Log
This page will keep you informed of recent votes, opinions and reviews of Collins.
By default you see the activities in the current and previous month. You can also choose one of the following periods:
januari 2025, februari 2025, maart 2025, april 2025, mei 2025, juni 2025, juli 2025, augustus 2025, september 2025, oktober 2025, november 2025, december 2025, januari 2026, februari 2026, maart 2026, april 2026, mei 2026, juni 2026, juli 2026, augustus 2026, september 2026, oktober 2026, november 2026
details
Al in 2003 ontstond bij Eli Rorh het idee voor een film met een sinistere ijsverkoper. Nadat hij het concept had uitgewerkt tot een script, probeerde hij de daaropvolgende twintig jaar een studio te vinden om het script te verfilmen. Geen studio was geïnteresseerd. De politiek correcte reden zal de aanwezigheid van gewelddadige en moordlustige kindertjes zijn geweest die prominent in de film voorkomen, vermoed ik. Toen Roth in 2025 zijn eigen studio “The Horror Section” begon, kon de film eindelijk worden gemaakt. En wat een fijne film is het geworden.
De film speelt zich af in het zonnige en idyllische plaatsje Bayleen Bay. Een perfecte wereld ontvouwt zich waar kinderlijke onschuld, saamhorigheid en vrolijkheid normale zaken zijn. Zaken die na de introductie van het personage waarnaar de film is vernoemd tot het verleden behoren. De kijker heeft aan zijn gladde uiterlijk genoeg om te weten dat de ijsverkoper geen kindervriend is. Ik moest meteen aan de rattenvaner van Hamelen denken. Gelukkig hebben de meeste kinderen en ouders die associatie niet en kan de lol beginnen.
Er zijn veel verwijzingen naar klassieke horrorfilms. Leuk. Er is veel geweld. Ook leuk. Een flinke dosis geweld die door zijn overtrokkenheid een humoristische ondertoon heeft. De goedkope effecten laten de kills er tamelijk onecht uitzien en dat versterkt de hilariteit. De handeling is niet erg belangrijk. De personages ook niet. Die worden naar believen ingezet om de humoristische- en de actiescènes op te vullen en mogen op de rustiger momenten nog een beetje acteren ook. Aldus hobbelt de film vermakelijk naar zijn finale die heerlijk bizar is en een lugubere twist bevat.
Prima acteerwerk van de kindacteurs trouwens. Met name de kinderen die de verandering van kinderlijke onschuld naar moordzuchtige waanzin spelen, doen dat behoorlijk overtuigend. De volwassen personages blijven op de achtergrond en zijn voornamelijk functionele bestanddelen voor het verhaal. Tot slot nog even de gekmakende jingle van de ijskar noemen die als akoestisch waarschuwingssignaal door de hele film te horen is en temidden van alle hilarische taferelen toch steeds weer een onheilspellend gevoel weet op te wekken. De gladde ijsverkoper die in de film geen woord spreekt maar slechts zalvend kijkt of priemend blikt, deed dat trouwens ook.
details
In theorie is de film een remake van het gelijknamige The Old Dark House (1932). De film is net als zijn oudere voorganger gebaseerd op het boek Benighted van John Boynton Priestley. De film heeft echter slechts enkele elementen met het boek gemeen. Voor deze film is het verhaal uit het boek grotendeels herschreven. Zelfs de personages zijn ingewisseld. Eigenlijk heeft de film zowel met zijn voorganger als met het boek maar weinig gemeen en is alleen het huis de gemene deler.
Het huis betreft een oude vervallen villa waar protagonist Tom op uitnodiging een weekendje doorbrengt. Vanaf het begin is het duidelijk dat er iets griezeligs gaande is in het oude huis. De familie bij wie hij het weekend doorbrengt is bijzonder excentriek. Behalve dat de personages zich merkwaardig gedragen, maken zij steeds toespelingen op de dreiging van acuut levensgevaar. En dan zijn er nog de doodskisten die her en der in het huis staan opgesteld en de sfeer er niet gezelliger op maken. Het is een situatie die nieuwsgierig maakt.
Ik moest af en toe aan het huis van The Addams Family denken met inbegrip van de family. Erg serieus hoeft de kijker de omstandigheden en gebeurtenissen dan ook niet te nemen. We hebben hier te maken met een komische griezelfilm. Af en toe wat melig, maar in het algemeen best een leuke komische griezelfilm. De personages zijn overdreven vormgegeven. De dialogen zijn lekker droog. De gebeurtenissen zijn vaak in een slapstickachtige vorm gegoten. The Old Dark House is een film die leuk nostalgisch (soms wat oubollig) vermaak biedt. Best ok.
details
Regisseur Renny Harlin neemt wat elementen uit de wereld van de horror en de fantasy en brouwt er een verhaal van dat zich in een elitair highschoolmilieu afspeelt. Inhoudelijk stelt de film niets voor. Een viertal jongeren met magische krachten stamt uit een oud geslacht en staat bekend onder de naam “Sons of Ipswich”. De vier krijgen het aan de stok met een lid van een andere familie die ooit tot de Ipswich-kring behoorde maar werd verstoten. De jongeman is daar nog steeds boos over en wil de leden van de goede families vernietigen. Je zou The Covenant een bovennatuurlijke wraakfilm kunnen noemen.
Harlin vertrouwt volledig op visuele prikkels om de kijker te boeien. Dat begint al met de setting in een herfstachtig New England dat weelderig wordt getoonzet. Weelderige bossen. Kleurig gebladerte aan de bomen. De wind die af en toe opsteekt en de losse bladeren laat rondwarrelen. De schemering die op elk moment van de dag lijkt in te zetten. En overal staan duistere Victoriaanse gebouwen die de indruk wekken verschrikkelijke geheimen te herbergen. Laat ik zeggen dat de sfeertekening in beginsel goed is gelukt. Er heerst een gevoel van onbehagen.
Ook bij het selectieproces voor de invulling van de personages lijken optische criteria een grote rol te hebben gespeeld. De sons zouden niet misstaan in een leeghoofdige film over een of andere Boyband. Een gothic-boyband weliswaar, maar toch. In de wereld van The Covenant is lichamelijke imperfectie en verval voorbehouden aan de mensen die simpelweg oud zijn. En oud is natuurlijk een relatief begrip in deze film.
Terwijl de jongens van de boyband hun populaire ding doen en de antagonist in beeld komt, wordt de kijker getrakteerd op pogingen om de duistere sfeer in stand te houden. Harrlin trekt de bekende trucs uit het horrorrepertoire uit de kast. Zo is er onweer (een hardnekkig front blijkbaar, want het dondert en bliksemt de hele film door), zijn er mistflarden en werkt de verlichting vaker niet dan wel. Het is allemaal iets teveel van het goede. Iets te geforceerd, naar mijn smaak.
Het verhaal is erg dun en in grote lijnen ook wel voorspelbaar. Dat de personages geen emotionele diepte hebben en niet interessant zijn, zal niet verrassend klinken. Als de personages minder plat waren gebeeldhouwd, was de leegheid van de handeling misschien minder opgevallen. Na afloop vraag ik me af waar ik nu eigenlijk naar heb gekeken. Het antwoord luidt: ik heb gekeken naar een stel verwende jongens die hun magische krachten vooral voor hun eigen gerief inzetten en helemaal in de war raken als een ander verwend knaapje hen uitdaagt. The Covenant stelt inderdaad niet veel voor.
details
Dat Grabbers zich afspeelt op een Iers eiland levert een mooie achtergrond op bij een verder niet erg indrukwekkende film. De film draait om aliens en alcohol. Vooral om alcohol. Ook een film vol clichés. Het grootste cliché bestaat uit een politiekoppel dat elkaar in beginsel niet ziet zitten, maar uiteraard naar elkaar toe groeit. De rijkdom aan clichés zorgt ervoor dat het verhaal voorspelbaar verloopt. Toch is de premisse best leuk bedacht. Origineel ook. Die premisse luidt dat de Ierse eilanders overmatig alcoholgebruik inzetten tegen invasieve aliens.
De buitenaardse monsters (de grabbers uit de titel) zien er respectabel uit. Soms duidelijk voorzien van een CGI-signatuur, maar soms wordt er ook heerlijk ouderwets rubber- en latexwerk toegepast. Ik houd daarvan. Leuk is trouwens een scène die zich in een kroeg afspeelt waar baby-aliens zich gedragen als een verzameling gremlins in een filmzaal. Geen klachten over de grabbers van mijn kant.
Over de menselijke personages ben ik minder enthousiast. Die ontgroeien het stereotiepe stadium niet en daardoor ontbreekt heuse interesse in hun wel en wee. Het grappige idee dat een flinke scheut alcohol bescherming biedt tegen het risico om door een grabber te worden aangevallen, pakt daarom niet steeds geslaagd uit. Leuk idee maar teveel dronkenschap is op den duur gewoon teveel. Na verloop van tijd blijft de neiging om te lachen om de zoveelste dronken persoon achterwege.
