sean Barton lijkt te mikken op een subtiele film, maar zijn leiding maakt er vooral een lompe productie van met beduidend weinig hoogtepunten en eentje die aanzienlijk minder interessant voor de dag komt dan zijn voorgangers.
details
Matig vervolgdeel waarin regisseur Aaron Sorkin het niet voor elkaar krijgt om deze wereld menselijk aan te laten voelen. The Social Reckoning grossiert in personages die veel meekrijgen om unieker aan te voelen, maar toch steeds karikaturaal en gescript overkomen. Jeremy Strong als Mark Zuckerberg is daar het grootste voorbeeld van en zijn aanwezigheid geeft per direct weg dat nuance en neutraliteit geen deel hebben uitgemaakt van het geheel. Verder wordt er hoe dan ook een eenzijdig verhaal verteld en alhoewel bepaalde punten zeer schrijnend zijn, faalt de film daarmee aan te voelen als eerlijk en compleet. Het acteerwerk van Jeremy Allen White is gelukkig sterk en boeiend is het zeker, maar Sorkin toont aan geen David Fincher te zijn en op visueel vlak haalt een film van 16 jaar geleden dit op alle fronten in.
details
Vervolgdeel dat weinig te maken heeft met het eerste deel en het feit dat deze productie pas The Curse II ging heten nadat het was afgerond, is dus goed te geloven. Gelukkig moet dit project van regisseur Frederico Prosperi niet al te veel kracht inboeten ten opzichte van het vorige hoofdstuk en kijkt voor een merendeel lekker weg. De praktische effecten zijn charmant en de chemie tussen J. Eddie Peck en Jull Schoelen werkt aanstekelijk, ondanks dat de dialogen zelden doeltreffend zijn geschreven. De voortgang van de horror is voorspelbaar en de finale eigenlijk iets te cheesy, maar de langzaam ontrafelende escalatie is onderhoudend genoeg. Helaas haalt dit gebeuren het uiteindelijk niet bij de iets uniekere inslag van het eerste deel.
details
Verrassende Lovecraftfilm en het begin aan een reeks van vier films met wisselende kwaliteiten. The Curse tapt uit het vaatje van De Kleur uit de Ruimte, een invalshoek waar ik van tevoren even niet op de hoogte van was en daarmee dus een positieve verrassing vormde. Voor regisseur David Keith is het vooral een fijn excuus om een tentoonstelling van praktische effecten neer te zetten die leuk voor de dag komen. Het acteerwerk is matig en de aanloop niet altijd even boeiend, maar eenmaal de escalatie wordt ingezet is het toch redelijk genieten met oldschool griezelwerk. Helaas wel inferieur aan het latere Color Out of Space.
details
Oninteressant slashgebeuren dat vooral een poging doet om een origineel wapen op het scherm te zetten. Tot op zekere hoogte slaagt Lovers Lane daar ook wel in, maar wanneer dit voorwerp moet worden ingezet wendt regisseur Jon Steven Ward zich veelvuldig tot offscreen-gehak. Het acteerwerk is redelijk binnen de beperkte ruimte en een aantal wendingen komen aardig aan, maar verder heeft deze film zeer weinig te bieden. Na een introductie vervalt het gebeuren namelijk in een herhaling van setpieces die allemaal amper wat om handen hebben en een geringe hoeveelheid aan tieners die op een weinig originele manier om zeep worden geholpen. Een gemiste kans als je het potentieel bekijkt.
details
Degelijk vermaak met het bekende concept waarin een grote groep spinnen een klein appartementencomplex op stelten zet. De aanpak van regisseur Ángel Gómez Hernández is echter anders dan je zou verwachten, vooral omdat het zich meer met het camp-gehalte bezighoudt dan met onderhuidse spanning. De spinnen zijn een totaal verzonnen ras en doen de meest gestoorde dingen, de finale is volledig van de pot gerukt en personages liggen tegen het cartooneske aan. Toch voelt dit alles eerder aan als een soort noodrem dan als een weloverwogen beslissing, omdat Crawlers zich in het eerste kwartier vooral tot subtielere vormen wendt. Het is allemaal nogal dun en zelden spannend, maar het vermaakt erg goed en de effecten evenals het dynamische camerawerk komen sterk voor de dag.
