Log
This page will keep you informed of recent votes, opinions and reviews of Mr_Marty.
By default you see the activities in the current and previous month. You can also choose one of the following periods:
januari 2025, februari 2025, maart 2025, april 2025, mei 2025, juni 2025, juli 2025, augustus 2025, september 2025, oktober 2025, november 2025, december 2025, januari 2026, februari 2026, maart 2026, april 2026, mei 2026, juni 2026, juli 2026, augustus 2026, september 2026, oktober 2026
Billy Casper (David Bradley) is een dromerig jochie uit het armste deel van het Engelse mijnbouwstadje Barnsley. De Caspers zijn zo arm dat hij met zijn broer (misschien ook halfbroer, dat was me een beetje onduidelijk) Jud (Freddy Fletcher), die al in de mijn werkt, in één bed moet slapen. Helaas voor Billy is Barnsley eind jaren '60 geen plek voor dromerige jochies, zeker als ze de doodzonde begaan niet van voetbal te houden. Hij wordt gepest door de patserige Jud, zijn medeleerlingen en vooral door de leraren. School is hier namelijk een soort strafkamp om geesten te breken en te disciplineren voor de mijnen. Pedagogiek is nog blijven hangen op niveau 'een flinke tik met het rietje' als wondermiddel voor alles.
Gelukkig voor Billy is er veel mooie natuur rond de stad. Het is vooral het trainen van zijn torenvalk Kes, dat hem op de been houdt. (Kes komt van 'kestrel', Engels voor torenvalk. Beetje verwarrend omdat 'falcon' ook een Engels woord is, maar alle valken zijn 'falcons' en specifiek valken die bidden zijn 'kestrels' en omdat de torenvalk de enige valk in West-Europa is die dat doet is dat gewoon de 'kestrel'.)
Al mijn hele filmgaande leven kort er met enige regelmaat een film van Ken Loach uit. Altijd wel goed, maar je weet ook altijd wel wat je krijgt: een drama met wat komische noten dat een sociale misstand aankaart. Deze vroege film zit grotendeels wel al in dat stramien, maar wat duidelijk anders is, is dat er een Romantisch natuurlyriek element aan zit. We zien veel beelden van Billy en Kes die door de groene heuvels rond Barnsley struinen, vaak begeleid door folky fluitmuziek, die mij eigenlijk net wat te Tolkien is. Dringt de hippietijd toch een beetje door in Barnsley, hoewel het verder allemaal doffe ellende is. Als je even oorlogen en hongersnoden en zo negeert en denkt aan de meest ellendige 'normale' plaatsen in de recente geschiedenis, dat scoort Noord-Engeland rond 1970 toch wel enorm hoog.
Het sociaal-realistische deel beviel me beter. Gelukkig geen ellendeporno, want Loach laat vaak de absurde kant van het wrede schoolsysteem zien. Mooi is het als de leerlingen die wachten op hun straf de slappe lach krijgen van de pathetische "waar moet het heen met de jeugd van tegenwoordig?"-toespraak van het schoolhoofd (Bob Bowes). Maar het hoogtepunt is toch (wat anders) de gymles, met een glansrol voor Brian Glover als de lompste aller pestkopgymleraren in de filmgeschiedenis en dat is toch een categorie waarin enorm veel concurrentie is.
Voor zover ik kan nagaan is Kes de grote doorbraak van Loach en één van zijn hoogst aangeschreven films. Ik vond hem wel goed, maar ook nog wel wat minder gepolijst dan later films en ook wel licht gedateerd met zijn hippie-invloeden. En een film als Sorry We Missed You of I, Daniel Blake over meteen herkenbare moderne misstanden raakt toch harder dan over iets wat inmiddels toch wel een ver verleden is.
