Log
This page will keep you informed of recent votes, opinions and reviews of Roger Thornhill.
By default you see the activities in the current and previous month. You can also choose one of the following periods:
januari 2025, februari 2025, maart 2025, april 2025, mei 2025, juni 2025, juli 2025, augustus 2025, september 2025, oktober 2025, november 2025, december 2025, januari 2026
Aparte plotlijnen die allemaal met elkaar te maken hebben en tenslotte samenkomen, een gangster die kookadviezen geeft, heel veel lijken – het mag een kijker vergeven worden dat hij aan Quentin Tarantino denkt (zelfs al twee jaar na Pulp fiction), maar wanneer het zo slim is gedaan als hier en wanneer de personages zo smakelijk zijn heb ik daar geen enkel probleem mee. Een enorme cast van bekende namen en/of gezichten; James Spader is lekker eng en Jeff Daniels doet het prima als boerse politieman met een beurse plek van binnen, maar de glansrol is wat mij betreft toch die van Paul Mazursky als aan lager wal geraakte filmmaker. Heerlijke film, jammer dat Bridge er weer zo'n goedkope 4:3-DVD van heeft gemaakt.
details
Zes films in één: een horrorfilm, een komedie, een portret van een kleine dorpsgemeenschap, een satire op wapenbezitters, een buddy-movie en een ode aan een magnifiek landschap. Ongetwijfeld zitten er onder deze zes genres een paar die niet als zodanig door de filmmakers zijn bedoeld, maar zo ervaar ík Tremors in ieder geval. Het soort film dat ik onbeperkt kan bekijken, zelfs al weet ik van moment tot moment wat er gaat gebeuren en wie wat gaat zeggen – ik geniet van de verwachting èn van de inlossing. Leuk vanaf seconde 1, met goed geschreven personages en puntige dialogen propvol grappige zinsnedes die steeds in mijn brein opduiken ("What the hell is going on? I mean what the hell is going on?", "You gotta step on it." "Consider it stepped on!", "They're under the ground! They're under -- the ground!"), het grootste over-the-top-vuurwapenfeest sinds Predator, een ontspannen kamaraderie tussen Kevin Bacon en Fred Ward, en alles in zonovergoten landschappen. Heerlijk.
details
Ik zag deze film geheel onvoorbereid in 1979 op vakantie in een bioscoop in Londen, en hij sloeg toen in als een bom, niet alleen bij mij maar bij de hele zaal. De vergelijking met A clockwork orange drong zich meteen aan mij op, en hoewel de insteek van The warriors natuurlijk totaal anders was maakte hij bijna net zo veel indruk: bijna net zo gewelddadig, net zo gestileerd en net zo opwindend, als een soort Newyorkse realistische variant op de Londense futuristische setting van Kubricks film. Dat niet veel later bleek dat de film diverse gangs had geïnspireerd tot conflicten met mes, vuist, knuppel en ketting (ver van huis dus lekker veilig) verhoogde de mythische status ervan nog, en het in Londen aangeschafte singletje met Barry de Vorzons briljante opzwepende themamuziek (met op het hoesje de afbeelding van de filmposter) heb ik na thuiskomst grijsgedraaid.
Omdat de film indertijd zo stevig binnenkwam heeft hij voor mij dus nooit de cúltstatus gehad die hij sindsdien blijkbaar heeft gekregen, en als ik hem nu weer bekijk is het op sommige momenten toch weer heel eenvoudig om opnieuw die opwinding en de spanning van 46 jaar geleden te ervaren, hoe gedateerd sommige kapsels en pantalons er ook uitzien en hoe achterhaald de toen-hippe straattaal nu soms ook mag klinken. Alleen al het begin met de verschillende gangs die in de gangen en op de perrons van de subway verschijnen bezorgt me weer heel lichtjes kippevel, en de achtervolging door de Furies (de in baseball-pakken gestoken en als pierrots geschminkte bende, naar mijn idee een duidelijke echo van A clockwork orange) is nog altijd echt creepy, vooral de aanblik van die voorste met dat gele gezicht en dat enorme gebit.