details
Ondanks de overwegend matige geluiden viel dit Netflixproject van regisseur Louis Leterrier in alle opzichten mee. Het grootste nadeel is dat dit soort vergezochte ideeën vaak uiteenvallen als je de logica gaat verwaarlozen en daar maakt The Last House zich spijtig genoeg meerdere keren schuldig aan. Ook de weinig sympathieke personages die voortdurend van hun eigen probleem het probleem van een ander maken werken beslist niet mee, maar toch ziet het er allemaal visueel sterk uit en wordt het mysterie aardig verborgen gehouden. Zeker naar het einde toe waagt Leterrier zich aan een spanningsboog die opvallend effectief voor de dag komt. De actiemomenten daarentegen werken door de chaotische en drukke aanpak wat minder, maar het concept blijft erg boeiend en rechtvaardigt de speelduur gemakkelijk. Een fijne film voor een luie avond, zonder dat het zichzelf ergens in overstijgt.
details
Zeer matig.
Trilogy of Terror vormt een anthologiefilm die veel bekender is geworden dan nodig was, al komt dat waarschijnlijk omdat de cast uit een aantal niet-onbekende namen bestaat. Natuurlijk heb ik het dan over Karen Black, maar die laat in een driedubbelrol zelden zien waarom ze in de filmwereld is doorgebroken.
Julie (1,5*). Eerste segment duurt vooral veel te lang zonder dat de interesse wordt verhoogd. Het ziet er visueel kaal en ondoordacht uit en tapt alle kracht die het heeft uit een redelijke plotwending, die helaas niet al te mysterieus wordt gehouden. Het acteerwerk van Black is verder ook erg overdreven en onoprecht, alsof ze voortdurend in haar kunnen werd beperkt om alles zo cartoonesk mogelijk over te brengen.
Millicent and Therese (1,0*). Volgt min of meer dezelfde structuur als het eerste segment, waarin alle kracht wordt uitgestuurd op een half uitgewerkte plotwending. Het problematische met dit tweede hoofdstuk is dat de verrassing er dan al af is en het vooral erg saai voor de dag komt. Slecht geacteerd en brak geregisseerd, hier valt echt niet in af te lezen dat het nu zo'n lange productie heeft moeten vormen.
Amelia (2,5*). Eigenlijk is het simpelste segment ook meteen de beste en dan is het niet gek dat dit het hoofdstuk is dat breed wordt geadverteerd. Het concept heeft daarbinnen weinig om handen en ook hier overtuigt Black niet, maar het popje komt vermakelijk voor de dag en het is toch wel onderhoudend om dit schouwspel te blijven volgen. Een wat onhandige keuze na twee veel mindere segmenten, maar zonder twijfel de USP van deze film. Echter niet genoeg om het nu veel verder vooruit te trekken.
Gemiddeld cijfer is een 1,66*, afgerond naar beneden. Ik had er vooraf nog wel zin in, maar moest me ondanks de korte speelduur toch wel erg door de eerste twee segmenten worstelen.
details
Regisseur Thom Eberhardt mengt allerlei ideeën en maakt er een halfslachtig, onevenwichtig brouwsel van. Het probleem van Night of the Comet is dat er te veel genres naast elkaar worden gelegd, waartussen ook niet alles werkt. Zeker de humor komt door het matige acteerwerk niet van de grond en qua horror wordt de spanning zelden effectief opgevoerd. Enkel de sciencefictionkant van het gebeuren brengt nog wat originele vondsten en de rode gloed pakt knap uit op visueel vlak, maar dit zijn schaarse momenten binnen een grote omgeving die toch steeds erg kleinschalig aan blijft voelen. Eberhardt geeft zichzelf niet meteen prijs met zijn film, maar eenmaal alle kaarten op tafel liggen is er voor de kijker weinig aanstoot meer om zich te investeren in deze wereld.
details
Voor een zeer goedkoop Nederlands product viel Woensdag in alle opzichten mee. In ieder geval wordt de kijker ervan overtuigd dat er makers achter de camera staan die een oprechte passie voor het vak hebben getoond. De effecten worden praktisch gehouden en het concept is best leuk, bovendien doen sommige castleden het zo slecht nog niet. Verder is het allemaal natuurlijk erg simpel en duurt het te lang voordat alles uit de hand begint te lopen, een argument dat wordt versterkt als de eerste moorden zich primair buiten het scherm bevinden. Vooral het opbouwen van spanning wil ondanks een sfeervolle locatie niet echt lukken, maar Woensdag doet een dappere poging om Nederhorror enigszins op de kaart te krijgen.
