Log
This page will keep you informed of recent votes, opinions and reviews of Roger Thornhill.
By default you see the activities in the current and previous month. You can also choose one of the following periods:
januari 2025, februari 2025, maart 2025, april 2025, mei 2025, juni 2025, juli 2025, augustus 2025, september 2025, oktober 2025, november 2025, december 2025, januari 2026, februari 2026, maart 2026, april 2026, mei 2026, juni 2026, juli 2026
Erg leuke semi-politiefilm waarin de plot slechts een voorwendsel lijkt te zijn om diverse kleurrijke personages uit de strip nu op het witte doek tot leven te laten komen, inclusief Dick Wessel als de oprecht onaangename Cueball, Ian Keith als de stijlvolle Vitamin Flintheart en de bizar ogende Skelton Knaggs als diamantslijper Rudolph die helaas veel te weinig in beeld komt. Jammer genoeg blijft Dick Tracy zelf in deze film een vrij kleurloze held, en Morgan Conway is niet een acteur die wat blosjes op de wangen van zijn personage kan brengen, maar de bijrollen, de plot en het tempo vergoeden veel. Zeer onderhoudend.
details
Voor deze vroege (maar toch al derde) verfilming van dit verhaal werd de plot uitgedund tot de actiemomenten, waardoor met name Ethne en Durrance veel meer naar de achtergrond zijn verdwenen (terwijl ze in E.A.W. Masons oorspronkelijke roman uit 1902 evenveel aandacht krijgen als Harry). En dan werd er ook nog eens met wat verhaalelementen geschoven, waardoor de episode in Omdurman al op de helft van de film begint in plaats van daar de climax van te zijn, en dat Harry het commando van Fort Khar van Durrance overneemt is al helemaal uit de duimen van de scriptschrijvers gezogen, maar al met al werkt het toch behoorlijk goed dankzij de uitstekende casting met acteurs die het overacteren binnen de perken houden, het spectaculaire Nordafrikaanse lokatiewerk inclusief vluchtende bavianen, brullende nijlpaarden en een brandende savanne, en een serieus tempo waardoor de kijker niet de tijd krijgt om zich het hoofd te breken over de details van hoe Harry dat toch allemaal voor elkaar krijgt. Eén van de laatste "stomme" filmspektakels, en een terechte hit, ook al zal E.A.W. Mason zich wel eens achter de oren hebben gekrabd bij alle psychologische simplificaties van zijn personages en hun problematiek. (Twee van de drie regisseurs zouden vier jaar later een nog veel grotere hit hebben met een andere film met Fay Wray èn een aap, maar dat is weer een ander verhaal.)
details
Na James Cagney, Edward G. Robinson, George Raft en Humphrey Bogart in al die gangsterfilms van Warner Brothers en andere studio's brengt dit milieu misschien niet zo veel nieuws meer (hoewel de ophanden zijnde film noir-vogue er nog ruimschoots uit zou putten), maar toch heeft deze film me positief verrast door de gedetailleerde plot, het goede spel van de hele cast (inclusief Dorothy Lamour voordat ze een lustobject voor Bob en Bing werd), de dreigende sfeer en vooral het sympathieke spel van Edward Arnold wiens uiterlijk hem vaak tot de rol van corrupte schurk veroordeelt maar die hier toch een opmerkelijke transformatie van, wel, corrupte schurk tot meevoelende vader doormaakt. En van zowel de ster als de regisseur word ik een steeds grotere fan. Sterk (melo)drama waarvan het happy-end misschien niet nodig was geweest, maar ja, ik beoordeel deze film dan maar op wat hij de voorafgaande anderhalf uur heeft gebracht.