(Gezien op Prime Video)
details
Het is niet zo moeilijk eigenlijk, een fatsoenlijke publieksfilm maken voor volwassenen. Gewoon een solide script, dat goede acteurs de ruimte geeft en een lekker ambachtelijke uitvoering met goede locaties, zonder lelijke computeronzin. Wel nog de moderne fout van een speelduur van 2,5 voor een film die uit al zijn poriën '90 minuten' ademt. Maar goed, dat geeft Josh O'Connor, Glenn Close, Daniel Craig en Josh Brolin (en niet Kurt Russell, zoals ik tot de aftiteling dacht) wel meer kans om te shinen. Ik vond zelfs Jeremy Renner goed. Meestal vind ik hem slecht omdat hij als held gecast wordt, terwijl hij voor mij een heel onsympathieke, rattige uitstraling heeft, maar hier speelt hij een onsympathiek, rattig karakter, dus dat scheelt. Andrew Scott, één van mijn favoriete acteurs van het moment, wordt wel veel te weinig ingezet. Ook weer een film met zowel O'Connor als Scott. Is dat een soort Ierse package deal of zo?
Net als in de tweede Knives Out film, worden er ook hier ook wat politieke noten gekraakt. In de tweede film was het prijsschieten op techbro's, hier wordt de opkomst van het christelijk nationalisme als ressentimentsleer met verrassend veel diepgang opgepakt. Zoals de titel als suggereert, speelt obsessie van veel Amerikaanse christenen met de second coming daarbij een rol. En dat zonder dat het prekerig wordt - dit soort een slimme truc waarbij O'Connors vrome priester respectvol tegengas krijgt van de overtuigde atheist Benoît Blanc - of de vermakelijkheid aantast met zware discussies. Goed gedaan.
(Gezien op Netflix)
details
Netflix heeft een heel stel voor weinig geld gemaakte oude moordmysteries in het aanbod. Het zijn altijd een soort verfilmde toneelstukken, die zich voor een groot deel op één locatie afspelen en een korte speelduur hebben, ergens tussen de 60 en 90 minuten. Af en toe, als ik zin heb in iets wat lekker rustig wegkijkt, zet ik er één op. Deux Heures à Tuer past precies in de categorie, alleen waar de meeste films van dit type Engels zijn, komt deze uit Frankrijk.
Mensen wachten op het station van Auvernaux op de laatste trein naar Parijs. Die gaat om 23:48, maar om verschillende redenen is iedereen er al iets na 22:00. Die twee uur om te doden zijn dus naar boven afgerond én de film is bijna in real time. Buiten houdt de gendarme ondertussen een klopjacht op een seriemoordenaar die al drie vrouwen rond het station heeft vermoord. Je denkt dat je de held van het verhaal ontmoet in Laurent, die teruggaat naar Parijs zonder de moordenaar te hebben kunnen ontmaskeren. Maar hij mist zijn trein en dat geeft hem de kans onder de potentiële verdachten in de wachtkamer nog eens goed aan de tand te voelen. Natuurlijk hebben ze allemaal zo hun geheimen en andere dingen die ze verdacht maken.
To zo ver is het allemaal de bekende opzet. Maar i]Deux Heures à Tuer[/i] weet al snel te verrassen. Laurent blijkt namelijk niet de zoveelste sluwe Hercule Poirot -kloon, maar is een onbeschofte hork die zichzelf heel graag hoort praten, een enorm hoge dunk van zichzelf heeft en iedereen tegen zich in het harnas jaagt. Heel goed geacteerd door Pierre Brasseur, maar dat blijkt bij nazoeken ook gewoon de dokter uit de klassieker Les Yeux sans Visage (te lang geleden gezien), terwijl hij ook een grote rol speelt in Les Enfants du Paradis (nog steeds niet gezien). De rest van de cast is solide. De enige andere acteur in de film van wie ik kan terugvinden dat hij enige status heeft, is Michel Simon en die vind ik eigenlijk een beetje de zwakke schakel, wegens wat ouderwets, groot acteren.
Het plot gaat ook heel andere kanten op dan ik dacht. Vooral heel Franse kanten. Ja, de minnaars en minnaressen vliegen je om de oren, maar het is vooral de bijtende en cynische toon die steeds meer op de voorgrond komt die enorm Frans is. Dat geldt zeker voor het slot; daar kan echt alleen maar Fin staan en nooit The End.
Eigenlijk best wel een aanrader dus, hoewel het cinematografisch allemaal weinig voorstelt en de film ook de slechtste beeldkwaliteit had die ik ooit bij Netflix heb gezien.