Opmerkelijk dat Michael Beck hierna nooit is doorgebroken als actieheld, en van de overige cast hebben eigenlijk alleen James Remar en de altijd nare David Patrick Kelly een serieuze carrière gehad, zij het voornamelijk als schurken. Walter Hill zat middenin een reeks superbe actiefilms (onder andere Hard times aka The streetfighter, The long ryders, Southern comfort en 48 hrs) en gaf deze film zijn kenmerkende kinetische energie mee, en de muziek van de al genoemde Barry de Vorzon werkt hier werkelijk sfeerverhogend (het nummer bij de eindcredits, In the city van Joe Walsh, kwam niet veel later nog terecht op The long run van de Eagles). Tegen de beschuldiging van jeugdsentiment kan ik me uiteraard niet verweren, maar ik mag hier nog steeds graag naar kijken, en de film heeft voor mij eigenlijk nog niet veel van z'n glans verloren, ook al zijn er sindsdien een hoop rauwere actiefilms met meer realistisch geweld, bloed en gore verschenen.
details
Aanzienlijk beter dan gevreesd. Het begint nogal ademloos in en op de trein waar ik eigenlijk vooral zit te kijken hoe knap ze dat gezicht van Harrison Ford hebben verjongd, en daarna volgt het gebruikelijke patroon van om-en-om hectische actie en een rustmoment om even te kijken op welke locatie we nú weer worden verwacht, maar het blijft allemaal vlot en vermakelijk, en Ford kan eigenlijk nog best goed mee. De onderwaterscène is helaas enigszins chaotisch-onduidelijk, en de film als geheel duurt wel iets te lang, maar het is leuk om –hoe kort ook– oude (John Rhys-Davies, Karen Allen) en nieuwe (Toby Jones, Antonio Banderas) bekenden te zien, Mads Mikkelsen is altijd goed, en het laatste bedrijf (zeg maar vanaf de afdaling met de "duizendpoten" en inclusief de ontroerende ontmoeting met Archimedes) is zelfs ijzersterk. Een waardige afsluiter van een behoorlijk ikonische filmreeks.
details
Grappig dat de gebroeders Coen de twee films waar ze de meeste lof (en in totaal zes Oscars) mee oogstten allebei lieten volgen door films die minder gelauwerd werden maar eigenlijk net zo interessant waren. Na Fargo kwam The big Lebowski, en naar verluidt begrijpen de broers zelf niet helemaal waarom die film zo'n enorm cultsucces is geworden. En het contrast tussen No country for old men en Burn after reading zou niet groter hebben kunnen zijn, want terwijl de eerste een strak geschreven en geregisseerde (zij het uiteindelijk enigszins nihilistische of misschien zelfs absurdistische) thriller is, zou ik niet weten hoe ik Burn after reading moest beschrijven.
Gelukkig zouden de personages dat zelf ook niet kunnen, want ik geloof niet dat ook maar één van hen precies weet hoe de diverse vorken in de stelen zitten. Maar wat deze film voor mij naast de even gecompliceerde als uiteindelijk doelloze plot de moeite waard maakt zijn de geweldig geschreven rollen en de al even geweldige vertolkingen; Brad Pitt krijgt misschien de meeste aandacht vanwege zijn leeghoofdige fitnessfreak, maar eigenlijk speelt iedereen geweldig. John Malkovich mag heel gecontroleerd totaal compleet losgaan, maar heeft daarnaast ook een korte maar ontroerende scène met zijn afgetakelde vader, en tegenover de tragikomische situatie van Frances McDormand staat de nog veel hulpelozere Richard Jenkins. En dan die citaten die regelmatig ongevraagd mijn hoofd komen binnenzeilen: "I think that's the shit, man!", "I have gone just about as far as I can with this body", "We just don't give that out at Hardbodies" en "What kind of Mickey Mouse embassy are you running anyway?"
En dan te bedenken dat ik mijn persoonlijke favorieten nog niet eens genoemd heb: dat zijn de twee scènes waarin de aarzelende David Rasche een onderhoud heeft met J.K. Simmons die juist zo graag knopen wil doorhakken. Ach, het is allemaal geweldig, hoe iedereen als een rat op LSD in zijn eigen doolhof rondrent. Eén van de grappigste, of misschien beter gezegd gééstigste films die ik ooit heb gezien. Blij te merken dat het feit dat het niet na te vertellen plot niet in de weg heeft gestaan van mooi commercieel succes (budget $37m, opbrengst $163m volgens wikipedia), hoewel de namen van George Clooney en Brad Pitt daar vermoedelijk voor een belangrijk deel tussen hebben gezeten.