details
Een bijna klassiek melodrama over een "guttersnipe" met een hart van goud die probeert aan de greep van haar verleden te ontkomen, maar dat laatste is makkelijker gezegd dan gedaan wanneer dat verleden wordt belichaamd door Lon Chaney op z'n onaangenaamst. Niet veel nieuws onder de zon en voorspelbaarheid troef, maar de rolverdeling en de vertolkingen zijn "full-blooded" zonder ergens àl te veel over de top te gaan, met verder Priscilla Dean redelijk ingetogen als het centrale personage, Spottiswoode Aitken als pandjesbaas annex heler (en voor wie twijfelt op welke schurk uit Dickens hij ook al weer lijkt: zijn personage heet Fadem), Kalla Pasha als enorme barman, en als grootste verrassing Wellington Player als de vriendelijke reus die niet onder de indruk is van het verlies van zijn fortuin en daardoor het hart van Priscilla Dean doet ontdooien. In dit gezelschap speelt Chaney in feite slechts de derde viool, maar ook als ensemble-film met af en toe een lekker groezelig sfeertje is dit nog steeds het bekijken waard.
details
Deze film roept bij mij associaties op met de titel die hier al vaker is genoemd, The day the earth stood still – het lijkt wel alsof na alle waarschuwingen de aliens vijf jaar later hebben besloten om de invasie nu toch maar in gang te zetten, en als extra link met die veel betere voorganger zien we hier niet alleen Hugh Marlowe maar ook nog eens aliens die als twee druppels water op Gort lijken. Verder een standaard maar zeker niet slecht verhaaltje waarin ik vooral de schotels vrij realistisch door de lucht vind vliegen, en de eye candy wordt verzorgd door Joan Taylor wiens lach me soms aan Rosamund Pike doet denken. Al met al redelijk ambitieuze B-SF, beter dan verwacht, maar natuurlijk nog steeds geen hoogvlieger.
details
Uh-oh… Vooraf was ik vooral bang dat de twee volwassen sterren zouden moeten dansen naar de pijpekrullen van het kindsterretje, maar die vrees werd gelukkig geen bewaarheid. Gary Coopers reputatie berust misschien vooral op de onkreukbaarheid van zijn helden in Sergeant York en High noon, maar hier zet hij toch heel overtuigend een luchtige schuinsmarcheerder neer die na zijn oplichterijen altijd bliksemsnel de volgende trein (boot, vliegtuig) pakt, en hoewel Carole Lombard iets minder te doen krijgt is ook zij overtuigend als de vrouw die hem niet los kan laten (en bovendien is haar aanwezigheid al voldoende om het doek óp te laten lichten). Daartussendoor manoeuvreert Shirley Temple eigenlijk meer dan adekwaat als Coopers hartenbreker, en voor het geval dit te zoet zou worden voor een 21ste-eeuwse kijker is daar nog Guy Standing, een nóg kienere oplichter dan Cooper die hem heel gewiekst weer het verkeerde pad op weet te lokken. Het klinkt misschien allemaal als goedkoop melodrama, maar omdat de focus meer bij Cooper en zijn problemen met Lombard ligt dan bij de té aanbiddelijke Temple is deze film toch heel goed uit te zitten.
Leuk detail: in het piepkleine rolletje van de secretaresse van het makelaarskantoor die Cooper komt vertellen dat het hem helaas niet is gelukt om een woning met blauwe tegels in de badkamer te verhuren, zien we Luise Rainer, hier nog niet eens groot genoeg om haar naam bij de cast op het doek vermeld te krijgen, maar drie jaar later de eerste persoon die twee Oscars op rij won, voor The great Ziegfeld (1936) en The good earth (1937) – en daarná zou ze nog zeven-en-zeventig jaar leven totdat ze in 2014 op 104-jarige leeftijd overleed.