(Gezien op Netflix)
details
Mona Lisa Lee (Jeon Jong-seo) is een tiener met mind control-krachten die ontsnapt uit een inrichting naar New Orleans. Daar ontmoet ze in het nachtleven onder meer een door het leven geharde stripper Bonnie Belle (Kate Hudson) en haar zoontje Charlie (Evan Whitten) en Fuzz (Ed Skrein), een dj, die nu even vooral geld verdient met drugs verkopen, maar noem hem geen drugsdealer. Agent Harold (Craig Robinson) doet ondertussen zijn best haar op te pakken, maar dat lukt niet zo best, door die mind control.
Deze film van Ana Lily Amirpour blijft erg dicht bij haar doorbraakfilm A Girl Walks Home Alone at Night, alleen net wat minder goed. Het is dus ook een film met een horrorbasis die totaal niet gaat voor horror, maar meer voor een relaxte Jim Jarmusch-achtige vibe, inclusief prominente soundtrack en soort van humor waar je nooit echt het label 'komedie' op kunt plakken. De nachtelijke tocht langs de zelfkant van New Orleans leent ook wel wat elementen van films als The Florida Project, Spring Breakers en verrassend genoeg het eerste seizoen van Stranger Things. Het is vooral een film die het van stijl en sfeer moet hebben, niet zo zeer van het plot.
Het soort film waar je echt van moet houden, maar ik zit wel in die categorie. Af en toe is het wel wat té landerig, vooral omdat het de coole sexiness van A Girl Walks Home Alone at Night mist. Naar het einde valt het allemaal ook net te conventioneel in de plooi. Whitten heeft ook heel erg sitcomkindacteurmaniertjes.
(Gezien op Videoland)
details
Online gezet door SkyShowtime wegens het overlijden van Tim Curry. Verder ook met Michael McKean en Christopher Plummer. Dat is toch een cast waarmee je iets kunt en op zich lijkt een film baseren op Cluedo ook niet gek, want dat is een bordspelversie van een klassiek moordmysterie, dus daar kan je alle kanten mee op.
Helaas is de kant die gekozen werd die van een pijnlijk onleuke, oubollige klucht. Het begint - ik lieg niet - met een "wie heeft in de hondenpoep getrapt?" grap die ellenlang wordt uitgesponnen. Ook heel veel heel onleuk Benny Hill-stijlgedoe rondom serveerster Yvette (Colleen Camp) en haar sexy uniform(pje). En een karakter dat mr. Boddy heet, specifiek zodat de "No Boddy in the room" grap gemaakt kan worden. Zucht.
Om Curry te eren dus gewoon weer naar de wel hilarische The Rocky Horror Picture Show kijken.
(Gezien op SkyShowtime, niet afgekeken])
details
Korte documentaire over de tamelijk bizarre moord van Maurice op zijn voetbalvriend Erwin in Beverwijk in 2006. Uiteindelijk gaat het gewoon over geld, maar wel op een heel gekke manier. Jarenlang liegen en stress kan je rare kronkels in je hoofd geven.
Ook wel een interessant portret van het bluecollarbolwerk dat Beverwijk is. De heilige drie-eenheid fabriekspils, shag en 'de foebal' spelen een grote rol. En ja, iemand heeft een Opel Manta.
Er zitten wel wat foto's in die geanimeerd zijn met AI of video die daarmee is opgepoetst. Zoals zo vaak is het effect meer vervreemdend uncanny valley dan dat het het beter maakt.
(Gezien op NPO)
details
Film op zijn meest 1970s wel, dit. Surrealistisch en trippy: check. Seksuele lading rond jonge meisjes: check. Sprookjesachtige vormgeving: check. Anti-kerk: check. Folk-achtige muziek op de soundtrack: check.
Het is een soort van vampierverhaal, hoewel de vampier ook een bunzing is? En misschien ook wel de vader van Valerie (Jaroslava Schallerová, ook gewoon 13 toen ze in deze film speelde, want: jaren 70). En ook de vader van haar eerste liefde, Orlík (Petr Kopřiva), voor die extra incestueuze spanning? Want het geheel is ook een soort metafoor voor het seksueel ontwaken van Valerie.