details
Tja. Er gebeurt echt geen drol in de wereld van Haunted, dat verder ook niet veel meer om handen heeft dan veel oninteressante personages die zich met een camera naar alle donkere hoekjes van de omgeving wenden. Regisseursduo Steven M. Smith en Zane Quazzani verzaakt echter om dat alles gepast in beeld te krijgen, waardoor zeker een uur van Haunted bestaat uit donkere, blurry beelden waar personages een conversatie met elkaar voeren of heel hard schreeuwen wanneer er klaarblijkelijk iets aan de hand is. Buiten een goed bedacht concept pakt de aanpak hier echt onvoorstelbaar saai uit en wekt een gevoel van ongeloof op dat dit moest doorgaan voor het ultieme eindresultaat.
details
Het vervolgdeel van regisseur Justin M. Seaman vindt het wagenwiel niet opnieuw uit binnen zijn soort, maar verbetert eigenlijk alle punten van de eerste film. The Barn II is een geheel dat de praktische effecten en alle horrorfilms uit de jaren 80 omarmt. Een intelligent verhaal is daar niet voor nodig, wel een idee en een maker die een oprechte passie voor zijn vak kent. Na een halfuurtje introductie worden de registers opengetrokken en is de film niet veel meer dan een bloederige compilatie van tieners die om de beurt aan Heins zeis worden geregen. Er wordt niet al te best geacteerd, maar het ziet er allemaal zo sfeervol, doelbewust en gefocust uit dat dit zelden een probleem vormt. De nieuwe toevoegingen aan het slasherteam zijn verder niet bepaald indrukwekkend, maar eigenlijk is deze film verder op alle vlakken beter dan de voorganger.
details
Oninteressante en veel te lange vampierenfilm van de Zuid-Koreaanse regisseur Park Chan-wook, die laat zien de technische kant gelukkig aardig onder de knie te hebben. De decors zien er sfeervol uit, het camerawerk oogt doordacht en de effecten zijn professioneel, maar het verhaal dat daaromheen gewikkeld is, overtuigt niet. Eigenlijk betrekt Chan-wook een heleboel elementen om zijn inhoud mee in te kleuren, maar zelden wil er iets werken en tot chemie, spanning of onderscheiding komt het amper of zelfs helemaal niet. Eerder een aantal kleine puntjes die net wat anders voor de dag komen, maar nooit interessant worden getoond.
details
Regisseur Brandon Christensen heeft een onmiskenbaar talent voor het griezelgenre, maar ervaart tot nu toe altijd problemen om een echt bovengemiddelde film af te leveren. Bodycam vormt één van zijn betere projecten die helaas naar het einde toe flink teleurstelt. De opbouw is in ieder geval verfrissend direct, met een concept dat kort geïntroduceerd dient te worden, waarna de poppen aan het dansen zijn. Alhoewel Christensen het mysterie niet bepaald slim of vernieuwend verpakt, blijft het boeiend om de personages te volgen terwijl de gebeurtenissen om hen heen langzaamaan escaleren en dat wordt bijgestaan door redelijk effectief camerawerk en fijn geëxperimenteer met effecten. Wanneer het dan echt moet losgaan, verslikt Bodycam zich in veel matige effecten en een finale die de spanning beslist niet op weet te bouwen.
details
Snoeiharde en explosieve genremix die de remmen effectief loslaat na een ietwat terughoudende inloop. Uiteraard moet een bepaald concept geïntroduceerd worden, maar de aanpak van regisseur Kim Hong-sun is net te traag en daardoor duurt het even voordat je als kijker in de film raakt. Eenmaal dat achter de rug is, wordt het tempo verhoogd en daarmee ook de frequentie van het bloedvergieten. Het neemt inderdaad de vorm aan van een onophoudelijk bloedbad, maar de makers geven er genoeg diversiteit en creativiteit aan mee. Toch fijn dat er nog werkjes zijn die de zaken even net wat overtuigender op orde hebben, ook al is de meeste magie verdreven tegen de tijd dat de finale aanbreekt.