details
Intrigerend misdaaddrama met Lucille Ball voordat ze Lucy werd, Williem Bendix als zware jongen, en Kurt Kreuger als aalgladde charmeur die het aanlegt met de begeerlijke Cathy Downs, die echter getrouwd is met –en deze acteur is voor mij de voornaamste trekpleister van deze film– de heerlijk vileine Clifton Webb. Mooi gecompliceerd plot, maar de centrale rol van deze film is helaas het zwakke punt ervan, want Mark Stevens is wat mij betreft een acteur zonder enige uitstraling, en dan moet hij ook nog eens om de vijf minuten heel overspannen roepen dat hij de handdoek in de ring gaat gooien omdat hij het allemaal niet meer ziet zitten, zodat Lucy hem weer moet opbeuren op weg naar de volgende clou omtrent wie hem erin wil luizen (waarna ze, zoals BASWAS het hierboven zo raak formuleert, "ventje vanuit de put in het huwelijksbootje weet te helpen."). Desalniettemin het bekijken meer dan waard vanwege de snelle regie van Henry Hathaway, de aardige dialogen ("I can be framed easier than Whistler's Mother!") en het sterke spel van de rest van de cast.
details
Knap hoe deze film de sfeer van het Groningse platteland van een eeuw geleden weet op te roepen (althans voor zover ik me daar iets bij kan voorstellen) en mij daardoor naar een totaal andere wereld transportreert – ik moest na afloop van deze film echt weer even "wennen aan 2026". Zeer naturel geacteerd (zoals bijna altijd bij deze regisseur) met uitstekende hoofdrollen en een mooi grimmig einde; de echte personages zullen wel in een voor niet-noord-Nederlanders onverstaanbaar dialect hebben gesproken, maar dat zou de film vermoedelijk minder aantrekkelijk voor het algemene publiek hebben gemaakt (en erg hoge eisen aan de Werktheater-acteurs hebben gesteld). Jammer van de voice-over die niet alleen het realisme van de doorgaande handeling ondermijnt maar ook af en toe wel èrg dichterlijk is (ook al zijn dat dan citaten uit het dagboek van de literair vaardige Wijkstra). En wat was Gerard Thoolen toch een geweldige acteur.
details
De regisseur heeft een warm plaatsje in mijn hart dankzij Murder at the Gallop (1963) (en de drie andere films met de onnavolgbare Margaret Rutherford als Miss Marple) en Ten little Indians (1965), en met het komische talent van Terry-Thomas, Eric Sykes en Lionel Jeffries mocht ik hier ook wel wat van verwachten, maar helaas blijft het allemaal eerder vermakelijk dan echt grappig (laat staan hilarisch). Feitelijk een combinatie van een klucht (Eric Sykes die zichzelf onder een bed verstopt en dan plotseling een welgevormd bloot damesbeen recht voor zijn neus ziet verschijnen) en een whodunit waarbij de identiteit van de dader op het einde een mooie verrassing is, maar geen van beide elementen wordt echt heel erg goed uitgewerkt, en voor de vrouwelijke personages en de bijbehorende actrices valt er niet bijster veel te doen. Aan de andere kant waren er in 1962 al zes afleveringen verschenen van de succesvolle Carry on-filmreeks waarin vrouwen bijna zonder uitzondering ófwel jaloerse castreerders zijn ófwel verleidsters met borsten, dus dan valt het in Pollock en zijn scriptschrijvers te prijzen dat ze hier niet aan de verleiding van de wansmaak toegaven. Uiteindelijk is Kill or cure voornamelijk onschuldig vermaak waarvan ik hoopte dat het íéts beter zou zijn, maar het is ook zeker geen beproeving.
details
Mijn kleindochter van zes heeft deze film nog nooit gezien (want te eng), maar is wel in het bezit van een Frozen-tekendoos, een Frozen-rugzak, Frozen-legpuzzels, Frozen-speelgoedprinsessen en een Frozen-stickeralbum, en dan hoor ik net dat ze afgelopen week een grotere Frozen-jurk heeft mogen kopen omdat de oude te klein werd. Waarom? Wat is de aantrekkingskracht van dit hele fenomeen? Haar moeder (mijn dochter) kan het ook niet verklaren, buiten het feit dat "prinsessen toch echt iets van meisjes is." (Ze is ook erg van de regenbogen en de eenhoorns, pardon, unicorns.) En ik, geloof het of niet, ik heb nu net deze film voor het eerst gezien, want ik ben natuurlijk benieuwd naar waarom deze film zo'n succes werd en waarom hij zo tot de verbeelding van mijn kleindochter en al die andere jonge meisjes heeft gesproken.
