Log
This page will keep you informed of recent votes, opinions and reviews of Roger Thornhill.
By default you see the activities in the current and previous month. You can also choose one of the following periods:
januari 2025, februari 2025, maart 2025, april 2025, mei 2025, juni 2025, juli 2025, augustus 2025, september 2025, oktober 2025, november 2025, december 2025, januari 2026
Blij dat ik eerst de berichten hier had gelezen, want door de daaruit voortvloeiende lage verwachtingen heb ik hier toch met best veel plezier naar gekeken. Gregory Peck mag dan wel een hekel aan deze film hebben gehad maar ik vind hem hier toch helemaal op z'n plaats als de iets te regelvaste dienstklopper die de zaken op z'n eigen manier oplost, en daarnaast zit de cast vol voor Western-liefhebbers familiar faces inclusief Neville Brand en Stevie Brodie die elkaars bloed wel kunnen drinken plus Lon Chaney die over-the-top mag gaan, en Ward Bond krijgt warempel de kans om iets meer te laten zien dan wanneer hij achter John Wayne tweede viool in de films van John Ford mag spelen. Het fort waar de tweede helft van de film zich afspeelt wordt bijna een apart personage met al die onheilspellende schaduwen en grimmige stenen muren, de duistere muziek van Franz Waxman geeft de spanning een extra impuls, er zitten diverse aardige cliffhangers in (wat gaat Kebussyan doen, overleven de twee vastgebonden soldaten in de brandende zon het, is de neergeschoten boodschapper nog in leven, hoe groot is de reddende troep ècht?) en het zwart-wit ziet er prachtig uit (hoewel af en toe enigszins studiomatig). Dat dit een vergeten meesterwerk is ga je mij niet horen zeggen, maar een lekker vet aangezette en zeer smakelijke actie-western vind ik dit zéker.
details
Toen Howard Hawks in 1940 onder de titel His girl Friday een remake van The front page (1931) maakte, schreef de filmcriticus Otis Ferguson: "The main trouble is that when they made The front page the first time, it stayed made." En in principe geldt hetzelfde voor deze remake van het klassieke origineel uit 1939, want daarzonder zou dit misschien wel zijn beschouwd als een niet spectaculaire maar verder degelijke actie-western. Zoals het er nú voorstaat kan deze remake de vergelijking met John Fords klassieker wat mij betreft niet doorstaan, vooral dankzij Alex Cord die het best aardig doet maar wiens laffe zuinige mondje en ongunstige uiterlijk het mij onmogelijk maken om met hem mee te leven (zoals mij wel lukte met John Wayne, hoezeer ik hem ook geen sympathieke of sterke acteur vind), maar ook een beetje door Bing Crosby die bijna de hele film Bing Crosby speelt en alleen bij de bevalling even zijn lollige maniertjes laat varen (en dan bijna meteen ook de film steelt).
Pluspunten zijn de redelijk goede casting van de overige personages (met Slim Pickens die een prima Andy Devine neerzet), de mooie fotografie, de vrij sterke climax die in het origineel geheel en al off-screen plaatsvindt, en het opmerkelijk mooie moment wanneer Hatfield Dallas bedankt voor de manier waarop ze Mrs Mallory bij de bevalling heeft bijgestaan. Ook opmerkelijk: bij de verwisseltruc wanneer Robert Cummings de tas met de tienduizend dollar steelt laten regie en/of montage het achterwege om de kijker daar middels een aparte close-up nog even op te attenderen, hetgeen mijzelf het fijne gevoel gaf dat ik serieus werd genomen. (Over de massale slachting waarbij de Indianen zich zonder na te denken steeds maar weer zoveel mogelijk in de baan van de kogels van de blanken werpen (en dan komen ze even later nog eens terug voor een tweede portie!) heb ik het maar niet.) Al met al toch best aardig.
details
Sommige gebruikers hier zeggen niet te begrijpen wat de scène met de wijntrapperij precies moet betekenen, maar mij lijkt die het moment te markeren waarop Tony begrijpt dat hij zijn nieuwe leven moet omarmen en zich er aan moet overgeven, wil het enige kans van slagen hebben. Helaas maakt de daaropvolgende cocktail-party duidelijk dat hij wel een nieuw uiterlijk heeft gekregen maar dat hij van binnen eigenljk niet is veranderd of geëvolueerd: hij heeft geen doel, geen wezenlijk streven, en wanneer ook zijn half-geambieerde schilderscarrière vanwege gebrek aan talent niet van de grond komt laat hij zich meeslepen door de alcohol en zakt dan gruwelijk door het ijs.
