• 177.899 movies
  • 12.202 shows
  • 33.970 seasons
  • 646.886 actors
  • 9.369.987 votes
Avatar
Profile
 

Opinions

Here you can see which messages Point of View as a personal opinion or review.

Grande Silenzio, Il (1968)

Alternative title: The Great Silence

Point of View

  • 160 messages
  • 888 votes

The Great Silence / Il Grande Silenzio (1968)

Onlangs schafte ik de langverwachte Eureka/Masters of Cinema blu-ray aan van deze meesterlijke Italiaanse western. Ik had de Fantoma-dvd (2004) al in mijn collectie, maar de verbetering in beeldkwaliteit en de talloze extra’s trokken me uiteindelijk over de streep. En het moet gezegd: The Great Silence (TGS) heeft er nooit beter uitgezien: de kleuren zijn rijker en helderder, en de contrasten scherper. Een must-have voor alle fans van de film en liefhebbers van Italiaanse westerns.

Over het verhaal – dit is ongetwijfeld regisseur Sergio Corbucci’s meest compromisloze western, hetgeen wat zegt daar de man aardig wat genreconventies doorbroken heeft met films zoals Django (1966) en Vamos a matar, compañeros (1970). The Great Silence (een titel die zowel refereert aan het centrale personage als aan de alomtegenwoordigheid van de dood) is qua toonzetting grimmig maar onmiskenbaar sterk, met name in de vertolkingen van Jean-Louis Trintignant als zwijgende scherpschutter Silence, Klaus Kinski als nietsontziende premiejager Loco/Tigrero en nieuwkomer Vonetta McGee als de op wraak beluste weduwe Pauline. Ook Luigi Pistilli als notabele Henry Pollicut en Frank Wolff als sheriff Gideon Burnett verdienen vermelding. Regisseur/scenarioschrijver Corbucci weeft rondom hen een verhaal waarin geweld, corruptie, machtsmisbruik, persoonlijke integriteit, wraak en passie de centrale thema’s vormen. Hoewel de strijd van moedige enkelingen tegenover een corrupte overmacht een centraal gegeven vormt in Corbucci’s westerns (evenals in tal van andere Italiaanse westerns), zorgt met name het nihilistische einde van TGS er voor dat deze film binnen Corbucci’s oeuvre een aparte plaats inneemt. De film is dus niet alleen de meest compromisloze western van de regisseur, maar tevens ook diens meest cynische. En misschien ook wel zijn meest realistische: hoewel de radicaal linkse Corbucci graag wilde geloven in de macht van het volk was hij niet naïef, en zag hij dat de macht van het geld vaak overwon. Voor mij ligt de toonzetting van TGS het meest in de buurt van Sergio Leone’s Duck, You Sucker! / Gìu la testa (1971), waarin de Ierse revolutionair Sean (James Coburn) en de Mexicaanse bandiet Juan (Rod Steiger) samen vechten tegen corrupte grootgrondbezitters en politici tijdens de Mexicaanse revolutie (1910-1920). Uiteindelijk winnen zij het pleit, maar hebben tevens de politieke realiteit onder ogen gezien en de betrekkelijkheid ingezien van de revolutie waarvoor zij strijden, waarbij uiteindelijk beiden verliezer blijken.

Diegenen die houden van conventionele westerns zullen bij TGS niet veel van hun gading vinden. Dit is letterlijk en figuurlijk een western met rafelranden, zowel qua aankleding als in de plot. Locus van de film is het besneeuwde stadje Snow Hill in Utah anno 1898, waar wrede premiejagers in opdracht van de corrupte bankier/vrederechter Pollicut jacht maken op vogelvrijen die hun toevlucht hebben gezocht in de omliggende heuvels. De nietsontziende Loco is de aanvoerder van de premiejagers, die hun arrestanten bij voorkeur dood afleveren. Moord fungeert, onder het mom van wetshandhaving, als een lucratief verdienmodel totdat op een dag de stoïcijnse Silence in het stadje arriveert. Aangespoord door de smeekbeden van de moeder van een vermoorde jonge outlaw besluit de mysterieuze scherpschutter, met behulp van zijn Mauser C-96 automatisch pistool, de strijd aan te gaan met Pollicut, Loco en zijn beulen. Gaandeweg groeien hij en de jonge weduwe Pauline, die Silence inhuurt om Loco te doden nadat haar man door hem is vermoord, steeds meer naar elkaar toe totdat de onvermijdelijke confrontatie tussen Silence, Loco en zijn mannen zich aandient.

Eén van de films voornaamste troefkaarten is het uitmuntende camerawerk van DOP Silvano Ippoliti. Hij tovert besneeuwde landschappen in de Dolomieten om in de door winterse winden gegeselde heuvels van Utah, een voor een Italiaanse western hoogst ongebruikelijke setting (die tevens de inspiratie vormde voor Tarantino’s Django Unchained (2012)). Tevens maakt Ippoliti effectief gebruik van de in Rome gefilmde, sfeervolle studiosets en zet hij op het werk van Leone en Peckinpah geënte beeldtaal in: lang aangehouden close-ups, snelle camerabewegingen eindigend op gezichten, scènes die soms tergend langzaam worden opgebouwd om te eindigen in plotselinge, hevige geweldsexplosies. Daarnaast levert componist Ennio Morricone ook hier weer een vakkundige score af, ditmaal opvallend terughoudend om beter aan te sluiten bij de sombere toonzetting van de film maar desondanks met een aansprekend elegisch centraal thema.

Zowel het landschap waarin de film is gesitueerd als de toonzetting van TGS zijn ijzig en onverbiddelijk.
Politieke corruptie, wreedheid, machtsmisbruik en hebzucht worden in al hun lelijkheid getoond – maar uiteindelijk niet overwonnen door de moed en het revolutionaire elan van diegenen die zich hiertegen verzetten. En juist dat realistische gegeven maakt TGS niet alleen tot Corbucci’s meest compromisloze western, maar tevens ook tot zijn beste.

Green Knight, The (2021)

Point of View

  • 160 messages
  • 888 votes

Recentelijk heb ik The Green Knight, samen met een stel vrienden, bezocht. We waren allemaal onder de indruk, zowel van de gelaagdheid van het verhaal, het puike acteren van de cast en van het schitterende camerawerk van Andrew Droz Palermo. Ook de fantasierijke kostuums en grime, evenals de schitterende locaties en filmscore (madrigalen!) leverde veel bewondering op.

Ik ging er redelijk ‘open minded’ in - ik had al wel de trailer bekeken en was ook bekend met de middeleeuwse legende waarop regisseur David Lowery zijn film baseerde. Maar welke keuzes hij zou maken in zijn vertaling naar het witte doek was voor mij een groot vraagteken. Ik werd niet teleurgesteld: The Green Knight is deels een allegorisch verhaal vol symboliek, deels spirituele queeste, gecombineerd met ridderlijke hoofse waarden en een Werdegang van hoofdfiguur ridder Gawain (Dev Patel).

Diegenen die een film verwachten in de trant van Excalibur (1981), First Knight (1995) of King Arthur (2004) zullen worden teleurgesteld. Dit is een film die de blik naar binnen richt, en doldrieste avonturen en bombast grotendeels links laat liggen. Wat betekent dat Lowery zijn tijd neemt om het verhaal te vertellen: in ruim twee uur volgen we Gawain, die als jonge ridder een uitdaging aanneemt in een kerstig Camelot van een mysterieuze groene ridder (Ralph Ineson). Om te bewijzen dat hij beschikt over de voor een ridder onontbeerlijke eer en moed dient Gawain een jaar later de groene ridder opnieuw te ontmoeten, om een aan hem gedane belofte gestand te doen.

Lowery filmde voor The Green Knight o.a. in Ierland en Engeland, en hij en DOP Palermo kennen aan het landschap een symbolische waarde toe: het is zowel een graadmeter voor het noodlijdende koninkrijk, als een soms chaotische externalisering van Gawain’s onvolwassenheid en besluiteloosheid. Hij dient, zoals in een roadmovie, het land te doorkruisen om zichzelf te leren kennen.

Lowery kent aan zijn film een episodische structuur toe aan de hand van hoofdstukindelingen.

Daar deze soms pontificaal in beeld verschijnen terwijl de scène al begonnen is, werkt dit soms storend en haalt het je juist uit het verhaal. Maar grotendeels werkt het en sluit het tevens mooi aan bij de middeleeuwse literatuur waar The Green Knight een uitvloeisel van is.

Wat soms lichtelijk anachronistisch werkt is de multiculturele cast van The Green Knight. Zonder af te willen dingen op de prima acteerprestaties van Dev Patel en Sarita Choudhury (die in de film zijn moeder speelt), zet ik wel vraagtekens bij de historische accuraatheid van een Indiase ridder, wonend bij zijn Indiase moeder en zusters in het 14e-eeuwse Engeland. Natuurlijk, handelsbetrekkingen en uitwisseling van personen tussen Europa en andere continenten kwamen voor in de middeleeuwen, maar ik denk dat de hier getoonde situatie eerder een weerspiegeling is van de huidige Britse multiculturele samenleving, dan een weergave van de toenmalige middeleeuwse samenleving in Engeland.

Maar dit is slechts haarkloverij, want historisch kloppend of niet, Lowery levert met The Green Knight een symbolische en filosofische film af die zich leent voor meerdere kijkbeurten en duidingen. En ook nog eens een artistieke prestatie van formaat is.

Gremlins (1984)

Point of View

  • 160 messages
  • 888 votes

Onverwoestbare, heerlijk anarchistische kerstfilm van de regisseur van Piranha (1978) en The Howling (1981). Zeker niet de eerste film die de vloer aanveegt met de gewijde sfeer rondom de kerstdagen, en deze laat ontaarden in een nachtmerrie – die twijfelachtige eer gaat naar films als Black Christmas (1974) en Silent Night, Deadly Night (1984) – maar waar die films mikken op straight horror, daar overgiet Joe Dante hier het geheel met een fikse dosis humor, ironie en slapstick, om zowel de draak te steken met Kerstmis, en tegelijkertijd rekening te houden met de jongste filmbezoekers. Iets waar het feit dat Steven Spielberg hier als uitvoerend producent optrad (samen met Frank Marshall en Kathleen Kennedy) zeker aan zal hebben bijgedragen. Getraumatiseerde kinderzieltjes zijn immers slecht voor de recette – om nog maar te zwijgen over de paniekerige moraalridders die Amerika rijk is. Desondanks waren er genoeg critici die de humor van Gremlins niet konden inzien.

Het verhaal mag inmiddels als bekend verondersteld worden: de niet zo succesvolle uitvinder Randell Peltzer (countryzanger/acteur Hoyt Axton) vindt, struinend door New York’s Chinatown, in een mysterieuze winkel een exotisch diertje: een ‘mogwai’. Hij besluit het aan zijn zoon Billy (Zach Galligan) cadeau te doen voor Kerstmis, met de dringende boodschap hem uit fel licht te houden, niet nat te laten worden en NOOIT te voeden na middernacht. Hetgeen natuurlijk toch gebeurt, waarna mogwai Gizmo zorgt voor een aantal onverwachte soortgenoten die al snel gemener en agressiever blijken dan hun voorganger. Als na een list de nieuwe mogwai toch na middernacht te eten krijgen veranderen ze, na een slijmerige metamorfose, in de gremlins uit de titel. Deze blijken er een even ondeugend als destructief gevoel voor humor op na te houden, en het duurt niet lang voordat het kerstige stadje Kingston Falls overspoelt wordt door een legioen pesterige duiveltjes.

Ongekroonde ster van Gremlins is Chris Walas, de SFX-man die zowel Gizmo als de gremlins ontwierp en deze met behulp van animatronics (elektronica waarmee poppen kunnen bewegen) en een team van animatoren tot leven brengt. Alleen al het zien hoe men dit soort films maakte in het tijdperk vóór CGI, maakt het bekijken van Gremlins meer dan de moeite waard – iets waarvoor John Carpenter’s The Thing (1982) natuurlijk ook essentieel kijkvoer vormt. Walas toonde zijn kunsten al in Piranha (1978) en Dragonslayer (1981), en zou later ook verantwoordelijk zijn voor de speciale effecten in Enemy Mine (1985) en Cronenberg’s onvolprezen The Fly (1986).

Walas laat de gremlins in verschijning en gedrag precies balanceren op de grens tussen ondeugendheid en boosaardigheid, want het geinige aan de gremlins is dat het natuurlijk eigenlijk kinderen zijn, in de zin dat ze totaal ongeremd en zonder besef van goed of kwaad hun pleziertjes najagen. Sommige daarvan zijn helaas niet zo onschuldig, en dat zijn dan ook de spaarzame momenten dat Dante’s film richting horror overhelt. Maar zelfs dan valt er nog genoeg te lachen, zoals bijvoorbeeld wanneer Billy’s moeder wordt bedreigd door gremlins in haar huis. Door creatief gebruik van keuken-instrumenten weet ze er drie naar het hiernamaals te bevorderen, maar de vierde valt haar vanuit de kerstboom aan – waarna hij haar probeert te wurgen met lametta (!) totdat zoonlief tussenbeide komt.

Gremlins’ scenarioschrijver, Chris Columbus, woonde in New York in een appartement waar een muizenplaag heerste. Zijn angst dat het donzige ongedierte in zijn slaap aan hem zou gaan knabbelen vormde de basis voor de film die tegenwoordig als moderne kerst-cultklassieker te boek staat. Oorspronkelijk was Gremlins een stuk duisterder qua toonzetting: Billy’s moeder zou eigenlijk worden onthoofd, waarna haar hoofd van de trap zou rollen. Ook kende het originele script een scène waarin de gremlins een McDonalds-restaurant overvallen, en alle aanwezige bezoekers opeten maar het voedsel op de tafels ongemoeid laten. Columbus’ manager zond het scenario naar tal van producenten, maar geen van hen zag brood in deze vreemde, hybride mengeling van Norman Rockwell-achtige kersttaferelen en horror. Totdat Steven Spielberg het script onder ogen kreeg, en meteen potentie zag in het offbeat verhaal. Oorspronkelijk wilde Columbus alle aaibare mogwai laten transformeren tot enge gremlins, maar Spielberg overtuigde hem ervan dat één mogwai zijn oorspronkelijke vorm moest behouden. Zo zou het publiek zich met dit wezentje identificeren als het samen met Billy de strijd aanbindt om Kingston Falls te bevrijden van de exotische plaaggeesten. Zo geschiedde, en de rest is geschiedenis.

Minpunten kent de film overigens ook; belangrijkste daarvan is het moment waarop Billy’s liefje Kate (Phoebe Cates) onthult waarom ze een hekel heeft aan Kerstmis. Het bijbehorende verhaal is dermate macaber dat het zowel als grap en als serieuze anekdote absoluut niet werkt. Daarnaast is ook de Chinese grootvader (Keye Luke), die op komt draven aan het begin en einde van de film, een stereotypering van de wijze, oudere Aziaat. Zijn kleinzoon daarentegen verkoopt, tegen grootvader’s wensen en zonder zijn medeweten, de mogwai aan Billy’s vader. Hij wordt dus vooral gemotiveerd door geld, opnieuw een racistische stereotypering van Chinezen gezien door de ogen van Hollywood. Maar ondanks deze schurende terzijdes blijft Gremlins eersteklas filmvermaak waarbij de makers zichtbaar genieten van de gelegenheid om één van Amerika’s meest gewijde feesten overhoop te halen – een trend waar latere films als Scrooged (1988), Bad Santa (2003) en Krampus (2015) uit voortkwamen.

Leuke weetjes: het woord ‘mogwai’ betekent ‘duivel’ of ‘demon’ in het Kantonees. En de term ‘gremlin’ stamt uit de Tweede Wereldoorlog, toen zowel de Britse als Amerikaanse luchtmacht onverklaarbare technische mankementen aan vliegtuigen toeschreven aan deze fictieve duiveltjes. Het personage van Mr. Futterman (Dick Miller), een voormalige oorlogsvlieger, verwijst naar deze oorsprong van de diabolische rakkertjes.

Vermijd overigens het miserabele vervolg Gremlins 2: The New Batch (1990), waarin men probeert hetzelfde soort verhaal op te schalen naar een New Yorkse setting. Dat groter niet altijd beter betekent gaat hier méér dan op… Houd het daarom bij deze eerste film, en beleef hoe heerlijk subversief Hollywood rond de feestdagen kon zijn in die verre jaren 80, lang lang geleden.