'Casino Royale' gaf de Bond franchise dat wat enkele van zijn voorgangers niet konden: een nieuw en ideaal gezicht voor de 21ste eeuw. Een existentiële James Bond deed zijn intrede, alsook een agressieve ondertoon. 'Quantum of Solace' zet de trend grotendeels verder, maar opteert uiteindelijk steevast voor een ruwere aanpak die bol staat van testosteron geladen actie. Niet getreurd, want een door wraak gedreven Bond, andermaal met bijzonder veel panache belichaamd door Daniel Craig, compenseert met een dodelijke efficiëntie en een kille 'cool'.
Een Bond-film zou echter geen rasechte Bond-film zijn zonder de aanwezigheid van enkele klassieke ingrediënten. En hoewel 'Quantum of Solace' niet bepaald kan teren op een iconische vijand (Dominic Green definieert zich doorgaans als relatief 'normaal' en weinig excentriek binnen het universum van James Bond) en gedenkwaardige vrouwelijke tegenspeelsters, kan het dat meer dan eens op de modernistische decors. Decors die ons meermaals doen terugdenken aan de gloriejaren van Ken Adam en deze 'Quantum of Solace' alsnog de broodnodige klasse aanmeten. Qua algehele klasse moet aflevering 22 in de reeks echter zijn meerdere erkennen in 'Casino Royale'. Al moet 'Casino Royale' op zijn beurt hetzelfde doen als het aankomt op compactheid en brutaliteit. Tot slot nog een eervolle vermelding voor de macabere dood van Strawerry Fields (als verwijzing naar 'Goldfinger'), die de doorgewinterde fan, mezelf (vooralsnog) niet meegerekend, wel zou moeten appreciëren.