En eerlijk is eerlijk, de aantrekkingskracht is wel te begrijpen. Het eerste halfuur is vrij taai omdat de zussen om de paar minuten (en dat is te vaak) in melige ballades of bombastische showstoppers uitbarsten, maar wel is dan al te zien hoe technisch perfect de animatie van de figuurtjes is, vooral wanneer ze bewegen of wanneer hun gezichtsuitdrukking opeens heel expressief wordt. Vanaf de reis naar het winterpaleis wordt de film echter aanzienlijk leuker, vooral dankzij eerst het grappige gekibbel tussen Anna en Kristoff en daarna de verschijning van de hilarische Olaf met zijn fantasie over hoe mooi de zomer zou zijn (associaties met Manny, de slissende luiaard uit Ice age). Bovendien zit er een geweldige twist in wanneer Hans een wolf in schaapskleren blijkt, en wanneer Elsa een soort kaiju van ijs op haar zus afstuurt zie ik wel dat dat inderdaad te eng voor mijn kleindochter zou zijn.
Al met al, en dus los van mijn "wetenschappelijke" interesse in wat meisjes zo kan aanspreken in deze film, is dit toch ook weer een behoorlijk meeslepende film met humor, spanning en romantiek, perfect geanimeerd en met een kleurenpalet dat elke nuance uit alle soorten wit weet te persen. Ongetwijfeld zou een tweede keer kijken nog meer subtiliteiten aan het licht brengen… misschien dat ik dáárbij te zijnder tijd mijn kleindochter naast me op de bank krijg.
details
Een behoorlijk grappige Silly Symphony van 8:11 over een olifantje dat schaamte over zijn slurf krijgt aangepraat door de nare verjaardagsgasten van zijn vriendinnetje Tillie Tiger. Elmer en Tillie zien er net wat te kinderachtig uit, en de pestscène zit tegen het onaangename aan, maar wanneer Elmer en zijn nieuwe vrienden als brandweerkorps aantreden gaan het tempo en de grappendichtheid omhoog, zodat dit filmpje voor zowel Elmer als de kijker nog een happy end krijgt. (Als bonus-feature toegevoegd aan de DVD-release van Dumbo uit 2001.)
details
Een aardige Silly Symphony van 8:59 over een muisje dat graag wil vliegen. De grapjes zijn leuk, maar de muis zelf is helaas niet erg fotogeniek en steekt zéker bij de fraai ingekleurde vleermuizen nogal bleekjes af. Bovendien is de moraal enigszins dubieus, want waar de goede fee het muisje adviseert om vooral zichzelf te zijn krijgt de kijker daarnaast de boodschap mee dat dromen en aspiraties er alleen maar toe leiden dat de groep je niet meer accepteert. Nou ja, het is maar een tekenfilmpje, misschien maar beter om er niet te veel achter te zoeken. (Als bonus-feature toegevoegd aan de DVD-release van Dumbo uit 2001.)
details
Bijna het tegenovergestelde van de moderne Disney's met hun romantisch gestileerde menselijke figuren en gevatte romkom-dialogen. Simpel en ouderwets, met dieren in de hoofdrollen en de mensen bijna alleen maar als schaduwen en schimmen, met treinen die leven en kraaien die nieuwerwets kunnen dansen (voorouders van Mowgli's gieren?), nuffige olifanten die roddelen en een ooievaar als ouderwetse postbode, en natuurlijk de underdog die boven komt drijven met hulp van zijn nóg kleinere vriendje. Alle lof voor hoe Disney met z'n helden en heldinnen met de moderne tijd mee probeert te gaan, maar de vroege films vol eerlijk handwerk blijven wat mij betreft onovertroffen. Baby mine blijft me een brok in de keel opleveren.
