- Home
- Point of View
- Reviews
Opinions
Here you can see which messages Point of View as a personal opinion or review.
Major Dundee (1965)
Point of View
-
- 160 messages
- 888 votes
Major Dundee (1964)
Eén van de weinige films van Sam Peckinpah die ik tot voor kort nog nooit gezien had, iets waar ik met een prima Arrow-uitgave eindelijk eens verandering in kon brengen. Velen (mezelf incluis) nemen Peckinpah’s western The Wild Bunch (1969) als de toetssteen van zijn oeuvre. Terecht denk ik nog steeds, maar toch laat deze (toegegeven, gemankeerde) film al zien dat Peckinpah in staat was om boeiende films te maken van ogenschijnlijk conventioneel materiaal.
Want voor westerns is Major Dundee’s plot redelijk standaard: in de nadagen van de Amerikaanse Burgeroorlog krijgt de noordelijke majoor Amos Dundee (Charlton Heston) opdracht het opstandige Apache-opperhoofd Sierra Charriba (Michael Pate) in te rekenen. Deze voert vanuit Mexico met een groep krijgers guerrilla-aanvallen uit op Amerikaans grondgebied. Dundee, die is weggepromoveerd naar het desolate Fort Benlin in de grensstreek tussen Texas en Mexico, ziet zijn opdracht als een kans op promotie. Probleem is alleen dat er voor deze missie weinig competente manschappen zijn in Fort Benlin. Vandaar dat Dundee rekruteert onder de plaatselijke bevolking, met wisselend succes. Uiteindelijk is hij genoodzaakt een groep zuidelijke krijgsgevangenen, aangevoerd door kapitein Benjamin Tyreen (Richard Harris), gratie in het vooruitzicht te stellen mits zij deelnemen aan de missie. Een aantal van hen, waaronder kapitein Tyreen, is ter dood veroordeeld nadat een ontsnappingspoging resulteerde in de dood van één van Dundee’s soldaten. Met de strop in het vooruitzicht stemmen de mannen uiteindelijk schoorvoetend in met Dundee’s voorstel.
Opvallend is dat, hoewel een vakkundig regisseur als Peckinpah aan het roer stond, Major Dundee vooral wordt gekenmerkt door een onevenwichtige uitwerking: de missie tegen Sierra Charriba, die toch het belangrijkste plotpunt vormt, speelt slechts een ondergeschikte rol in de uiteindelijke film. Het korte vuurgevecht dat na driekwart van de film de confrontatie tussen de soldaten en Charriba en zijn krijgers vormt, voelt aan als een anticlimax. Ook een drietal jongetjes die na een aanval op een farm door de Apachen zijn ontvoerd, worden redelijk snel door een oudere, afvallige Apache-krijger aan de soldaten overgeleverd. De Apache-scout Riago (José Carlos Ruiz), wiens loyaliteit aan de soldaten aanvankelijk een grote rol in de film lijkt te gaan spelen, blijkt uiteindelijk in een bijna terloopse scène door Sierra Charriba’s mannen naar de eeuwige jachtvelden te zijn bevorderd.
Dit narratieve broddelwerk was het resultaat van een aantal ongelukkige omstandigheden. Studio Columbia Pictures bezuinigde na een directiewisseling flink op het afgesproken budget en draaischema, hetgeen Peckinpah in creatief opzicht ernstig beknotte. Daarnaast kreeg deze te maken met producent Jerry Bresler, die voornamelijk ervaring had met het produceren van komedies en tienerfilms, en die het duidelijk ontbrak aan de visie die nodig was om de epische en complexe western die Peckinpah voor ogen stond adequaat vorm te geven.
De diverse veranderingen in budget en draaidagen betekenden ook dat scenarioschrijvers Harry Julian Fink, Oscar Saul en Sam Peckinpah het script verhaaltechnisch moesten accommoderen. Hetgeen de kwaliteit van de uiteindelijke film ook al niet ten goede kwam.