Het klinkt allemaal vaag en de film maakt ook rare, surrealistische sprongen, maar de grote lijn is uiteindelijk wel goed te volgen, hoewel de eerste 10 minuten of zo ik geen idee had wat er aan de hand was.
Valerie a Týden Divu is vooral een visueel spektakel, zoals veel films uit de Tsjechoslowaakse New Wave. De art direction is van de absolute ster op dat gebied van die beweging, Ester Krumbachová. Ze schreef ook het script, maar dat verhinderde niet dat het toch wel een erg malegazerige film is geworden, vaak op een soort Timotei-reclame-achtige (zegt iemand dat nog wat?) softcoremanier die ik nogal irritant vond. Maar op andere momenten - en dat is gelukkig vaker - is het dan weer Tsjechoslowaakse fantasievolheid op zijn best. De speelduur van 75 minuten is een andere redding.
(Gezien in De Uitkijk)
details
Na Modern Times en The Gold Rush was dit de eerste geluidsfilm die ik zag van Chaplin. Hij weet zijn hele formule verrassend soepel over te zetten, door gewoon hetzelfde te blijven doen met ondersteuning van muziek en geluidseffecten. Vooral die muziek werkt goed, omdat Chaplin sowieso natuurlijk al erg van de choreografie was. Knap ook hoe de film tegelijk een verzameling aaneen geplakte set piece scenes is voor Chaplin om zijn immense talenten te tonen, maar toch ook een goed lopend verhaal vormt. Beste scenes zijn voor mij Hynkel met de wereldbol, voorafgegaan door de scherpste dialoog en de scheerscene op Brahms.
Als satire op het fascisme sta ik er een beetje dubbel in. Chaplin weet goed het bombastische gebral en de voorliefde voor uiterlijk vertoon van Hitler belachelijk te maken, mede door inzet van hilarisch nep-Duits (weer goed gebruik van geluid!) Maar de voornamelijk op slapstick gebaseerde humor, mist naar mijn idee af en toe toch wat bite, ondanks dat Chaplin de wreedheid van de knokploegen van de SA vrij expliciet weergeeft. De grote toespraak op het einde is een fraai staaltje retoriek, maar me ook wat te naïef optimistisch. De kapitalismekritiek in Modern Times werkte voor mij toch beter, maar dat onderwerp leent zich wellicht ook gewoon beter voor visuele humor (letterlijk vermalen worden door de machine.)
(Gezien in Lab111)
details
J.J. Hunsecker (Burt Lancaster) is een almachtige entertainment- en roddelcolumnist. Het is 1957 en we zitten in de overgang van de krant naar televisie als het belangrijkste medium; Hunsecker heeft ook al een soort talkshow. Sidney Falco (Tony Curtis) is een persman met een probleem: hij is door Hunsecker op de zwarte lijst gezet; de artiesten en clubs die hij representeert komen niet meer in zijn columns. De reden: Falco vertegenwoordigt het kwintet van jazzgitarist Steve Dallas (Martin Milner) en die heeft een relatie met Hunseckers zusje Susie (Susan Harrison). (Dit speelt ook net op de overgang tussen jazz en rock 'n' roll als de meest populaire muziek.) J.J. is daar zwaar op tegen. De film houdt een beetje in het midden of dat is vanwege een incestueuze liefde voor haar (dat kon je in 1957 sowieso niet uitspreken in een Hollywoodfilm) of omdat zijn controledwang door zijn (media)macht totaal uit de hand is gelopen. Hoe het ook zij: zolang Falco niet voor elkaar krijgt dat Steve en Susie uit elkaar gaan, kan hij vergeten dat zijn klanten nog in de column voorkomen. Dus gaat Sidney aan het werk om Steve kapot te maken. Het zijn de jaren '50 in de VS, dus iets met 'marihuanasigaretten' en 'communisme' moet werken, maar Falco gebruikt werkelijk elke smerige truc die hij kan bedenken.