details
Ja, voor dit soort films mag je me midden in de nacht wakker maken: boeven die elkaar allemaal wantrouwen (inclusief die twee lugubere grootmeesters George Zucco en Lionel Atwill), mooie maar dodelijke vrouwen (inclusief iemand die een Psychic Research Laboratory exploiteert), een duister huis vol geheime gangen, een schimmig verleden dat opspeelt, gelukkig geen geforceerde comic relief, sfeervolle mistflarden zodra je de deur uitstapt, en na al die feestelijkheden ook nog eens een mooie compromisloze afwikkeling. Echo's van And then there were none en The cat and the canary, en hoewel deze B-film het niveau van die twee illustere voorgangers nergens aantikt heb ik me hier toch uit-zon-der-lijk goed mee vermaakt. Heerlijke film.
details
Zeer matige Charlie Chan, ditmaal aan boord van een schip (dus veel kajuiten, relingen en mist) en op Samoa (dat wordt neergezet door middel van huladanseressen en Hawaïaanse steelgitaar), waar Chan en zijn twee "assistenten" op zoek gaan naar de moordenaar van een hoge piet van het Amerikaaanse Ministerie van Financiën die zelf weer "hot money" uit de Filippijnen op het spoor was. Zo, de hele film naverteld in één zin, en heel veel meer is er verder niet over te melden, behalve dan dat elke Charlie Chan-film de moeite waard is voor de ware fan vanwege de complexe verhoudingen tussen de vele personages en de algemene insteek van hoog tempo, goedkope maar sfeervolle sets, meestal wel iets van een comic relief (in dit geval van Willie Best als de grootogige en krompratende Chattanooga Brown) en de pseudo-diepzinnige one-liners van de meesterspeurder. Zoals gezegd voor de ware fan, maar dan ook echt alléén voor hèm.
details
Bijna meer een protocol-documentaire over hoe een maanvlucht er anno 1950 uit zou zien, en dat is behoorlijk accuraat zoals hier al vaker opgemerkt. Sober en onsentimenteel, geen romances of persoonlijke trauma's te verwerken, haast jammer dat het personage van Joe Sweeney benodigd is voor de comic relief ("Can you see Brooklyn? I wonder who's pitching!"). De afwezigheid van bekende koppen met alle heroïsche of anderszinse associaties van dien helpt het waarheids- of misschien beter gezegd waarschijnlijkheidsgehalte enorm, en de maan ziet er prachtig uit – sowieso zijn de FX nog steeds behoorlijk indrukwekkend, op een enkele uitglijder na, zoals dat panoramashot van de maquette van de raket met poppetjes van astronauten die daar in stop-motion overheen lopen, maar who cares?
details
Naar mijn smaak één van de leukere Charlie Chan-films, zéker in de Sidney Toler-reeks, met de altijd betrouwbare (of beter gezegd –afgaande op zijn uiterlijk– ónbetrouwbare) Marc Lawrence, een druk plot dat draait om een moord uit het verleden èn nog een ter plekke gepleegde omlegging, en bovenal de geweldige locatie uit de titel. Alle aandacht natuurlijk voor de meesterdetective en zijn gebroken Engels alsmede zijn ambitieuze zoon, maar de show wordt bijna gestolen door Charles Wagenheim als de nachtwaker Willie die hele conversaties met "zijn" wassen beelden heeft. Sidney Toler blijft een enigszins kleurloze acteur die wel raad weet met in Oosterse aforismen maar verder weinig uitstraling heeft, dus het is geen wonder dat zijn zoon hem in het allerlaatste shot (en als slotgrap) voor een wassen beeld aanziet, maar de film zèlf is druk en beweeglijk genoeg om van a tot z te vermaken.