Onenigheid met Bresler over budgetoverschrijdingen leidde tot Peckinpah’s ontslag, hetgeen betekende dat hij ook niet langer betrokken was bij de montage van de film. En hoewel Bresler deze klus uiteindelijk over liet aan anderen, is het wel degelijk zijn gebrek aan visie die Major Dundee in belangrijke mate hindert, en er voor zorgt dat deze film niet het niveau van The Wild Bunch of Ride the High Country (1962) haalt. In de gerestaureerde versie van de film die in 2005 uitkwam, is een deel van de geschrapte of ingekorte scènes weer hersteld. Maar het moet gezegd: ook dit kan Major Dundee helaas niet redden. Hoewel in aanvang sterk blijft de film narratief te schetsmatig en slaagt men er niet in het publiek werkelijk bij de gebeurtenissen te betrekken. En zo degradeert de film, eigenlijk bedoeld als een karakterstudie naar de nietsontziende ambitie en het verlangen naar glorie van majoor Dundee, uiteindelijk tot een pover uitgewerkt geheel.
Desalniettemin valt er ook in deze gemankeerde western van Peckinpah genoeg te genieten: in de eerste plaats het sterke spel van hoofdrolspelers Charlton Heston en Richard Harris – hoewel de moeilijkheden tussen beide acteurs op de set bijna legendarisch zijn. Misschien kwam hun persoonlijke vijandigheid hun spel juist ten goede: beide spelen gebrouilleerde vrienden, personages met verschillende persoonlijkheden die door omstandigheden tot elkaar zijn veroordeeld. Het is vooral de onderlinge relatie tussen Dundee en Tyreen die zorgt voor het meeste vuurwerk op het scherm, helemaal wanneer in Mexico de aantrekkelijke weduwe Teresa Santiago (Senta Berger) hun beider aandacht trekt en confrontaties met vijandelijke Franse troepen zich aandienen. Naast Heston en Harris bieden ook James Coburn en Brock Peters prima tegenspel, evenals Peckinpah-getrouwen Warren Oates, Ben Johnson, L.Q. Jones, Slim Pickens, R.G. Armstrong en Dub Taylor.
Tot Major Dundee’s overige troefkaarten behoort tevens het vakkundige camerawerk van DOP Sam Leavitt. Hoewel Peckinpah’s beoogde cameraman Lucien Ballard door Bresler werd afgeschreven, bekoort Leavitt ook zeer zeker het oog door uitgekiende belichting en composities, met name tijdens de scènes in Fort Benlin. Daarnaast zorgt hij voor prachtige landschapsopnamen van Mexico, een land waar Peckinpah een speciale band mee had daar hij er in veel van zijn films naar terugkeert. En ook voor het oor valt er genoeg te genieten: de score van Christopher Caliendo, die in 2005 de bombastische score van Daniele Amfitheatrof uit 1965 verving, is meer ingetogen en elegisch van toon, hetgeen beter aansluit bij de door Peckinpah beoogde sombere toonzetting van de film.
Gelukkig is Sam Peckinpah’s oeuvre dermate sterk en idiosyncratisch dat zelfs een onvolmaakte film zoals Major Dundee daarin altijd nog de moeite waard blijkt. Dat is de kracht van Peckinpah's duivelse begaafdheid als regisseur en verhalenverteller.
Manhunter (1986)
Alternative title: Red Dragon
Point of View
-
- 160 messages
- 888 votes
Ongetwijfeld één van Mann’s beste films die, samen met het eveneens zeer sterke Thief (1981) en de hit-serie Miami Vice (1984-1989), tot het beste behoort dat Michael Mann in de jaren 80 voortbracht (het discutabele The Keep (1983) zij hem vergeven). Voornaamste pluspunt van Manhunter is dat Mann zich niet focust op de bloederige moorden, maar eerder de stille getuigen daarvan laat zien. Ook is Mann meer geïnteresseerd in de professionaliteit van politiemensen en het procedurele aspect van hun werk, dan in de duistere belevingswereld van de misdadigers die zij trachten te stoppen (al krijgen we ook daar genoeg van te zien). In dat opzicht blijft Mann erg dicht bij het bronmateriaal, Thomas Harris' literaire thriller Red Dragon uit 1981, al zet Mann een hoop achtergrondmateriaal van het boek overboord. Een aantal centrale personages missen hierdoor context, maar dit gaat niet ten koste van het verhaal.