Heerlijk cynische noir, dit. Echt zo een film die je krijgt als een flink deel van de makers de Tweede Wereldoorlog bewust heeft meegemaakt of er zelfs in heeft gevochten. Daar word je niet positiever van in je mensbeeld, maar je gaat juist wel het belang van principieel zijn er van inzien.
Dat betekent dus ook dat in Sweet Swell of Success het voor een flink deel om de oneliners en dialogen gaat. Een professionele vertaler met tijd zou al moeite hebben dat in vergelijkbaar Nederlands te vangen, laat staan dat ze bij een streamer als Prime, waar ik de film keek, er iets van brouwen. Dus ik raad sterk aan de Nederlandse ondertiteling te vervangen door de Engelse (uit kan ook, maar er zit ook wel wat jarenvijftigslang in en ze praten snel.)
Tony Curtis en Burt Lancaster zijn geweldig op dreef. Ik vind het grappig om die andere memorabele Lancaster rol in The Swimmer te zien als een soort officieus vervolg, een beetje zoals Dennis Hopper Out of the Blue als officieus vervolg op Easy Rider ziet. Milner en Harrison hebben als hun tegenpolen, mensen die nog wel een ziel hebben, niet de beschikking over de verbale vuurkracht van de twee hoofdslechteriken, maar blijven ook prima overeind. Terwijl de rol van Harrison toch vrij lastig is, omdat ze tegelijk de kwetsbaarheid moet uitbeelden van iemand die al jaren onder de plak zit bij een dominante persoon, maar tegelijkertijd de kracht van iemand die zeker is dat ze haar grote liefde gevonden heeft.
Dit is ook wel visueel noir op zijn noirst. Er zitten nachtscenes in van New York die echt bijna zwart-wit, zonder grijstinten, zijn. Geweldig werk van de legendarische cameraman James Wong Howe. Echt schitterend, zeker met de bijbehorende jazzy score van Elmer (geen familie van Leonard) Bernstein.
(Gezien op Prime Video)
details
Ik heb een zwak voor vampierfilms en dan vooral die met veel lore. Daar kun je ook lekker op los gaan, want Bram Stokers roman mag dan een klassieker zijn, het is verhaaltechnisch ook een gatenkaas. Ik hoop nog altijd op de film over de gefrustreerde postbode die elke keer met aangetekende post uit Engeland in zake zijn vastgoedaankopen naar Kasteel Dracula moet en dan wordt er niet open gedaan, want de graaf ligt in zijn kist. Dracula 2000 is niet die film, maar het lore-aspect is wel het sterke punt van deze verder nogal middelmatige film.
Het begint best goed qua horrorfilm. De opening in Londen is behoorlijk spannend en wordt met flair verteld. Dan verplaatst de actie zich naar New Orleans (vampierhoofdstad van de Verenigde Staten) en daar wordt het allemaal behoorlijk meh.
Sowieso is er duidelijk een sponsordeal met Virgin Megastore - deze film speelt in de laatste periode dat met cd-verkoop bakken geld te verdienen was - want de locatie in New Orleans is heel vaak prominent in beeld. Er is dan ook een prominente soundtrack met alle nü-metalbands er op, plus Slayer en Monster Magnet. Die laatsten hebben zelfs hun video op de jumbotron van de Virgin Megastore en krijgen de goedkeuring van Dracula, gespeeld door Gerard Butler. Nou ben ik behoorlijk Monster Magnet-fan, maar het gaat om zo een beetje hun slechtste nummer. Butler zag er trouwens wel echt goed uit in zijn jonge dagen, meer als een Franse professionele danser dan de Schotse houthakkerlook die ik met hem associeer. En als hij een schop geeft, is het al met precies dezelfde techniek - geheven been, uit de knie - die hem later zijn plek in de filmgeschiedenis zou geven met 300!
