Begint redelijk sterk, maar ontpopt zich daarna helaas al snel tot de zoveelste standaard Hollywood-horror. The Black Phone lijkt vooral gemaakt om aan te haken bij het 80s retro-succes van series zoals Stranger Things, waar het vooral het tijdsbeeld mee gemeen heeft (eind jaren 70/begin jaren 80).
Zoals sommige mensen hier al opmerkten is de invloed van films zoals Stir of Echoes (1999) en The Sixth Sense (1999) voelbaar, m.n. in de paranormale begaafdheid van één van de protagonisten, en het onverwachts opduiken van een aantal spooky geesten (al blijken ze slechts te willen helpen).
En Joe Hill mag dan de zoon zijn van Stephen King - naar mijn mening is dat niet bepaald een aanbeveling, daar King's literaire kwaliteiten enorm worden overschat. Met Carrie (1974) en The Shining (1977) leverde hij weliswaar horrorklassiekers af, maar daarna heeft hij vrijwel niets meer geproduceerd (afgezien van een enkele roman en een handjevol effectieve korte verhalen) dat die kwaliteit zelfs maar benaderde, laat staan evenaarde.
The Black Phone is een film zoals een suikerspin: je wil er je tanden inzetten, alleen om er achter te komen dat er niets substantieels is om in te bijten. En waar grimmig realisme wordt beloofd, springt het glazuur van je tanden bij de mierzoete Hollywood genre-fare.
Als dit soort fluff voor grensverleggende horror moet doorgaan, dan heeft die term behoorlijk aan betekenis ingeboet. Teleurstellend, zeker voor een film die meermaals naar horrorklassiekers zoals The Tingler (1959) en The Texas Chain Saw Massacre (1974) verwijst. Ik voorspel dat The Black Phone deze canonieke status onthouden zal blijven, met name omdat het regisseur Scott Derrickson aan de cojones ontbreekt om het potentieel van de premisse werkelijk in te lossen. Kort gezegd: The Black Phone wordt nooit écht eng, duister of angstaanjagend. Voor een film die dit wel pretendeert is dit onvergeeflijk.
Enig lichtpuntje in de film: Madeleine McGraw, die als het heerlijk sassy zusje Gwen elke scène steelt waarin ze voorkomt.