Tweede pluspunt van Manhunter zijn de sterke acteerprestaties van de cast, waarbij met name Tom Noonan als fotochemisch laborant/seriemoordenaar Francis Dollarhyde, Joan Allen als zijn blinde collega Reba McClane en Brian Cox als de intelligente, criminele psychiater Hannibal Lecktor lof verdienen. Hun spel verleent de nodige emotie aan de film, die anders kil en afstandelijk zou zijn gebleven. Ook William Petersen is zeker niet slecht in zijn rol als FBI-gedragswetenschapper Will Graham, maar zijn spel bereikt nergens het niveau dat bijvoorbeeld de scènes tussen Clarice Starling (Jodie Foster) en Hannibal Lecter (Anthony Hopkins) zo sterk maakte in Jonathan Demme’s The Silence of the Lambs (1991).
Eveneens dienen hier Manhunter’s camerawerk en muziekscore te worden vermeld, daar zij een belangrijke bijdrage leveren aan de sfeer en beleving van de film. De soundtrack van Manhunter alterneert tussen de sfeervolle incidentele muziek die Michael Rubini en The Reds voor de film schreven, en een eclectische mix van jaren 80 rock waarbij nummers van o.a. The Prime Movers, Shriekback, Red 7, Kitaro, Q Lazarus en Klaus Schulze effectief worden ingezet. Mann heeft qua muziekkeuze voor zijn films en series zijn vinger altijd zeer dicht aan de pols van de tijd gehad, en Manhunter’s soundtrack vormt hierop geen uitzondering. Het feit dat deze soundtrack onder fans van zowel de film, als van jaren 80 muziek nog steeds een zeer gewild item is, zegt genoeg over het succes en de effectiviteit ervan.
Achter de camera stond Dante Spinotti (later als DOP ook verantwoordelijk voor Mann’s magnum opus Heat (1995) en The Insider (1999)). Hij kiest voor opvallende, in het oog springende camerastandpunten en het visueel benadrukken van bijna steriele sets waarin oppervlakken en objecten, sobere inrichting, leegte en licht een effectieve synergie vormen. Daar staan spaarzame emotionele scènes tegenover, waarbij met name die waarin Reba McClane bij een verdoofde tijger is op het netvlies blijft hangen. In het boek is het Dollarhyde die haar op deze wijze de kleuren geel en oranje wil laten ervaren, in de film is het een moment waarop wij getuige zijn van de menselijke kant van de moordenaar – terwijl er van de tijger ook een latente dreiging uitgaat.
Tevens vormt deze scène een visuele verwijzing naar het gedicht ‘The Tyger’ (1794) van William Blake, aan wiens werk ook al gerefereerd wordt middels zijn schilderij ‘The Great Red Dragon and the Woman Clothed in Sun’ (1803-1805), waarvan de betekenis voor Dollarhyde in Mann’s film helaas achterwege blijft. In Harris’s roman blijkt dat de getraumatiseerde moordenaar, wiens gezicht wordt ontsierd door een hazenlip, geobsedeerd is door het schilderij, dat voor hem een symbool is van schoonheid, kracht en macht. Voor Dollarhyde hebben de moorden die hij pleegt een transformerende betekenis: wanneer hij zijn slachtoffers vaak genoeg plaatst in een enscenering waarin hij geaccepteerd, begeerd en bemind wordt, dan zal dit uiteindelijk worden bewaarheid.
Voornaamste reden van de negatieve berichten van sommige gebruikers over Manhunter is (denk ik) gelegen in het feit dat het personage van Lecktor hier minder screentijd heeft dan in SOTL en andere films uit de Hannibal-franchise. Ook vermijdt Mann bloederige taferelen, en geeft in plaats daarvan voorkeur aan geloofwaardigheid, spanning en verhaalopbouw. Of je daarin meegaat of niet is een kwestie van smaak of voorkeur. Voor mij is Manhunter een meesterlijke film van een eveneens meesterlijk cineast, één die niet alleen de sfeer en coolness van de jaren 80 perfect verbeeld, maar die ook duidelijk laat zien dat je voor het maken van een goede film geen knieval hoeft te maken voor commercie of de verwachtingen van het grote publiek. Een goed verhaal, goede acteurs en professionaliteit zijn alles wat je nodig hebt, en Manhunter heeft alle drie in overvloed.