details
Eén van de films waarmee het personage van The Shadow de overstap naar het witte doek probeerde te maken, maar noch voor de mysterieuze held (die we sowieso maar heel kort te zien krijgen) noch voor hoofdrolspeler Rod La Rocque (wat een naam!) werd dit een groot succes. De plot is gecompliceerd en het tempo ligt hoog, maar La Rocque is een weinig aansprekend acteur, de verdachten maken weinig indruk, de regie is niets bijzonders, de Schaduw is sowieso maar heel kort in beeld, en de dader kun je je vanwege de bizarre en nergens ter sprake gebrachte motivatie amper zien aankomen. Heel matige doorsnee-B-film met een hoofdrolspeler wiens carrière na een veelbelovend begin inmiddels van de A- naar de B-categorie was afgezakt, plus een rijtje bijrolspelers die ongetwijfeld hoopten op betere tijden maar wier verwachtingen in geen der gevallen uitkwamen, terwijl we hier toch aardige vertolkingen zien van Norman Ainsley als de nerveuze maar handige assistent van Rod La Rocque, Agnes (hier Lynn) Anderson als de mooie Marcia, en als bendeleider de gezette Cy Kendall wiens ongunstige uiterlijk hem onvermijdelijk tot schurkenrollen voorbestemde – lichtpuntjes in een verder niet bijster interessante whodunit.
details
Doorsnee Charlie Chan-B-film, met wel een paar mooie scènes op een avondlijke straat waar de regenmachines op volle toeren draaien en later in de riolen en ventilatieschachten onder een bank. Bovendien is daar de bizarre aanwezigheid in een doodnormale broodjeszaak van een soort levende jukebox, een scherm waarachter een meisje zit om de wens van de klant aan te horen en vervolgens het gevraagde plaatje op te zetten, een mooie futuristische uitvinding die het nooit gehaald heeft, ongetwijfeld omdat het een dure aangelegenheid zou worden om speciaal dáárvoor iemand in dienst te houden, maar in dit geval kan het apparaat nog wat méér… Benson Fong is weer de "number three son" die zo graag indruk op zijn vader wil maken, Mantan Moreland is de chauffeur met net zo veel moed als Lou Costello, en verder is het allemaal niets bijzonders.
details
In het intro van dit verfilmde toneelstuk verschijnt de auteur J.B. Priestley zelf om een gedachtenexperiment op touw te zetten: als er na de oorlog een nieuwe, op niet-kapitalistische (socialistische) leest geschoeide maatschappij zou verrijzen, wie zou daar dan aan mee willen werken en wie niet? De jonkheer met een passie voor vossenjacht en golf, de rijke industrieel en de burgervrouw die voor alles bang is natuurlijk niet, de vermoeide schoonmaakster met een hart van goud en de gehoorzame dochter onder de plak van haar bazige moeder wèl, en het opstandige liefdespaar zou wel willen maar besluit de blijde boodschap van deze "stad van vrienden" te gaan verkondigen op de straten van hun eigen Engeland wanneer de oorlog voorbij zal zijn.
De overdenkingen en de argumenten van alle negen personages krijgen we uitentreuren te horen, maar de stad die zij zien en die hen inspireert of juist doet walgen blijft voor de blik van de kijker verborgen, zodat we maar moeten raden hoe die Engelse vorm van Shangri-La eruit ziet. Mooi dat de Ealing-studio het aandurfde om dit praatstuk op het grote doek te brengen, maar het blijft allemaal zeer toneelmatig, en hoewel het altijd fijn kijken is naar John Clements ("a revolutionary who can't believe in the revolution") en Googie Withers zijn zij hier eerder spreekbuizen voor Priestley's overtuigingen dan levensechte personages, net zoals alle personages tezamen een soort dwarsdoorsnede van de Engelse samenleving zouden moeten voorstellen. Ik ben zelf altijd wel gevoelig voor dit soort "ideeënromans", maar de gekunstelde vorm en de naïeve utopische strekking overtuigen mij niet. Een interessant maar mislukt curiosum.
