Log
This page will keep you informed of recent votes, opinions and reviews of Mr_Marty.
By default you see the activities in the current and previous month. You can also choose one of the following periods:
januari 2025, februari 2025, maart 2025, april 2025, mei 2025, juni 2025, juli 2025, augustus 2025, september 2025, oktober 2025, november 2025, december 2025, januari 2026, februari 2026, maart 2026, april 2026, mei 2026, juni 2026, juli 2026, augustus 2026, september 2026, oktober 2026
Billy Casper (David Bradley) is een dromerig jochie uit het armste deel van het Engelse mijnbouwstadje Barnsley. De Caspers zijn zo arm dat hij met zijn broer (misschien ook halfbroer, dat was me een beetje onduidelijk) Jud (Freddy Fletcher), die al in de mijn werkt, in één bed moet slapen. Helaas voor Billy is Barnsley eind jaren '60 geen plek voor dromerige jochies, zeker als ze de doodzonde begaan niet van voetbal te houden. Hij wordt gepest door de patserige Jud, zijn medeleerlingen en vooral door de leraren. School is hier namelijk een soort strafkamp om geesten te breken en te disciplineren voor de mijnen. Pedagogiek is nog blijven hangen op niveau 'een flinke tik met het rietje' als wondermiddel voor alles.
Gelukkig voor Billy is er veel mooie natuur rond de stad. Het is vooral het trainen van zijn torenvalk Kes, dat hem op de been houdt. (Kes komt van 'kestrel', Engels voor torenvalk. Beetje verwarrend omdat 'falcon' ook een Engels woord is, maar alle valken zijn 'falcons' en specifiek valken die bidden zijn 'kestrels' en omdat de torenvalk de enige valk in West-Europa is die dat doet is dat gewoon de 'kestrel'.)
Al mijn hele filmgaande leven kort er met enige regelmaat een film van Ken Loach uit. Altijd wel goed, maar je weet ook altijd wel wat je krijgt: een drama met wat komische noten dat een sociale misstand aankaart. Deze vroege film zit grotendeels wel al in dat stramien, maar wat duidelijk anders is, is dat er een Romantisch natuurlyriek element aan zit. We zien veel beelden van Billy en Kes die door de groene heuvels rond Barnsley struinen, vaak begeleid door folky fluitmuziek, die mij eigenlijk net wat te Tolkien is. Dringt de hippietijd toch een beetje door in Barnsley, hoewel het verder allemaal doffe ellende is. Als je even oorlogen en hongersnoden en zo negeert en denkt aan de meest ellendige 'normale' plaatsen in de recente geschiedenis, dat scoort Noord-Engeland rond 1970 toch wel enorm hoog.
Het sociaal-realistische deel beviel me beter. Gelukkig geen ellendeporno, want Loach laat vaak de absurde kant van het wrede schoolsysteem zien. Mooi is het als de leerlingen die wachten op hun straf de slappe lach krijgen van de pathetische "waar moet het heen met de jeugd van tegenwoordig?"-toespraak van het schoolhoofd (Bob Bowes). Maar het hoogtepunt is toch (wat anders) de gymles, met een glansrol voor Brian Glover als de lompste aller pestkopgymleraren in de filmgeschiedenis en dat is toch een categorie waarin enorm veel concurrentie is.
Voor zover ik kan nagaan is Kes de grote doorbraak van Loach en één van zijn hoogst aangeschreven films. Ik vond hem wel goed, maar ook nog wel wat minder gepolijst dan later films en ook wel licht gedateerd met zijn hippie-invloeden. En een film als Sorry We Missed You of I, Daniel Blake over meteen herkenbare moderne misstanden raakt toch harder dan over iets wat inmiddels toch wel een ver verleden is.
(Gezien op Prime Video)
details
Het is niet zo moeilijk eigenlijk, een fatsoenlijke publieksfilm maken voor volwassenen. Gewoon een solide script, dat goede acteurs de ruimte geeft en een lekker ambachtelijke uitvoering met goede locaties, zonder lelijke computeronzin. Wel nog de moderne fout van een speelduur van 2,5 voor een film die uit al zijn poriën '90 minuten' ademt. Maar goed, dat geeft Josh O'Connor, Glenn Close, Daniel Craig en Josh Brolin (en niet Kurt Russell, zoals ik tot de aftiteling dacht) wel meer kans om te shinen. Ik vond zelfs Jeremy Renner goed. Meestal vind ik hem slecht omdat hij als held gecast wordt, terwijl hij voor mij een heel onsympathieke, rattige uitstraling heeft, maar hier speelt hij een onsympathiek, rattig karakter, dus dat scheelt. Andrew Scott, één van mijn favoriete acteurs van het moment, wordt wel veel te weinig ingezet. Ook weer een film met zowel O'Connor als Scott. Is dat een soort Ierse package deal of zo?
Net als in de tweede Knives Out film, worden er ook hier ook wat politieke noten gekraakt. In de tweede film was het prijsschieten op techbro's, hier wordt de opkomst van het christelijk nationalisme als ressentimentsleer met verrassend veel diepgang opgepakt. Zoals de titel als suggereert, speelt obsessie van veel Amerikaanse christenen met de second coming daarbij een rol. En dat zonder dat het prekerig wordt - dit soort een slimme truc waarbij O'Connors vrome priester respectvol tegengas krijgt van de overtuigde atheist Benoît Blanc - of de vermakelijkheid aantast met zware discussies. Goed gedaan.
(Gezien op Netflix)
details
Netflix heeft een heel stel voor weinig geld gemaakte oude moordmysteries in het aanbod. Het zijn altijd een soort verfilmde toneelstukken, die zich voor een groot deel op één locatie afspelen en een korte speelduur hebben, ergens tussen de 60 en 90 minuten. Af en toe, als ik zin heb in iets wat lekker rustig wegkijkt, zet ik er één op. Deux Heures à Tuer past precies in de categorie, alleen waar de meeste films van dit type Engels zijn, komt deze uit Frankrijk.
Mensen wachten op het station van Auvernaux op de laatste trein naar Parijs. Die gaat om 23:48, maar om verschillende redenen is iedereen er al iets na 22:00. Die twee uur om te doden zijn dus naar boven afgerond én de film is bijna in real time. Buiten houdt de gendarme ondertussen een klopjacht op een seriemoordenaar die al drie vrouwen rond het station heeft vermoord. Je denkt dat je de held van het verhaal ontmoet in Laurent, die teruggaat naar Parijs zonder de moordenaar te hebben kunnen ontmaskeren. Maar hij mist zijn trein en dat geeft hem de kans onder de potentiële verdachten in de wachtkamer nog eens goed aan de tand te voelen. Natuurlijk hebben ze allemaal zo hun geheimen en andere dingen die ze verdacht maken.