details
Ik vermaak me over het algemeen meer dan uitstekend met de films van deze regisseur, maar deze Soldier vind ik toch één van zijn mindere. Kurt Russell is met zijn open blik een prima keuze voor de hoofdrol, wel opgepompt maar niet over- en kunstmatig gespierd à la Arnie, en zijn zwijgen is gelukkig "natuurlijk" en niet betekenisvol met de honde-ogen van Stallone. Daarnaast hebben we nog de oogverblindende Connie Nielsen met haar steeds perfecte kapsel en Gary Busey in een (enigszins) sympathieke rol, en op mijn oude DVD (zoëentje uit een halfkartonnen doosje) ziet het er allemaal goed uit, maar de plot is allemaal net te voorspelbaar en simplistisch (met Todds tranen als dieptepunt), en de FX (de Argentijnse manen, de ruimteschepen) zijn matig tot slecht. De getroebleerde produktiegeschiedenis waarover ik op de IMDb-trivia-pagina lees verklaart veel, maar als ik het uiteindelijke produkt beoordeel kom ik toch niet verder dan 3*. En wie zag ik er niet aankomen dat die aardige Sean Pertwee het loodje moest leggen opdat Connie Kurt zou kunnen ontdooien?
details
Aardige B-mystery-film die de mosterd wel èrg opzichtig bij The Maltese falcon haalt: Lee Bowman is een journalist die schurken zódanig aanpakt dat hij net zo goed een privé-detective zou kunnen zijn, zijn achternaam is die van Sam Spade's collega die in The Maltese falcon al vroeg het loodje legt, Lee Patrick is Bowmans secretaresse net zoals ze dat van Bogie was, en wanneer J. Edward Bromberg in Archers kantoor verschijnt imiteert hij perfect Peter Lorre's Joel Cairo. Maar ach, het verhaal wordt vlotjes en met fraaie fotografie verteld, en George Macready is altijd een fijne heavy. Hoofdrolspeler Lee Bowman lijkt een beetje op William Powell, maar met te weinig beweeglijkheid in zijn gelaatstrekken en niet genoeg charisma om een ster te worden (een beetje à la Dana Andrews), en dat Marguerite Chapman nooit naar de A-lijst is doorgebroken is evenmin verbazingwekkend, maar voor dit materiaal voldoen beiden uitstekend, en de 82 minuten vliegen voorbij. O, en zegt Chapman daar nu echt "I'm sure this will prove the beginning of a beautiful friendship"?
details
Als actie/horror/thriller doet deze gemoderniseerde versie van de geweldige roman van H.G. Wells me niet zo veel, en de subtext van Cruise die zijn verantwoordelijkheden als vader en gezinshoofd moet nemen boeit me ook niet. Ook de grote momenten zoals het door het asfalt heen omhoogkomen van de machines, de ferry die omslaat of het bezoek van de aliens aan de kelder van Tim Robbins raken me niet. Wat deze film voor mij z'n impact geeft zijn de bijna achteloze vignetten: de bliksemstorm zonder donder, het neergestorte vliegtuig, de lijken die in de rivier drijven, de "overval" op de auto bij de ferry, de brandende trein, de kleren die uit de nachtelijke hemel omlaag dwarrelen -- allemaal "kleine" momenten die vanuit het niets lijken te verschijnen en daardoor des te harder aankomen. Uitstekend gespeeld door de drie gezinsleden, maar Tim Robbins is een rare en onbevredigende keuze voor de rol van Harlan Ogilvy.
details
Altijd leuk: een film jaren later herzien en dan acteurs en actrices herkennen die (mij) indertijd nog onbekend waren, zoals hier Carly Wijs en Loek Peters, en volgens de cast-list zou hier zelfs Danny Vera als regisseur (op de televisieset?) moeten meespelen, maar diens rol was zó klein dat ik hem niet heb gespot. De film zelf blijft onverminderd vermakelijk, met goed spel van beide leads en als bonus een mooie "exit" voor Pierre Bokma, zowel qua waardige motivatie als qua spectaculaire manier van sterven, hoewel het spel van sommige bijrollen (met name de agenten) wel wat minder overtuigend was. Die behoorlijk stevige scène in het herentoilet was ik al weer vergeten.