details
Afgelopen zaterdag in de Tilburgse schouwburg gezien met de soundtrack live gebracht door het 23-koppig James Whale Orchestra. Mooie ervaring, en de film zelf is wat mij betreft onverwoestbaar. Ik neem aan dat de meeste bezoekers de film al minstens één keer hadden gezien, maar toch begon iedereen op diverse momenten weer hardop te lachen. Prachtig naturel spel, bijvoorbeeld van de mevrouw achter de sigarettenbalie en van het geplaagde hulpje van de groenteboer. Toevallig net The golden age van Kenneth Grahame gelezen, en in het verhaal The secret drawer vindt in een jongen in een oud bureau een geheim laatje. Als hij het opent vindt hij daarin geen schat, maar dingen als een foto van een koning, twee knopen, een draadje, een paar buitenlandse munten en een lijstje van vogeleieren. Eerst is hij teleurgesteld, maar dan beseft hij dat ooit een jongetje als hijzelf zijn geheime schatten in dit laatje heeft bewaard, en hij sluit het laatje weer zodat een volgend jongetje deze schat zal kunnen vinden. Mooi om iets vergelijkbaars in deze film tegen te komen, en (in ieder geval voor mij) heel herkenbaar.
details
Aardig moordmysterie dat zich onderscheidt doordat de Wall Street Crash er een belangrijke (plot-sturende) rol in speelt. William Powell is de gentleman-detective Philo Vance die zich eigenlijk meer interesseert voor Japanse kunst, maar die zich hier moet wijden aan het mysterie van een beurshandelaar die tijdens een lekker stormachtige nacht in zijn eigen huis wordt vermoord door één der aanwezigen die allemaal wel een reden hebben om hun gastheer overhoop te schieten. De rol is een soort vingeroefening voor Powells latere films als de Thin Man, met natuurlijk ook weer een dommige inspecteur en een paar cynische journalisten, een lekker tempo (vooral gezien het feit dat dit een redelijk vroege talkie is), niet te lang, een mooie clou (de modus operandi van de dader) en een zeer lange take bij de uiteenzetting van Vance die vandaag-de-dag in talloze cuts en close-ups zou zijn opgedeeld zonder dat dat veel effect zou sorteren – zoals Powell en de rest van de cast het hier doen gaat het prima. Alleen Paul Lukas lijkt te denken dat hij in een komedie of zelfs een klucht speelt, en in zekere zin is dat ook wel zo, want niemand hoeft deze whodunit serieus te nemen, maar vermakelijk is hij wel. (Grappig genoeg speelde Lukas vijf jaar later zèlf Philo Vance in The casino murder case.)
details
Er is natuurlijk genoeg op deze film aan te merken, zowel verhaaltechnisch (het is uiterst onwaarschijnlijk dat Harry's vermomming alleen door Abou Fatma doorzien wordt èn dat hij ongehavend uit de slachtpartij in de woestijn komt) als historisch (van de kleuren van de Britse uniformen tot het feit dat die slag bij Abu Klea een overwinning voor de Engelsen schijnt te zijn geweest), maar voor mij overwegen de pluspunten toch ruimschoots: er wordt uitstekend geacteerd door de cast gevuld met de fine fleur van aanstormend Engels toptalent, daarbij houdt het script meerdere personages goed in het oog, de muziek is sterk, de beelden zijn superbe (maar dat kan ook bijna niet anders met zulke lokaties), het verhaal is nog altijd meeslepend, en de reikwijdte van de film is voor mijn gevoel wel degelijk episch, van de rugbyvelden via de kazerne en de woestijn naar de overvolle Egyptische gevangenis en de bijna nóg duisterder kamer van Jack. Mooi hoe de hele film door alles van Wes Bentley's gezicht af te lezen is, en zijn laatste ontmoeting met Harry is prachtig (en compenseert ook een beetje de overbodige en dramatische slow-motion van het eindgevecht in de woestijn). Mooi ook dat de indrukwekkende Djimon Hounsou de laatste shots van de film krijgt.