Grootste probleem is dat in NOLA de film grotendeels verandert in een matige actiefilm die veel scenes uit The Matrix en Blade slapjes kopieert met inmiddels hopeloos verouderde computereffecten. Regisseur Patrick Lussier gooit er nog wel wat redelijke Argento-achtige scenes in, maar die maken de film als geheel alleen maar rommeliger. Ook jammer is dat Lussier niet helemaal los gaat met Dracula's bruiden, gespeeld door Jennifer Esposito, Jeri 'Seven of Nine' Ryan en een actrice met de aparte artiestennaam Vitamin C. De drie dames hebben namelijk duidelijk wel zin om er een campy softcore vampierspektakel van te maken - deze film zit natuurlijk ook in het tijdperk van dingen als Wild Things, Bound en Showgirls - en gooien waar mogelijk alle remmen los, maar het moest wel tienervriendelijk door de keuring komen, dus het blijft allemaal heel tam.
Maar goed, dan een blokje spoilers voor het lore deel:
In deze film is Dracula Judas. Vandaar die afkeer van christelijke symbolen en zilver (vanwege de 30 zilverlingen). Hij kan ook niet dood, want hij is gedoemd op Aarde te blijven, want de toegang tot het hiernamaals is hem ontzegd. Ik kan niet ontkennen dat het een geweldige vondst is. Er wordt zelfs nog even gehint naar een serieuze verkenning van de liefde voor Jezus waardoor Judas überhaupt discipel is geworden en de redenen voor zijn verraad, maar daar is het dan toch de film niet voor. Ik moet zeggen dat het einde met een grote rol voor een levensgroot neon kruis ook wel heel goed gevonden is voor het soort christelijke kitsch dat ik met de zuidelijke staten van de VS associeer.
(Gezien op SkyShowtime)
details
De Dr. Strangelove van de klimaatkomedies, maar dan met de middeleeuwse vulgariteit van bijvoorbeeld Reynaert de Vos, zoals die nu nog doorwerkt in carnaval. Maar dan wel carnaval in de overambitieuze eindeloze spiegelpaleisvorm van iets als 8½, in een sterk op Roy Andersson (Songs from the Second Floor, About Endlessness) geïnspireerde vormgeving vol wit geschminkte gezichten en op instorten staand midcentury design. Verreweg het beste dat Tom Cruise ooit gedaan heeft en ook Riz Ahmed is in bloedvorm. John Goodman hangt met veel plezier de anaal gefixeerde nar uit, want die speelt de Amerikaanse president. Film van het jaar, zelfs als Sandra Hüller en Jesse Plemons er maar half bijhangen.
De soundtrack is ook erg goed. Die is van Cosmo Sheldrake, wat de zoon blijkt van die gekke kwakzalver Rupert.
(Gezien in Eye Filmmuseum)
details
Een verrassend grote stap achteruit ten opzichte van deel één. Het grootste probleem is dat het Franse chauvinisme er hier wel erg opgelegd wordt, inclusief meerdere muzikale intermezzo's van patriottische liederen. Verder wordt breed uitgemeten dat de Amerikanen van Frankrijk een soort Amerikaanse kolonie willen maken - een plan dat ongetwijfeld gespeeld zal hebben, want er was ook een plan Duitsland definitief terug te werpen tot een agrarische staat, maar het is lastig in te schatten hoe dicht het bij de uitvoering is gekomen - maar als De Gaulle (Simon Abkarian, weer erg goed) dan in Algiers landt is het zonder enige ironie: "Welkom in Frankrijk!" Alle Afrikaanse troepen vechten ook heel blij mee met De Vrije Fransen. Op basis van deze film zou je zeggen dat Roosevelt (Campbell Scott) één van de grote slechteriken van de Tweede Wereldoorlog is, terwijl je louter positieve indrukken krijgen van bijvoorbeeld Winston 'Bengaalse Hongersnood' Churchill (Simon Russell Beale) en Anthony 'Suez Crisis' Eden (Tom Mison). De nazi's blijven net als in Résistance een grotendeels gezichtloze en vrij abstracte vijand.
We krijgen ook veel minder amusante scenes waarin De Gaulle zijn totale gebrek aan talent voor diplomatie ten toon spreidt dan in deel één. Deels ook omdat hij door begint te krijgen hoe het spelletje gespeeld wordt en daar, zonder iets van zijn rechtlijnigheid in te verliezen, gebruik van begint te maken, met als hoogtepunt het uiteindelijk na Nederlands minderheidskabinet waardige eindeloze onderhandelingen in één vergadering uitmanoeuvreren van concurrent generaal Giraud (Thierry Lhermitte) . Dan is de film toch weer op zijn best.