(Op één van de twee commentaartracks van de prachtig gerestaureerde Eureka Masters Of Cinema-Blu-ray vertelt Frankenheimer overigens dat daarop nu ook de in volle glorie herstelde en dus niet meer gecensureerde wijntrapscène te zien is: het tonen van blote borsten, billen en schaamhaar ging de Amerikaanse filmkeuring van 1966 nog veel te ver.)
De film als geheel: een beklemmend eerste deel dat niet genoeg geprezen kan worden, daarna Tony die zijn nieuwe leven probeert op te pakken (minder boeiend maar toch ook niet slecht), en tenslotte een onrustbarende finale – de delen preciezer beschrijven zou voor nieuwe kijkers veel plezier vergallen. Mooie en nog altijd vervreemdende technieken (rare hoeken, half afgesneden gezichten, camera's via een harnas aan ruggen bevestigd, een droom- of beter gezegd nachtmerrie-sekwens, vervormde beelden aan begin en einde...), fijne lange takes die de acteurs alle ruimte bieden om "dóór te spelen" (zoals bij het schrijnende gesprek tussen Wilson en de "oude man"), en een thematiek die zestig jaar later met alle gepraat over de "(on)maakbaarheid van het eigen leven" nog altijd relevant is.
Het is misschien wel 40 jaar geleden dat ik deze film voor het eerst zag, en ik kan hem nu veel beter "doorschouwen" (en ook aanzienlijk hoger waarderen) dan toen, maar wat me vooral opvalt is enerzijds de geweldig goed geschreven rollen en anderzijds de even geweldige invullingen van zowel casting als spel. Rock Hudson die hier eerder nors dan knap is (inclusief uitstekend gespeelde dronkenschap, volgens Frankenheimer omdat Hudson tijdens die scènes ook ècht dronken was), John Randolph als de "oorspronkelijke" Arthur Hamilton (haast jammer dat we hèm [Randolph dus] niet verder mogen volgen), Jeff Corey als Mr. Ruby, Will Geer als de half ontwapenende half naargeestige "old man", Wesley Addy als de op het kruiperige af zorgzame John – allemaal fantastisch geacteerd, met performers die weten dat ze geweldige personages in handen hebben en die ook het maximale uit de geboden mogelijkheden halen. Ontroerende scène met Tony en Emily op het einde ook. Indrukwekkende film.
details
vote changed, original voice was 4,0 stars
details
Respectabel regiedebuut, hoewel dat laatste woord een opmaat suggereert, en in de twaalf jaar sedertdien heeft Reeves nog geen tweede film of zelfs maar een episode van een televisieserie afgeleverd volgens IMDb. Maar goed, dit is in ieder geval een vrij boeiende en gelukkig niet overdadige lange mix van martial arts en mystery, mooi vormgegeven en met een hoofdpersoon die weinig charismatisch oogt maar zich zowel in de arena als voor de camera duidelijk op z'n gemak voelt. Over Reeves' acteerkwaliteiten is wel genoeg gezegd (vooral door de mensen die hem maar niks vinden), de plot herbergt weinig verrassingen en bij de gevechten stroomt verbazingwekkend weinig bloed, maar ik neem aan dat de liefhebbers wel aan hun trekken zijn gekomen. Ik reken mezelf absoluut niet tot die laatste categorie, maar met de overige aspecten van deze film heb ik me toch redelijk vermaakt. En persoonlijk vind ik die gladgeschoren kin Reeves toch aanzienlijk beter staan dan die sindsdien permanente baard.