details
vote changed, original voice was 4,5 stars
details
vote changed, original voice was 4,5 stars
details
Een opmerkelijk rauwe film, niet alleen voor 1961 maar eigenlijk ook nú nog, want het verbale racisme, de intimidatie en het grove geweld (de kettingen waarmee Lancasters personage in de metro wordt aangevallen!) maken ook nu nog indruk. Ook kleinere momenten lijken taboe-doorbrekend bedoeld te zijn, zoals dat het Lancaster opvalt dat zijn tienerdochter een beha draagt of het plotelement van kindprostitutie. Dat John Davis Chandler na deze film voornamelijk nog als schurk gecast werd verbaast me niets, want zijn Arthur Reardon is werkelijk extreem onaangenaam, en Chandler aarzelt ook niet om zijn toch al vrij ongunstige uiterlijk zo effectief mogelijk in te zetten (inclusief een vrij heftige uitbarsting in de rechtszaal). Al met al een opmerkelijk modern aandoende film met een problematiek die in de loop der jaren bepaald niet minder relevant is geworden; John Frankenheimer heeft in de eerste helft van de jaren 60 toch wel een rijtje interessante films gemaakt (in dit geval natuurlijk met dank aan de produktiemaatschappij van Burt Lancaster).
details
Bogart in topvorm, zoals wel vaker wanneer hij scherpe brokken dialoog mag uitspuwen terwijl hij gedecideerd heen en weer pendelt tussen de telefoon en de drankfles. Een klassieke drukke en doorrookte krantenredactie waar de vrouwen net zo hard-boiled als de mannen zijn, een plot met diverse balletjes in de lucht (de krant die moet worden verkocht, de ex die moet worden teruggewonnen en de gangsterbaas die achter tralies moet worden gebracht), en een nobele boodschap over de vrije pers, alles in een strak pakketje dat we gerust noirish kunnen noemen (want hoeveel scènes zien we nou die zich afspelen tussen de vroege dageraad en het moment waarop de kroegen opengaan?). Kim Hunter krijgt niet zoveel te doen en Ethel Barrymore nog minder, maar die laatste heeft wel een hoop chemie met Bogart (hij: "Will you marry me?", zij: "You're too old."). Geweldige Nederlandse titel: Bloed op het voorblad!
details
Dit lijkt eerst een Ealing-achtige komedie te worden over de kleine man die de grote organisatie voor raadselen stelt, maar na verloop van tijd wordt toch duidelijk dat deze film een min of meer serieus verhaal vertelt over een uitgesponnen onderzoek van de FBI, met de romantiek verzorgd door Burt Lancaster en de dodderige Dorothy McGuire, en voor de snoezigheid Edmund Gwenn die al vanaf het begin hij te goed is om waar te zijn, en de manier waarop het personage tijdens de rechtszaak alle schikkingen afwijst wordt maar nèt gecompenseerd door het innemende karakter van de acteur. Dat de film geschreven werd door een man die ook al acht films voor Frank Capra had geschreven zal geen verbazing wekken. Wèl apart is dat Lancaster een rol accepteerde waarin hij eigenlijk tweede viool speelt, maar ja, Gwenn had al een Oscar gewonnen terwijl Lancaster daar nog ruim een decennium op moest wachten. Prima spel van de drie leads, en de veteraan in de regiestoel laat de film op rolletjes verlopen. Mooiste scène is die waarin Lancasters collega (Millard Mitchell) doet of hij McGuire wil versieren zodat Lancaster haar kan ontzetten en daarna bij een Martini uithoren – alles in pantomime, want waargenomen van achter een winkelruit door een verkoopster.
details
Prachtig portret van wat het verleden voor mensen kan betekenen, hoe ze het zich herinneren, en hoe die herinneringen vervormd kunnen worden door eigen feilen óf door andermans leugens. Voor Hélène en Alphonse betekent het verleden hun gemiste leven samen, voor Bernard juist de marteling van (de herinnering aan) Muriel – in beide gevallen vormen oorlogen een breuklijn tussen verleden en heden. De vervreemdende montage met "ontbrekende" beelden, onaangekondigde tijdsprongen en onverwachte close-ups van objecten en bewegingen fungeert als een pendant van de onderhuidse spanningen bij de personages voor de kijker die daar gevoelig voor is, maar wie daar niets mee heeft zal zich hierbij inderdaad flink kunnen vervelen. Delphine Seyrig is mooi en melancholisch als altijd.