Het andere deel dat nog steeds goed is, is het vakwerk van traditionele oorlogsfilm maken. Meteen in het begin krijgen we een geweldige veldslag in de woestijn te zien onder leiding van generaal Leclerc, de militaire held van de Fransen (Niels Schneider). Verder zijn er ook prima spannende scenes rond verzetsheld Jean Moulin (Félix Kysyl) en de nog van deel één bekende Livia (Anamaria Vartolomei, overigens de enige vrouw met een rol van betekenis in deze film van dik 2,5 uur.)
Al met al nog steeds een film die gedurende zijn volledige, lange speelduur weet te vermaken, maar het toch redelijk genuanceerde beeld van De Gaulle als een dappere man met principes, maar ook een ontzettende houten klaas met een godcomplex uit Résistance, wordt hier door een groot deel vervangen door veel simplistischere hagiografische en patriottische propaganda.
(Gezien in Cinecenter)
details
Percy Shelley (Julian Sands), Mary Shelley (Natasha Richardson) en Claire Clairmont (Myriam Cyr), Byrons minnares van het moment, komen aan bij de villa die Lord Byron (Gabriel Byrne) heeft gehuurd aan het Meer van Genève om aan de talloze schandalen die hem achtervolgen te ontsnappen. Daar ook aanwezig is zijn lijfarts en biograaf dr. Polidori (Timoty Spall). Ze gaan voor een avondje de volle 19e-eeuwse decadentie, je weet wel: stukje orgie, stukje seance, stukje filosoferen over God en wetenschap, stukje laudanum drinken. Nou ja, dat laatste kan je wel vervangen door heel veel laudanum drinken. Met name Percy lust er wel pap van. Dat loopt een beetje uit de hand allemaal (dat had ik nou nooit zien aankomen) en de hoofdpersonen beginnen te geloven dat ze met hun seance echt een demon hebben opgeroepen.
Ken Russell heeft nogal een reputatie als regisseur van over the top decadente films. Ik kende tot nog toe alleen The Devils en die voldeed volkomen aan de verwachtingen. Veel verder ben ik nog niet gekomen, omdat noch de streamingdiensten noch de Amsterdamse bioscoopprogrammeurs liefhebbers van de man lijken te zijn. Ik wil erg graag Altered States en The Lair of the White Worm, de film die Hugh Grant naar het schijnt jarenlang op zijn zwarte lijst van interviewonderwerpen had staan, nog zien.
Maar zie daar: ik vind Gothic ineens vond op Prime en die voldeed aan alle verwachtingen. Het is een freudiaans-katholiek aangedreven ero-horrortrip van wereldklasse. Alle acteurs weten ook wat ze te doen staat en gaan helemaal los, de altijd geweldige Spal voorop. Componist Thomas Dolby drukt alle knopjes van alle synthesizers tegelijk in. Maar zoals je verwacht bij Russell is de vormgeving het hoogtepunt. Ik zie op Letterboxd dat de andere credits van art director Michael Buchanan Orlando en Carvaggio van Derek Jarman (die op zijn beurt de art direction voor The Devils deed) zijn.
Het verhaal is een recreatie van de nacht waarop de hoofdpersonen door slecht weer een griezelverhaalwedstrijd hielden, waar Frankenstein uit voortkwam, maar waar Polidori ook de grondslag legde voor het moderne vampierverhaal. Verrassend genoeg blijkt bij snel wat nazoeken dat Russell en scenarist Stephen Volk niet eens heel ver van de werkelijke details zijn afgeweken, ze hebben er alleen een hysterisch opiumnachtmerriesausje overheen gegoten. In het begin vond ik het nog een beetje tam, alhoewel wel al erg sterk vormgegeven, maar als het los gaat op het einde, dat gaat het ook wel echt los. Het moment dat Polidori zichzelf stigmata begon te geven door met zijn handen op de spijker waarop een crucifix had gehangen te slaan, dacht ik: dit is mijn soort film.