details
Experimenteel en eigenzinnig, maar uiteindelijk grotendeels mislukt griezelproject van regisseursduo David Amito en Michael Laicini, die de vierde muur op een nogal halfbakken manier proberen te doorbreken. De introductie is in ieder geval raak, maar wat daarna volgt is een belabberde poging om een jaren 70-horrorfilm tot leven te wekken. De makers zijn er zonder meer in geslaagd om het amateurisme dat die tijd met zich meedroeg bijna vlekkeloos over te nemen, maar aangezien de aanloop veel te veel tijd in beslag neemt, komt dat vervolgens onvoorstelbaar saai voor de dag. Af en toe raken Amito en Laicini de juiste snaar met een aparte combinatie van muziek en montage, maar die momenten zijn schaars en de daaropvolgende finale gaat nergens echt heen. De intentie blijft daarmee bewonderenswaardig, maar weinig opvallend.
details
Ultragoedkoop en bij vlagen onbedoeld hilarisch werkje dankzij het eigenzinnig slechte acteerwerk en de afgeraffelde finale. The Evil Down the Street oogt in de basis vooral erg ondoordacht en snel in elkaar gedraaid, met zeer weinig aandacht naar de cinematografische meerwaarde en nog minder naar het verhaal. Natuurlijk is dat niet meteen een vereiste voor dit soort spookhuisfilms, maar zodra Kelton Jones als vader de derde spontane roadtrip aankondigt (waarvan er eentje zelfs op een dag valt waarop de priester komt dineren), beginnen de gaten op te vallen. Verder wordt je geduld in dit veel te lange gebeuren niet bepaald beloond wanneer de uitdrijving geen vijf minuten in beslag neemt en het acteerwerk van Alena Gerard beneden alle peil is. Kleine bonuspunten voor sporadisch experimenteel gebruik met lichtinval en donkere ruimtes.
details
Vincent Price is vanouds uitstekend en de moorden zijn creatief genoeg in dit griezelwerkje van regisseur Douglas Hickox, maar Theatre of Blood duurt uiteindelijk te lang voor deze dunne inhoud. Het concept wil namelijk wel werken voor ongeveer een uurtje, maar raakt daarna uitgeblust en de theatrale finale blaast weinig rechtvaardiging terug. De cast buiten Price om maakt bovendien beduidend minder en vooral een ietwat saaie indruk, maar eenmaal Price zelf aan het woord komt is het genieten geblazen.
details
Een regisseur als Anthony C. Ferrante zit zonder twijfel op de juiste plek binnen dit soort cheesy omgevingen met een totaal nonsensconcept. Haaien die uit het niets opduiken binnen het chloorwater van een waterpark, je moet het natuurlijk maar kunnen verzinnen. Gelukkig zorgen de hoge mate van komedie en de redelijk absurde finale voor het nodige vermaak, maar Ferrante en co zijn veel te lang bezig om alles een beetje te verklaren en te onderzoeken. Buiten een aantal spaarzame, relatief bloedeloze haaienaanvallen lijkt het eerste uur niet over te gaan, voordat er eindelijk een beetje actie bij komt kijken in de finale. Het duurt ook allemaal voor zo'n dun gegeven te lang, maar vermaakt uiteindelijk wel en dat is precies waar iets als Water Park Shark op uit is.
details
Alhoewel de inhoud nog altijd genoeg om handen heeft om zo'n absurde speelduur op z'n minst nog te verklaren, bereikt de Death Note-reeks met dit tweede deel een nog bedenkelijker niveau. Regisseur Shûsuke Kaneko houdt zich vooral veel te veel vast aan de animatieserie en probeert deze qua acteerwerk en invulling bijna in zijn volledigheid over te nemen. Het levert al snel een film op waarin de personages gewoon niet werken, zeker Ken'ichi Matsuyama speelt een belachelijk figuur dat geen moment serieus te nemen is. Ook Tatsuya Fujiwara is een opvallend kaal geacteerd personage dat vooral nergens interessant weet te worden. De ultieme dooddoener is de bijna videogame-achtige gestalte van Ryuk en Rem en toont aan dat deze film de tijd allesbehalve heeft overleefd. De voortdurende plotwendingen en het hoge tempo zijn positief, verder raakt The Last Name langzamerhand het niveau aan van absoluut broddelwerkje.
details
Beknopte film met een sterke opening, maar ook eentje met een flinterdun verhaal en erbarmelijke karakterontwerpen. Zeker Saya zelf ziet er werkelijk niet uit en de makers die haar deze lippen hebben toebediend mogen zichzelf gerust even over het hoofd krabben. Het geeft de zeer serieuze toonzetting van Blood: The Last Vampire een bijna komisch tintje dat totaal niet in het geheel past. De actiescènes tussendoor zijn vermakelijk, maar al tamelijk snel repetitief en de actierijke finale biedt daarmee weinig verzachting. Japanse animatie zal mijn ding niet snel worden en dit soort projecten brengen daar geen verandering in.