To zo ver is het allemaal de bekende opzet. Maar i]Deux Heures à Tuer[/i] weet al snel te verrassen. Laurent blijkt namelijk niet de zoveelste sluwe Hercule Poirot -kloon, maar is een onbeschofte hork die zichzelf heel graag hoort praten, een enorm hoge dunk van zichzelf heeft en iedereen tegen zich in het harnas jaagt. Heel goed geacteerd door Pierre Brasseur, maar dat blijkt bij nazoeken ook gewoon de dokter uit de klassieker Les Yeux sans Visage (te lang geleden gezien), terwijl hij ook een grote rol speelt in Les Enfants du Paradis (nog steeds niet gezien). De rest van de cast is solide. De enige andere acteur in de film van wie ik kan terugvinden dat hij enige status heeft, is Michel Simon en die vind ik eigenlijk een beetje de zwakke schakel, wegens wat ouderwets, groot acteren.
Het plot gaat ook heel andere kanten op dan ik dacht. Vooral heel Franse kanten. Ja, de minnaars en minnaressen vliegen je om de oren, maar het is vooral de bijtende en cynische toon die steeds meer op de voorgrond komt die enorm Frans is. Dat geldt zeker voor het slot; daar kan echt alleen maar Fin staan en nooit The End.
Eigenlijk best wel een aanrader dus, hoewel het cinematografisch allemaal weinig voorstelt en de film ook de slechtste beeldkwaliteit had die ik ooit bij Netflix heb gezien.
(Gezien op Netflix)
details
Mona Lisa Lee (Jeon Jong-seo) is een tiener met mind control-krachten die ontsnapt uit een inrichting naar New Orleans. Daar ontmoet ze in het nachtleven onder meer een door het leven geharde stripper Bonnie Belle (Kate Hudson) en haar zoontje Charlie (Evan Whitten) en Fuzz (Ed Skrein), een dj, die nu even vooral geld verdient met drugs verkopen, maar noem hem geen drugsdealer. Agent Harold (Craig Robinson) doet ondertussen zijn best haar op te pakken, maar dat lukt niet zo best, door die mind control.
Deze film van Ana Lily Amirpour blijft erg dicht bij haar doorbraakfilm A Girl Walks Home Alone at Night, alleen net wat minder goed. Het is dus ook een film met een horrorbasis die totaal niet gaat voor horror, maar meer voor een relaxte Jim Jarmusch-achtige vibe, inclusief prominente soundtrack en soort van humor waar je nooit echt het label 'komedie' op kunt plakken. De nachtelijke tocht langs de zelfkant van New Orleans leent ook wel wat elementen van films als The Florida Project, Spring Breakers en verrassend genoeg het eerste seizoen van Stranger Things. Het is vooral een film die het van stijl en sfeer moet hebben, niet zo zeer van het plot.
Het soort film waar je echt van moet houden, maar ik zit wel in die categorie. Af en toe is het wel wat té landerig, vooral omdat het de coole sexiness van A Girl Walks Home Alone at Night mist. Naar het einde valt het allemaal ook net te conventioneel in de plooi. Whitten heeft ook heel erg sitcomkindacteurmaniertjes.
(Gezien op Videoland)
details
Online gezet door SkyShowtime wegens het overlijden van Tim Curry. Verder ook met Michael McKean en Christopher Plummer. Dat is toch een cast waarmee je iets kunt en op zich lijkt een film baseren op Cluedo ook niet gek, want dat is een bordspelversie van een klassiek moordmysterie, dus daar kan je alle kanten mee op.
Helaas is de kant die gekozen werd die van een pijnlijk onleuke, oubollige klucht. Het begint - ik lieg niet - met een "wie heeft in de hondenpoep getrapt?" grap die ellenlang wordt uitgesponnen. Ook heel veel heel onleuk Benny Hill-stijlgedoe rondom serveerster Yvette (Colleen Camp) en haar sexy uniform(pje). En een karakter dat mr. Boddy heet, specifiek zodat de "No Boddy in the room" grap gemaakt kan worden. Zucht.
Om Curry te eren dus gewoon weer naar de wel hilarische The Rocky Horror Picture Show kijken.
(Gezien op SkyShowtime, niet afgekeken])
details
Korte documentaire over de tamelijk bizarre moord van Maurice op zijn voetbalvriend Erwin in Beverwijk in 2006. Uiteindelijk gaat het gewoon over geld, maar wel op een heel gekke manier. Jarenlang liegen en stress kan je rare kronkels in je hoofd geven.
Ook wel een interessant portret van het bluecollarbolwerk dat Beverwijk is. De heilige drie-eenheid fabriekspils, shag en 'de foebal' spelen een grote rol. En ja, iemand heeft een Opel Manta.
Er zitten wel wat foto's in die geanimeerd zijn met AI of video die daarmee is opgepoetst. Zoals zo vaak is het effect meer vervreemdend uncanny valley dan dat het het beter maakt.
(Gezien op NPO)
details
Film op zijn meest 1970s wel, dit. Surrealistisch en trippy: check. Seksuele lading rond jonge meisjes: check. Sprookjesachtige vormgeving: check. Anti-kerk: check. Folk-achtige muziek op de soundtrack: check.
Het is een soort van vampierverhaal, hoewel de vampier ook een bunzing is? En misschien ook wel de vader van Valerie (Jaroslava Schallerová, ook gewoon 13 toen ze in deze film speelde, want: jaren 70). En ook de vader van haar eerste liefde, Orlík (Petr Kopřiva), voor die extra incestueuze spanning? Want het geheel is ook een soort metafoor voor het seksueel ontwaken van Valerie.
Het klinkt allemaal vaag en de film maakt ook rare, surrealistische sprongen, maar de grote lijn is uiteindelijk wel goed te volgen, hoewel de eerste 10 minuten of zo ik geen idee had wat er aan de hand was.
Valerie a Týden Divu is vooral een visueel spektakel, zoals veel films uit de Tsjechoslowaakse New Wave. De art direction is van de absolute ster op dat gebied van die beweging, Ester Krumbachová. Ze schreef ook het script, maar dat verhinderde niet dat het toch wel een erg malegazerige film is geworden, vaak op een soort Timotei-reclame-achtige (zegt iemand dat nog wat?) softcoremanier die ik nogal irritant vond. Maar op andere momenten - en dat is gelukkig vaker - is het dan weer Tsjechoslowaakse fantasievolheid op zijn best. De speelduur van 75 minuten is een andere redding.
(Gezien in De Uitkijk)
details
Na Modern Times en The Gold Rush was dit de eerste geluidsfilm die ik zag van Chaplin. Hij weet zijn hele formule verrassend soepel over te zetten, door gewoon hetzelfde te blijven doen met ondersteuning van muziek en geluidseffecten. Vooral die muziek werkt goed, omdat Chaplin sowieso natuurlijk al erg van de choreografie was. Knap ook hoe de film tegelijk een verzameling aaneen geplakte set piece scenes is voor Chaplin om zijn immense talenten te tonen, maar toch ook een goed lopend verhaal vormt. Beste scenes zijn voor mij Hynkel met de wereldbol, voorafgegaan door de scherpste dialoog en de scheerscene op Brahms.
Als satire op het fascisme sta ik er een beetje dubbel in. Chaplin weet goed het bombastische gebral en de voorliefde voor uiterlijk vertoon van Hitler belachelijk te maken, mede door inzet van hilarisch nep-Duits (weer goed gebruik van geluid!) Maar de voornamelijk op slapstick gebaseerde humor, mist naar mijn idee af en toe toch wat bite, ondanks dat Chaplin de wreedheid van de knokploegen van de SA vrij expliciet weergeeft. De grote toespraak op het einde is een fraai staaltje retoriek, maar me ook wat te naïef optimistisch. De kapitalismekritiek in Modern Times werkte voor mij toch beter, maar dat onderwerp leent zich wellicht ook gewoon beter voor visuele humor (letterlijk vermalen worden door de machine.)
(Gezien in Lab111)
details
J.J. Hunsecker (Burt Lancaster) is een almachtige entertainment- en roddelcolumnist. Het is 1957 en we zitten in de overgang van de krant naar televisie als het belangrijkste medium; Hunsecker heeft ook al een soort talkshow. Sidney Falco (Tony Curtis) is een persman met een probleem: hij is door Hunsecker op de zwarte lijst gezet; de artiesten en clubs die hij representeert komen niet meer in zijn columns. De reden: Falco vertegenwoordigt het kwintet van jazzgitarist Steve Dallas (Martin Milner) en die heeft een relatie met Hunseckers zusje Susie (Susan Harrison). (Dit speelt ook net op de overgang tussen jazz en rock 'n' roll als de meest populaire muziek.) J.J. is daar zwaar op tegen. De film houdt een beetje in het midden of dat is vanwege een incestueuze liefde voor haar (dat kon je in 1957 sowieso niet uitspreken in een Hollywoodfilm) of omdat zijn controledwang door zijn (media)macht totaal uit de hand is gelopen. Hoe het ook zij: zolang Falco niet voor elkaar krijgt dat Steve en Susie uit elkaar gaan, kan hij vergeten dat zijn klanten nog in de column voorkomen. Dus gaat Sidney aan het werk om Steve kapot te maken. Het zijn de jaren '50 in de VS, dus iets met 'marihuanasigaretten' en 'communisme' moet werken, maar Falco gebruikt werkelijk elke smerige truc die hij kan bedenken.
Heerlijk cynische noir, dit. Echt zo een film die je krijgt als een flink deel van de makers de Tweede Wereldoorlog bewust heeft meegemaakt of er zelfs in heeft gevochten. Daar word je niet positiever van in je mensbeeld, maar je gaat juist wel het belang van principieel zijn er van inzien.
Dat betekent dus ook dat in Sweet Swell of Success het voor een flink deel om de oneliners en dialogen gaat. Een professionele vertaler met tijd zou al moeite hebben dat in vergelijkbaar Nederlands te vangen, laat staan dat ze bij een streamer als Prime, waar ik de film keek, er iets van brouwen. Dus ik raad sterk aan de Nederlandse ondertiteling te vervangen door de Engelse (uit kan ook, maar er zit ook wel wat jarenvijftigslang in en ze praten snel.)
Tony Curtis en Burt Lancaster zijn geweldig op dreef. Ik vind het grappig om die andere memorabele Lancaster rol in The Swimmer te zien als een soort officieus vervolg, een beetje zoals Dennis Hopper Out of the Blue als officieus vervolg op Easy Rider ziet. Milner en Harrison hebben als hun tegenpolen, mensen die nog wel een ziel hebben, niet de beschikking over de verbale vuurkracht van de twee hoofdslechteriken, maar blijven ook prima overeind. Terwijl de rol van Harrison toch vrij lastig is, omdat ze tegelijk de kwetsbaarheid moet uitbeelden van iemand die al jaren onder de plak zit bij een dominante persoon, maar tegelijkertijd de kracht van iemand die zeker is dat ze haar grote liefde gevonden heeft.
Dit is ook wel visueel noir op zijn noirst. Er zitten nachtscenes in van New York die echt bijna zwart-wit, zonder grijstinten, zijn. Geweldig werk van de legendarische cameraman James Wong Howe. Echt schitterend, zeker met de bijbehorende jazzy score van Elmer (geen familie van Leonard) Bernstein.
(Gezien op Prime Video)
details
De Dr. Strangelove van de klimaatkomedies, maar dan met de middeleeuwse vulgariteit van bijvoorbeeld Reynaert de Vos, zoals die nu nog doorwerkt in carnaval. Maar dan wel carnaval in de overambitieuze eindeloze spiegelpaleisvorm van iets als 8½, in een sterk op Roy Andersson (Songs from the Second Floor, About Endlessness) geïnspireerde vormgeving vol wit geschminkte gezichten en op instorten staand midcentury design. Verreweg het beste dat Tom Cruise ooit gedaan heeft en ook Riz Ahmed is in bloedvorm. John Goodman hangt met veel plezier de anaal gefixeerde nar uit, want die speelt de Amerikaanse president. Film van het jaar, zelfs als Sandra Hüller en Jesse Plemons er maar half bijhangen.
De soundtrack is ook erg goed. Die is van Cosmo Sheldrake, wat de zoon blijkt van die gekke kwakzalver Rupert.
(Gezien in Eye Filmmuseum)
details
Een verrassend grote stap achteruit ten opzichte van deel één. Het grootste probleem is dat het Franse chauvinisme er hier wel erg opgelegd wordt, inclusief meerdere muzikale intermezzo's van patriottische liederen. Verder wordt breed uitgemeten dat de Amerikanen van Frankrijk een soort Amerikaanse kolonie willen maken - een plan dat ongetwijfeld gespeeld zal hebben, want er was ook een plan Duitsland definitief terug te werpen tot een agrarische staat, maar het is lastig in te schatten hoe dicht het bij de uitvoering is gekomen - maar als De Gaulle (Simon Abkarian, weer erg goed) dan in Algiers landt is het zonder enige ironie: "Welkom in Frankrijk!" Alle Afrikaanse troepen vechten ook heel blij mee met De Vrije Fransen. Op basis van deze film zou je zeggen dat Roosevelt (Campbell Scott) één van de grote slechteriken van de Tweede Wereldoorlog is, terwijl je louter positieve indrukken krijgen van bijvoorbeeld Winston 'Bengaalse Hongersnood' Churchill (Simon Russell Beale) en Anthony 'Suez Crisis' Eden (Tom Mison). De nazi's blijven net als in Résistance een grotendeels gezichtloze en vrij abstracte vijand.
We krijgen ook veel minder amusante scenes waarin De Gaulle zijn totale gebrek aan talent voor diplomatie ten toon spreidt dan in deel één. Deels ook omdat hij door begint te krijgen hoe het spelletje gespeeld wordt en daar, zonder iets van zijn rechtlijnigheid in te verliezen, gebruik van begint te maken, met als hoogtepunt het uiteindelijk na Nederlands minderheidskabinet waardige eindeloze onderhandelingen in één vergadering uitmanoeuvreren van concurrent generaal Giraud (Thierry Lhermitte) . Dan is de film toch weer op zijn best.
Het andere deel dat nog steeds goed is, is het vakwerk van traditionele oorlogsfilm maken. Meteen in het begin krijgen we een geweldige veldslag in de woestijn te zien onder leiding van generaal Leclerc, de militaire held van de Fransen (Niels Schneider). Verder zijn er ook prima spannende scenes rond verzetsheld Jean Moulin (Félix Kysyl) en de nog van deel één bekende Livia (Anamaria Vartolomei, overigens de enige vrouw met een rol van betekenis in deze film van dik 2,5 uur.)
Al met al nog steeds een film die gedurende zijn volledige, lange speelduur weet te vermaken, maar het toch redelijk genuanceerde beeld van De Gaulle als een dappere man met principes, maar ook een ontzettende houten klaas met een godcomplex uit Résistance, wordt hier door een groot deel vervangen door veel simplistischere hagiografische en patriottische propaganda.
(Gezien in Cinecenter)
details
Percy Shelley (Julian Sands), Mary Shelley (Natasha Richardson) en Claire Clairmont (Myriam Cyr), Byrons minnares van het moment, komen aan bij de villa die Lord Byron (Gabriel Byrne) heeft gehuurd aan het Meer van Genève om aan de talloze schandalen die hem achtervolgen te ontsnappen. Daar ook aanwezig is zijn lijfarts en biograaf dr. Polidori (Timoty Spall). Ze gaan voor een avondje de volle 19e-eeuwse decadentie, je weet wel: stukje orgie, stukje seance, stukje filosoferen over God en wetenschap, stukje laudanum drinken. Nou ja, dat laatste kan je wel vervangen door heel veel laudanum drinken. Met name Percy lust er wel pap van. Dat loopt een beetje uit de hand allemaal (dat had ik nou nooit zien aankomen) en de hoofdpersonen beginnen te geloven dat ze met hun seance echt een demon hebben opgeroepen.
Ken Russell heeft nogal een reputatie als regisseur van over the top decadente films. Ik kende tot nog toe alleen The Devils en die voldeed volkomen aan de verwachtingen. Veel verder ben ik nog niet gekomen, omdat noch de streamingdiensten noch de Amsterdamse bioscoopprogrammeurs liefhebbers van de man lijken te zijn. Ik wil erg graag Altered States en The Lair of the White Worm, de film die Hugh Grant naar het schijnt jarenlang op zijn zwarte lijst van interviewonderwerpen had staan, nog zien.
Maar zie daar: ik vind Gothic ineens vond op Prime en die voldeed aan alle verwachtingen. Het is een freudiaans-katholiek aangedreven ero-horrortrip van wereldklasse. Alle acteurs weten ook wat ze te doen staat en gaan helemaal los, de altijd geweldige Spal voorop. Componist Thomas Dolby drukt alle knopjes van alle synthesizers tegelijk in. Maar zoals je verwacht bij Russell is de vormgeving het hoogtepunt. Ik zie op Letterboxd dat de andere credits van art director Michael Buchanan Orlando en Carvaggio van Derek Jarman (die op zijn beurt de art direction voor The Devils deed) zijn.
Het verhaal is een recreatie van de nacht waarop de hoofdpersonen door slecht weer een griezelverhaalwedstrijd hielden, waar Frankenstein uit voortkwam, maar waar Polidori ook de grondslag legde voor het moderne vampierverhaal. Verrassend genoeg blijkt bij snel wat nazoeken dat Russell en scenarist Stephen Volk niet eens heel ver van de werkelijke details zijn afgeweken, ze hebben er alleen een hysterisch opiumnachtmerriesausje overheen gegoten. In het begin vond ik het nog een beetje tam, alhoewel wel al erg sterk vormgegeven, maar als het los gaat op het einde, dat gaat het ook wel echt los. Het moment dat Polidori zichzelf stigmata begon te geven door met zijn handen op de spijker waarop een crucifix had gehangen te slaan, dacht ik: dit is mijn soort film.
(Gezien op Prime Video)
details
Ik ging hier heen met de gedachte dat het een documentaire was over de genocide in Gaza. Dat is het ook wel, maar veel meer nog is het een documentaire over de moderne surveillancestaat, met Gaza, waar elke sensor van elke mobiele telefoon wordt uitgelezen door de systemen van de Israëlische inlichtingendiensten en van elk gebouw dronebeelden in het systeem zitten, als het ultieme eindpunt.
De documentaire bestaat uit gesprekken met anonieme medewerkers van het Israëlische inlichtingendiensten en leger, die zich niet meer konden vinden in de gevolgde methoden.
Er waren (zijn?) twee algoritmes in gebruik: Lavender om potentiële Hamas-leden te identificeren, dus personen kregen een verdachtheidsscore, en Where's Daddy? om dan te bepalen waar ze woonden. Zoals de naam al suggereert, maakt dat laatste algoritme veel gebruik van metadata van familie. Er wordt ook uitgelegd hoe fout dit kan gaan. Je kan bijvoorbeeld zonder het te weten bij een bakkerij werken vlakbij een (voor jou) geheim Hamas-commandocentrum. Het systeem ziet dan dat jij rond lunchtijd enorm veel contacten hebt met Hamas-leden. Heel verdacht. En voor Where's Daddy? geldt: ook Hamas-leden laten weleens hun telefoon thuis liggen. (Ik neem trouwens aan dat de echte kopstukken van Hamas, net als b.v. Osama bin Laden om precies deze reden helemaal offline zijn, maar dat komt niet ter sprake.)
Maar er worden ook duidelijke politieke/militaire keuzes uit de doeken gedaan die getuigen van enorme bloedlust en respect voor mensenlevens. Zo werd specifiek besloten verdachte Hamas-leden 's nachts als ze thuis bij hun gezin waren te bombarderen, omdat dat gemakkelijker was. En de titel NAZA komt van een Hebreeuws acroniem voor 'nevenschade', het aantal burgerslachtoffers dat bij een bombardement verwacht wordt. Zelfs voor laaggeplaatste Hamas-leden werd 20 burgerslachtoffers nog acceptabel gevonden.
Yuval Abraham is een erg goede interviewer, die telkens precies de vragen en vervolgvragen stelt die tot de kern gaan en de geïnterviewden hun verhaal laat doen. Hij vraagt ook telkens goed door over waarom de geïnterviewden meededen en of ze geen spijt hebben. Dat levert de standaard "Zo was het systeem" en "Dat waren de orders" antwoorden op. En dat terwijl ze regelmatig mee luisterden, terwijl de bommen gedropt werden.
Er valt natuurlijk weinig te zien bij interviews met mensen die anoniem willen blijven. De oplossing die daarvoor gevonden werd, vond ik erg sterk. De interviews vinden plaats op daken (waarschijnlijk de minste kans op afluisteren). Ondertussen worden beelden getoond van mensen in Tel Aviv die door de ramen van hun appartementen gefilmd worden. Vaak kijken ze naar het nieuws over de oorlog op televisie. Op een gegeven moment mensen die aan het werk zijn in het hoofdkwartier van het leger. Dit versterkte voor mij heel erg heel erg het thema van constante surveillance: ook jij kan in de gaten gehouden worden, zonder dat je het door hebt.
Wat nauwelijks aan bod komt, is het grotere plaatje van het waarom van deze manier van oorlog voeren. Even horen we iemand die meer van de politieke tak van de inlichtingendienst komt, die zegt dat het doel is dat er geen Palestijnse staat komt, terwijl het leven in Israël zoveel mogelijk zijn gang kan gaan. Er worden ook wat zinnen gewijd aan een groter historisch perspectief over nationale mythes in Israël met de geschiedenis van Tel Aviv als illustratie, maar ook dat blijft wat schamel.
Ook de effecten van al het geweld worden aanvankelijk niet getoond, maar alleen besproken. Tot de slotscene, die zelfs na alles wat je gehoord hebt, dan nog steeds aankomt als een mokerslag in het gezicht.
details
Ik ben in het bezit van Resident Evils 2 (volgens mij de remaster), 4, 5, 7, 8 en iets dat Revelations heet, maar ik heb er nog nooit één van gespeeld. Ik heb een beetje een probleem met impulsaankopen van videospellen in de uitverkoop. Ik weet dat er één is met een soort Texas Chainsaw Massacre inslag en ééntje met een vampierdominatrix, die een tijdje terug een populaire meme was. Maar als je daar ook hitsige fanfiction over hebt geschreven, heb ik slecht nieuws: die zit niet in de film. Laten we staan voor een vervolg.
Ik ben ook niet naar naar deze film geweest vanwege de spellen, maar omdat het de nieuwe film is van Zach Cregger, van Barbarian en Weapons. Naar mijn mening is Cregger op dit moment één van de beste regisseurs van het betere popcornvermaak. Een echte vakman, die enorm spannende momenten goed met scherpe humor afwisselt en dat dan ook altijd netjes rond de 90 minuten afrond.
Dat geldt ook weer voor Resident Evil, maar het is toch wel anders. Barbarian en zeker Weapons waren behoorlijk origineel, maar Resident Evil is een schaamteloos eerbetoon aan naar wat ik aanneem dat Creggers helden zijn. Met name Sam Raimi en vroege Peter Jackson (kunnen we vroege Peter Jackson trouwens niet terug krijgen?) Het eerste deel van de film is meer Evil Dead, op het einde gaan we meer naar Brain Dead. Er zit ook nog flink wat The Thing in en dan gaan we op het einde ook nog van de heel recente invloed van The Substance (dat het naar mijn idee weer van een ander videospel dat ik wel gespeeld heb, Inside, had, maar misschien hadden die het wel weer van een Resident Evil spel?) naar heel klassiek met King Kong. Omdat de Resident Evil spellen ook graag leentjebuur spelen bij horrorklassiekers, moet ik alleen wel een slag om de arm houden of dat niet de invloeden van Capcom waren, die Cregger keurig heeft overgenomen.
De special effects zijn vaak lekker tactiel, maar er zijn wat mindere, te computerige momenten. Af en toe blijft Cregger ook net wat te dicht bij het videospel, bijvoorbeeld als de hoofdpersoon over een smal randje moet lopen of over een stel auto's moet klimmen.
Bijna de hele film wordt gedragen op de smalle, maar wel voldoende sterke schouders van Austin Abrams. Zijn karakter heeft wat trekjes van Ash uit Evil Dead, maar dit is 2026 en niet de Reagan-periode van opgepompte actiehelden, dus hij blijft wat meer een schlemiel, ook na het verslaan van heel wat monsters.
Een tweede Oscar voor een Cregger film zit er niet in, maar het is dus wel prima vermaak, ook net wat beter dan Send Help, de recente film van Creggers inspirator Raimi.
(Gezien in FilmHallen)
details
De matrozen van de Potjomkin weigeren borsjtsj (dicteewoord!) gemaakt met verrot vlees waar de maden uit kruipen te eten. Russische soldaten in Japanse krijgsgevangenschap krijgen nog beter te eten! (Dit hele verhaal speelt zich af tijdens de voor het Russische Rijk desastreus verlopen oorlog met Japan. Het zou me niet verbazen dat als je "verpletterende nederlaag" opzoekt op internet, je de slag bij Tsushima vindt. Niet goed voor de moraal, maar vlees met maden is nog slechter, denk ik zo.) De officieren proberen de muiterij hardhandig de kop in te drukken, maar de mariniers sluiten zich er bij aan. Daardoor lukt het de matrozen het schip over te nemen. Ze zetten koers naar Odessa, waar ze steun krijgen van de lokale bevolking. Het tsaristische leger richt daarop een bloedbad aan in de stad, maar de Potjomkin weet het hoofdkantoor van de generaal aan gort te schieten en het squadron dat op ze af is gestuurd, sluit zich bij de opstand aan.
Maar Bronenosets Potyomkin moet je niet kijken voor het verhaal. Het is Sovjet-propaganda van de minst subtiele soort. Ook voor het acteren moet je hier niet zijn. Om ideologische redenen zijn er namelijk geen hoofdrolspelers; het gaat om het collectief van het volk. Ook heel communistisch: op een gegeven moment moeten de muiters zich organiseren en krijg je de tussentitel (ik parafraseer): "Tumultous meetings last until late in the evening". Zelfs in hun propaganda moeten communisten toegeven dat ze eindeloos vergaderen over onderlinge meningsverschillen.
De reden dat de film zo hoog staat aangeschreven in de filmgeschiedenis is vanwege de enorme vernieuwingen in montage die Sergei Eisenstein introduceerde, vooral op het gebied van cross-cutting: het telkens wisselen van perspectief en personages. Zelfs naar moderne maatstaven is de film vaak nog enorm snel en opzwepend, tot op het hectische af. Dit wordt nog versterkt door de opzwepende score die Edmund Meisel specifiek voor deze film schreef. Dat culmineert in de trappenscene, terecht hoog in het canon van belangrijke momenten uit de filmgeschiedenis. En totaal verzonnen: de muiterij op de Potjomkin was echt, maar het bloedbad op de trappen in Odessa heeft nooit plaatsgevonden.
Voorafgegaan door een interessante lezing van Volkskrant filmrecensent Kevin Toma, die ook nog La Révolution en Russie, een Franse film van 4 minuten uit 1905, kort nadat de opstand daadwerkelijk plaatsvond, liet zien. Zoals de meeste van die heel vroege films erg statisch, wat dan weer Eisensteins innovaties benadrukt.
Zoals veel Sovjet-films is Bronenosets Potyomkin in prima kwaliteit te zien op het YouTube-kanaal van Mosfilm.
Ik zag hem in Lab111.
details
Het is 1972 en de tegen die tijd al legendarische Fellini denkt: "Fuck it, ik ben Fellini en ik heb het gehad met standaardfilms. Ik ga een film maken met alleen maar het soort scenes waarin ik de allerbeste ben." En zo krijg je Roma, een stel op zichzelf staande korte filmpjes rond de Eeuwige Stad. Op zijn Fellini's, dus technisch virtuoos en ook heel druk. Eigenlijk wel de volgende stap na Satyricon, waar nog een beetje een verhaal in zat. Gelukkig is het mozeskriebelsixtiessausje dat over die film lag in Roma grotendeels weg. De verkeershel op de ringweg (met dank aan Shell) is mijn favoriete deel, maar ook de bordelen (raar), de kerkelijke modeshow (nog raarder) en het begin met de aankomst in de huurwoning en het volgende etentje zijn Fellini die achteloos zijn brille ten toon spreidt. Het mist zo wel de emotionele impact van 8½ en La Dolce Vita, maar dat maakt dan wel weer dat het lekkerder wegkijkt.
Ook weer een film met alleen openingstitels. Einde is einde, lichten aan. Ik vind dat we daar naar terug moeten, want het zet een duidelijke punt in plaats van dat soort langzame doodbloeden met een eindeloze aftiteling. Ik hoef ook niet te weten welke kappers en chauffeurs allemaal aan de film meegewerkt te hebben. Zal wel contractueel moeten, maar kan dat niet op een website?
(Gezien in De Uitkijk)
details
details
Vrij melige komedie over de waargebeurde, zeer knullige fascistische couppoging en ontvoering van de president (Pertti Sveholm) en zijn vrouw (Riitta Havukainen) in 1930 in Finland. Doet nogal denken aan The Death of Stalin qua stijl van humor of een mindere aflevering van het Eerste Wereldoorlog deel van Blackadder, zeker omdat coupleider Kurt Wallenius (Aku Sipola) een soort fascistische, alcoholistische versie van generaal Melchett is.
De film heeft zijn sterke momenten, maar vaker is het het zowel qua tempo van de film als komische timing van de acteurs net niet. Het wordt nooit echt vervelend, maar het is allemaal een beetje stroperig. Hoofdrolspeler Jussi Vatanen (Fallen Leaves) en Havukainen vallen in positieve zin op.
Ik denk dat deze toch zeer voor de lokale markt gemaakt lijkende film alleen in Nederland is uitgebracht omdat er ook wat Nederlands geld in zit.
(Gezien in De Balie)
details
Ik wist eigenlijk van te voren dat ik deze film niet zou gaan waarderen. Er is een bepaald type experimentele film uit eind jaren zestig/begin jaren zeventig dat me werkelijk helemaal niets doet en de omschrijving van Le Révélateur wees heel erg die kant op. Maar ik ben wel fan van de muziek die Radwan Ghazi Moumneh onder de artiestennaam Jerusalem in My Heart heeft uitgebracht en ik heb ook eerder goede optredens van hem gezien. Dus ging ik vooral naar deze voorstelling voor de livesoundtrack van Moumneh met de mij onbekende Réka Csiszér. Bovendien maar €5 toeslag bovenop de Cineville en net iets langer dan een uur, dus ook geen drama als het helemaal niets zou zijn.
Helaas bleek mijn voorspelling voor wat betreft de film uit te bekomen. Het is niet eens dat ik het echt slecht vond, maar het ging totaal langs me heen zonder me op enig moment te raken. Het jongetje had ook totaal geen acteertalent en zat regelmatig gewoon recht in de camera te kijken. En dan zoiets als de bijbel als wc-papier: grote worden jarenzestigclichés niet. Ik zat al snel veel meer op de muzikanten te letten dan op het scherm. Als de film daadwerkelijk totaal zonder geluid was vertoond, zoals maker Philippe Garrel het oorspronkelijk bedoeld had, dan was ik waarschijnlijk na een half uurtje vertrokken.
Maar het concert was best goed. Daarvoor 3½ ster. Niet hoger, want omdat het bij de film moet passen, miste ik een beetje de echt extatische momenten die in de concerten van Jerusalem in My Heart wel zaten.
(Gezien in Eye Filmmuseum)
details
De Uitkijk heeft momenteel een programma rond de Tsjechoslowaakse New Wave. Dat betekent dat iedereen die hem nog niet gezien heeft in de regio Amsterdam NU gaat reserveren voor meesterwerk zonder weerga The Cremator. Maar die heb ik de pas gezien (ook in De Uitkijk), dus opteerde ik voor Ucho (Oor).
Nou associeer ik de Tsjechoslowaakse New Wave met een losse stijl met veel experimentatie, vaak nogal sprookjesachtig en als het in kleur is ook uitbundig gebruik daarvan. Beetje het filmequivalent van CoBrA. Ucho voldeed niet aan die verwachtingen, want het blijkt een heel klassiek opgebouwde paranoiathriller annex relatiedrama, gefilmd in een noir-stijl. Atypisch, maar wel goed. Ook wel heel expliciet anti regime, waardoor de film tot 1990 op de plank heeft gelegen.
Ludvik (Radoslav Brzobohatý), onderminister op het bouwministerie, en zijn eega Annie (Jiřina Bohdalová, van Murdering the Devil en When the Cat Comes) zijn naar een receptie geweest ter ere van bezoek van een Russische delegatie. Annie heeft zich vol laten lopen, maar voor Ludvik was het een stressvol avondje, want er komen zuiveringen aan en zijn baas, de minister, hoort bij degenen die in ongenade zijn gevallen over een rapport dat Ludvik mede heeft geschreven. Hij is de hele avond bezig geweest roddels en hints te ontcijferen. En bij thuiskomst blijken er dingen in huis niet te kloppen. Zo is er alleen in hun huis geen stroom, want een mooie excuus is voor een fijn schaduwrijke noirbelichting op basis van kaarslicht en zaklantaarns. Het lijkt er op dat er is rondgesnuffeld.
Tot overmaat van ramp is Ludvik het 10-jarig huwelijksjubileum van hem en Annie vergeten en zijn huwelijk zat al niet echt in lekker vaarwater. Bovendien is de stomdronken Annie in het begin van de film niet echt ontvankelijk voor zijn stress.
Ucho had net zo goed een Amerikaanse of Britse film uit die periode kunnen zijn, met zijn snijdende dialogen tussen twee echtelieden die elkaar al jaren niet meer kunnen uitstaan en Koude Oorlogsparanoia die langzaam tot waanzin drijft, hoewel de vorm hier wel typisch is voor een communistisch regime. Maar dat is nou net een genre waar ik heel erg van houd en Ucho is er ook gewoon een goede uitvoering van, naast door de goede cinematografie ook dankzij de sterke vertolking door Brzobohatý en Bohdalová van Jan Procházka's intelligente script.
Nog wat bonuspunten voor het veelvuldig voorkomen van de Tatra 603, de limousine van de Tsjechoslowaakse partijelite en geheime diensten en één van de meest opvallende auto's ooit.
(Gezien in De Uitkijk)
details
Ik kende de reputatie van deze film als anti-kapitalistische satire, maar ik had er niet op gerekend dat in het begin hele stukken zouden zitten met een verzetsgroep die regelrechte marxistische theorie verspreidt. Blijkbaar heeft John Carpenter een flinke hoeveelheid Marx in de boekenkast staan. Dat eindeloze gevecht om Frank de zonnebril op te laten zetten is dan natuurlijk een metafoor voor hoeveel moeite het De Ware Socialist kost om de arbeidersklasse te overtuigen van zijn positie en tot actie te laten overgaan. Dan weet Carpenter ook dit nog in het script te stoppen: (reactie op ander bericht)
En dat is anno 2026 niet eens wat het meest voorspellend is gebleken. Dat is voor mij de sterke scene waar de politie met een bulldozer het kamp van de daklozen opruimt.
Carpenter is niet het niveau vakman dat bijvoorbeeld Paul Verhoeven of James Cameron wel is en hier en daar rammelt de film nogal. Vooral de finale voelt nogal afgeraffeld. Dat is niet de schuld van hoofdrolspeler Roddy Piper, hoewel dat bepaald geen topacteur is. Aan zijn manier van vechten te zien is dat van oorsprong een showworstelaar en Carpenter is slim genoeg om hem niet al te veel tekst te geven, maar hem het stugge, zwijgzame type te laten spelen. Hij heeft ook goede chemie met zijn medespierbonk Keith David.
(Gezien in Lab111)
details
Ik was erg te spreken over Luuk Bouwmans De Propagandist, dus toen zijn nieuwe documentaire weer een bioscooprelease kreeg met positieve kritieken, was dat een goede reden om weer te gaan kijken.
The Desert of the Real blijkt zelfs nog net iets beter dan De Propagandist. Dat komt vooral door het onderwerp. In De Propagandist liet Bouwman zien dat hij een onderwerp met diepgang kan behandelen en daar een goed opgebouwde film rond kan maken, maar het is verder visueel vooral conventioneel talking heads en archiefmateriaal wat de klok slaat. In The Desert of the Real vertellen mensen die een psychose hebben meegemaakt hun verhaal, inclusief re-enactments van hun ervaringen, waardoor Bouwman meer creatief kan zijn.
The Desert of the Real negeert eigenlijk volledig de biologie van de psychose en concentreert zich op de sociologie en filosofie er van, met vragen als "Wat is het 'ik'?" en "Is 'normaal' niet eigenlijk ook een vorm van collectieve psychose?" Voor mijn door Wikipedia- en YouTube-konijnenholen gevormde oppervlakkige kennis is dat erg Foucault, maar die naam valt nooit, ondanks dat één van de ervaringsdeskundigen de filosoof Wouter Kusters is, die toch ongetwijfeld met zijn werk bekend moet zijn. Dus misschien heb ik het mis.
Door die aanpak vanuit een groter filosofisch/sociologisch perspectief, gecombineerd met de trippy beelden, vaak archiefmateriaal uit nieuwsuitzendingen of popcultuur, kwamen ook erg sterke referenties aan Adam Curtis boven. Dat is alleen maar een compliment.
Curtis gebruikt dan weer niet re-enactments, het andere centrale element in The Desert of the Real, waarbij Bouwman ook in gesprek gaat met de geïnterviewden over of ze het zo willen of toch anders. Dat deed me meer denken aan een andere gigant in het genre, Errol Morris.
Twee grote namen, maar juist door het combineren ervan The Desert of the Real is toch wel echt Bouwmans eigen film geworden.
Door die ensceneringen zit er ook wat humor in de film. Kunstenares Ine Poppes anekdote over hoe voor kerstmis een Vader Abraham-imitator werd ingehuurd door de instelling waar ze was opgenomen en zwaar gedrogeerde psychiatrische patiënten kwijlend in polonaise gingen op het Smurfenlied is daarbij toch wel het hoogtepunt. Ook het opgenomen gesprek met de Russische ambassade dat ze heeft bewaard is geweldig.
Daarmee is The Desert of the Real na Memory en Kabul, between Prayers alle de derde Nederlandse documentaire die hoog in mijn lijst van beste films van 2026 komt. Een topjaar voor de Nederlandse documentaire!
(Gezien in De Balie)
details
Nadat hens vorige film I Saw the TV Glow een groot eerbetoon was aan X-Files, heeft Jane Schoenbrun nu maar gewoon Gillian Anderson in de hoofdrol gecast. Als een karakter dat zwaar geïnspireerd is door Gloria Swanson in Sunset Boulevard, hoewel er ook wel wat Dolly Parton in zit. In een film die een parodie op annex eerbetoon is aan slashers als Friday the 13th en Nightmare on Elm Street (bloedfonteinen!) En dat alles met een Lynchiaanse twist.
Kortom: Schoenbrun is nog steeds een knip-en-plakker met de filmgeschiedenis. Maar hen bereikt nu wel een Hank Shocklee-in-zijn-Bomb Squad-hoogtijdagen niveau. Het beetje schoolse, YA-toontje van I Saw the TV Glow is vervangen door zelfverzekerdheid met een dikke humoristisch knipoog en originele invalshoeken. Misschien ook omdat de boodschap die wordt gebracht is: maak je niet te druk, het is allemaal spel. Wat ook in de film zelf terugkomt: Counting Crows, echt? Voor die scene?
Het verhaal is gebouwd rond regisseur Kris (Hannah Einbinder) die de Camp Miasma-reeks mag rebooten dankzij het Sundance succes van haar korte film die Psycho hervertelt vanuit het perspectief van het douchegordijn. Ze wil deze opdracht graag doen, omdat ze als meisje haar eerste queer crush had op de hoofdrolspeelster van het origineel: Billy (Anderson). Billy heeft na die film nooit meer een andere film gemaakt en heeft zich teruggetrokken op het oude zomerkamp waar de eerst Camp Miasma-film is opgenomen. Kris gaat Billy opzoeken om haar te overtuigen in de reboot te spelen, maar er gebeurt meer. Kris heeft namelijk problemen zich seksueel over te geven - dissociatie wordt gesuggereerd - en heeft zich daarom op film als substituut gestort. Billy ontpopt zich tot een soort mengvorm van lerares en meesteres (niet met zweepjes en zo - hoewel het er wel bloederig aan toe gaat - maar dus meer Sunset Boulevard.) Het is allemaal een spel! Geef je over! Dit geldt ook voor film zelf: het is niet erg als er wat problematische punten in films zitten; focus op wat telt voor die films: vlees en vloeistoffen. Ren gedrenkt in bloed in je onderbroek door het bos, tepels vooruit en geniet ervan!
Dit alles in een surreële vertelwijze en met humor waar thema's meer worden gesuggereerd dan expliciet uitgesproken, waardoor de didactiek ver weg blijft. Verder is de vormgeving geweldig en heeft de cast precies de acteurs in bijrollen die je wilt, zoals Zach Cherry en Dylan Baker. Anderson is sterk, maar dit is toch de film van Einbinder, die goed onzeker en kwetsbaar kan spelen met een behoud van komische timing. Het stomme is dat ik dacht: "Zo doe je dat, zonder dat vervelende 'kijk mij eens excentriek zijn' van Sorry, Baby" en er later achter kwam dat de schrijver/regisseur/hoofdrolspeler Eva Victor van Sorry, Baby dus in deze film zit als een onherkenbare stoner punk-dj... Team Schoenbrun/Victor vs Martijn: 10-0. Ik kende Einbinders naam eigenlijk alleen omdat ze zo ongeveer de woordvoerder is van "Joods-Amerikaanse acteurs tegen de Gaza genocide", maar had haar nog nooit ergens in gezien. Dat blijkt te kloppen, want ze heeft ook nog nauwelijks in films gespeeld, maar is vooral bekend van de serie Hacks, die elk jaar tientallen Emmy's lijkt te winnen, maar in Nederland niet veel bekeken wordt of alleen door mensen die er verder niets over te melden hebben.
(Gezien in Het Ketelhuis)
details
Ik heb een zwak voor vampierfilms en dan vooral die met veel lore. Daar kun je ook lekker op los gaan, want Bram Stokers roman mag dan een klassieker zijn, het is verhaaltechnisch ook een gatenkaas. Ik hoop nog altijd op de film over de gefrustreerde postbode die elke keer met aangetekende post uit Engeland in zake zijn vastgoedaankopen naar Kasteel Dracula moet en dan wordt er niet open gedaan, want de graaf ligt in zijn kist. Dracula 2000 is niet die film, maar het lore-aspect is wel het sterke punt van deze verder nogal middelmatige film.
Het begint best goed qua horrorfilm. De opening in Londen is behoorlijk spannend en wordt met flair verteld. Dan verplaatst de actie zich naar New Orleans (vampierhoofdstad van de Verenigde Staten) en daar wordt het allemaal behoorlijk meh.
Sowieso is er duidelijk een sponsordeal met Virgin Megastore - deze film speelt in de laatste periode dat met cd-verkoop bakken geld te verdienen was - want de locatie in New Orleans is heel vaak prominent in beeld. Er is dan ook een prominente soundtrack met alle nü-metalbands er op, plus Slayer en Monster Magnet. Die laatsten hebben zelfs hun video op de jumbotron van de Virgin Megastore en krijgen de goedkeuring van Dracula, gespeeld door Gerard Butler. Nou ben ik behoorlijk Monster Magnet-fan, maar het gaat om zo een beetje hun slechtste nummer. Butler zag er trouwens wel echt goed uit in zijn jonge dagen, meer als een Franse professionele danser dan de Schotse houthakkerlook die ik met hem associeer. En als hij een schop geeft, is het al met precies dezelfde techniek - geheven been, uit de knie - die hem later zijn plek in de filmgeschiedenis zou geven met 300!
Grootste probleem is dat in NOLA de film grotendeels verandert in een matige actiefilm die veel scenes uit The Matrix en Blade slapjes kopieert met inmiddels hopeloos verouderde computereffecten. Regisseur Patrick Lussier gooit er nog wel wat redelijke Argento-achtige scenes in, maar die maken de film als geheel alleen maar rommeliger. Ook jammer is dat Lussier niet helemaal los gaat met Dracula's bruiden, gespeeld door Jennifer Esposito, Jeri 'Seven of Nine' Ryan en een actrice met de aparte artiestennaam Vitamin C. De drie dames hebben namelijk duidelijk wel zin om er een campy softcore vampierspektakel van te maken - deze film zit natuurlijk ook in het tijdperk van dingen als Wild Things, Bound en Showgirls - en gooien waar mogelijk alle remmen los, maar het moest wel tienervriendelijk door de keuring komen, dus het blijft allemaal heel tam.
Maar goed, dan een blokje spoilers voor het lore deel:
In deze film is Dracula Judas. Vandaar die afkeer van christelijke symbolen en zilver (vanwege de 30 zilverlingen). Hij kan ook niet dood, want hij is gedoemd op Aarde te blijven, want de toegang tot het hiernamaals is hem ontzegd. Ik kan niet ontkennen dat het een geweldige vondst is. Er wordt zelfs nog even gehint naar een serieuze verkenning van de liefde voor Jezus waardoor Judas überhaupt discipel is geworden en de redenen voor zijn verraad, maar daar is het dan toch de film niet voor. Ik moet zeggen dat het einde met een grote rol voor een levensgroot neon kruis ook wel heel goed gevonden is voor het soort christelijke kitsch dat ik met de zuidelijke staten van de VS associeer.
(Gezien op SkyShowtime)
details
John Carpenters carrière heeft een duidelijke goede en een slechte helft. De laatste film van de goede helft is het geweldige In the Mouth of Madness uit 1994. De slechte helft - het enige wat daarin nog wel amusant is, is Escape from L.A. - begint met deze film. Village of the Damned uit 1995 is een remake van een klassieke horrorfilm (nog niet gezien), maar Carpenter toonde met The Thing aan dat dat in principe geen probleem hoeft te zijn.
De begin is nog wel goed. Het is heel erg wat we kennen van Stephen King: een vriendelijk dorpje, deze keer aan de (mooie) Californische kust in plaats van die van New England, waar we alle bewoners uitgebreid leren kennen. Dan valt tijdens het dorpsfeest ineens iedereen 6 uur flauw, waarna tien vrouwen zwanger blijken. Carpenter pakt goed de psychologische horror van onverklaarbare zwangerschappen op. Maar dat is waar het goede deel van de film ophoudt.
Als de kinderen eenmaal geboren worden, blijken ze natuurlijk de incarnatie van Het Kwaad. Helaas zijn de kindacteurs matig, hebben ze allemaal idiote, goedkope pruikjes op en was het budget voor de special effects blijkbaar $1.000. Alle griezelige sfeer weg.
Het is vooral allemaal erg mat. Alles aan deze speelfilm schreeuwt: "gemaakt voor televisie". Dat is vooral een gevoel/vibe, maar één reden daarvoor is overduidelijk: Carpenter en de scriptschrijver lijken de opdracht te hebben gekregen om in te spelen op het toenmalige succes van X-Files. Alleen met ironische distantie een complotgekkie spelen is voor hoofdrolspeler Christopher Reeves niet weggelegd; die blijft altijd de rechtdoorzee all American Superman. Kirstie Alley doet het wat beter als in het zwart geklede, kettingrokende arts die bij het overheidscomplot betrokken is, de meest opzichtige X-Files-verwijzing. Een beetje schmieren kan je ook aan Mark Hamill altijd wel overlaten, dus die is goed gecast als dorpsdominee die het allemaal al ziet aankomen. Verder is het vooral vlakheid en houterigheid wat de klok slaat.
(Gezien op SkyShowtime)
details
Er komt een nieuwe Robin Hood-film aan, maar laten we eerlijk zijn: er is maar één film dé Robin Hood film en maar één acteur dé Robin Hood. En het leuke aan het bioscooplandschap van 2026 is dat die dan ook weer even gaat draaien.
Als kind heb ik deze film naar mijn idee echt tientallen keren op televisie gezien, maar het zal veel minder geweest zijn. Als volwassene nog nooit, maar ik kan nu bevestigen dat het nog steeds een, of misschien ook wel het Technicolor feestje is. Heerlijk tempo ook en zeker gezien die loodzware driestripcamera's ook ontzettend bewegelijk gefilmd.
Wat ik als kind niet besefte, is dat dit een film uit 1938 is en dus het gegeven van opstand tegen valse machthebbers toen natuurlijk enorm relevant was. De boodschap hier is ook: gun de tegenstand geen bitterheid, maar blijf ze belachelijk maken. Dat soort boodschap kan je aan Michael 'Casablanca' Curtiz (geboren in een joodse familie in Budapest als Manó Kaminer) wel overlaten.
Vette kostuums ook. Basil Rathbone als Guy de Gisbourne en Olivia de Havilland als Maid Marian lijken in een soort permanente strijd verwikkeld voor de titel 'best geklede persoon van Nottingham'. Marian wint met een jurk die van een stof die zo geweven is, dat hij van purper naar smaragd verandert al naar hoe hij valt. De kostuumontwerper is Milo Anderson.
Ook wel grappig hoe Claude Rains prins John speelt als een man die alles maar een grapje vindt, gewoon even kijken hoe ver je kan gaan. En dat klopt historisch gezien vast ook, want iemand van zulke hoge adel kon hoogstens naar een wat afgelegener kasteel verbannen worden.
(Gezien in Lab111)
details