En zo is Grabbers op zich een leuk klein filmpje dat niet vervelend wegkijkt, maar nooit echt grappig is. Laat staan spannend. Maar ach, de monsters zijn leuk. De personages net absurd genoeg om je niet te ergeren aan de stereotiepe invulling. Hier en daar popt zowaar een aardige scène op. En dan is er natuurlijk het prachtige landschap om je aan te laven.
details
Dat het niet verstandig is om een baby-alligator door het toilet te spoelen bewijst deze film. Een aantal jaren na deze daad zaait een grote alligator dood en verderf in het riool onder een grote stad. Alligator dus. Al met al geen onaardige film van regisseur Lewis Teague (Cujo (1983), Cat's Eye (1985)) die weliswaar niet iets opzienbarends laat zien maar van het gegeven desondanks een vermakelijke film weet te brouwen.
De alligator overtuigt. Van de menselijke personages is het vooral de hoofdrol van Robert Forster die bevalt. Zijn personage detective Madison is geen typische held. Hij is een loner met wie geen collega na de dood van zijn partner meer wil samenwerken. Hij is iemand die er wat slonzig bijloopt en wiens dunner wordende haarlijn meer dan eens op humoristische wijze ter sprake komt. De overige personages hebben minder smoelwerk maar zijn op zich solide ingevuld.
De film heeft een serieuze insteek maar schroomt niet om te strooien met luchtige dialogen die de serieuze insteek weer relativeren. De balans is in evenwicht. Het verteltempo is niet erg hoog maar kent gelukkig geen erg saaie momenten. Het enige saaie aan de film is het obligate romantische plotje dat zowel erg voorspelbaar als erg ongeloofwaardig is. De actiescènes zijn ok. De actie wordt weliswaar niet erg expliciet in beeld gebracht maar de gevolgen vaak wel. Zo kun je je af en toe verheugen op een afgehakt lichaamsdeel.
Teague maakte gebruik van een echte alligator waar dat mogelijk was. Waar dat niet lukte werd een mechanisch model ingezet. De kunstmatigheid van het model werd zo goed mogelijk verborgen door gebruikmaking van snelle cuts en geraffineerde camerastandpunten. Sommige scènes komen niet helemaal overtuigend over, maar gezien het geringe budget van amper 1,5 miljoen is dat ook logisch. Het stoorde me niet.
details
Een gezin met drie kinderen is verhuisd naar een nieuw onderkomen dat afgelegen is gelegen. Terwijl een ieder kampt met aanpassingsproblemen geldt dat in meerdere mate voor het jongste kind Heather dat zich in haar eigen wereldje terugtrekt en daar bevriend raakt met een onzichtbaar vriendinnetje. De geoefende horrorkijker weet dan al meteen wat er aan de hand is. De minder ervaren kijker krijgt dat ook al snel door als de film met talrijke hints uitpakt.
Regisseur Dominic James weet het verhaal saai te vertellen. In plaats van de volle aandacht op het griezelelement te leggen, wordt de nadruk gelegd op dramatische thema's. Op zich niet erg, maar gewoon erg saai. Die accenten in het verhaal maken van de film bovendien veel meer een drama dan een horrorfilm. Het griezelelement hangt er maar wat bij en staat in dienst van de dramatische thematiek die trouwens erg oppervlakkig is uitgewerkt. Zowel in griezel- als in emotioneel opzicht biedt de film geen kippenvel-materiaal.
Het verhaal verloopt traag en bevat amper verrassingen. Wel verrassend is het goede acteerwerk van de kinderen. De geloofwaardig acterende kinderen maken dat de film een draaglijke happening is. Na een ellenlange aanloop eindigt de film overigens in een finale die zowaar enigszins spectaculair is. Het is niet genoeg om het dunne verhaal en de lange aanloop te vergeten, maar de finale vergoedt de saaiheid een beetje. Wait Till Helen Comes is gewoon geen plezierige film.
details
Net als in I Saw the TV Glow (2024) ontleedt en parafraseert regisseur en schrijver Jane Schoenbrun een subgenre van de horror. Met “Teenage Sex and Death at Camp Miasma” is de slasherfilm aan de beurt. De film zit dan ook vol verwijzingen naar de klassiekers uit het subgenre. Friday the 13th (1980), Halloween (1978), Sleepaway Camp (1983) en nog meer. Hoewel de enscenering en de stijl van deze films worden nagebootst, is de film meer dan een zielloze remake of een met nostalgie volgepropte film. Dat wil niet zeggen dat de film geen gebruik maakt van de horrorclichés rondom geweld en bloed. Dat doet de film absoluut. De film is echter meer dan een pure slasher. Achter de slasher wordt een psychologische laag aangeboord.
In “Teenage Sex and Death at Camp Miasma” is de persoon van regisseur Jane Schoenbrun terug te vinden in het hoofdpersonage Kris. Dat personage is een lesbische filmmaker die de opdracht heeft gekregen een doodgebloede slasherfranchise met een nieuw deel weer tot leven te wekken. Terwijl zij over de invulling daarvan zo haar eigen ideeën heeft, dreigt zij in haar creativiteit beperkt te worden door haar opdrachtgevers wier creativiteit niet verder reikt dan verkoopbaarheid en commercieel succes. Regisseur Schoenbrun maakte iets dergelijks mee toen zij moeite moest doen om haar creatieve ei in deze film kwijt te kunnen.
In het kamp waar de films uit de Miasma-franchise werden opgenomen, treft Kris de scream queen uit de eerste film, die daar blijkt te wonen. Samen met haar bekijkt Kris de oude films uit de franchise, komt nader tot de scream queen en tot haar eigen identiteit als ze wordt geconfronteerd met zaken als verlangen, onzekerheid en seks als een nieuwe ontzagwekkende ervaring. Het zijn emoties die haar stimuleren dieper in zichzelf te graven. En zo vormt de weg naar zelfontdekking in relatie tot queerness en transgenderschap opnieuw de spil van Schoenbrun’s film. Ze doet dat gelukkig een stuk minder abstract dan in I Saw the TV Glow.
Stilistisch oriënteert de film zich vooral op de slashers uit de jaren 70 en 80. Een enigszins korrelig beeld. Een vertrouwd en prachtig setdesign. De killer. De kills. En de beklemmende sfeer die zo typisch is voor de slasher. Het zijn elementen die allemaal zijn terug te vinden. Behalve een horrorfilm die van deze elementen grif gebruik maakt, is “Teenage Sex and Death at Camp Miasma” als gezegd ook een film met een psychologische laag waarin de grenzen tussen werkelijkheid, fantasie en de filmische visie van hoofdpersonage Kris steeds meer vervagen.
En dus is “Teenage Sex and Death at Camp Miasma” niet een klassieke slasherfilm. Achter de façade van VHS-nostalgie, nepbloed en moordlust, gaat een psychologische film schuil die een persoonlijk verhaal vertelt over identiteit, verlangen en zelfontdekking. “Teenage Sex and Death at Camp Miasma” is twee films in één zou je kunnen zeggen.
details
Over twee vrouwelijke vampiers in een film die niets gemeen heeft met de romantische, duistere en gotische sfeer waarin de vampier (wat mij betreft) het beste tot zijn recht komt. In plaats daarvan speelt de film zich in het moderne New York af. De film biedt geen heuse horror, maar vertelt een luchtig verhaal dat lichtjes is doorspekt met wat maatschappijkritiek betreffende de digitalisering van de samenleving en hoe een ieder zijn leven daardoor laat beïnvloeden.
Regisseur en schrijver Amy Heckerling (Look Who's Talking (1989), Fast Times at Ridgemont High (1982)) confronteert beide vampiers met de snel veranderende samenleving. Op die manier zet Heckerling wat kritische accenten die overigens weinig indruk achterlaten. Daarvoor is het verhaal simpelweg te nietszeggend. Meer indruk maakt de humor. Ik kwam in ieder geval voldoende momenten tegen waarom ik kon lachen.
Sympathieke hoofdrollen zijn er voor Alicia Silverstone en Krystin Ritter. Ook leuk zijn Sigourney Weaver en Malcolm McDowell. De eerste als autoritaire diva-achtige vampier die heerlijk doorschiet om in haar bloedlust te voorzien. De tweede als de beroemde Vlad Tepes die deelneemt aan een zelfhulpgroep voor Extended Life Forms en zich als hobby heeft toegelegd op de edele kunst van het breien. Ook het personage dr. Von Helsing (Wallace Shawn) is een verschijning waarom prima valt te lachen.
Het is wel duidelijk. Vamps is geen keiharde horrorfilm en heeft geen ingewikkelde verhaallijn. Bij het kijken vindt geen aanslag op het denkvermogen plaats. Het ongecompliceerde verhaal en de personages zijn echter goed voor prima vermaak.
details
Een heerlijke parodie op afgrijselijke tv-series uit het verleden. Denk Pee-wee’s Playhouse of Barney & Friends. Van die series waarin iedereen dwangmatig vrolijk is en zich infantiel en idioot gedraagt. Buddy legt de lat hoger en brengt grotere porties van dwangmatige vrolijkheid en idiotie en veegt op die manier de vloer aan met de indoctrinerende wijze waarop een tv-kijkend kind leert hoe zich fatsoenlijk te gedragen.
Een aflevering van Buddy bestaat uit een openingsnummer, een verhaaltje met een wijze les en een afsluitend liedje. In een felgekleurd tuinhuisje dat in een sfeerloze studioachtige omgeving is geplaatst, wonen drie kinderen. De kinderen spelen op het gazon van kunstgras dat voorzien is van speeltoestellen. In elke aflevering gebeurt er iets vervelends en dan roepen de kinderen de naam Buddy en daar verschijnt een oranje eenhoorn die aan de vervelende situatie een eind maakt door de kinderen uit te leggen wat er fout ging en wat het gewenste gedrag in zo'n situatie is. Vervolgens wordt de harmonie hersteld en eindigt de aflevering met een liefdevolle omhelzing van Buddy. De groepsknuffel gaf me een weeïg gevoel.
Het verrukkelijke ideaalbeeld dat hier wordt geschetst, is dermate vrolijk, klef en moralistisch dat ik die oranje eenhoorn meteen al niet vertrouwde. En daar kreeg ik gelijk in want in de loop van de film vertoont Buddy steeds buitensporiger gedrag en toont zich zelfs een aanrander en een pleger van mishandeling en ontpopt zich als een gevaarlijke moordenaar. Reden voor de kindertjes in dit vrolijke studioland om doodsbang te worden.
Buddy is de uitvergrote vorm van de kindervriend zoals die in tv-series werd gepresenteerd. Geen idee of een dergelijk format nog ergens in het huidige tv -aanbod is te zien, maar ik vermoed het wel. Enigszins verontrustend is de manier waarop dergelijke tv-series omgaan met normale menselijke gevoelens als verdriet, angst en woede. Dergelijke gevoelens worden gebagatelliseerd tot iets dat niet hoort en bovendien gemakkelijk valt op te lossen. Het ideaalbeeld van een liefdevolle plek waartoe het onrecht geen toegang heeft of gemakkelijk wordt overwonnen staat haaks op de werkelijkheid. De werkelijke wereld is geen liefdevolle plek en dwangmatig opgelegd moralisme werkt daar niet.
In Buddy wordt het ideaalbeeld radicaal en heerlijk absurd op de hak genomen. Met Buddy maakt regisseur en schrijver Caspar Kelly een angstaanjagende en bloeddorstige tegenhanger van de zoete moralistische kinderseries uit de jaren 90. Buddy is een heerlijke venijnige en humoristische film met een eng kinderidool, een sfeervolle steriele setting en een vermakelijke subversieve subtekst. Leuk dit.
details
Een koppel (Kate Beckinsale en Owen Wilson) met huwelijksproblemen krijgt autopech en belandt in een afgelegen en ranzig motel waar zij de enige gasten zijn. Een videoband die zij in hun kamer vinden laat mensonterende dingen zien die zich in het motel afspelen en is de aanzet tot beklemmende gebeurtenissen.
Hoewel de videofilm gewelddadige praktijken laat zien, ontpopt Vacancy zich niet als een erg gewelddadige film. Vacancy zet vooral in op suspense. Dat doet de film niet altijd even geraffineerd, maar als spanningselement functioneert het redelijk. Met gebruikmaking van suspense wordt een beklemmende atmosfeer gecreëerd waarin de vertwijfeling van het bedreigde koppel die in de loop van de film uitgroeit tot paniek, goed tot uiting komt.
Van het verhaal of van de platte personages moet de film het niet hebben. Die stellen maar weinig voor. Het sterkste element in de film zijn de actiescènes. Of beter gezegd: de manier waarop de actie wordt gebruikt. De uitbarstingen van geweld die er zijn, worden gevolgd door langere stukken film zonder noemenswaardig geweld. Regisseur Nimród Antal weet het zo te brengen dat er dan toch een spanningsveld ontstaat omdat de kijker weet dat hij getrakteerd gaat worden op een volgende gewelddadige scène, maar hij weet niet wanneer en hoe die verwachting wordt ingelost. Het is met name dit spel dat Antal met de kijker speelt dat de beklemmende sfeer oplevert en je het voorspelbare plot grotendeels doet vergeten.
details
Een found footage film die zich afspeelt in de catacomben onder een grote stad in Australië. Hardnekkige geruchten doen de ronde dat het in de tunnels niet pluis is. Een filmteam gaat op onderzoek uit. En ja, dat hadden ze natuurlijk beter niet kunnen doen.
The Tunnel is niet een hoogtepunt in het subgenre, maar het gaat te ver om de film als heel slecht te betitelen. De kijker ziet de leden van de filmcrew zich in het donker een weg zoeken van de ene gang naar de andere gang. Heel spannend is dat niet. De setting heeft in beginsel een bepaalde onheilspellende aantrekkingskracht, maar die ebt al snel weg als bij iedere volgende gang die men inloopt de spannende verwachting dat er iets opzienbarends zal gebeuren, niet wordt ingelost. De aandacht verflauwt al snel. Vervolgens is het knap dat de makers met een paar schrikmomenten de aandacht steeds weten op te krikken voordat de ogen definitief dichtvallen.
Uiteraard is de camera die alles registreert op de spannende momenten tamelijk storingsgevoelig en presenteert het verhaal geen grote verrassingen. De personages zijn geloofwaardig en hun paniekerige handelen is begrijpelijk. Geloofwaardigheid en begrip helpen om The Tunnel geen vervelende film te vinden. Maar om nu te zeggen dat de film veel biedt om van onder de indruk te zijn, gaat te ver.
details
Over studente Sara en haar kamergenote Rebecca die steeds meer van Sara bezeten raakt en gedreven door jaloezie het de personen in Sara’s leven psychisch en fysiek erg lastig maakt. The Roommate is een PG-13 horrorfilm en dat betekent dat het niet te eng en bloedig mag worden en dat expliciet geweld niet wordt getoond. Die kindvriendelijke rating was mij ontgaan. Dus heb ik per ongeluk gekeken naar een brave en saaie film. Met een horrorlabel. Dat wel.
De setup is nogal schraal, maar heeft spannende potentie. Die potentie wordt niet waargemaakt. Met matig acteerwerk worden Sara en Rebecca als wandelende clichés neergezet. Sara is levenslustig, populair en een modelstudente. Rebecca is een feestmijdende, teruggetrokken grijze muis met voorspelbare psychopathische trekjes. Trekjes die halfslachtig en onbevredigend aan haar worden toebedeeld. Trekjes die er bovendien dermate dik opliggen dat je je hoofd wel erg diep in het zand moet hebben gestoken om ze niet op te merken. Modelstudente Sara blijkt inderdaad een hoofd te hebben dat diep in het zand is weggestoken.
Ook aan de bijpersonages valt weinig plezier te beleven. Ze zijn evenals de hoofdpersonages bleek vormgegeven en gedragen zich opvallend afwijkend als ze slachtoffer zijn geworden van de psychopathische streken van Rebecca. De gemiddelde kijker zou bij het vertonen van dit vreemde gedrag van een naaste tenminste een wenkbrauw optrekken. Sara doet zelfs dat niet.
Tot slot nog de opmerking dat de camera steeds wegdraait als er iets spannend dreigt te gebeuren en zo heel succesvol elk potentieel spannend moment de grond in boort. The Roommate is een saaie, bloedeloze en oppervlakkige film.
details
“This story is grounded in the colonized history of Aotearoa New Zealand. It contains disturbing scenes of the violation and desecration of MÄori culture. To move into our future we must understand our past …”. Deze tekst verschijnt helemaal in het begin van de film en belicht de thematische focus en de historische achtergrond van de debuutfilm van Taratoa Stappard. Marama is een film die de kijker kennis laat maken met een verhaal en met de personages in het verhaal in het besef van kolonialistische wonden die zijn geslagen.
Marama vertelt van de jonge maorivrouw Mary die ergens halverwege de 19e eeuw van Nieuw-Zeeland naar Engeland reist om uit te zoeken hoe het haar familie is vergaan die jaren geleden al naar het Britse rijk vertrok. Ze komt in dienst bij een welgestelde Britse familie die in een imposant landhuis resideert en banden heeft met Nieuw-Zeeland. Dat blijkt niet alleen uit zelfingenomen kennisgeving maar ook uit allerhande geroofde goederen afkomstig uit Nieuw-Zeeland die her en der in het landhuis zijn tentoongesteld.
Een sfeervolle setting. Het landhuis is de belichaming van een Victoriaans spookhuis. Schaars verlicht met flakkerend kaarslicht. Schemerige vertrekken. Lange gangen. Een labyrintisch bouwwerk tot stand gekomen met een fortuin dat is vergaard met uitbuiting en bloedvergieten. Wat voor de Engelse familie een uiting is van elegantie en wereldwijsheid is voor Mary die vanaf haar aankomst wordt geteisterd door bloedige en gewelddadige visioenen, een deprimerende aanblik die een smeulende woede opwekt. Mary wordt Marama.
Met een sterke emotionele sfeer als basis komen geheimen aan het licht en blijkt een gruwelijke verbondenheid tussen Marama en de familie waarvoor zij werkt. Het is een onderstreping van de boodschap die de film uitdraagt en die de alomtegenwoordigheid van kolonialisme en de gevolgen daarvan centraal stelt.
Marama is een film waarin de wraakzuchtige hoofdpersoon zorgt voor een opleving van met geweld verdrongen culturele tradities dat de kolonialistische agressors in hun eigen land inhaalt. Overmatige uitleg en didactische dialogen verzwakken de impact van het verhaal enigszins. Marama blijft echter vooral in de herinnering als een sfeervolle, melodramatische, op gotische leest geschoeide en soms gruwelijke film.
details
In een team dat zich bezighoudt met een project om een winkelcentrum neer te zetten, loopt het onderling niet zo lekker. Reden genoeg om een weekendje in een bosrijke omgeving te organiseren en daar aan teambuilding te doen. Tja, als een groep mensen zich in een afgelegen gebied verzamelt en als aan de film het horrorlabel hangt, weet de kijker natuurlijk al dat hier van een ontspannen weekend geen sprake zal zijn.
Voordat het bloedbad een aanvang neemt, wordt de kijker vertrouwd gemaakt met de personages. Dat gebeurt middels een schets van de groepsdynamiek, waarin interne machtsstrijd, onderlinge antipathie, egoïsme en oneerlijke praktijken de dragende elementen zijn. Nog voor de killer aan zijn missie begint, is de sfeer in de groep al behoorlijk gespannen en weet de kijker precies wie sympathie verdient en wie niet. Om het kijkplezier te verhogen zijn de personages overdreven gekarakteriseerd en zet regisseur en schrijver Patrik Eklund in op humor.
Vooral de kills zijn op grappige wijze in scène gezet. In de eerste plaats is daar de belachelijke uitdossing van de killer en in de tweede plaats worden de meest uiteenlopende middelen ingezet om het slachtvee te decimeren. Erg bijzonder is de film verder niet. Heel origineel is de uitgangssituatie niet. De setting is dat niet en het verhalende verloop is dat ook niet. De uitvoering is echter degelijk, humoristisch en sympathiek genoeg om je anderhalf uur met de film te vermaken.
details
Bij een vliegtuigongeluk raken de handen van de gevierde concertpianist Steven Orlac zwaar beschadigd. Een transplantatie geeft hem de handen van seriemoordenaar Vasseur die zojuist werd geëxecuteerd. Na de geslaagde operatie lijken zijn nieuwe handen een eigen leven te leiden en zijn eigenaar tot sinistere daden aan te zetten. De vondst van een dode kat doet het ergste vermoeden.
Is de persoonsverandering die zich geleidelijk bij Orlac begint te voltrekken te wijten aan zijn psychische labiliteit en neurotische verbeeldingskracht of handelen de handen werkelijk eigenwillig? Het is een interessante vraag die de kijker bezighoudt terwijl Orlac’s geestesgesteldheid zichtbaar afzakt naar wanhopige en duistere afgronden. Goeie rol van Mel Ferrer die de getormenteerde Orlac indrukwekkend gestalte geeft. In de film ook een rol voor Christopher Lee als de antagonist met een goochelact die een smerig spelletje speelt om Orlac over de fatsoensdrempel te trekken en er zelf beter van te worden. Lee zet zijn personage glad en doortrapt neer en laat zien meer te kunnen dan het spelen van een bloedorstige vampier.
De film is niet op elk moment even interessant. Het mysterie van de handen blijft echter intrigeren. De handen en het acteursduo Ferrer-Lee maken de film bezienswaardig. Daaromheen kronkelt het verhaal wat doelloos voort en genereert amper spanning. Hier en daar wat aangename scènes. Vermeldenswaard in dat opzicht het variéténummer van Lee alsmede de scènes waarin Ferrer zich met een stoppelig gezicht, een afgedragen jasje en een beschonken blik in de zelfkant van Marseille overgeeft aan zijn onmacht en depressiviteit.
Echt pakkend werd The Hands of Orlac nooit. Na veel kronkelingen in het verhaal redt de liefde natuurlijk alles en blijft de kijker zitten met de vraag wie de kat aan zijn einde heeft gebracht. Ik hou het op Orlac.
details
Nadat Hammer met Dracula (1958) een enorme hit scoorde, was het wel duidelijk dat er nog een vampierfilm moest volgen. Hoewel hij werd gevraagd voor het vervolg, sloeg Christopher Lee de rol van graaf Dracula af. Het schijnt dat hij bang was voor typecasting. Een terechte angst, zo laat de geschiedenis zien. Het personage graaf Dracula komt in de film dan ook niet voor. Wel wordt zijn naam in de film terloops een of twee keer genoemd. Het is een schrale troost.
In plaats van Lee werd David Peel aangetrokken om de rol van de vampier te vervullen. Niet als graaf Dracula dus maar als zijn acoliet Baron Meinster. Het moge duidelijk zijn dat Peel geen Lee is. Ik vond zijn optreden als bloeddorstige vampier eerder potsierlijk dan indrukwekkend. Voor kijkplezier zorgt de mooie Yvonne Monlaur als het potentiële slachtoffer dat vreemd genoeg wel onder de indruk is van de bloeddorstige baron.
Het verhaal is hier en daar wat onsamenhangend en sleept af en toe. Dat aan het script maar liefst drie schrijvers hebben gewerkt, zal daar de oorzaak van zijn. Toch overtuigt de film met een ijzersterke sfeer (meer klassiek romantisch dan duister), prachtige plaatsen van handeling (burcht, kerkhof, koets), een actievolle finale, de mooie enscenering van Terence Fisher en een overtuigende Peter Cushing in de rol van Dr. Van Helsing. Genoeg positieve punten om de teleurstelling over de potsierlijke vampier zo goed als weg te wassen.
details
Hoofdpersonage Kattalin ontvlucht in de nacht de heerschappij van haar man en en komt terecht op een plek in het bos waar drie vrouwen de vrijheid vieren. De drie vrouwen vertellen vier verhalen waarin Kattalin een rol vervult. Vier verhalen die niet chronologisch zijn geplaatst. Vier verhalen die pas in de loop van de film verdichten tot een enkel verhaal. Een fascinerend verhaal dat veel weg heeft van een fantastisch en gruwelijk sprookje. De thematiek die wordt aangedaan is volwassen. Exorcisme, heksenvervolging, duivelsverering, lesbianisme en de zucht naar vrijheid.
De film speelt zich af in het Baskenland van de 17e eeuw. De titel van de film is Gaua dat Baskisch is voor nacht. In het Baskenland in de 17e eeuw zijn de kerk en de man heer en meester. In de nacht ontworstelen de vrouwen zich aan de christelijke orde en aan het patriarchaat en vieren de vrijheid. De nacht als een vrijplaats voor vrouwen die in de nacht als het ware een contrasfeer creëren die haaks staat op de onvrije sfeer die overdag heerst. Vier Interessante verhalen vertellen daarover. Vier verhalen die inderdaad geen manvriendelijke inhoud hebben maar wel verhalen zijn die een aantal leuke horrorwaardige gebeurtenissen presenteren en een fijne duistere sfeer weten op te roepen.
Dat de regisseur en schrijver van de film geen vrouw is zal verbazing wekken. Ik was in ieder geval verbaasd. Gaua vertelt een gruwelijk verhaal waarin de vertegenwoordigers van het patriarchaat bepaald niet rooskleurig worden afgeschilderd. In de nacht worden fantastische en krachtige verhalen verteld en vinden gruwelijke gebeurtenissen plaats die als tegenwicht dienen voor de heersende verhalen van de dag. De film deed me qua sfeer af en toe denken aan The Company of Wolves (1984). Later las ik dat voornoemde film voor regisseur en schrijver Paul Urkijo Alijo als inspiratiebron diende voor zijn film Gaua.
details
De zesde film alweer sinds de franchise ooit aftrapte met Insidious (2010). Zowel de eerste als de tweede met de toepasselijke titel Insidious: Chapter 2 (2013) in de reeks bekeken en best hoog gewaardeerd. Regisseur/schrijver James Wan en scenarist Leigh Whannel maakten twee uitstekende films over een gezin dat met demonen uit een duistere wereld werd geconfronteerd. Lekkere sfeervolle oldschool horror die met geringe middelen veel spanning genereerde. Films ook met goed acteerwerk en een vleugje humor. Prima films.
Vreemd dus dat alles dat daarna werd uitgebracht langs me heen is gegaan. Tot nu. Opeens kwam het zesde deel getiteld “Insidious: Out of the Further” langs. De creatieve touwtjes zijn in de handen van filmmaker Jacob Chase overgegaan en die maakt er iets leuks van. Hij doet dat met andere personages. Enkel medium Elise (Lin Shaye) herkende ik. Gelukkig ontbreekt een personages dat uitblinkt in stompzinnig of irritant gedrag. De personages bevallen. Er is zelfs sprake van empathie. Een zeldzaam fenomeen in de moderne horrorfilm.
Inhoudelijk brengt de film niets nieuws. Het draait nog steeds om een demonische dreiging. Desondanks maakt Chase er een lekkere horrorfilm van en weet hij met een paar geweldige scènes behoorlijk wat spanning over de kijker heen te gieten. Zo verandert een hoop kussens op een zitbank in een uiterst claustrofobisch werkend doolhof en wordt in een andere scène de angst voor de tandarts op heftige wijze gevoed. Het is heerlijk ouderwets horrorwerk met sfeer, geweldig camerawerk en af en toe een goed geplaatste jump scare. Heerlijke horror dit.
details
Een uit de hand gelopen militair experiment maakt dat een eenheid van genetisch gemodificeerde soldaten een spoor van verwoesting veroorzaakt ergens in een afgelegen en dunbevolkt gebied in de Verenigde Staten. Regisseur en coauteur Adam Wingard maakt een spannende actie-horrorfilm. Onslaught is behalve spannend ook hectisch, bizar en heerlijk over-the-top.
Onslaught biedt een wilde mengeling van idiotie, onzinnigheid, actie, horror en bizarre personages. Een film zonder strak verhaal. Een film met heel veel interessante ideeën die dan wel zorgen voor actie, spektakel en spanning, maar ook een wat onsamenhangende en onbenutte indruk maken. Neem bijvoorbeeld de personages waarvan enkele zo bizar zijn dat ze meer achtergrond en speeltijd hadden verdiend. Of neem de uitwerking van het idee van een eenheid van supersoldaten. Zowel de gestoorde Duitse architect van het genetisch gemodificeerde experiment als het ontstaan ervan hadden wat mij betreft meer fundamentele achtergrond in de film mogen hebben. Zo zijn veel elementen in de film interessant naar wordt niet alle potentie van die elementen benut. Zonde. Bovendien werd mijn nieuwsgierigheid niet bevredigd.
Onslaught is als gezegd een film met intrigerende personages, waaronder het aantrekkelijke en stoere hoofdpersonage Celesta (Adria Arjona), die als voormalig soldaat de strijd aanbindt met het superleger. Ook zij heeft zo haar eigenaardigheden, maar gedraagt zich afgezet tegen de andere personages echter behoorlijk gewoon. Dat is prettig want op die manier fungeert zij prima als sympathiedraagster in deze eigenzinnige actie-horrorfilm.
Een lekkere film die stikt van overdreven actiescènes, bloed en dood, overdreven aangezette en bizarre personages en zich baseert op een idiote verhaallijn. Een fim die op zijn best is als alle remmen worden losgelaten. En dat gebeurt gelukkig vaak.
details
Sirenen zijn halfgodinnen die je vaak in een waterrijke omgeving aantreft alwaar zij met hemels gezang mannen met vaartuigen aanlokken die vervolgens zo in vervoering raken dat zij met hun vaartuig op de rotsen te pletter slaan. Een leuk gegeven voor een horrorfilm. Siren doet een poging met een verhaaltje over drie vrienden die schipbreuk lijden en bij een eiland stranden waar een jonge vrouw opeens opduikt. Tot het moment dat de drie bij het eiland arriveren, was Siren al een saaie beproeving. Na aankomst op het eiland verandert dat niet.
De stereotiep ingevulde leeghoofdige personages bevinden zich op het eiland, maken kennis met de onbekende jonge vrouw en lopen heen en weer over het eiland. Af en toe barst de jonge vrouw uit in afschuwelijk gezang, dat de drie personages onbegrijpelijkerwijs erg raakt. Er gebeurt verder niets dat het vermelden waard is. De film die met een speelduur van 76 minuten veel te lang duurt, biedt slechts verveling.
Van horror in de traditionele zin is al helemaal geen sprake. Er is een ander soort horror. Het is namelijk doodeng hoe voorspelbaar, nietszeggend en saai de film is. Ondanks het leuke uitgangspunt biedt Siren slechts lusteloosheid en is het kijken naar de film slaapverwekkend. Na afloop is alleen een beeld van twee naakte vrouwen die de zee inlopen me bijgebleven. Een mooi plaatje dat evenals de rest van de film zonder betekenis is, maar in tegenstelling tot de rest van de film wel opvallend mooi is. Die ene memorabele scène zegt veel over de leegte in Siren.
details
Depressieve schrijver met writer’s block verblijft in een afgelegen rustiek Iers hotel en beleeft er een nachtmerrie. De film combineert folkhorror, spookhuishorror en persoonlijke verhalen. Die combinatie leidt tot een fijne creepy film die zich wentelt in een sfeer van somberte en onbehagen. Een sfeer die behalve door de hardnekkige legende van een rondwarende heks tevens door de personages zelf wordt opgeroepen. Zo is er melancholie en onbehagen die door de schrijver worden gecreëerd. Hij is een protagonist die niet erg sympathiek uit de hoek komt en met een eigenzinnige actie heel wat onrust veroorzaakt. Melancholie en onbehagen komen ook voort uit de drukkende geheimen en vaak trieste ervaringen van de andere personages in de film.
De Ierse regisseur en schrijver Damian McCarthy (Oddity (2024)) slaagt er uitstekend in een somber en duister fundament neer te leggen waarop vervolgens nachtmerrieachtige gebeurtenissen kunnen plaatsvinden. Goed camerawerk weet de typische sfeer van het hotel en de bossen rondom het hotel goed te vangen. Een prima sounddesign versterkt het ongemak en draagt fundamenteel bij aan het beklemmende gevoel dat mij meerdere keren tijdens het kijken bekroop. Op sommige momenten maakt de film gebruik van jumps scares, die in de sfeervolle setting die McCarthy heeft gerealiseerd, verrekte effectief zijn.
Adam Scott speelt de hoofdrol en is de schrijver. Een prima rol. De bijpersonages hebben een behoorlijk aandeel in het verloop van het verhaal en zijn bovendien stuk voor stuk intrigerend. Dat is in horrorfilms (en films in het algemeen trouwens) wel eens anders. De aandacht voor de personages verrijkt de beleving. Hokum is een heerlijk griezelwerkje.
details
The Roost van regisseur en schrijver Ti West viert met een poging tot retrocharme en een trashy presentatie de B-horrorfilm. Van een vreugdevolle viering is echter geen sprake. The Roost heeft gebrek aan tempo, neemt zichzelf veel te serieus en lijdt aan een ongeïnspireerde uitvoering.
Vier vrienden op weg naar een huwelijksfeest stranden in het donker op een verlaten weg. Dan slaat het kwaad toe in de vorm van vleermuizen die hun slachtoffers in bloeddorstige zombies veranderen. Het uitgangspunt is weliswaar niet origineel maar welke film met zombieachtige wezens is dat wel. Desondanks kan een dergelijke film best leuk kijkwerk opleveren. In The Roost is dat niet echt het geval. Vanaf het begin luistert de kijker naar armoedige dialogen en verbaast hij zich over de eindeloos ronddwalende tienervrienden die niet doen wat normale mensen doen. En dat is: wegrennen.
En zo wordt de kijker geconfronteerd met lange zinloze scènes die niet spannend zijn en geen onheilspellende sfeer afdwingen. De aanvallen van de vleermuizen en de zombies stralen maar weinig horror uit. De personages zijn uiteraard erg plat vormgegeven en gedragen zich bovendien zo dom dat er geen enkele interesse in de personages ontstaat. “Kom op, maak er een eind aan”, verzuchtte ik meerdere keren in de richting van de vleermuizen en de zombies. “Verlos mij van dat domme gedrag en dat eindeloze gelul van die tieners”. Helaas. Vleermuizen en zombies zijn slechte luisteraars.
The Roost mist de essentiële ingrediënten die van een film een leuke B-film maken. Tempo, sfeer, overdrijving en ironie. De film verveelt met een doelloos verhaal, klinkt veel te serieus, heeft allesbehalve memorabele personages en is in het bezit van ondermaatse horror. The Roost is een teleurstellend werkje van Ti West.
details
Het gegeven dat overmoedige mensen door haaien worden bedreigd lijkt een onuitputtelijke inspiratiebron voor filmmakers te zijn. De films met vraatzuchtige haaien blijven maar uitkomen. Heel soms zit er een aardig werkje tussen. Meestal zijn de werkjes echter behoorlijk slecht. The Devil’s Mouth is niet direct een verrijking voor het subgenre van de haaienhorror, maar behoort nu ook weer niet tot de bodemcategorie van de haaienhorror. De film zweeft er iets boven.
In The Devil’s Mouth hebben vijf vrienden en hun gids een ontmoeting met een stierhaai ergens in een onderwatergrot in Thailand. De groep bestaat uit oudere tieners die op het punt staan het volwassen leven te betreden. Dat weerhoudt hen er niet van om zich onverantwoordelijk en kinderachtig te gedragen. Hun gedrag was ik al snel zat. Sympathiseren zat er niet in. Ik verheugde mij op de komst van de haai.
Spanning en sfeer ontbreken. Op zich leent de setting van een labyrintisch grottenstelsel zich daar toch goed voor, zou je denken. Claustrofobische spanning gegarandeerd, zou je denken. Regisseur Jeff Wadlow weet het niet op te roepen. Wadlow slaagt er wel goed in om de actie in het schemerduister te laten plaatsvinden, zodat het de kijker moeite kost om uit te maken wat er gebeurt. De aanvallen van de haai zijn derhalve meer luisterend dan optisch te beleven. De paar keer dat de haai goed te zien is, bevallen goed, hoewel de CGI wel duidelijk als zodanig te herkennen is.
Het verloop is voorspelbaar. De groep beweegt zich door het stelsel en af en toe duikt de haai op en grijpt een slachtoffer. Uiteraard blijft er iemand over. Wie dat zal worden is ook niet moeilijk te raden. Het personage dat in tegenstelling tot de rest wel met enige achtergrond is bekleed en waarvan de vormgever blijk geeft van enig acteertalent, blijft over. Tja, van verrassingen is in deze film geen sprake. The Devil’s Mouth is gewoon een matige haaienfilm.
details
Een eenvoudige foto met daarop lege, geel geschilderde kantoorgangen werd in het jaar 2019 op een of ander platform gepubliceerd en zorgde daar voor veel commotie. Er ontstond zelfs een fanbase die er een mythe van een parallelle wereld omheen bedacht. Het fenomeen werd nog groter toen Kane Parsons op Youtube een videoserie begon onder de naam Backrooms. Een reeks korte filmpjes die zich allemaal in de verlaten gelige en eindeloos doorlopende kantoorsetting afspeelden. Het succes van de filmpjes was voor Chernin Entertainment en A24 aanleiding om een speelfilm te financieren. Parsons werd aangetrokken als regisseur en debuteerde als zodanig met de speelfilm Backrooms.
Een speelfilm naar aanleiding van een hype. De vraag op voorhand is of een foto en een reeks korte filmpjes genoeg mogelijkheden bieden om de kijker 110 minuten lang te boeien. Het antwoord luidt ja. Tenminste als je niet op zoek bent naar actie en schokeffecten maar je genegen bent je naar een vreemde parallelle wereld te laten meevoeren, die samen met de personages te leren kennen en van een intens onbehaaglijke sfeer te proeven. Chiwetel Ejiofor en Renate Reinsve verbeelden de belangrijkste personages. De film besteedt ruime aandacht aan het wel en wee van de personages in de normale wereld en zorgt daarmee voor betrokkenheid bij hun avonturen in de parallelle wereld.
De backrooms bestaan uit eindeloze, verlaten gangen en ruimtes die met elkaar zijn verbonden. Geelkleurige wanden, vloeren en plafonds. Zoemend neonlicht. Een onnatuurlijke wereld. Een vreemde wereld. Een wereld die een gevoel van isolement en desoriëntatie oproept. Onbehaaglijk en spannend. Het zijn emoties die nog versterkt worden als de vormgeving steeds meer afwijkt van de norm. Alles dat in eerste instantie vertrouwd lijkt, blijkt bij nadere beschouwing veelal vervormd te zijn wat een surrealistische uitwerking heeft. De parallelle wereld verveelt nooit en blijft indruk maken.
Na afloop van de film toch wat teleurgesteld. Ik had had nog wel wat langer in die vreemde wereld willen vertoeven. Ik had er nog meer van willen weten. De film trekt zich helaas terug en laat de kijker met vragen achter en met de wetenschap dat hij nog lang niet alles heeft gezien. Jammer, maar begrijpelijk. Het is een manier om het mysterie te laten bestaan. Een manier om de creepypasta te laten voortduren. En het is uiteraard de manier om creatieve en financiële mogelijkheden verder te exploreren.
Backrooms is een goede film. Niet de meest schokkende horrorfilm aller tijden, maar zeker een van de meest sfeervolle. Het mysterie dat rond een bizarre parallelle wereld wordt opgebouwd is fascinerend en spannend en smaakt naar meer.
details
Een groep tieners breekt in het plaatselijke zwembad in en viert daar het afscheid van de highschool. Er wordt gedronken, gezwommen, gefoezeld en gefeest. Een gemaskerde killer verstoort de gezelligheid. Tja, het verhaal is niet bijster origineel. Hoeft ook niet altijd. Soms is gemakzuchtig kijken gewoon fijn. Dan bevalt mij dat vertrouwde concept van de tienerslasher wel. Meestal hangt er in een dergelijke film een prettige verontrustende sfeer, kun je je opwinden over dom gedrag van het slachtvee, zijn de kills het aanzien waard en is het leuk om te speculeren over de identiteit van de gemaskerde killer.
Bijna alle ingrediënten zijn aanwezig. Heel spannend is het niet, maar de sfeer van verontrusting wordt goed getroffen. Het slachtvee speelt zijn rol prima. De kills zijn creatief, hebben vaak een komisch tintje en laten het bloed rijkelijk vloeien. De identiteit van de gemaskerde killer was niet verrassend. Die bleek ik vanaf het begin al juist te hebben. Jammer, want daarmee ging een deel van de lol verloren.
Swimming Pool is een film vol clichés die nergens hoogstaande cinema oplevert maar voldoende sfeer en leuke kills bevat om vermakelijk te zijn.
details
Wie of wat zit er achter de brute moorden die plaatsvinden in het jaar 1851 in Galicië in het noorden van Spanje. De film weet met deze vraagstelling in het begin enige spanning op te wekken. Daarna ebt de spanning al snel weg als overduidelijke aanwijzingen doorsijpelen en kort daarna het bevestigende antwoord wordt geopenbaard. Daarna probeert regisseur Paco Plaza (Rec 2007) de kijker met wat plotwendingen en bijzondere gebeurtenissen bij de les te houden. Dat lukt slechts ten dele.
De film die er goed in slaagt een verontrustende sfeer te creëren, heeft een gebrek aan opwindende scènes. Er zijn inzakmomenten. Saaie stukken die de film langer doen lijken dan zijn speelduur van 90 minuten. Gelukkig is er Julian Sands die met zijn ingetogen spel als personage intrigerend genoeg is om je door die momenten heen te slepen. Het personage Romasanta dat Sands gestalte geeft, heeft trouwens echt bestaan. Een stukje tekst aan het begin van de film onthult dat een in 1851 gearresteerde seriemoordenaar als verdediging voor zijn moordzuchtige gedrag aanvoerde een weerwolf te zijn.
De film bezit niet veel tempo en de actiescènes zijn weinig expliciet. De verbeelding van de kijker wordt aan het werk gezet met op zich stijlvol camerawerk. Prima om de verbeeldende geest van de kijker aan te spreken, maar vanwege de vele saaie stukken beleefde ik de film nogal afstandelijk. Mijn verbeeldingskracht werd daardoor niet bepaald gestimuleerd. Behalve het goede acteerwerk van Sands viel me Elsa Patakay met goed acteerwerk en als leuke verschijning op. Zij bleek wel in staat mijn verbeeldingskracht af en toe aan te wakkeren. De overige personages maakten niet veel indruk. De film deed dat ook niet echt.
details
De jonge wees James komt te wonen bij zijn grootvader Geppetto. Om de eenzaamheid van James te verlichten knutselt grootvader een houten pop in elkaar die zelfstandig kan lopen en zelfs kan praten. Voilà, Pinocchio is geboren. Een houten pop met een lange neus die heel graag een echte jongen wil worden. In zijn streven om dat te bewerkstelligen, richt Pinocchio een behoorlijk bloedbad aan.
Het TCU (Twisted Child Universe) groeit. Na films als Winnie-the-Pooh: Blood and Honey (2023) en Bambi: The Reckoning (2025) is er nu dus Pinocchio: Unstrung. Een productie die in vergelijking met voornoemde films een heel acceptabel kwalitatief niveau heeft. Na een knap gemaakte inleiding met schaduwspel en de introductie van de belangrijkste personages, kan de houten pop helemaal losgaan. En dat losgaan levert aangenaam kijkwerk op. Ingewanden, hoofden en ledematen krijgen het zwaar te verduren. En ondanks de meedogenloze acties van de houten pop slaagt regisseur en schrijver Rhys Frake-Waterfield er bijzonder goed in om de kijker medeleven te laten hebben met de kleine houten killer.
Pinocchio: Unstrung is een leuke en heftige horrorfilm. Dat er een vervolg in de lucht hangt, geeft een scène na de aftiteling prijs. Ook hebben de createurs van het TCU laten doorschemeren dat ze toewerken naar een filmische reünie van de kwade fantastische personages uit het universum. Beetje teveel van het goede, denk ik.
details
Fight. Win. Grow. Het zijn woorden die meerdere keren in de film zijn te horen. Ze dienen als een soort mantra voor de zes tienermeisjes die op een obscure tennisschool leren dat je tot alles bereid moet zijn als je iets in de sport wilt bereiken. Dat het daarbij om leven en dood gaat, maakt de openingsscène meteen duidelijk. De film presenteert een fraaie, bizarre en humoristische ouverture met een moorddadige afloop. En zo hoort het ook want het credo van de tennisschool luidt dat je nooit op het centercourt van Wimbledon zult spelen als je niet over lijken gaat.