details
Feitelijk ben ik totaal niet geschikt voor deze film (en daarmee ook niet voor een baan bij de recherche) omdat ik na een handvol procedurele stappen al totaal niet meer weet wie op welk moment op welke plek met welk belang in welke auto zat, en als ik dat wèl zou hebben onthouden zou ik vast niet begrijpen welk licht dat op de zaak werpt en in welke richting ik mijn speurwerk nu moet gaan voortzetten. Dus moet ik mijn plezier bij dit soort films uit andere dingen halen, sfeer voorop, daarnaast personages, dialogen en vertolkingen, en wat dat betreft is het mooi om te zien hoe goed Johnny Depp nog altijd kan (of kon) zijn als hij serieus speelt en eventuele tics en maniertjes thuislaat, zoals hier. Naar Toby Huss kijk ik ook wel graag sinds ik hem als ongeleid projectiel in Joe Carnahans Copshop zag, en de rest van de cast blijft eigenlijk niet bij hen achter. Kortom, hoewel de maatschappelijke thematiek van zo'n doofpotaffaire natuurlijk verschrikkelijk is heb ik City of lies toch vooral als "esthetische" mystery-thriller gekeken, en daarbij ben ik verrassend genoeg dieper de film in gezogen dan ik op voorhand gedacht had. (Maar vooral ben ik blij dat ik niet woon in een stad waar corruptie, macht en geld ("pussy and power ") zó nauw met het politieapparaat zijn verweven als in Los Angeles. Tenminste, dat hoop ik dan maar, dat het er in mijn stad wat anders aan toegaat.)
details
Een enigszins ongemakkelijke mix van serieuze rampenfilm, politie-procedure en actiefilm, met in het begin een (zoals te verwachten viel) indrukwekkende montage van de chaos en de paniek na de aanslag, maar daarna een mensenjacht waarvan de uitkomst al bekend is en waarbij voornal de editors verantwoordelijk zijn voor de spanning. Mark Wahlberg is ideaal gecast met zijn mix van stoer, kwetsbaar, koppig en street-cred, maar misschien hadden verder iets minder bekende hoofden bijgedragen aan een effectievere documentaire-achtige impact, en in wat Wahlberg op het einde zegt over liefde en haat heeft hij natuurlijk hélemaal gelijk, maar tegelijkertijd verwacht ik daar een Woody-Allenesk tekstwolkje met "Author's Message" te zien verschijnen, hetgeen ook wel weer emblematisch is voor de twee gedachten waarop deze film lijkt te hinken. Op sommige momenten indrukwekkend, op andere momenten teveel van het goede, en sowieso te lang.
details
Als er één ding was dat ik met mijn superieure filmkennis wist, dan was het wel dat niemand zat te wachten op een vervolg op de originele Top gun en dat dit 36 jaar later dan ook een enorme flop zou worden. Jazeker, op mij kun je blind vertrouwen. Nu ik de film inmiddels heb gezien kun je wel stellen dat hij alle voorspelbare plotelementen bevat: onderlinge fricties in het team, een pijnlijk verleden dat opspeelt, stoere oudere acteurs in de officiersrollen (hoewel Jon Hamm negen jaar jonger is dan Tom Cruise), shots die vergelijkbare beelden uit deel 1 echoën (Cruise en Connelly op de motor!), muziek met een 80's-vibe, en natuurlijk heel veel sexy vliegtuigen. En verdomd als het niet werkt: allemaal zo clichématig als wat, maar uitstekend gedaan, met Cruise die jonger dan ooit oogt, een simpele maar sterke rol voor Jennifer Connelly, lekkere rollen voor Glen Powell als Hangman (net zo cocky als Cruise in het begin van z'n carrière) en Miles Teller, en bovenal een aantal spectaculaire vliegscènes inclusief een dubbele climax. Hollywood op z'n best.
En, The Oceanix Six, heb je hem inmiddels al in de speler durven stoppen, en hoe heb je hem daarbij ervaren?
details
Het zal nog een hele klus worden om een film te vinden die minder te maken heeft met het boek waarop het blijkens de titel gebaseerd is. Hoofdpersoon Anne is nogal met taal bezig en vindt sommige constructies gek of lelijk, en in een onhandige voice-over weidt ze daar af en toe een beetje over uit, maar verder is dit gewoon een schaamteloze Bridget Jones-kopie waarvan het zijlijntje van de dementerende vader eigenlijk aanzienlijk interessanter is dan Anne's gemijmer over taal en haar capriolen met posterboy Rick. Gelukkig zijn er nog een paar bekende acteurs die middels hun vet aangezette rollen wat leven in de brouwerij mogen brengen (vooral Martijn Hillenius is weer net zo hilarisch als in Aanmodderfakker), maar van de plot moet deze film het absoluut niet hebben.
Pluspunten zijn Fockeline Ouwerkerk die haar best doet maar niet tegen het flauwe script kan opboksen, Peter Faber die een oprecht ontroerende rol neerzet, en Egbert Jan Weeber die mij sympathie voor zijn personage als best friend kan laten voelen, hoewel ik zijn motivatie niet begrijp: eerst gaat hij blozen wanneer Anne zegt dat hij op collega Fay verliefd is, daarna is het opeens ongemakkelijk wanneer Anna aanwezig is terwijl Fay onder Timo's douche vandaan komt, en tenslotte zegt Anna dat ze eigenlijk gek is op Timo en vallen ze elkaar in de armen, maar wat heeft die hele verliefdheid van Timo op Fay dan eigenlijk te betekenen wanneer het eigenlijk al vanaf hun allereerste scène samen getelegrafeerd wordt dat Timo de ware voor Anne is? Totaal onduidelijk. Ik weet het, ik moet er niet zo diep over nadenken, het is gewoon een romkom waarin stappen B, C, D… niet belangrijk zijn zolang de personages van startpunt A elkaar bij finishvlag Z maar gevonden hebben, maar dit sloeg echt helemaal nergens op.
details
De hoeveelheid knullige elementen in deze film is bijna eindeloos. Een korte en niet eens complete opsomming: de bizarre beharing van Liam Neeson, het wezenloze "erotiserende" dansen van Igrayne, de slechte ouderdomsgrime van Nigel Terry, het knullige modelwerk van Camelot, de papier-maché-rotsen bij Cornwalls kasteel, de verwilderde Lancelot die er op het eimde als de wolf man uitziet, en bovenal dat goedkope groene licht dat overal en nergens opduikt ("magical luminosity" noemt John Booman het zelf op zijn audiocommentaar) – net als eerdere gebruikers hier verwachtte ik af en toe bijna de Knights Who Say Ni! te zien opduiken, en sowieso loopt elke film waarin met zwaarden wordt gezwaaid het risico om dodelijke associaties met Monty Python and the Holy Grail op te roepen.
Tegelijkertijd ben ik me na verloop van tijd (en na diverse kijkbeurten) steeds minder gaan storen aan al die onhandigheidjes omdat deze film ook zóveel goeds bevat: de sfeervolle wouden, de visuele suggesties van kou, sommige prachtige sets (bijvoorbeeld Perceval in Camelot op zoek naar de keuken), het kleinschalige en veel minder luxueus dan gebruikelijk uitgedoste roernooiveld (met bomen er nog in!), de letterlijk "klinkende" gevechten van ridder tegen ridder (zoals Arthur versus Lancelot, en de laatste slag in de mist tegen het leger van Mordred), een aantal goede tot zeer goede rollen en vertolkingen (Nigel Terry, Patrick Stewart, Helen Mirren, Nicholas Clay en vooral Nicol Williamson), en bovenal de evidente oprechtheid van Boormans wens om een serieuze film zonder flauwe modernismen over koning Arthur en de ridders van de Ronde Tafel te maken zonder ófwel hun (klein)menselijkheid ófwel de magische aspecten van de saga uit het oog te verliezen.
Al deze pluspunten werken voor mij samen om bij deze film een zeker gevoel van authenticiteit te krijgen, van "zo was het", of beter gezegd "zo zou het heel goed geweest kunnen zijn". Misschien lees ik er allemaal te veel in en ga ik automatisch te veel kwaliteiten uit de geschriften van en over de Arthur-legendes (en uit John Boormans audiocommentaar op de Blu-ray) in deze film terugzien, en ik ben zoals gezegd ook zeker niet blind voor de tekortkomingen ervan, maar onder de streep vind ik dit uiteindelijk toch een overtuigende en meeslepende Arthur-film die mooi het midden houdt tussen realisme en lyriek.
details
Bijna niet voor te stellen wat een wervelwind van kleuren, bewegingen, licht en schaduwen deze film is. De polychrome kostuums, de violette uitspansels, de marcherende legers op modderige landschappen met zwarte aarde, de rode en oranje leidsels van de paarden, de beschaduwde ruggen bij het avondlijke overleg van de generaals, de muurdecoraties, de regendruppels en de mist op het water van het meer bij de "begrafenis" van de dode krijgsheer, de gebouwen met die karakteristieke Oosterse architectuur, de soldaten met musketten tegen een vuurrode hemel, de bewegingen op de achtergrond met op de voorgrond figuren in rust (voorbijtrekkende legers achter uitrustende soldaten), de ruiters die elkaar bij de branding ontmoeten, de droomsekwens waarin de schaduwkrijger probeert te vluchten voor zijn verantwoordelijkheid als substituut-krijgsheer, en natuurlijk de grootste (en zeer kunstmatige) regenboog ooit aan het celluloid toevertrouwd.
Toch is dit geen holle esthetiek, want al die schoonheid heeft een functie in dit verhaal over een rijke dynastie die moet verhullen dat er geen kern meer is, geen centrum. Alles zeer traditioneel verteld, inclusief een traag tempo en theatraal acteren om het formele karakter van de cultuur van die periode weer te geven, en daarbinnen kan het dan ook gebeuren dat een personage plotseling in zingen en ritueel dansen uitbarst wanneer hij de dood van zijn grote vijand Shingen heeft vernomen. Daarnaast wordt het grotere drama verlicht en verluchtigd door kleine momentjes van humor, zoals "de dikke en de dunne" die het opgeworpen zand en de paardevijgen op de oprit moeten wegbezemen en de manier waarop de kagemusha het wantrouwen van zijn echtgenotes wegneemt. Zeer sterke hoofdrol van Tatsuya Nakadai die soms met niets meer dan z'n oogopslag lijkt te acteren, maar ik was ook onder de indruk van de kop van Daisuke Ryu als Nobunaga. Een tegelijkertijd wijds en intiem meesterwerk.
details
Een leuk uitgangspunt, Adam Sandler iets normaler dan gebruikelijk, Kevin James sympathiek als onverwachte president van Amerika, en een paar verrassende cameo's (Dan Aykroyd! Brian Cox? Sean Bean?!?) – ziedaar vier van de vijf pluspunten van deze verder behoorlijk teleurstellende en enorm flauwe film. Zodra de plot op gang komt beginnen de gevechten, en als je één klassieke videogame-vijand in blokjes uiteen ziet vallen heb je ze allemáál gezien – althans, dat gold voor míj, en dan deed de oorspronkelijke Ghostbusters het met die eenmalige Marshmallow Man toch wel een stuk slimmer. En de FX zijn best goed, maar kunnen toch niet op tegen de miraculeuze verschijning die Michelle Monaghan is. Nu genoeg hierover.
details
Deze heb ik al vaak geprobeerd, immers van mijn favoriete regisseur, met en van grote namen als Bergman, Peck, Selznick en te weinig Dali, en dan nog toptalenten bij script, muziek en camera. En het resultaat van deze zoveelste herziening? Nou ja, de jonge Gregory Peck is íéts beter en iets minder houterig dan ik me herinner, en de onthulling op het einde is sterk en goed gespeeld, maar verder is dit toch een ongemakkelijke mix van whodunit, romantiek en psychologie van de koude grond, alles natuurlijk extreem stijlvol gebracht (en enorm succesvol aan de kassa, naar ik heb begrepen), maar nèt niet echt de moeite waard. Nou ja, tot de volgende keer proberen dan maar (die misschien wat eerder dan déze keer komt vanwege die heerlijke Rhonda Fleming van bij het begin).