Ongetwijfeld had het (nog) beter gekund, bijvoorbeeld als er meer aandacht voor het Soedanese perspectief in het script was gesmokkeld (hoewel de film zelf ook al impliciete en expliciete kritiek heeft op het Engelse blinde superioriteitsgevoel zoals verwoord door de aalmoezenier aan het begin van de film en door de racistische legerofficieren) of als Harry's odyssee wat aannemelijker was gemaakt (hetgeen misschien ook wel het geval was in de 4 uur die deze film schijnbaar oorspronkelijk duurde), maar de huidige versie heeft mij in ieder geval al zeer goed vermaakt en meegesleept (en ook wel ontroerd, zoals bij de al genoemde laatste ontmoeting tussen Jack en Harry). Ik heb deze film vele malen in de uitverkoopbakken zien liggen (volgens mij zelfs al jaren geleden toen de Blokker nog van die 5-films-voor-5-euro-bakken had) maar hem nooit meegenomen, maar ik ben blij dat ik dat nu eindelijk eens wèl heb gedaan, niet alleen omdat het een zinnige aanvulling op het door mij hogelijk gewaardeerde Khartoum (1966) is maar ook omdat ik dit op zichzelf beschouwd al een knappe en zoals gezegd meeslepende film vind.
details
Door Bobbejaantje hierboven al uitstekend samengevat. Als mijn waardering nèt wat minder is komt dat door de hoofdrol: Warner Baxter is één van de meer vergeten Oscarwinnaars (voor de beste hoofdrol in In old Arizona uit 1930) en komt over als een iets minder minzame en veel minder expressieve versie van Ronald Colman; hij doet het hier adekwaat, maar is niet iemand die me meesleept, zodat voor mij het voornaamste belang in de plot en de algemene sfeer moet liggen, en gelukkig zijn die allebei dik in orde, met een aardige lijst van verdachten (inclusief de altijd suspecte George Zucco) en een fraai hotel met veel kamers, geheime gangetjes en uitzicht op zee. En Nina Foch (die me hier af en toe aan Dorothy Lamour doet denken) is zoals altijd om óp te vreten (maar dan geheel in het nette).
details
Leuke kinderfilm, met vaart en flair gemaakt en goed gebruikmakend van wat CG tegenwoordig vermag (en bij de dollemansrit per speelgoedauto qua inventiveit af en toe te vergelijken met bijvoorbeeld de Ant-Man-franchise). Als volwassene had ik voor zo'n bijzonder titelpersonage graag een wat charismatischer en intrigerender acteur willen zien, en zoals hier al eerder gezegd is het bizar dat geen enkel personage zich serieus verwondert over Wiplala's herkomst, maar de doelgroep zal hier vast veel plezier aan hebben beleefd, en daar gaat het uiteindelijk om. (De bijna onherkenbare Peter Paul Muller zou hier trouwens bijna een broer van Jiskefets meneer Edgar kunnen zijn.)
details
vote changed, original voice was 3,0 stars
details
vote changed, original voice was 4,5 stars
details
Vanwege mijn enthousiasme voor de Nederlandse versie nu ook het Vlaamse origineel op DVD gekocht, en ik kan begrijpen waarom de mensen die de oerversoe hebben gezien zich afvragen waarom er überhaupt een remake moest komen, want het origineel is geweldig gespeeld en gefotografeerd en heeft een indrukwekkende cast. (Frank de Graeve heb ik nu in drie films gezien, en het lijkt steeds wel een andere acteur.) De Nederlandse versie verbleekt hierbij absoluut niet, al was het maar omdat daarin ook een hoop interessante acteurs en actrices meedoen en omdat het er in Amsterdam allemaal even fraai uitziet, maar de Vlaamse versie heeft natuurlijk het voordeel van de originaliteit. Desalniettemin allebei de versies ijzersterk.
(reactie op ander bericht)
Dom te dom te dom, het lijkt wel een liedje... Chris is die brief inderdaad even kwijt, maar in een aparte scène zien we hoe hij die brief uit de container onderaan de vuilstortkoker van de loft opvist, dus dan heeft hij de brief niet "wel nog" maar "weer wel".
details