details
Leuke komedie waarbij het licht absurdistische van de Catch 22-omstandigheden er voor zorgen dat ik me niet al te zeer hoef te vereenzelvigen met de wrange financiële perikelen waarin de Lawrences terechtkomen. De film deed me af en toe denken aan Mr. Blandings builds his dream house met Cary Grant van twee jaar eerder, en eigenlijk zou Grant ook best de hoofdrol van The jackpot voor zijn rekening hebben kunnen nemen, hoewel dat nú niet goed meer voorstelbaar is omdat James Stewart zich hier die rol zo eigen heeft gemaakt. Leuke bijrol van Alan Mowbray als de chique binnenhuisarchitect, en als Stewarts dochtertje zien we Natalie Wood vóórdat ze oogverblindend mooi werd.
details
Net iets minder indrukwekkend dan toen ik hem voor het eerst zag. Maar hoe lang is dat al weer geleden? Net als bij Bergman en Tarkovski (en misschien ook Antonioni?) moet je ertegen kunnen dat je als kijker gevraagd wordt om de emotionele laag op te dreggen uit gepassioneerde dialogen tussen afstandelijk gefilmde personages in een gestyleerde vormgeving. Menen die personages wel wat ze zeggen, en zo ja, waarom zeggen ze dat dan niet duidelijker en ondubbelzinniger? Omdat de dubbele laag en de bijbehorende onzekerheid misschien wel de essentie van hun boodschap vormen. En waar en wanneer zag ik deze film voor het eerst, en wat staat me er nog van bij, en vond ik hem toen wel zo indrukwekkend als ik me denk te herinneren?
details
Tja… ook al zou je dit halve uur te kort vinden, en ook al is dit inmiddels achterhaald door latere en uitgebreidere documentaires, en ook al worden deze beelden niet gecombineerd met een historische studie van de wortels van het antisemitisme of met een schets van de opkomst van het nationaal-socialisme (waarvoor in 1955 misschien nog niet het gereedschap en de materialen voorhanden waren), dan nog komt dit aan als een niet mis te verstane vuist in de maagstreek. En als ik hier het gruwelijkste moment noem (de doos met hoofden) lijkt het net alsof dat mijn persoonlijke "favoriet" is, terwijl álle momenten onderdeel uitmaken van een groter geheel dat het bevattingsvermogen te boven gaat – ware het niet dat het echt plaatsgevonden heeft. En mensen zijn er toe in staat geweest.
details
Een film die ik bijna als een avonturenfilm met een Indiana Jones-achtige ontdekkingsreis onderga: de camera dwaalt door de gangen, trappen en kamers met duizenden boeken, manuscripten, kranten, schilderijen, beelden, etsen, litho's, medailles, geografiscbe kaarten en kunstvoorwerpen, en transformeert de Parijse Bibliothèque Nationale zo in een mysterieus labyrint. Dat ene specifieke boek dat we volgen (en dat trouwens fictief blijkt te zijn, met een foto van de prachtige Lucia Bosè op de omslag) wordt bijna de held van de film vanuit wiens perspectief we de plot volgen, en de choreografie van de bibliothecarissen en de loopjongens die het doolhof doorkruisen benadrukken hoe in zichzelf besloten deze wereld is. Elke dag verstouwt deze veelvraat 200 kilo papier, elke eeuw komen er 3 miljoen items bij, en dat alles (we schrijven 1956) wordt geregistreerd in oldskool kaartenbakken… Zo valt er meer dan genoeg te zien voor de filmliefhbber die indertijd is begonnen met het noteren van elke geziene film op een systeemkaartje van 8x13, een verzameling die inmiddels absoluut niet meer te digitaliseren is. Ik heb deze korte film nu al vele malen gezien (op mijn StudioCanal-Blu-ray van L'année dernière à Marienbad), en nog steeds ben ik niet uitgekeken op de details, de camerabewegingen en de meeslepende reis door de ingewanden van de bibliotheek. Cinematografische lyriek van de allerhoogste orde.
details
Strakke procedure-film die optimaal gebruik maakt van de echte lokaties van Chicago. Sterke documentaire-achtige stijl met minimaal gebruik van muziek (alleen bij begin- en eindcredits denk ik?), en gelukkig wordt de voice-over van bij het begin daarna gelukkig bijna geheel achterwege gelaten. James Stewart is wat agressiever en cynischer dan gewoonlijk, Lee J. Cobb is nog niet getypecast als sigaarkauwende bullebak, en Richard Conte is ontwapenend. Mooi jaren-veertig-voorbeeld van het nieuwe Hollywood van de jaren vijftig.
details