Michael Mann's oeuvre wordt de laatste jaren eindelijk erkend als de auteurs-cinema die het is (o.a. Mann-programma in EYE 2019), en dat is meer dan terecht. Zijn voorkeur voor professionaliteit en existentiële personages plaatst hem in de traditie van Jean-Pierre Melville, Sam Peckinpah, John Ford, Howard Hawks, Walter Hill en Robert Aldrich. En dat is zeker geen slecht gezelschap.
Ms .45 (1981)
Alternative title: Angel of Vengeance
Point of View
-
- 160 messages
- 888 votes
Ms .45 / Angel of Vengeance (1981)
Ondanks het feit dat er op de film af te dingen valt (krap budget, een soms irritante soundtrack, enkele ongeloofwaardige scènes en soms ondermaats acteren), is Ms .45, één van de betere vroege films van regisseur Abel Ferrara voordat deze met films als King of New York (1990) en Bad Lieutenant (1992) definitief naar een groter publiek doorbrak. Op zich heeft het verhaal niet veel om het lijf: de introverte coupeuse Thana (een onnavolgbare Zoë Lund, pas 19 jaar in deze rol) wordt in zeer korte tijd tweemaal verkracht. Wanneer ze haar tweede aanvaller heeft gedood en zich van zijn lijk heeft ontdaan, besluit ze het recht in eigen hand te nemen en een persoonlijke kruistocht te beginnen tegen misogyne mannen. Maar al snel worden alle mannen haar doelwit, niet slechts diegenen die vrouwen mishandelen.
Dankzij het intelligente scenario van Nicholas St. John, met wie Ferrara meermaals samenwerkte, ligt Ms .45 lichtjaren voor op conventionele wraakthrillers zoals Coffy (1973) en Death Wish (1974), en verwordt in plaats daarvan tot een parabel waarin, naast onrecht en vergelding, vooral man/vrouw verhoudingen centraal staan. Mannelijk (seksueel) geweld tegenover vrouwen is er te over in Ms .45, variërend van priemende blikken en hitsige opmerkingen tot gladde versierders, mishandelaars en regelrechte verkrachters – mannen komen er in deze film bekaaid vanaf, en worden vooral als potentieel gevaar neergezet. In hoeverre dit werkelijk aansluit bij de realiteit van 1981, of dat dit te wijten is aan Thana’s getroebleerde perceptie (Ms .45 verwijst af en toe naar Polanski’s Repulsion (1965)) laat Ferrara in het midden. Zijn punt is dat Thana de moed vindt om op te treden tegen een wereld die zij als vrouwvijandig ervaart.
Haar naam is daarin niet onbelangrijk: Thana, afgeleid van Thanatos, in de Griekse mythologie de personificatie van de dood, en tevens de Freudiaanse term voor de doodsdrift. Hiermee lijkt Ferrara te impliceren dat de mannen die zich met Thana inlaten flirtten met hun eigen ondergang, zoals motten die te dicht bij een vlam vliegen. Wanneer zij bijvoorbeeld een breedsprakige rotzak (Jack Thibeau) naar de eeuwige jachtvelden wil bevorderen hapert haar wapen, dat hij meteen van haar afneemt. Vervolgens zet hij het wapen echter tegen zijn eigen hoofd en drukt af, hetgeen een fatale vergissing blijkt. Dit soort mannen lijken hun eigen dood zelfs te omarmen.
Opvallend is het feit dat Thana gedurende haar moorden transformeert van verlegen en introverte jonge vrouw tot zelfbewuste vamp, die door haar uitdagende kleding en make-up onmiddellijk het middelpunt van mannelijke aandacht wordt. