Log
This page will keep you informed of recent votes, opinions and reviews of Collins.
By default you see the activities in the current and previous month. You can also choose one of the following periods:
januari 2025, februari 2025, maart 2025, april 2025, mei 2025, juni 2025, juli 2025, augustus 2025, september 2025, oktober 2025, november 2025, december 2025, januari 2026
Dread is gebaseerd op een kort verhaal van Clive Barker. Regisseur Anthony DiBlasi manipuleert enkele elementen van het verhaal. Hij plaatst deze onderdelen iets anders dan het verhaal doet, maar tast de kern van het verhaal niet aan. Dread is een goed verhaal en Dread is een goede film. Psychologische horror die rustig opbouwt naar beklemming en spanning en uitmondt in een heftige apotheose. Ik heb genoten.
Dread heeft een intrigerend plot dat begint bij de student Stephen die filmstudent is en in dat kader een eindopdracht moet maken. Hij ontmoet medestudent Quaid die tamelijk obsessief met het thema angst in de weer is. Samen starten ze het project dat vrij onschuldig begint met interviewsessies waarin de geïnterviewde naar zijn angsten wordt gevraagd. Al vrij snel raakt Quaid verveelt. Hij wil de grenzen verleggen en de angsten meer expliciet maken voor de camera. Stephen ziet dat niet zitten. Quaid blijkt vervolgens over behoorlijk veel overtuigingskracht en fantasie te beschikken.
Een spannend psychologisch spel begint. De film neemt de tijd om zijn personages voor te stellen en door te lichten. Dat gebeurt op een manier die grondig genoeg is om te maken dat emoties of de afwezigheid van emoties zich bij kijker invreten en sfeerbepalend aanwezig zijn. De sfeer is ontzettend benauwend en heeft steeds een wat diffuus en viezig randje. De atmosferische bedding waarin het verhaal zich ontvouwt is niet te negeren en omringt het verhaal blijvend met zijn penetrante gif. Kortom, de sfeer is fantastisch.
De sfeergevoeligheid wordt verhoogd door gebruikmaking van passende nachtmerrieachtige settings, effectief spel met licht en schaduw en met behulp van een sober sounddesign dat er onheilspellend inhakt. Dread is een heerlijke trip die naar de donkere diepten van de psyches van de personages voert en confrontaties met hun oerangsten aangaat. Schokeffecten en bloed worden spaarzaam ingezet. Pas in het laatste deel van de film mondt het psychologische aspect uit in wat plastischer actie. Ook de expliciete horror maakte indruk. Heftig en smerig zijn woorden die het goed beschrijven. Een bevredigend einde trouwens. Verrassend, giftig en sardonisch.
Na afloop verzuchtte ik: “Wauw, wat een fijne horror” en was blij de zwaar beklemmende sfeer van me te kunnen afschudden.
details
Een tromafilm met een intrigerend plot. Komt ie: slechts weinigen hebben een atoomoorlog overleefd en de overlevenden moeten zich zien te redden in een vijandige post-apokalyptische wereld waarin niet ieder overlevend mens ook mens is gebleven. Nucleaire straling heeft gezorgd voor allerhande gemuteerde vormen van menselijkheid. Zo zijn er gemene hagedismensen die het voorzien hebben op de mensen. En om onverklaarbare redenen lopen er ook vervaarlijke dinosauriërs rond.
Zowel de dinosauriërs als de hagedismensen vormen een gevaar voor hoofdpersonage Lea. Zij is een overlevende die er als een vechtlustige krijger uitziet (maar niet heus) en voortdurend in de weer is om niet als voer voor de dinosauriërs te dienen, door ruige mannen verkracht of door de hagedismensen ontvoerd te worden. Dat klinkt op voorhand al niet heel intrigerend. Het klinkt tamelijk belachelijk. Maar goed, dat deed de filmtitel ook al. Maar ja, die impliceerde nog 'Nymphoid action'. En dat is niet onmogelijk in een tromafilm en biedt hoop. Valse hoop, zo blijkt. De 'Nymphoid action' heeft in ieder geval niets met nymfomanie te maken. Ik telde één verdwaalde vrouwentepel. En die was me nog bijna ontgaan ook.
We hebben hier te maken met onzinnige trash. En trash is het. Alles aan de film ademt slecht en goedkoop. Het acteerwerk is slecht. Van een verhaal is amper sprake. De effecten zijn bagger. De gevechtscènes belabberd. Soms kun je nog wel eens lachen bij zoveel ellende. Hier niet. Daarvoor is de film te ellendig. Slechts de inzet van Claymation en Animatronics wekt enige goodwill op. Die inzet is amateuristisch maar ik meende wel te zien dat de maker ervan zijn taak met liefde had volbracht.
Behalve een fantasievolle titel, een mooie filmposter en een verdwaalde dinosauriër amuseert eigenlijk niets. De film heeft maar weinig te bieden. Troma dus. Ik heb er niets mee.
details
The House on Pine Street vertelt van de psychische worsteling van de zwangere Jennifer. In het huis dat ze samen met haar man pas heeft betrokken, gebeuren rare dingen die alleen Jennifer signaleert. Ze beweert dat het er spookt. Niemand gelooft Jennifer. De kijker is ook niet overtuigd en het blijft lang onduidelijk of we hier te maken hebben met een spookhuisfilm of een psychologische thriller.
De film laat de kijker de belevingswereld van Jennifer zien en doet dat in een bedachtzaam tempo. De vraag of er werkelijk een boosaardige entiteit in het huis aanwezig is ofwel de gebeurtenissen zich in het hoofd van Jennifer afspelen, is een vraag die niet alleen de kijker maar ook Jennifer bezighoudt. Het gekozen perspectief bevalt. Het laat de kijker vrij om zelf een mening te vormen zonder dat de gekozen strategie afbreuk doet aan sfeer en spanning.
De film slaagt erin om met geringe middelen een onbehaaglijke sfeer neer te zetten. In plaats van groots uit te pakken met effecten en jumpscares en aldus de kijker vet te mesten met een hoog spookgehalte in het huis, leggen de makers Aaron en Austin Keeting de focus op de labiliteit van het personage Jennifer. Door haar eenzaamheid en haar zwangerschapsstress te accentueren en met brokjes informatie over haar psychische verleden te strooien, zaait de film twijfel over de authenticiteit van haar waarnemingen.
De sfeer is prettig verontrustend en er is spanning. Daarvoor zorgen de impliciete vertelwijze, de minimalistische manier van filmen en de aandacht die wordt besteed om het personage Jennifer van wat laag te voorzien. The House on Pine Street is geen extreme nagelbijter maar wist mij gedurende de lange speelduur de meeste tijd te boeien.
details
De film speelt ten tijde van WOII en twee blanke mannen en de zwarte bediende Jeff overleven een noodlanding met een vliegtuig. Op het Caribische eiland waarop ze zijn terechtgekomen ontmoeten ze de mysterieuze dr. Victor Sangre die er vreemde praktijken op nahoudt.
King of the Zombies staat te boek als een horrorkomedie. Dat is wat overdreven. De komische noot zit ‘m niet in het verhaal en evenmin in de personages. Op een personage na dan. De bangige Jeff speelt de rol van grappig ratelende angsthaas. De grappige zot die steeds angstaanjagende ervaringen heeft maar niet wordt geloofd. “If there's one thing that I wouldn't want to be twice, zombies is both of 'em”. Af en toe kon ik er wel om grinniken.
De factor komedie is dus wel te herleiden. Met de factor horror ligt dat anders. De titulaire zombies zijn er inderdaad maar zorgen niet voor verschrikking en dreiging. Het enige dat ze doen is rondlopen met houterige bewegingen en een starre blik. Ze vormen geen enkel gevaar. Spannend is het allemaal niet. Ook de pogingen om hier en daar wat suspense in te brengen zijn tevergeefs. De enige die een beetje een sinister gevoel opwekt is dr. Sangre. Met de nadruk op ‘een beetje’.
King of the Zombies is niet vervelend om te aanschouwen. Meer dan dat bewerkstelligt de film niet. Leuk als historische rariteit. Verder niet interessant.
details
Van Ole Bornedal kende ik The Possession (2012). Prima film. Vikaren maakt minder indruk. De film met in het middelpunt de zesdeklasser Carl die na de dood van zijn moeder samen met zijn vader in een ander stadje gaat wonen en daar (net als zijn nieuwe klasgenootjes) wordt geconfronteerd met een merkwaardige invalkracht, is een film waarvan het doelpubliek onduidelijk is. De film zwalkt en is over het algemeen te simplistisch geconstrueerd voor de oudere kijker en te duister voor de jonge kijker.
Invalkracht Ulla blijkt een alien te zijn die zich in het lichaam van de aantrekkelijke actrice Paprika Steen heeft verstopt. Haar doel? Ze wil het gevoel van liefde ontdekken. Een gevoel dat haar oorlogszuchtige soort onbekend is. Carl en zijn klasgenootjes komen er al snel achter dat de nieuwe juf een alien is. Heel moeilijk is dat overigens niet, want Ulla demonstreert zonder enige terughoudendheid en heel fanatiek haar bovenmenselijke kunnen. Uiteraard worden de kinderen door hun ouders niet geloofd. Dus ondernemen ze zelf actie om haar identiteit bloot te leggen en belanden we in een avontuurlijke kinderfilm.
Hoewel het Ulla’s missie is om achter het geheim van de liefde te komen, blijft onduidelijk hoe ze dat wil bewerkstelligen. Het leek me interessant om dit exacter uitgewerkt te zien worden. Dat vond Bornedal blijkbaar niet. Wel is duidelijk dat ze menselijke gijzelaars nodig heeft om mee te nemen naar haar thuisplaneet. En dat is natuurlijk ook veel spannender. Ach, het verhaal rondom Ulla en haar schoolklas is niet heel doordacht. Haar personage is dat eveneens niet. Met veel grappige overacting probeert Paprika Steen er nog wat van te maken. Ik was er niet erg van onder de indruk.
Na afloop van de film blijven een aantal dingen je nog even bij. Het overdreven acteerwerk van Steen is er een van. Een paar geslaagde duistere beelden kon ik ook nog reproduceren. Amusant vond ik het beeld dat geschetst werd van ouders en psychologen die de kinderen overstelpen met obligate pedagogische wijsheden. En wat me tenslotte ook nog bijbleef is dat de film zich in het verloop steeds meer ontwikkelde als een avonturenfilm voor jongeren en voor mij steeds minder boeiend werd.
details
Een film die zijn verhaal in een found footage-stijl vertelt. Hoewel de onrustige en agressieve stijl van filmen die regisseur en schrijver William Brent Bell hanteert, mij soms wat ergerde, beviel de film an sich mij heel behoorlijk. Het verhaal is uiteraard niet erg origineel maar wel pakkend en de film slaagt erin een sfeer van onbehagen te realiseren die bevalt.
Wer brengt kills, gore en actie. De film brengt het met behulp van beeldmateriaal dat van bewakingscamera’s en wiebelige handcamera’s afkomstig is. Het doet soms ietwat documentaireachtig aan. De beelden worden aaneengesloten gepresenteerd waardoor enig totaaloverzicht vaak ontbreekt. De kills, de gore en de actie passeren in een wirwar van hectische beelden die maken dat de impact van de horror niet ten volle wordt uitgebuit. Bij een conventionelere manier van filmen hadden de expliciete horrormomenten waarschijnlijk een veel indringender effect gehad. Nu houdt het met een sfeer van onbehagen wel op. Spanning wordt nauwelijks gegenereerd.
Des te jammer dat de personages niet heel indrukwekkend zijn vormgegeven. Hun aanwezigheid is geen spannende factor. Ze zijn daarvoor te vlak ingekleurd, zijn bovendien niet bijster sympathiek en nodigen niet uit tot inleving. Van enige emotionele binding met de personages is geen sprake. Ze zijn simpelweg niet interessant. Eén uitzondering daargelaten. Het personage dat de wolf vertolkt is dat een beetje, maar ook hij blijft hangen in de onderontwikkelde fase. Het fysieke werk gaat hem overigens goed af al is hij in mijn ogen nooit een wolf. Een grote gestalte met haar is een betere omschrijving. Niet slecht maar het is net niet het echte werk.
Ondanks de minpunten is Wer best vermakelijk. De hoge bodycount, de gewelddadige scènes en het bloed vergoeden veel van de ergernis die de chaotische regie en de afstandelijkheid tot de personages veroorzaken.
details
Een man zonder naam met een gasmasker en voorzien van legerkleding daalt met behulp van een duikersklok af naar een mysterieuze wereld vol monstruositeiten, getormenteerde zielen en bizarre en levende objecten. De man heeft er een opdracht te vervullen. Een bizarre odyssee is het gevolg. Phil Tippett maakt met Mad God een bijzondere en intrigerende animatie. Tippett is dan ook een bijzondere en talentvolle man. Hij werkte mee aan films als Star Wars, Jurassic Park en Robocop, vergaarde met zijn werk een aantal Oscarnominaties voor beste visuele effecten en kreeg zelfs twee keer de Oscar uitgereikt.
Ondanks zijn succes had Teppitt een droom. Een eigen film. Uiteindelijk werd dat Mad God. Teppitt begon met de ontwikkeling van zijn project in 1987. Na bijna 30 jaar in de productiefase te hebben gezeten is zijn film eindelijk af. Mad God is een bijzondere animatiefilm. Zowel qua Inhoud als vormgeving volgt de film zijn eigen pad dat ver weg voert van en niet is te vergelijken met iets uit de wereld van de mainstream. Mad God is een eigenzinnige film. En een ding is zeker. Of je nu wel of niet door de film wordt gegrepen, het valt niet te ontkennen dat de film in technisch opzicht een absoluut meesterwerk is.
Mad Dog laat een afschuwelijke wereld zien. Een infernale wereld Een post-apocalyptische wereld vol groteske verschijningen en bizarre gebeurtenissen. Een wereld waarin zielloze schepsels rondwaren die zich tegen elkaar keren. Een wereld waarin machines vreemdsoortige wezens uitkotsen. Er wordt gefolterd en gepijnigd. De grond is bezaaid met uitwerpselen en ander lichamelijk afval. De wereld die Teppitt laat zien is de manifestatie van de meest verschrikkelijke nachtmerrie die je je maar kunt voorstellen. Het zijn gewelddadige en zieke beelden die het oog teisteren. Ik prees mijzelf gelukkig dat Teppitt gekozen had voor animatie en stop-motion om zijn film vorm te geven. De realistische versie had ik niet willen zien.
De film fascineert door zijn vormgeving. De animatie en stop-motion worden fantasievol ingezet en zijn schitterend. Het is visueel genieten geblazen. Inhoudelijk is de film moeilijker te waarderen. Ik kon het verhaal (welk verhaal?) zeker niet tot in detail volgen. Ik slaagde er niet goed in om gebeurtenissen en schepsels met elkaar in verband te brengen. Het voelde als los zand. Soms willen dialogen je nog wel eens een duwtje in de richting van begrip geven. Hier werkt dat niet. De film doet het zonder dialoog. Talrijke metaforen en verwijzingen passeren. Soms gloorde het begrip. Vaak ook niet. Ik besloot me er maar bij neer te leggen en te genieten van de visuele pracht. De titel van de film indachtig, denk ik dat de intellectuele reikwijdte van een God (en zeker van een gestoorde God) de intellectuele reikwijdte van de gemiddelde kijker ver te boven gaat. Het viel me niet mee om verstandelijk mee te reizen naar de donkerste hoeken van het brein van de kunstzinnige Phil Tippett.
Mad Dog zet grotendeels in op stop-motion, maar permitteert zich op een enkel moment ook live-action. Die momenten worden weliswaar behoorlijk naturel en vrij onopvallend in het visuele festijn ingebracht, maar zijn toch een graadje minder mooi dan hun omgeving. De reden voor deze stijlbreukjes ontging mij. Maar goed, mij ontging wel meer. Neemt niet weg dat ik ondanks mijn vele momenten van onbegrip met Mad God een bijzondere filmbeleving had en de film ook nog eens goed kon waarderen.
details
Een hulpeloos en fragiel meisje en tevens pensionhoudster (Leonora Fani) te midden van een vijandige omgeving. In de microkosmos van een pension ten tijde van de nadagen van WOII schetst regisseur Francesco Barilli een onaangename atmosfeer. Een groep pensiongasten die zo uit een nachtmerrie zouden kunnen zijn weggelopen, vervalt geleidelijk ten prooi aan waanzin, decadentie en geweld. En zoals het een giallo betaamt, duikt ook nog een moordenaar op.
Pensione Paura is een pessimistische en cynische film. De hopeloze somberheid hangt als een verstikkende deken over de film. De film hanteert een langzaam tempo. Ondanks het langzame tempo is het kijken naar Pensione Paura geen relaxte ervaring. De film lijdt onder een onrustige regie die mij verhinderde aansluiting bij de film te krijgen. Door het onevenwichtige verloop lukte het me gewoonweg niet om in de film te kruipen. Voor mij werd Pensione Paura een afstandelijke beleving. De sfeer kreeg ik mee. Die is drukkend, onheilspellend. Verder raakte de film me amper.
Het verhaal is niet prettig om te volgen. De cuts zijn abrupt geplaatst en zorgen voor een onrustig geheel. Spanning heb ik niet ervaren. In de personages wordt amper geïnvesteerd. Die zijn derhalve niet interessant. Er is wat naakt en er zijn wat moorden. Beide verhinderen een algehele aanval van desinteresse. Die desinteresse gold zeker Barilli. Zijn hart lag niet in de film. Hij nam de baan als regisseur alleen maar aan omdat hij in geldnood zat. Het is te zien. Enthousiaster werd ik pas bij het lezen van de perikelen rondom het draaien van de film.
Tijdens het draaien lagen de regisseur en de producent voortdurend met elkaar overhoop. Barilli nam met regelmaat scènes op die niet in het script stonden. En ja, dat vindt een producent niet leuk en zorgde voor spanningen. Tot overmaat van ramp begon Barilli ook nog een affaire met zijn leading lady Leonora Fani. Dat was tegen het zere been van de moeder van Leonora die ook op de set aanwezig was. Ook Barilli’s vrouw die eveneens de draaidagen bijwoonde, had er geen goed woord voor over. Heftige woede-uitbarstingen, rondvliegend servies en een naakte Leonora die door haar woedende moeder werd achtervolgd. Het zijn ingrediënten voor een leuke film. Leuker dan Pensione Paura in ieder geval.
details
Ergens in de jaren 50 kwamen op een berg in Bhutan enkele bergbeklimmers op mysterieuze wijze om het leven. Ze zouden op zoek zijn geweest naar de toegang tot het mythische rijk Shambhala. Een nieuwe expeditie ondergaat in het heden hetzelfde lot. Genoeg reden om een reddingsexpeditie uit te rusten naar het afgelegen berggebied in de Himalaya. Tja, dat hadden ze beter niet kunnen doen.
Killer Mountain is een goedkoop gemaakte tv-productie voor SyFy. En zo voelt het ook. Sheldon Wilson is de naam van de regisseur. Een regisseur met ervaring in het maken van goedkope tv-films met spectaculaire benamingen als Superstorm en Snowmageddon. De verwachtingen voor Killer Mountain zijn laag gespannen. Dat blijkt terecht. Voor SyFy begrippen valt het gelukkig mee. De tocht naar boven kent onverwachts spannende momenten. Spannend maar voorspelbaar. Je kent het wel. Een stukje rots dat afbrokkelt. De voet van een bergbeklimmer die wegglijdt. Een stukje touw dat op knappen staat. Het bekende werk, maar niet slecht geënsceneerd. Het is zelfs een beetje vermakelijk.
De komst van een prehistorisch monster veroorzaakt extra turbulentie. Het monster is niet onredelijk vormgegeven en zorgt voor een nieuwe gevaarlijke fase nadat alle risicovolle bergbeklimmer-clichés zijn afgestreept. Geldgebrek zal de reden zijn dat de optredens van het monster aan de geringe kant blijven. Enige informatie over de herkomst van het monster blijft overigens achterwege. Ik was daar wel benieuwd naar. Het kon Sheldon Wilson niet veel schelen. “We hebben gewoon een monster nodig om de boel aan de gang te houden. Het doet er verder niet toe”, zal Sheldon gedacht hebben.
In visueel opzicht laat Wilson af en toe zien dat hij in staat is een matig filmniveau te kunnen ontstijgen. Een paar mooie shots en een paar dynamische scènes zijn daarvan het bewijs. Dat Killer Mountain iets meer biedt dan de typische SyFy-productie is ook zichtbaar in de cast. Het acteerwerk is alleszins redelijk te noemen. Al die positiviteit maakt van Killer Mountain trouwens geen goede film. De film wordt er alleen minder slecht door.
details
Schilderachtig buigt het bladerdak van talloze bomen over de weg waarlangs het jonge Noorse paartje vanuit Zweden terug naar Noorwegen rijdt. Het is een vredig tafereel dat zich aandient. Een verliefd stelletje op terugreis door de feeërieke Zweedse bossen. Het duurt maar even. Snarveien heeft immers het horrorlabel, dus zijn de Zweedse bossen minder vredig en feeëriek dan ze schijnen. En ja hoor. Voor je het weet figureren de protagonisten in een verraderlijk scenario.
Regisseur en schrijver Severin Eskeland maakt er een vermakelijke horrortrip van. Hij doet dat niet met behulp strak gestileerde en gepolijste beelden. Hij doet dat met ruwe ongelikte beelden die maken dat je je niet in een gelikte horrorproductie waant maar in een film die de realiteitszin benadrukt. En daar zit ook de kracht van de film. Hoe meer de realiteitszin wordt benadert, hoe leuker de film is. Veel van de beelden stammen van camera’s die her en der langs de beboste weg zijn opgehangen. De beelden impliceren een rauwe werkelijkheid en ze impliceren dat iemand meekijkt. Een intrigerende gedachte.
De ogen van de opgehangen camera’s zijn de ogen van de bespieder van het jonge paar. Wie hij is wordt pas tegen het einde van de film onthuld. Tot die tijd passeren allerhande aanwijzingen die de kijker op het goede dan wel het verkeerde spoor zetten. Aanwijzingen in de vorm van merkwaardige karakters die het jonge stel ‘toevalligerwijze’ tegenkomt. De ontmoetingen verhogen de beklemmende sfeer die vrijwel vanaf het begin in de film hangt en die heel succesvol steeds met kleine stapjes wordt versterkt. Een vervelend voorvalletje hier. Een ontmoetinkje daar. De spanningsopbouw is prima.
Expliciete horror ontbreekt. Drastische geweldsexplosies worden consequent buiten het oog van de camera gehouden. Ik miste het expliciete niet. Beter gezegd: het viel me niet echt op. Ook zonder het plastische element is Snarveien nasty genoeg. Leuk filmpje.
details
Recovery is zo’n film waarin de technologie die het menselijk gemak dient, op verraderlijke wijze tegen de argeloze gebruiker ervan, wordt ingezet. In Recovery gaat het met name om de lokatiefunctie op de smartphone die een aantal lichtzinnige tieners in het verderf stort. Voor het zover is, illustreert de film eerst ruimschoots de lichtzinnigheid van de tieners door een hoeveelheid scènes waarin zij feestend en alcohol- en drugs gebruikend door het beeld zwieren.
Op die manier verstrijkt een half uur van de slechts 80 minuten speelduur. Zo'n uitgebreide introductie kan interessant zijn als daarmee bijvoorbeeld spanning wordt opgebouwd of de personages worden uitgediept. Maar nee. Het script biedt de kijker slechts platte karakterschetsen die geen noemenswaardige vocabulaire tot hun beschikking hebben. Ik was niet erg onder de indruk. Van meer dingen niet trouwens. De beelden waarin de film tot de kijker komt, zijn bleek en lelijk. Verder deugen ritme en timing niet. Regisseur Darrell Wheat wisselt bijvoorbeeld feestscènes ongemakkelijk af met een potentieel spannende achtervolging waardoor de spanningsopbouw wordt afgeremd en de achtervolging slechts potentieel spannend blijft..
Als de smartphone het groepje tieners tenslotte naar een groezelig en schijnbaar verlaten huis dirigeert, gebeuren daar dingen die zelfs de onervaren horrorkijker niet zullen verrassen. Ook hier veel spannende potentie in de locatie. Het schaars verlichte huis met onheilspellende gangen, krakende trappen en afgesloten kamers is sfeervol maar die sfeer wordt amper benut in de acties van de personages. Het is home invasion met vermoeiende junpscares en gebrek aan suspense en spanning. We kijken naar een oppervlakkig geconstrueerde film die is volgepropt met voorspelbaarheid. Recovery is een aaneenschakeling van gemiste kansen.
details
De klassieke monsters zijn terug. Daar lijkt het althans op. Robert Eggers luidde de terugkeer van het klassieke monster in met zijn film Nosferatu (2024). En zoals de Universal-films uit de jaren 30, de Hammer-producties vanaf de jaren 50 en de golf aan big budget bijdragen aan het horrorgenre in de jaren 90 al lieten zien, komt een monsterfilm nooit alleen. Het blijft niet bij een film. Er volgen meer. Dat lijkt zich in het heden te herhalen. Zo zien we Frankenstein (2025) van Guillermo del Toro verschijnen en is een weerwolffilm van Robert Eggers in de maak en roert zelfs de bakermat zich met een Roemeense bijdrage van Radu Jude genaamd Dracula (2025). Terug naar de klassieken. Heerlijk. Dat er nog vele mogen volgen.
Ook Luc Besson draagt zijn steentje bij. Dracula: A Love Tale noemt hij zijn film. In de hoofdrol Caleb Landry Jones die ook in Besson’s film Dogman speelde. Het verhaal van Dracula is bekend en snel verteld. Prins Vladimir vecht in naam van de kerk tegen de vijanden van het christendom. Zijn geliefde Elisabeta (Zoë Bleu) vindt daarbij de dood. Overmand door verdriet en teleurgesteld in de kerk, wendt hij zich van God af en verandert in een eeuwig ronddolende bloedzuiger. De film laat het allemaal zien en volgt de graaf vervolgens op zijn zoektocht naar zijn Elisabeta van wie hij vast gelooft dat ze ergens zal herrijzen.
Vrijwel meteen is duidelijk dat Luc Besson zich de film Dracula (1992) van Francis Ford Coppola goed heeft ingeprent. Kostumering, entourage, kleurstelling, verhaallijn alsmede de bombastische score maken indruk maar brengen eveneens de film van Coppola in de herinnering. Toch verschillen de films. Dracula van Coppola was strak gestileerd, strak gecomponeerd en dramatisch. Dracula van Besson is losser van compositie en tikt nu eens het drama en dan weer de parodie en de waanzin aan. Het eerste optreden van de graaf is een parodie op zich. Hij presenteert zich als een draqqueen in de spotlights die op het punt staat het lied “It’s Raining Men” playbackend ten gehore te brengen. Heerlijk.
Op zich levert Landry Jones in Dracula: A Love Tale een solide performance af. Ik zag in hem wel de vampier Vladimir Dracul. Christoph Waltz die als priester de Van-Helsing-rol op zich neemt, beviel me ook goed. Prettig onderkoeld en ironisch kwijt hij zich van de opgave de vampier uit te schakelen. Zoë Bleu is leuk maar maakt geen exceptionele indruk. De overige personages hebben vooral een dienende rol en dat functioneert prima.
Ondanks een aantal bloedige scènes en groteske beelden is de film geen pure horrorfilm. Besson legt het accent op de grens- en tijd overschrijdende liefde tussen Vlad en Elisabeta. De verbeelding van die liefde is hartstochtelijk en ontroerend. De regie van Besson is misschien wat losjes, maar uit de film spreekt een enorme energie die je in zijn greep neemt. Verder zorgen een prachtige entourage, een uitstekende vampier en heerlijke waanzin en prettige ironie voor een erg fijne filmbeleving.
details
De Britse horrorfilms uit de jaren 60 werden voornamelijk geproduceerd door Hammer en in hun schaduw door Amicus. De namen Terence Fisher, Peter Cushing en Cristopher Lee zullen de meeste horrorliefhebbers wel iets zeggen. Hier en daar verschenen andere maatschappijtjes die een poging waagden op het B-horrorvlak. Planet Film bijvoorbeeld maakte een aantal films met nog geringere middelen als de eerder genoemde grotere filmstudio’s. En die waren financieel al niet rijkelijk bedeeld en moesten inventief met de middelen omgaan. Dat gold dus nog meer voor Planet Film.
Island of Terror is een film van Planet Film. Opvallend is de aanwezigheid van regisseur Terence Fisher en van acteur Peter Cushing. Fisher weet in de eerste helft van de low-budget film een prima spanningsveld neer te zetten. Een staaltje klassieke Britse horror die op een fijne portie suspense drijft. De inwoners van een afgelegen eiland worden opgeschrikt door merkwaardige overlijdensgevallen. De oorzaak van het overlijden is overduidelijk niet van natuurlijke oorsprong. Een stel wetenschappers onder wie Cushing onderzoekt de boel. Best leuk om het stel te volgen in hun zoektocht naar de oorzaak.
Als zo halverwege de film de oorzaak vaststaat en de verantwoordelijke creaturen zich in vol ornaat tonen, is het een beetje gedaan met de suspensevolle sfeer. De speciale effecten blijken dan toch erg verouderd te zijn. De monsters zorgen voor weinig gevoel van onbehagen. Een schildpadschil met een uitstekende tuinslang die zich in tergend langzaam tempo voortbeweegt, krijgt dat niet voor elkaar. Er gaat weinig of geen dreiging van uit.
Door de focus minder op de monsters en meer op de crisissituatie te leggen, zakt de film niet echt in. De solide regie van Fisher registreert angst, paniek en vernuft en dat vermaakt redelijk. Ook het gevoel voor understatement dat af en toe oprispt bij de personages is vermakelijk. Island of Terror is niet bijzonder maar redelijk ok.
details
Max werkt als gevolg van een taakstraf in een bejaardenhuis. Een nieuwe wereld voor hem, maar hem valt toch merkwaardig gedrag op van zowel de bewoners als het personeel. Ook is er sprake van een vierde verdieping die hij niet mag betreden. Na een dubieus sterfgeval weet hij het zeker: In het bejaardenhuis is het niet pluis.
Voordat de film ontspoort, slaagt regisseur en schrijver James DeMonaco (The Purge (2013)) erin om het bejaardenhuis te voorzien van een onheilspellende en ietwat trieste sfeer. Een sfeer die goed bij het personage Max past die treurt om de zelfmoord van zijn broer. De gebeurtenissen in het huis zijn merkwaardig en maken nieuwsgierig en worden met gepaste realiteitszin vertelt. Het zou kunnen, is de gedachte van de kijker. Tot zover niets aan de hand. We kijken naar een film die wat met suspense strooit en gewoon heel adequaat spanning opbouwt. Best ok.
Er gebeurt eigenlijk niet eens heel veel. De protagonist neemt merkwaardige zaken waar. Dat is het zo’n beetje. Omdat er verder weinig gebeurt, neemt de spanning af. De interesse ook. Het schiet allemaal niet erg op en daar waar andere films nog wel eens voor visueel vermaak willen zorgen, is dat in The Home niet het geval. The Home is bepaald geen visueel feestje. Flets, neutraal en stoffig zijn woorden die bij me opkomen als ik aan de visualisatie van het verhaal denk.
Het dobbert zo wat voort tot de openbaring komt van hetgeen voor Max verborgen moest blijven. Een te grote stap voor mij. Erg ongeloofwaardig. Erg wanhopig ook. Alsof de maker goed doorhad dat hij toch iets moest inbrengen om de kijkwaardigheid op peil te houden, maar niet bij machte was te putten uit passende inspiratie. Ik vond de hoofdrol van Pete Davidson ook niet sterk. Hij schiet in dramatisch opzicht tekort. The Home heeft goede momenten maar heeft zeker evenveel ongeïnspireerde momenten. Een mooie balans. Dat wel.
details
De film begint vrolijk springerig en lichtzinnig en verliest die karaktertrekken nooit helemaal. De film volgt een populaire highschool footballspeler die zijn talenten te grabbel gooit en eenmaal volwassen een simpele leraar is geworden. Hij wordt min of meer als een loser beschouwd. Zijn kansen keren als hij opeens een belangrijke spil wordt in de bestrijding van een woekerende vleesetende substantie die zijn stadje bedreigt.
Ick kijkt op zich plezierig weg maar is niet erg grappig. Is niet erg spannend. Is niet erg smerig. Daarvoor zijn de effecten te overduidelijk computer gegenereerd. Van de personages moet je het ook niet hebben. Die zijn uit clichématige klei geboetseerd. Toch is de film best vermakelijk. Dat komt voornamelijk voort uit de bodycount die hoog oploopt als de vleesetende substantie eenmaal actief is. Ook de beide hoofdrolspelers Brandon Routh en Mena Suvari zijn niet per se vervelend. Geen diepzinnige karakters, maar wel leuk en sympathiek genoeg om bij hun inspanningen een supportive gevoel te krijgen. Ondersteund wordt het geheel met een rits aan hits uit de jaren 00. Ik ben niet echt fan van muziek uit dat tijdperk. Toch kende ik de meeste nummers en moet erkennen dat de muziek een prima omlijsting is.
De film kijkt lekker weg. Dat betekent eigenlijk dat de film gezien kan worden als een fastfood product. Lekker voor het moment. Het niveau van films als The Mist (2007), Splinter (2008) en The Ruins (2008) waarnaar in Ick wordt verwezen, haalt de film niet. De film heeft zijn momenten. De slijmerige monsteractie is best leuk. De hectiek doet het goed. Ick is eigenlijk wel een sympathiek werkje.
details
Jenny op vakantie bij haar vader in Italië. Vlak bij haar verblijf ligt The Lake of Idols dat een grote aantrekkingskracht op haar uitoefent. Een meer waarin veel voorwerpen uit de Etruskische tijd werden gevonden. Het meer en de streek herbergen een duister geheim. Jenny raakt erdoor geïnfecteerd. Ze heeft merkwaardige visioenen en heeft bij het meer merkwaardige ontmoetingen.
Neverlake is een rustige griezelfilm. Misschien iets te rustig. Het duurt een behoorlijke tijd voordat er wat vaart inkomt. De bedachtzame verteltrant maakt het soms lastig om bij de les te blijven. Aan de andere kant versterkt het terughoudende tempo het accent op de duistere sfeer. En daar valt ook wel weer iets voor te zeggen. Het nadeel is dat aan het einde van de film erg veel verklaard moet worden. In plaats van in een lange monoloog van een personage had regisseur Riccardo Poletti beter in de loop van het verhaal wat versnipperde uitleg kunnen geven. Dat was beter geweest voor het evenwicht tussen substance en sfeer.
Geen onaardig verhaal trouwens. Niet heel spannend maar in de kern intrigerend. In het verhaal is veel ruimte gemaakt voor lyriek. Percy Bysshe Shelley is de favoriete dichter van Jenny en motieven uit zijn werk zijn in de film terug te vinden. Dat bij een dergelijke lyrische benadering in de film geen ruimte is voor bloedige details of andere vormen van harde horror spreekt eigenlijk vanzelf. Neverlake is een sfeervolle griezelfilm die ik als fan van sfeer toch iets teveel vond doorschieten naar sfeergevoeligheid.
Tot slot nog dit. The Lake of Idols heeft werkelijk bestaan onder de Italiaanse naam Lago degli Idoli. Er zijn in het meer daadwerkelijk Etruskische beeldjes gevonden. Heden ten dage is het meer een uitgedroogde vlakte.
details
Een film uit 2009 die er goed in slaagt om net te doen alsof hij ergens in de jaren 50 is gemaakt. De film vertelt van een rustig stadje op het Amerikaanse platteland waar een ruimteschip neerstort en twee buitenaardse wezens uit het schip stappen. De een is mensachtig en gekleed in een zilverkleurig pak. De ander lijkt op een reuzendildo met dreadlocks en beschikt over een gigantisch groot oog. Hij behoort tot het volk van de Gotha. Een volk van parasieten die naam hebben gemaakt met het uitroeien van het leven op vele planeten. De zilverkleurige man behoort tot het volk dat jacht maakt op de Gotha. Hij moet zien dat hij de Gotha kan vangen voordat deze zich multipliceert en begint met het opslokken van alle levende wezens op de planeet aarde..
Alien Trespass is een hommage aan de B-horror/sci-fi uit de jaren 50. Van die films waarin oprechte maar naïeve burgers stuiten op een grote bedreiging en alles in het werk stellen (vaak met behulp van een geleerde) om het tij te keren. Alien Trespass haalt zijn inspiratie bij films als The War of the Worlds (1953), The Day the Earth Stood Still (1951) en The Blob (1958). Er is zelfs een scène die zich afspeelt in de plaatselijke bioscoop terwijl The Blob aan het draaien is.
In Alien Trespass komen de bekende clichés voorbij. Op een leuke manier. Met ironie. Als een eerbetoon. Met rebelse tieners, de gedreven geleerde, de dorpsgek, de politie met heerlijk jankende sirenes, de sceptische sheriff en natuurlijk met opbloeiende romantiek. Ook in technisch opzicht betoont de film eer aan de jaren 50 B-film. Expressieve kleuren, bedachtzaam camerawerk in lange takes, een ouderwetse soundtrack en slechte effecten waarvan de schitterende Gotha het schoolvoorbeeld is. Kortom, je waant je in een film uit de jaren 50.
Wat me op den duur een beetje ergerde was het langzame tempo. Dat had wat mij betreft wel een aanpassing naar modernere tijden kunnen gebruiken. Veel scènes duren te lang. Veel film passeert zonder dat er sprake is van enige voortgang. Het had iets pittiger gemogen. Desalniettemin is Alien Trespass een geslaagde hommage die ik met veel plezier heb bekeken.
details
Stalled is een zombie horror-komedie en behandelt een invasie van zombies in het damestoilet. Een film van regisseur Christian James en schrijver Dan Palmer die zelf de hoofdrol van de conciërge in een kantorencomplex voor zijn rekening neemt. De naam van de conciërge? W.C. Ja ja, het is hilarisch. W.C. die zich verstopt in een damestoilet dat volstroomt met zombies. Het plot is zo absurd dat de film niet anders dan lachwekkend kan zijn. De film zelf is niet bescheiden en roept vol overtuiging op de cover van het affiche “A Worthy Successor to Shaun of the Dead". We zullen zien.
Dat de zelfbewuste pretentie niet wordt waargemaakt is al snel duidelijk. Toch biedt de film leuk vermaak. Op een low-budget manier passeren een tijdlang lachwekkende momenten tussen W.C. en zombies. Nadat de conciërge bemerkt dat zich in het toilethokje naast hem een lotgenote in dezelfde benarde situatie bevindt, komt er in de film die tot dan toe redelijk sprakeloos voorbijtrok wat dialoog los. Dialogen met zowaar ernstige en doordachte inhoud. Het zijn momenten die zorgen dat de kijker zich even kan bezinnen na het luidruchtige zombiegedoe.
De film speelt zich bijna in zijn geheel in het damestoilet af. Een relatief kleine ruimte met weinig mogelijkheden om een gigantisch spektakelstuk van gore en splatter neer te zetten. Dat laat het budget trouwens ook niet toe. Het blijft bescheiden. De splattereffecten zijn handmade. Altijd goed in trashy films. De zombies gaan gebukt onder dikke lagen make-up met oog voor detail. Je herkent er het enthousiasme van de makers in.
Wat de film ontbeert aan gore en bloed wordt gecompenseerd door de humor. De situatie van een man die vastzit in een damestoilet en probeert te ontsnappen aan zijn belagers wordt komisch uitgebuit. Het blijft leuk tot het einde. Als de film aan het eind het toilet verlaat en onder de zoete klanken van “The Little Drummer Boy” de frisse avondlucht opzoekt, heb ik het gevoel dat alle komische mogelijkheden wel zijn benut. Het is mooi zo. Stalled kan de vergelijking met "Shaun of the Dead" niet doorstaan, maar is absoluut een vermakelijke zombiefilm.
details
De moed zonk me even in de schoenen toen bij aanvang iets in de trant van ‘based on true events’ op het scherm verscheen. Niet zelden is zo’n mededeling een garantie voor een lege of voorspelbare film. Hoe prettig was dan ook de verrassing toen al snel bleek dat de drie jongens die in hun Saab werden achtervolgd door een zwarte Cadillac, niet van het ene cliché in het andere rolden. Ik betrapte mij er zelfs op dat ik mij vermaakte. Niet dat hier een nieuwe hoge horrorstandaard werd bepaald, zo goed is het nu ook weer niet, maar Black Cadillac is sfeervol en redelijk spannend
De Cadillac fungeert als een soortement witte haai. Dreigend aanwezig en steeds opduikend als je het niet verwacht. Lang is onduidelijk of de Cadillac een zelfsturende dreiging is of dat de auto wordt bestuurd door iets of iemand. Die vraag wordt pas aan het einde beantwoord. Tot die tijd zweeft die vraag rond. De onzekerheid is een spannend element. Als de dreiging nu en dan even wegebt en de film een versnellinkje lager gaat, wordt er onderhoudend gebabbeld en spelen oud zeer en lang bewaarde geheimen een rol.
De dialogen zijn niet vervelend en verlenen de personages meer ronding dan een personage normaal gesproken krijgt in een gemiddelde horrorfilm. Voldoende ronding om de personages enigszins interessant te maken. Maar niet voldoende om de personages niet als typetjes te zien. We hebben de held, de clown en de maagd. Allen prima vormgegeven. Een aangenaam trio dat maakt dat het met de beleving wel goed zit.
De horroratmosfeer is er absoluut. Donkere bossen. Verlaten wegen. Onheilspellende koplampen die opduiken en weer verdwijnen. Een eigenaardige lifter. Best spannend. De expliciete horror blijft uit. Verwacht geen splatteractie. De bodycount is laag. Prima speelduur ook. Net lang genoeg om geboeid te blijven kijken.
details
The House Next Door is een typische tv-productie. Verwacht dus geen harde horror. De film is daarin erg terughoudend. De film zet meer in op spanning en suspense en doet dat best aardig. Aardig verhaal ook. Wat de film verfrissend aanpakt is dat het huis waarin het kwaad huist eens niet een oud huis is dat is belast met een vloek als gevolg van duistere tragedies die zich er ooit hebben afgespeeld. Het huis is pas gebouwd. Ook met het land waarop is gebouwd, is niets aan de hand. Gewoon een stuk bos zonder nare geschiedenis. Het cliché van de oude indianenbegraafplaats wordt verfrissend gemeden.
De insteek is niet verkeerd. De film laat diverse bewoners de revue passeren die na verloop van tijd op een hevige manier met hun grootste angst, verdriet of neurose worden geconfronteerd. Het huis manipuleert zijn bewoners en berooft hen van hun goede gevoel. De belangrijkste rol in de film is weggelegd voor buurvrouw Cole die de ene na de andere bewoner zijn verstand ziet verliezen. Zij wijst het huis als de boosdoener aan maar wordt niet geloofd. Cole is een leuke protagonist. Prettig en oppervlakkig vormgegeven door Lara Flynn Boyle. Gewoon solide en zonder veel franje, zoals dat gebeurd met personages in een tv-productie. Het personage Cole brengt net genoeg body mee om met haar te sympathiseren. De overige personages wekken dat gevoel niet op en zijn slechts platte pionnen in dienst van het verhaal.
The House Next Door is een routineus gemaakte film. De film heeft een simpel verhaal dat echter goed amuseert. Het gedoe in het huis en het effect dat het gedoe heeft op Cole en de andere bewoners in de wijk is leuk om te volgen. Eng is de film niet. Bloedig en shockerend ook niet. Spanning kent de film af en toe. De insteek bevalt en de film vertelt zijn verhaal solide zonder effectbejag. Ik heb me vermaakt met deze tv-productie.
details
Azar Nafisi is literatuurdocent Engels, was woonachtig in de VS en keert in augustus 1979 terug naar Iran. Na de val van de sjah wil zij bijdragen aan de revolutie en aan de universiteit Engelse literatuur doceren. Omdat bepaalde boeken in de ban worden gedaan en zij zich onvoldoende conformeert aan de nieuwe wetten, wordt het doceren haar onmogelijk gemaakt. Ze geeft niet op en start met een zevental vrouwelijke studenten in het geheim een boekenclub waar de verboden literatuur alsnog wordt behandeld.
De film vertelt van twintig jaar uit het leven van Azar Nafisi. De film schildert de politieke ontwikkelingen in Iran vanaf 1979, besteedt aandacht aan de studenten van de club en verweeft in het verhaal vier grote literaire werken die elk bepalend zijn voor een hoofdstuk in de film. Die opzet betekent een wisselwerking tussen realiteit en fictie. Tussen de harde werkelijkheid van het bestaan in een terreurregime en individuele dromen, fantasieën en wensen. Een verhaal over onderdrukking en de strijd tegen de dictatuur. Een universeel verhaal dat wordt belichaamd door de persoon van Azar Nafisi.
De literatuur van F. Scott Fitzgerald, Vladimir Nabokov, Henry James en Jane Austen biedt de onderdrukte vrouwen hoop en een gevoel van veiligheid. Fictieve karakters die in fictieve werelden rondlopen bieden de vrouwen verlichting en een gevoel van vrijheid. Bovendien worden de vrouwen door zich in te leven in die fictieve karakters gedwongen om over hun eigen noodlottige situatie na te denken. In de hoofden van de vrouwen vatten mogelijkheden post. Mogelijkheden die wel of niet tot beslissingen leiden. Wel of niet leven met die onderdrukkende mannen. Je wel of niet onderwerpen aan de heersende religie. Wel of niet naar het vrije buitenland vluchten.
De scènes waarin de vrouwen tezamen zijn, zijn sterke scènes. De camera dicht op de huid. Op de gezichten zijn de gevoelens af te lezen. Depressie, gedrevenheid, trauma, wanhoop, hoop, gelukzalige fantasieën. Allemaal dingen waaraan de geweldige actrices gestalte geven. Geweldige actrices die overigens allen Iraanse ballingen zijn. Vrouwen dus die als geen ander het dagelijkse gevecht aangingen met onderdrukking, minachting en de angst om opgepakt te worden. Sommige van de vrouwen hebben zelfs verhoren van de zedenpolitie ondergaan. En dat ging niet met zachte hand gepaard. Misschien komt het daardoor dat het acteerwerk nogal intens is. Althans zo kwam het op mij over.
Reading Lolita in Tehran geeft een mooie boodschap af. De kracht van literatuur als wapen tegen de dictatuur. De overlevingskracht van de verbeelding te midden van een geestvijandige werkelijkheid. De film doet dat niet heel diepzinnig en stipt in de meeste gevallen de dingen slechts aan, maar de boodschap is in ieder geval duidelijk. Duidelijk genoeg om mij op te winden over de ongelooflijke bekrompenheid, bruutheid, gewelddadigheid en het stompzinnige fanatisme van de makers en volgers van de dictatuur.
details
De film is een vervolg op Wunderschön. Dat wist ik niet maar had ik dat natuurlijk uit de titel kunnen afleiden. Waar de eerste film over gaat weet ik niet. En na het zien van Wunderschöner heb ik niet echt de behoefte om dat te weten te komen. Wunderschöner gaat in ieder geval over vrouwen die zich niet langer willen onderwerpen aan de seksuele behoeften van mannen. Zij maken dat duidelijk in een anthologiefilm.
In diverse verhaallijntjes die onderling zijn verbonden staat steeds een andere vrouw centraal en speelt het thema toxische masculiniteit een grote rol. Je weet wel. Dat verfoeilijke beeld dat jonge tieners al krijgen voorgeschoteld van de man die nooit tranen vergiet en enkel is geïnteresseerd in de jacht op het vrouwelijke geslacht. In deze film boffen de meeste vrouwen, want hier zien we praktisch enkel goed opgevoede mannen die de vrouw keurig vragen of ze gekust mag worden. In de wereld van regisseur Karoline Herfurth is het toxische aspect van de mannelijkheid zo goed als uitgebannen. En als die masculiniteit even de kop opsteekt dan wordt het gedrag van die man natuurlijk zonder enige vorm van relativering veroordeeld. Heel spannend is de film dan ook niet.
In de film beleven de vrouwen wat vervelende dingen die uiteraard wel met mannelijke schoonheidsfoutjes hebben te maken maar die vooral door hun overdreven uitgesponnenheid nooit heel interessant zijn. Vaak komen de relatiecrises nogal banaal en geforceerd over. Dat de personages nogal oppervlakkig zijn vormgegeven en eigenlijk erg saai zijn, helpt bepaald niet om de beleving positief te stimuleren. Tegen het eind speelt eveneens erg geforceerd de feelgood op. De film sluit erg zoetsappig af en het zal geen wonder zijn dat alle verhaaltjes een bevredigend einde kennen. Bah.
details
De film is een absurde komedie, waarin een jong echtpaar dat elkaar voor het huwelijk niet kende, elkaar na de huwelijksvoltrekking ook niet leert kennen. Protagoniste Uma begint in de gevangenis die het huwelijk wordt genoemd, zichzelf echter wel steeds beter te leren kennen en te ontplooien. Ze ontdekt methoden om zich goed te voelen. Ze wordt een rebel. De zoektocht naar persoonlijk geluk gaat vrij ver en gaat gepaard met horrorwaardige taferelen. Groteske metaforen voor de rol die de vrouw in de Indiase cultuur inneemt. De vrouw die zich ingetogen dient te gedragen en weinig kans heeft om haar eigen behoeften te bevredigen.
De film zit vol verhalende creativiteit waarin de bloeddorstige aard van Uma prominent naar voren komt. De beeldesthetiek doet soms denken aan die in de films van Wes Anderson, maar is in zijn visuele beeldvorming minder vriendelijk. De film maakt gebruik van felle kleuren, heeft sterke contrasten en gebruikt symmetrische beelden met een krachtige indringende werking. Verhaal en beeld roepen een ietwat viezige maar ook duistere sfeer op. Zeker interessant, maar de spagaat tussen serieuze boodschap en kunstzinnige rariteit vond ik er soms ook als niet meer dan een leuk kunstje uitzien.
Uma wordt vertolkt door (de mij onbekende) Radhika Apte. Goeie actrice met een welhaast Charlie Chaplin-achtige mimiek en lichaamstaal. Haar rol neigt soms naar slapstick maar wordt het nooit. Haar optreden blijft steeds net waardig genoeg en dus geloofwaardig. De camera neemt vaak het POV-perspectief van Uma ter hand en laat haar met armbanden versierde arm zien als zij op een deur klopt of volgt haar rondzwervende blik. Dit cameraperspectief wordt repetitief gebruikt en heeft soms een meerwaarde ter verduidelijking van de visionaire inzichten van Uma maar lijkt toch vooral als een running gag te worden ingezet.
Naast de opvallende optiek valt ook het hoge tempo op. Snelle cuts, speed-up scènes en een vreemdsoortige soundtrack die heen en weer schiet tussen klassieke Indiase klanken en via westerse popmuziek zelfs bij punk aanbelandt. Bijzonder.
Het verhaal dat in de eerste helft goed is te volgen, verliest in de tweede helft het contact met de temporijke pace. Door de vele cuts, locatiewisselingen en themawisselingen ontstaat iets dat op chaos lijkt en niet meer goed is te volgen. In de tweede helft wordt bovendien het anker van de logica overboord gegooid en de chaos vergroot door surrealistische tendensen te gebruiken. Teveel van het goede. Bij mij sloeg toen de vermoeidheid toe.
details
Op voorhand sceptisch. The Naked Gun zonder Leslie Nielen en David Zucker? The Naked Gun met Liam Neeson in de rol van Lt. Frank Drebin Jr., zoon van het origineel? Het is even wennen, maar ik legde al snel het fantastische voorbeeld Leslie Nielsen naast me neer en richtte me op de nieuwe Drebin. Neeson is een hele goeie Frank Drebin. Leuke film ook. Met ouderwetse humor zoals die tegenwoordig nog amper in komedies langskomt. Een geslaagde comeback wat mij betreft.
Heerlijk toch, die humor. Absurde gebeurtenissen en verrukkelijke escalaties van gebeurtenissen. Absurditeiten die in de wereld van The Naked Gun normaal zijn. Neem bijvoorbeeld de running gag met koffie die te pas en te onpas en op de meest onmogelijke plaatsen aan Drebin wordt aangereikt. Verder zijn er de visuele grappen die niets met de handeling hebben te maken en ergens op de achtergrond plaatsvinden. En verder is het heel prettig om te constateren dat grappen over politiegeweld, racisme en seks gewoon heerlijk plomp worden geleverd. Door al dat correcte gezemel van tegenwoordig, vergeet je bijna hoe leuk plomp is. Ik zeg u: plomp is niet correct en heel leuk.
Een gevaar van films die zich baseren op oude successen is dat er wordt gezwolgen in nostalgie. Dat valt in deze film mee. Er zijn verwijzingen maar die zijn vooral grappig en blijven binnen de perken. De film leeft eigenlijk volkomen onafhankelijk van de eerdere producties. Nou ja. Niet helemaal natuurlijk, want als Drebin Jr. in beeld verschijnt gaat er (net als in de vroegere films) altijd iets fout. Een fijne zekerheid. Toch is Drebin Jr. competenter dan zijn vader. Waar papa min of meer toevallig op dingen stuitte, is dat bij junior doelbewuster het geval. Deze karaktertrek heeft gelukkig geen effect op de absurde humor. Op het onbenul. Op de onzinnigheid. Die zijn er gewoon. The Naked Gun is een heerlijke komedie.
details
Nobody was een leuke verrassing en had met Bob Odenkirk als huurmoordenaar met agressieproblemen een uitstekende actieheld. Een fijne wegkijker met actie en humor. Nobody 2 is eveneens een leuke verrassing. De belangrijkste personages zien we terug, de actie is stevig en de humor is gebleven. Dat er een andere regisseur in de persoon van Timo Tjahjanto aan het roer staat, doet geen afbreuk aan de film maar is wel enigszins te merken aan het gebruik van de humor.
In Nobody was de humor al gebaseerd op overdrijving. Met realisme had de film niet veel te maken. In Nobody 2 is het allemaal nog een tandje zwaarder aangezet. De actie is stevig maar heeft steevast een komische inslag. Hoe verder in de film hoe komischer die insteek wordt. De uiteindelijke showdown is hartstikke leuk maar ook volledig over the top. En dan zijn er natuurlijk de personages die zonder uitzondering niet herkenbaar zijn als realistische figuren. Leuk is in dit kader het optreden van Sharon Stone. Nauwelijks herkenbaar speelt zij de psychopathische onderwereldfiguur waarmee Odenkirk moet afrekenen.
De humor is een integraal bestanddeel in de film. Voor realisme of serieuze actie is in deze film geen plaats. Dat neemt niet weg dat de actiescènes gewoon spannend en goed zijn geënsceneerd. Laat dat maar aan Tjahjanto over die in films als Killers (2014) al bewees het brute geweld niet te schuwen. Nobody 2 is een heerlijk overdreven, harde en grappige aaneenrijging van gewelddadige excessen. Leuk.
details
Slow Learners is een variatie op de klassieke romcom When Harry Met Sally... (1989). De film waarin een vriendschap tussen een man en een vrouw met horten en stoten uitgroeit tot liefde. Slow Learners verbindt dit thema met twee erg late coming of age processen. In het middelpunt Jeff en Anne die niet per se sympathiek zijn maar zich erg neurotisch gedragen en moeite hebben zich sociaal aan te passen. Gedrag dat pijnlijke alsook grappige scènes veroorzaakt.
Het vinden van een partner staat hoog op de agenda maar dat lukt uiteraard niet goed. Beiden zijn leraar en besluiten in de zomervakantie een andere levensstijl te hanteren. Extravert te worden. Cool te zijn. Eindelijk iemand aan de haak te slaan. Het verhaal is voorspelbaar maar niet saai. Binnen het verhaal gebeuren voldoende grappige dingen die voor vermaak zorgen. Ik had steeds associaties met een sitcom. Best leuk.
Bijzonder vond ik de niet-romantische manier waarop Slow Learners gestalte geeft aan het begrip romcom. Zowel bij Jeff als bij Anne worden juist niet de positieve en lieve kanten benadrukt maar juist de nare en vermoeiende kantjes. Beiden worden nooit de sympathieke underdogs die je als kijker alle goeds toewenst.
De dialogen zijn niet steeds even sterk. Ik kan me altijd erg verheugen op grappige dialogen en oneliners. Die vielen in deze film wat tegen. De humor wordt meer gezocht in het onnatuurlijke gedrag van de beide hoofdpersonages en de moeite die het hun kost zich aan de coole wereld aan te passen. En dat vermaakt redelijk tot goed.
details
Le Jouet is een serieuze komedie. Een satire. Een film met een maatschappijkritische insteek. Een film waarin Pierre Richard behoorlijk ingetogen speelt. Gelukkig heeft hij zijn slapstickachtige en chaotische momenten , maar gedurende het grootste deel van de film staat hij in dienst van het verhaal. Een onzinnig verhaal trouwens. Richard wordt tegen zijn wil ingehuurd als speelkameraadje annex speelgoed voor het verwende zoontje van een rijke krantenmagnaat.
De film neemt de samenleving kritisch onder de loep. Voornamelijk de rijke bovenlaag die zwelgt in arrogantie en ongevoelig is voor de noden van de minder gefortuneerden. De film drijft op de humor die ontspruit uit bovenmatig aangezette personages en situaties. De meeste personages in deze film zijn niet sympathiek. Zelfs Richard is dat niet per se. Hij heeft goede intenties die worden weggeduwd door wraakgevoelens jegens het huishouden waarvan hij nu deel uitmaakt. Soms leveren die wraakgevoelens een paar doldwaze scènes op. Soms monden de gevoelens ook uit in flauwiteiten. Meestal is de humor echter te vinden in de overdrijving. Echt grappig vond ik de film veelal niet.
Satirische humor dus. In een film waarin Richard ingetogen speelt. En als hij eens tekeer gaat, past dat eigenlijk niet goed in de ernst van de satire. Wat een vervelend jongetje trouwens. Geen liefde en aandacht gehad. Zielig hoor. Ik had dat verwende ettertje graag eens alle hoeken van zijn rijk met speelgoed gevulde kamer laten zien. De overige personages deden me ook weinig. Het verhaal boeide me ook al niet. Gelachen heb ik amper. Ik vond er simpelweg niet veel aan.
details
Mannen zijn schoften. En vrouwen die daar achter komen zijn wilde furies. Molly Gordon is zo’n furie. Ze speelt het personage Iris dat samen met haar vriend Isaak romantisch op vakantie is in een buitenhuisje ver van de bewoonde wereld. Als vriend Isaak er uit flapt dat hij de relatie niet als een vaste relatie beschouwt en hij af en toe ook aan de rol is met andere vrouwen, is Iris zeer teleurgesteld. Haar roze wolk kleurt donker en hup, daar komt de furie los. Zij zal hem wel even laten zien dat zij de ware voor hem is. En dat doet zij op onorthodoxe en furieuze wijze.
Molly Gordon kende ik uit Theater Camp. Mooie vrouw en (uiteraard) belangrijker nog ook een goede actrice. Verderop in de film komt ook Geraldine Viswanathan nog voorbij. Ik ben blij. Voordat het zover is, is eerst Iris nog bezig met haar onorthodoxe methode om haar vriend vaster aan zich te binden. Iris laat zich helemaal meeslepen en wordt steeds enger. Ze doet niet onder voor Kathy Bates in Misery. Ik check het genre nog maar eens. Er staat toch echt Comedy. Hm. Regisseur en schrijver Sophie Brooks heeft de genreaanduiding intussen ook gezien en stopt dan ook acuut met de thriller vibes. Ze sleept de film weer naar luchtiger sferen. Ik wou dat ze dat niet had gedaan. .
De humor zit ’m vooral in de situatie die ontstaat nadat Iris’ wereld instort. En die situatie biedt inderdaad een tijdje vermaak. Helaas worden de acties van Iris die in aanzet een intelligente vrouw is op den duur zo onnozel dat er van humor geen sprake meer is. Ik begon Iris een beetje vervelend te vinden. De krampachtigheid waarmee luchtigheid en humor in de lucht werden gehouden werkte bepaald niet luchtig en humoristisch. De komst van Geraldine Viswanathan maakt de tocht naar de endcredits verteerbaar.
details
Het verhaal van Dr. Victor Frankenstein en zijn monsterlijke creatie is al ruim 200 jaar oud. Nog steeds wordt na al die tijd dankbaar gebruik gemaakt van de roman om als verfilming te dienen. Mary Shelley schreef haar verhaal in 1818. Het verhaal werd gepubliceerd. De schrijver was anoniem. In 1831 verscheen een herziene versie van het verhaal en nu stond Mary Shelley wel prominent als de schrijfster van het werk op de omslag. De eerste verfilming dateert uit 1910, duurde 13 minuten en was vooral dankzij de revolutionaire speciale effecten een groot succes. Talloze films zouden volgen.
Waaronder dus deze. Regisseur en schrijver Taylor Macintyre gebruikt het boek van Shelley als basis voor zijn film Patchwork. Zijn film heeft een moderne setting en heeft een absurde en zwartkomische insteek. In plaats van een herhaling van de boekfeiten, volgt de filmmaker zijn eigen weg. Eigenlijk wordt alleen het grondthema uit de roman gebruikt, waarna de film zijn eigen weg volgt. De film begint herkenbaar als een jonge wetenschapper drie mooie dames om het leven brengt en vervolgens de beste lichaamsdelen samenvoegt en de perfecte mens ontstaat.
Lichaam en geest zijn onafscheidelijk in Patchwork. In het perfecte lichaam bevinden zich nu de drie geestelijke identiteiten van de drie vrouwen. Drie kibbelende vrouwen in een lichaam. Over een ding zijn ze het eens. Ze willen wraak. De film volgt hen op hun zoektocht die een bloedig spoor van verwoesting teweeg brengt. De film beweegt zich daarbij tamelijk springerig van de ene kluchtige situatie naar de andere. Ondanks de moord en doodslag houdt Patchwork een luchtige toon aan. Hoewel het grondidee zich ervoor leent is er nooit sprake van echte horror, laat staan van spanning.
Patchwork is aangedikte bodyhorror, slapstick en situatiekomedie. Ik moest herhaaldelijk denken aan Death Becomes Her (1992). In Patchwork dezelfde speciale effecten, humor en springerigheid. Patchwork is ook zo’n film die wel leuk is maar die na verloop van tijd blijft hangen in meligheid. Ik hou van horror. Ik hou van slapstick. Ik houd minder van horror-slapstick.
details
Een onschuldige violist (Pierre Richard) wordt voor een gewiekste spion aangezien. Hij wordt door diverse rivaliserende Franse geheime diensten geschaduwd en afgeluisterd. Het leuke is uiteraard dat hij van niets weet en dus niets in de gaten heeft. Heerlijk. Een onschuldige doorsnee burger wordt als meesterspion aangezien. En dat alleen omdat hij op het vliegveld opviel vanwege het dragen van een bruine en een zwarte schoen. Klinkt dat onzinnig? Dat klopt helemaal. Het is onzinnig maar erg leuk.
Pierre Richard verleent zijn personage een brok vriendelijke naïviteit en natuurlijke onschuld. Erg leuk om te zien hoe de echte spionnen, die achter iedere zin die Richard uitspreekt en iedere beweging die hij maakt een achterliggende boodschap vermoeden en geen grip krijgen op de onwetende Richard. Des te langer Richard de surveillance negeert (waarvan hij niet weet dat die bestaat) en zijn gewone ding doet, des te overtuigder raken de profs dat zij te maken hebben met een ongelooflijk slimme spion. Richard is ongrijpbaar in zijn onschuld. Een hilarisch voorbeeld van die ongrijpbaarheid en van de frustratie die dat oplevert is af te lezen aan de reactie van het hoofd van de geheime dienst die erg wanhopig reageert als hij wordt geïnformeerd over de laatste activiteiten van Richard die argeloos een stukje gaat roeien: "He's throwing bread to the ducks? Oh, my God!" Maar dan in het Frans natuurlijk...
Een sukkelig persoon te midden van clichés over de geheime dienst waarbij de personages van de geheime diensten weliswaar enigszins komisch aangezet maar toch als 'serieus' worden neergezet. De contradictie met het sullige gedrag van Richard werkt geweldig grappig. De film bestaat uit een aaneenrijging van banaliteiten die door de geheime diensten vooral niet als banaal worden geïnterpreteerd. Het maakt niet uit of Richard door een vergissing opeens zeepbellen blaast, worstelt met een doedelzak of gewoon de eendjes voert. Hij wordt als een briljante geheim agent beschouwd. De acties van Richard zijn op zich al grappig. De confrontatie tussen twee perspectieven maken de acties nog leuker. Le Grand Blond avec une Chausure Noire is een heerlijke komedie.
details
Een film die verbonden is met bekende namen. Allereerst is daar de spelende cast met namen als Helen Mirren, Pierce Brosnan, Ben Kingsley en Richard E. Grant. Een gerenommeerde regisseur staat aan het roer. Chris Columbus regisseerde onder andere Mrs. Doubtfire (1993) en Harry Potter and the Sorcerer's Stone (2001). Dan is er nog het verhaal. De film is een adaptie van de wereldwijde bestseller met dezelfde titel uit 2020. Het boek heeft intussen meerdere vervolgen. Ongetwijfeld betekenen die vervolgen dat de kijker kan uitzien naar meerdere films van The Thursday Murder Club.
Gekende namen dus die aan The Thursday Murder Club hebben meegewerkt. Dat is niet per se een garantie voor een goede of vermakelijke film overigens. In dit geval wel. In dit geval is het resultaat een bijzonder leuke film. Een film die een klassiek whodunnit verhaal vertelt en dat verhaal doorspekt met humor. De humor bestaat vooral uit het feit dat er in de film bijna enkel personages van bedaagde leeftijd ten tonele worden gevoerd die allen hun typische gedragsdingetjes hebben.
Het draait in de film om een stel bejaarden dat in een luxueus bejaardenoord woonachtig is, zich heeft verenigd in The Thursday Murder Club en de jacht op een moordenaar opent. De film richt zich uiteraard op het oplossen van de moord, maar doet niet enkel dat. Er wordt veel aandacht besteed aan de personages. Met name de leden van The Thursday Murder Club die stuk voor stuk op een leuke manier hun eigenaardigheden hebben, leert de kijker goed kennen. Maar niet alleen hen. Ook andere personages krijgen tijd om zich te profileren.
The Thursday Murder Club is een vermakelijke film. Ook een visueel aantrekkelijke film. Het zijn de personages die de film maken. Het is vooral leuk de bejaarde personages te observeren die zich in het moordavontuur storten. De een doet dat wat behoedzamer dan de ander. De diverse maniertjes van de personages zijn goed voor veelvuldig gegniffel. Ondanks dat het tempo niet erg hoog ligt en er van actiescènes geen sprake is, is het genieten geblazen. Genieten van een ouderwetse Britse whodunnit met alleraardigste karakters, die heerlijk ongehaast een moord proberen op te lossen en tussendoor nog tijd vinden om taarten te bakken of een middagdutje te doen. Lekker ongehaast. Leuk.
details