details
Aparte film met goed acteerwerk specifiek vanuit Fiona O'Shaughnessy en Abigail Hardingham. Zij geven vorm aan personages die toch behoorlijk moeilijk in te vullen zijn. Gelukkig geven de gebroeders Ben en Chris Blaine genoeg mee om het geheel een apart sausje mee te geven. Het jammerlijke is dat Nina Forever uiteindelijk vooral in dezelfde soort ideeën blijft hangen en te weinig ingaat op de aspecten die minstens net zo interessant voor de dag komen, zoals de uiteindelijke functie van Hardingham. De Blaine-broers verzaken na enige tijd ook om de sfeer te blijven verhogen en kiezen voor iets gemakkelijkere paden die minder indruk maken. Het hoogtepunt zit helaas al in de eerste 20 minuten wanneer O'Shaughnessy voor het eerst opduikt, een moment waar Nina Forever met een ietwat kale wending niet meer overheen gaat.
details
Het acteerwerk in deze Aziatische horrorfilm van de gebroeders Oxide Chun en Danny Pang is matig, maar dat er bepaalde regietalenten in gestopt zitten, valt niet te ontkennen. Zeker het middenstuk kent een aantal effectieve vormen van spanningsopbouw, vooral omdat de grimmige locaties regelmatig meehelpen aan de dreiging. Het concept is bovendien nog altijd goed gevonden, al zullen een aantal liefhebbers dit vast al hebben gezien in de Amerikaanse remake. De Pang-broers vinden qua inhoud vaak altijd wel een manier om de extra speelminuten te rechtvaardigen, maar de finale verraadt dat een film als Gin Gwai de tijd niet helemaal heeft overwonnen. Bijzonder wel dat dezelfde regisseurs hier nog drie vervolgprojecten op zouden maken.
details
Regisseur Gregg Bishop blijkt de juiste man te zijn voor een cheesy film als deze, waarin zijn bijna jeugdige drang naar vermaak zeer effectief uitpakt. Dance of the Dead vindt ondanks de gebrekkige middelen waarover het beschikt vaak wel een manier om verrassend uit de hoek te komen. Relatief luchtige humor wordt efficiënt afgewisseld met praktisch zombiegeweld en alhoewel de film niet bepaald op weet te vallen met spanning of sfeer, blijft het toch best onderhoudend overkomen. Een beetje jammer dat de hoofdpersonages over weinig kleur beschikken (het gebrekkige acteerwerk zit vaak enige vorm van chemie in de weg) en de finale veel te kort duurt, maar eigenlijk bevat Dance of the Dead genoeg materiaal om als cultfilm in aanmerking te komen.
details
Regisseur Steven C. Miller levert pulp af met Scream of the Banshee, maar wel een vorm van pulp die behoorlijk vermakelijk is. Zeker aangezien de slechte effecten voldoende worden afgewisseld met daadwerkelijke pogingen om de liefde voor praktisch geweld te tonen. Alhoewel de kostuums zeer matig voor de dag komen, kent deze film daardoor een aantal aanstekelijke en sfeervolle momenten. Het directe verhaal zorgt hoe dan ook wel voor het benodigde entertainment en het acteerwerk kan er over de grote lijn best mee door, maar het is toch vooral de grote dosis aan onzinnig materiaal die het allemaal compleet maakt. Spijtig genoeg gaat dat wel met een behoorlijk gebrek aan logica en een nogal stompzinnige finale waarin de schrijvers de draad kwijt lijken te zijn.
details
Verdienstelijke, maar over de grote lijn ietwat zwakke horrorthriller met een sterke basis. Regisseur Matt Winn spendeert vooral verfrissend weinig tijd aan een inleiding die, afgaand op het algehele schrijfniveau, waarschijnlijk zeer weinig om handen zou hebben. The Hoarder stapt van de rem af na ongeveer een kwartier en alhoewel de spanning zelden effectief wordt verhoogd, zit er toch aardig entertainment in. De locatie wordt spijtig genoeg door weinig enerverend camerawerk en een gebrek aan focus nogal verwaarloosd, terwijl Winn er wel genoeg mee zou kunnen aanvangen. The Hoarder moet het eerder hebben van een aantal spaarzame momenten die visueel opvallen en een sterk einde, verder ontstijgt dit de middelmaat niet.
details