details
Moeilijke film om te beoordelen, omdat ik me de hele tijd afvroeg of het nou gaat om de wedstrijd uit de titel of om de persoonlijke bewustwording van Billie Jean King. Je zou kunnen zeggen dat ik de film maar gewoon over me heen moet laten komen, maar ik blééf me toch maar afvragen wat het een met het ander te maken had: zijn de machopraatjes van Bobby Riggs nog een extra aansporing voor King om haar hakken in het zand te zetten en nóg harder te strijden voor gelijke rechten voor vrouwen? Gelukkig bleef de film tot en met het einde grappig en boeiend, mede dankzij Stone (goed als altijd), Carell (steelt moeiteloos elke scène met zijn manische energie) en Riseborough (verleidelijk ondanks haar overdadige pruik).
Overigens staat me bij dat dit veel meer een "handjeklap"-wedstrijd was omdat Riggs zelf al overtuigd was van Kings gelijk en hij dus als het ware "advocaat van de duivel" ging spelen zodat extra duidelijk zou worden dat vrouwen niet de tweederangs sporters waren waarvoor iemand als Jack Kramer ze versleet. Maar in deze film lijkt van die onderlinge verstandhouding tussen Riggs en King geen sprake te zijn, hoewel tegelijkertijd niet altijd duidelijk wordt in hoeverre Riggs' houding bepaald wordt door een serieuze overtuiging en in hoeverre die voornamelijk voortkomt uit het opportunisme van de controversiële stunt die hij voor zich ziet.
details
In tegenstelling tot mijn ervaring bij Rogue One vind ik déze spin-off bij een tweede kijkbeurt jusit léúker geworden. Terwijl je bij bij het propvolle Rogue One soms drie of vier plotlijnen door elkaar heen gemonteerd zag (met name bij de laatste overval om het bouwplan van de Death Star te stelen) is Solo wat simpeler en kan de plot het meestal met één of hoogstens twee verhaallijntjes af, en sowieso volgen we voornamelijk wat er met de titelheld gebeurt en met wie hij zoals in de clinch ligt. Daarbij houdt Ron Howard een hoog tempo aan en bevat de film voldoende verrassingen (Han die het cruciale partijtje Sabacc verliest, de onthulling van de identiteit van Enfys Nest en haar "marauders", het verraad van Beckett), dus de film loopt vrij vloeiend door naar de climax en heeft zelfs in de ingebouwde rustpunten nog voldoende spanning (zoals het mooie moment bij het kampvuur met het verhaal van Chewie). Aldan Ehrenreich zet een aardige Harrison Ford neer, Donals Glover is geweldig als de jonge Lando, Phoebe Waller-Bridge is erg grappig als L3-37, en alleen Paul Bettany (favoriete acteur) had wel wat meer te doen mogen hebben. Maar al met al is dit een leuke backstory-film, en dat Alden Ehrenreich de erfenis van Harrison Ford niet "beschaamt" vind ik al héél wat.
details
Een prima prequel die op een slimme manier aansluit op het begin van Episode IV: a new hope, maar voor mij heeft hij niet helemaal meer de glans van de eerste kijkbeurt. Felicity Jones maakt haar status als heldin die de plot moet "voortduwen" soms wèl maar soms ook níét waar (haar peptalks zijn niet altijd even sterk), en Diego Luna overtuigt mij met zijn babyface geen moment als koelbloedige actieheld. Riz Ahmed is daarentegen zeer geloofwaardig als Bodhi Rook, Ben Mendelsohn is een lekkere schurk en K-2SO is een redelijke C-3PO, maar Chirrut en Baze doen dan weer een beetje geforceerd aan als super-samoerai-commando's, dus al met al is de cast een beetje een mixed bag. (Over Mads Mikkelsen natuurlijk geen kwaad woord.) Met de actie is gelukkig niets mis (inclusief een spectaculaire botsing van enorme ruimteschepen), en de set waar Krennic met Darth Vader praat is indrukwekkend, dus uiteindelijk scoort Rogue One nog ruimschoots een voldoende, maar op de een of andere manier heeft deze spin-off niet meer de impact van de eerste keer dat ik hem zag. Misschien verlang ik teveel terug naar Daisy Ridley (alles in het nette natuurlijk).
details