(Gezien op Prime Video)
details
Ik ging hier heen met de gedachte dat het een documentaire was over de genocide in Gaza. Dat is het ook wel, maar veel meer nog is het een documentaire over de moderne surveillancestaat, met Gaza, waar elke sensor van elke mobiele telefoon wordt uitgelezen door de systemen van de Israëlische inlichtingendiensten en van elk gebouw dronebeelden in het systeem zitten, als het ultieme eindpunt.
De documentaire bestaat uit gesprekken met anonieme medewerkers van het Israëlische inlichtingendiensten en leger, die zich niet meer konden vinden in de gevolgde methoden.
Er waren (zijn?) twee algoritmes in gebruik: Lavender om potentiële Hamas-leden te identificeren, dus personen kregen een verdachtheidsscore, en Where's Daddy? om dan te bepalen waar ze woonden. Zoals de naam al suggereert, maakt dat laatste algoritme veel gebruik van metadata van familie. Er wordt ook uitgelegd hoe fout dit kan gaan. Je kan bijvoorbeeld zonder het te weten bij een bakkerij werken vlakbij een (voor jou) geheim Hamas-commandocentrum. Het systeem ziet dan dat jij rond lunchtijd enorm veel contacten hebt met Hamas-leden. Heel verdacht. En voor Where's Daddy? geldt: ook Hamas-leden laten weleens hun telefoon thuis liggen. (Ik neem trouwens aan dat de echte kopstukken van Hamas, net als b.v. Osama bin Laden om precies deze reden helemaal offline zijn, maar dat komt niet ter sprake.)
Maar er worden ook duidelijke politieke/militaire keuzes uit de doeken gedaan die getuigen van enorme bloedlust en respect voor mensenlevens. Zo werd specifiek besloten verdachte Hamas-leden 's nachts als ze thuis bij hun gezin waren te bombarderen, omdat dat gemakkelijker was. En de titel NAZA komt van een Hebreeuws acroniem voor 'nevenschade', het aantal burgerslachtoffers dat bij een bombardement verwacht wordt. Zelfs voor laaggeplaatste Hamas-leden werd 20 burgerslachtoffers nog acceptabel gevonden.
Yuval Abraham is een erg goede interviewer, die telkens precies de vragen en vervolgvragen stelt die tot de kern gaan en de geïnterviewden hun verhaal laat doen. Hij vraagt ook telkens goed door over waarom de geïnterviewden meededen en of ze geen spijt hebben. Dat levert de standaard "Zo was het systeem" en "Dat waren de orders" antwoorden op. En dat terwijl ze regelmatig mee luisterden, terwijl de bommen gedropt werden.
Er valt natuurlijk weinig te zien bij interviews met mensen die anoniem willen blijven. De oplossing die daarvoor gevonden werd, vond ik erg sterk. De interviews vinden plaats op daken (waarschijnlijk de minste kans op afluisteren). Ondertussen worden beelden getoond van mensen in Tel Aviv die door de ramen van hun appartementen gefilmd worden. Vaak kijken ze naar het nieuws over de oorlog op televisie. Op een gegeven moment mensen die aan het werk zijn in het hoofdkwartier van het leger. Dit versterkte voor mij heel erg heel erg het thema van constante surveillance: ook jij kan in de gaten gehouden worden, zonder dat je het door hebt.
Wat nauwelijks aan bod komt, is het grotere plaatje van het waarom van deze manier van oorlog voeren. Even horen we iemand die meer van de politieke tak van de inlichtingendienst komt, die zegt dat het doel is dat er geen Palestijnse staat komt, terwijl het leven in Israël zoveel mogelijk zijn gang kan gaan. Er worden ook wat zinnen gewijd aan een groter historisch perspectief over nationale mythes in Israël met de geschiedenis van Tel Aviv als illustratie, maar ook dat blijft wat schamel.
Ook de effecten van al het geweld worden aanvankelijk niet getoond, maar alleen besproken. Tot de slotscene, die zelfs na alles wat je gehoord hebt, dan nog steeds aankomt als een mokerslag in het gezicht.
details