Het verhaal is simpel en de afloop is voorspelbaar. Desondanks maakt regisseur en schrijver Niklas Chryssos een amusante en groteske film waarin de lichamen van de tennissende meisjes niet alleen tijdens de training worden mishandeld. Douchescènes, catfights en sapphisch verlangen doen denken aan de hoogtijdagen van de exploitatiefilm. Verder een aantal aardige horrorwaardige scènes en een prima onheilspellende sfeer die door de afgelegen setting en de obscure opleidingsmethoden worden opgewekt.
Terwijl de etnische afkomst van de meisjes nogal divers is, is de karaktertekening daarentegen erg eendimensionaal. Gelukkig zien de meisjes er appetijtelijk uit en dat feit grijpt de camera aan om uit alle macht te proberen om de vieze voyeur in de fatsoenlijke kijker wakker te schudden. Ik zal eerlijk zijn. Die pogingen waren succesvol.
details
Leviticus 20:13 Wanneer ook een man bij een manspersoon zal gelegen hebben, met vrouwelijke bijligging, zij hebben beiden een gruwel gedaan; zij zullen zekerlijk gedood worden; hun bloed is op hen!
Aldus luidt een beruchte passage uit het Bijbelboek Leviticus. Het boek waaraan de dramatische horrorfilm van regisseur en schrijver Adrian Chiarella zijn titel ontleent. De bewuste passage dient in de Christelijke kerk als bijbelse rechtvaardiging voor de veroordeling van homoseksuele verlangens zoals de twee jonge hoofdpersonen Niam en Ryan die in de film voor elkaar hebben.
In de fundamentalistische plattelandsgemeente in het Australische Victoria waar Niam en zijn klasgenoot Ryan wonen, worden zij aan een religieus ritueel onderworpen. Een perfide conversietherapie volgens de leer van de fundamentalistische bijbelgemeente. De welhaast duivelse ceremonie zet liefde om in haat en begeerte in geweld. Een tamelijk radicale manier om homoseksuele gevoelens te verdrijven. Leviticus is een horrorfilm en dat betekent uiteraard dat de ceremonie niet goed uitpakt en vervelende gevolgen heeft.
De setting ademt een troosteloze sfeer. Het voelt kil. Het voelt gespannen. Het voelt alsof de gemeenschap op het punt staat in sociaal verval te geraken maar dat uit alle macht probeert te voorkomen door fanatiek het geloof te belijden. In deze deprimerende wereld zoeken de beide jongens houvast in hun genegenheid voor elkaar terwijl de gemeenschap houvast zoekt in benauwende vroomheid. De film schetst het nogal zwart-wit. Logisch, want Chiarella heeft een boodschap voor de kijker. Een terechte boodschap hoor, maar met iets meer nuance verteld, had ik me meer bij het verhaal betrokken gevoeld, vermoed ik.
Chiarella weet wel sfeer te creëren. Uitgestrekte landschappen en duistere ruimtes benadrukken het sociale isolement van de beide jongens. Goed acteerwerk van beiden brengt wanhoop en radeloosheid. De camera volgt de personages gericht en op de voet en ondersteunt daarmee de beklemmende uitzichtloosheid die voor beiden in het verschiet lijkt te liggen. De sonore score versterkt het claustrofobische effect dat de camera genereert. Dat klinkt allemaal tamelijk dramatisch. En dat klopt ook. De film brengt inderdaad vooral drama.
Het bovennatuurlijke aspect is geweld- en moorddadig, maar niet heel spannend. Het dient als symbool voor de agressieve manier waarop religieuze dogma’s het homoseksuele leven binnendringen. Homofobie wordt in Leviticus gepersonifieerd als een agressieve, angstige en bekrompen bruut die de opdracht heeft meegekregen om nietsontziend tegen de homoseksueel op te treden. Ik zei het al: Leviticus is gewoon een drama. Een sfeervol drama waar wat horrorachtige aspecten aan kleven. Een drama ook dat me nooit helemaal in zijn greep kreeg.
details
In haar derde film confronteert regisseur en schrijver Natalie Erika James (Relic (2020), Apartment 7A (2024)) haar hoofdpersoon Hana met een probleem op het gebied van zelfwaardering. Hana heeft een eetstoornis die in de film nogal stereotiep wordt gepresenteerd als een voorliefde voor zoetigheid, inclusief nachtelijke eetbuien. Die eetstoornis zorgt ervoor dat Hana een stevige vrouw is met de wens om af te vallen om zodoende haar zelfrespect te verhogen.
Er zijn boeiende voorbeelden van dilemma’s aan de hand waarvan je over moraal en ethiek kunt discussiëren. Zou je een mens opofferen om met die actie meerdere mensen te redden? Zou een persoon met opzet schade toebrengen als je de verwachting hebt dat je daarmee een ander mens het leven redt? En natuurlijk is er de prangende vraag of je dode mensen zou verorberen als je daarmee enorm zou afvallen. En dat is dus het dilemma waarmee Hana in Saccharine te kampen heeft.
Aangezien het hier een horrorfilm betreft zet Hana het dilemma om in daadkracht en kan de horror een aanvang nemen. Haar grensoverschrijdende bezigheid wekt de geest van het dode lichaam waarvan zij steeds stukjes afsnijdt en in pilvorm gebruikt. Telkens als Hana honger heeft en zij de speciale vermageringspil inneemt, verschijnt het naakte, dikke lichaam als de boze incarnatie van de food noise die haar overmant. Een naakt rondstampende Godzilla die eerder een lachwekkende dan een beangstigende indruk maakt. En met die constatering lijkt Midori Francis in de rol van Hana het eens te zijn. Ze straalt in ieder geval weinig angst uit bij de confrontaties.
Saccharine is een matige film met slechts een enkele scène die je doet opveren. Een romantisch subplotje is tijdverspilling en Midori Francis heeft een lief gezichtje. Dat is het wel.
details
The Last House sluit een vader, een moeder, hun twee kinderen samen met de kijker op in een eengezinshuis in een rustige buitenwijk. Opeens zijn de deuren afgesloten, zitten de ramen potdicht en zijn zelfs de planken op de vloer ondoordringbaar. Iets of iemand heeft blijkbaar de gedachte opgevat om de mensen in de wereld binnenshuis op te sluiten. Buiten regent het. Binnen raken de voorraden langzaam op en slaat de radeloosheid toe. Het is een uitgangssituatie die aan alle voorwaarden voor een beklemmende beleving voldoet. Aan het eind moest ik helaas constateren dat ik bij de uitwerking van de situatie maar weinig benauwenis of claustrofobie heb ervaren.
De film doet er alles aan om dat gevoel weg te drukken. Met succes. Neem bijvoorbeeld de verhaallijn die sprongsgewijs steeds grotere stappen in de tijd neemt en de kijker aldus verhindert om even rustig doordrongen te raken van de beklemmende factor van de hele situatie. Of neem de personages die schematisch zijn weergegeven en dat gedurende de film blijven. Of neem de immer spannende of emotioneel geladen muziek die elke gebeurtenis begeleidt. Deze overdreven manier om de kijker voor te schrijven hoe hij zich bij het kijken naar een bepaalde gebeurtenis moet voelen, werkt bij mij averechts. Ik ben best bereid mij te laten meeslepen, maar weiger dat op commando te doen. The Last House wist mij niet te verleiden mij claustrofobisch op te stellen.
Als gezegd zijn de personages tamelijk plat vormgegeven. De film laat de personages zich bijna enkel met fysieke verlangens bezighouden en besteedt amper aandacht aan de psychologische gevolgen van het isolement. De film legt het accent op de dagelijkse routines en creëert vandaaruit wat oppervlakkige spanningsmomentjes die maar weinig indruk achterlaten. Ondertussen groeit de nieuwsgierigheid naar het mysterie van het isolement. Wie of wat zit daar toch achter?
De kijker krijgt vage antwoorden en onhandige metaforen voorgeschoteld die je met wat goede wil zou kunnen koppelen aan klimaatverandering of meer algemeen aan een pandemische ramp. Feit is wel dat er vreemde wezens opduiken die iets met de diepzee hebben te maken. Hier komen Lovecraft en zijn thema betreffende de nietigheid van de mens, even om de hoek kijken. De wezens komen spaarzaam in beeld en zien er met hun onhandige CGI-vorm tamelijk inwisselbaar uit. Ze brengen eveneens niet veel spanning in de film.
Evenals de personages die een tekort hebben aan voedsel en contact met andere mensen, vertoont de film ook veel tekorten. Spanning, frisse ideeën, intrigerende personages en wat meer diepzinnigheid zijn een aantal van die tekorten. De eindconcluie luidt dat The Last House gewoon een saai familiedrama is.
details
2551.01 is een film die een voortdurende verontrustende sfeer heeft. Een sfeer die uitstraalt dat er op elk ogenblijk iets verschrikkelijks kan gebeuren. Regisseur Norbert Pfaffenbichler weet die verontrustende sfeer vanaf het begin te kweken met een proloog die onder begeleiding van stroboscopische effecten, blauwachtig licht en harde metalmuziek een groep in het wit geklede politieagenten op een groep afstotelijk uitziende figuren laat inbeuken.
Een man met een apenmasker en een neusring redt daarbij een weeskind met een zak over het hoofd en ontworstelt zich aan het strijdgewoel. Met een grote mate van zelfopoffering zorgt hij vanaf dat moment voor het kind. (Zie hier een verwijzing naar de film The Kid (1921) van Charlie Chaplin, zo las ik achteraf). Het verhaal speelt zich vervolgens af in een onderwereld zonder daglicht. Sombere catacomben, drekkige gangen en smerige ruimtes bepalen het beeld. Geen fijne wereld. Behalve de ongelooflijke somberte die er hangt spelen zich in die onderwereld verschrikkelijke dingen af. Pfaffenbichler strooit met wrede en weerzinwekkende taferelen. Zo worden de ogen van mensen eruit gelepeld en in een mixer gegooid en wordt er heerlijke soep geserveerd waarin embryo’s en penissen drijven. Chaplin en zijn kid hadden het zo slecht nog niet.
De claustrofobische wereld wordt tot leven gebracht op prachtig ruisend 16mm-materiaal. Af en toe wat schokkerig en springend naar een 4:3 formaat. Eveneens af en toe wordt gebruik gemaakt van psychedelisch aandoende beelden die behoorlijk hard binnenkomen door het gebruik van kleurenfilters. Dialoog heeft de film niet. Er zijn verontrustende geluidseffecten. Het scheuren van een stukje stof. Een krakend bot. Zompige modder. De achtergrondmuziek versterkt de verontrusting en bestaat voornamelijk uit pianoklanken die af en toe worden afgewisseld met een stukje Industrial-techno of een muziekje dat aan een muziekje bij een historisch computerspelletje doet denken.
Pfaffenbichler werkt niet met schokeffecten, maar verontrust met visuele beschouwingen, met de kille geluidseffecten en met het uiterlijk en het laaghartige gedrag van de figuren die in de onderwereld vertoeven. Een zeer opvallend aspect aan die figuren is namelijk dat zij geen eigen gezicht hebben. Iedereen draagt een masker. De film presenteert een gemaskeerd bal met de meest uiteenlopende maskers. Een aap, een harlekijn, een kerstman en allerhande monsters. Het is alsof de plaatselijke carnavalswinkel door Pfaffenbichler werd geplunderd.
Zoals de titel al doet vermoeden, is dit slechts het eerste deel. Een tweede en derde deel bestaan ook. Hoewel 2551.01 op zich een fascinerende film is, laat ik de overige delen aan mij voorbij gaan. In nog meer van hetzelfde heb ik geen trek. Fascinerende film, maar ook een film die heel afstandelijk bleef. Knap gemaakt, maar te techno, te kil, zonder aansprekend verhaal en zonder aansprekende personages. Hij kroop simpelweg niet onder mijn huid.
details
Baby Blue handelt over een groep jongeren die een vodcast over een seriemoordenaar maken. Een gevaarlijk streven zo laat de film zien.
Baby Blue is geen slasher, Die verwachtte ik wel te zien. Baby Blue haalt de mosterd meer bij het bovennatuurlijke. Een vloek en een video. Het is niet moeilijk te achterhalen waar de inspiratie vandaan komt. The Ring lijkt het voorbeeld te zijn geweest. Die film wordt zelfs nog bij naam genoemd. In Baby Blue stikt het van de clichés en de zoektocht naar antwoorden verloopt volgens de gebruikelijke stappen.
Gelukkig zijn er aspecten aan Baby Blue die de film van gelijksoortige werkjes onderscheidt. Zo laat regisseur en schrijver Adam Mason de seriemoordenaar in enkele fraaie scènes verschijnen en interacteren met de personages. Ook het laatste deel waarin plotseling andere zaken en andere personages worden toegevoegd en de gebeurtenissen op bizarre wijze escaleren, maakt indruk. Mij werd overigens niet duidelijk of het de bedoeling van Mason was om hier de serieuze of de komische snaar te raken. Grotesk is het in ieder geval.
Baby Blue is dan wel geen slasher maar bevat voldoende weerzinwekkende momenten om zeker als horror te worden geclassificeerd. Leuk dus. Leuk is ook de goede score en leuk is ook de zelfspot van de seriemoordenaar die zich daarmee niet als doorsnee presenteert. Hoewel de clichés over het scherm denderen, vindt Mason ook kans om daartussenin wat eigenzinnigheid te poneren. Ik waardeer dat.
details
The Snake Woman is een Britse film die uit hetzelfde tijdperk afkomstig is als de producties van Hammer Films Production. Films die je duidelijk in de jaren 60 kunt plaatsen. Had ik op voorhand niet geweten dat The Snake Woman uit 1961 stamt, dan zou ik de oorsprong van de film ergens in de jaren 40 hebben geschat. De film is een brave film en vertelt een verhaaltje dat verteld bij een sfeervol nachtelijk kampvuur waarschijnlijk enige indruk achterlaat. Het is een verhaal dat vertelt van een oude vloek en eerder een charmant folkloristisch verhaal is dan een angstaanjagend horrorverhaal.
De film duurt amper 70 minuten en voltrekt zich niet in een hoog tempo. Gedurende die 70 minuten werd ik niet echt meegesleept. Verveeld heb ik me echter ook niet. Zo maakt de proloog die de geboorte van The Snake Woman uit de doeken doet en het begin van een plaatselijke legende aankondigt, wel enige indruk. Er volgen nog enkele aardige scènes die steeds net op tijd daar zijn om algehele geestelijke afwezigheid te voorkomen.
De personages zijn niet meer dan doelgerichte sjablonen. Het script concentreert zich op het raadsel van de slangenvrouw en de personages dienen slechts om dat mysterie op te helderen. Ze doen geen andere dingen dan zich op het mysterie concentreren. In de film zie je dus geen romantiek, geen melodramatische taferelen en geen verstrooiend zijplotje. De film biedt niets dat afleidt van de leidraad. Het verhaal vertelt weinig meer dan nodig is.
Met een klein budget is het logisch dat de film niet bolstaat van de spectaculaire effecten. Hoe begrijpelijk ook, de film had hier en daar best een leuk effectje kunnen gebruiken. Bij de transfomaties bijvoorbeeld. De verandering van slangenvrouw in slang is niet zichtbaar. Zo zie je een slang. Zo zie je een vrouw. En vice versa natuurlijk. Als de slangenvrouw ten tonele verschijnt, ziet ze eruit als ieder mens. Ze doet niets gruwelijks. Ze staat gewoon ergens op de hei en staart met grote ogen naar iets wat op dat moment haar aandacht trekt. Ik werd er niet warm of koud van. Het zijn de hoogtepunten van de film, die verder nauwelijks spectaculaire scènes in huis heeft.
The Snake Woman is een film die waarschijnlijk geen blijvende herinnering zal zijn. Een andere film van regisseur Furie is dat overigens wel. Een aantal jaren later regisseerde hij het spectaculaire en spannende The Entity (1982). The Snake Woman heeft niets dat aan die fantastische film doet denken.
details
Een traumatisch verleden is in de huidige horrorwereld een dankbare aanleiding om met de personages duistere afgronden te bezoeken. In “At The Place of Ghosts” worden twee broers gedwongen om een queeste te ondernemen om eindelijk van de trauma’s uit hun verleden verlost te kunnen worden.
Regisseur en schrijver Bretten Hannam neemt behoorlijk wat tijd voordat hij onthult wat er bij beide broers precies speelt. Duidelijk is in ieder geval dat het om een gebeurtenis uit het verleden gaat. Om iemand of iets dat het nog steeds op de twee gemunt heeft. Het horrorelement blijft bij de uitwerking van dat gegeven binnen de perken. Er komen weliswaar wat creepy momenten voorbij en er heerst een dreigende sfeer, maar de nadruk ligt in deze film niet op de horror.
En dat is teleurstellend want de titulaire geesten in combinatie met het horrorlabel wekken de verwachting dat je naar een klassiek spookverhaal gaat kijken. Een spookverhaal vertelt Hannam echter niet. Althans bijna niet. De film is veelmeer een drama dat laat zien hoe twee mensen worden achtervolgd door hun verleden. Een drama met horrorelementen dat twee broers naar innerlijke afgronden stuurt teneinde emotioneel verlossing te vinden. Erg origineel klinkt dat niet en dat is de film in de basis ook niet, hoewel de ontknoping wel verrassend is.
In visueel opzicht een mooi werk. Wanneer Hannam de kijker meeneemt naar de bossen alwaar de queeste plaatsvindt, is dat zeer genietbaar. Afwisselend rustiek en dreigend. Door een paar merkwaardige ontmoetingen en een enkele flashback steekt er ook nog wat mysterie op. Uiteindelijk is “At The Place of Ghosts” geen bloedstollende film, maar een sfeervol drama met wat verontrustende momenten, met mooie beelden en met een spannend slot.
details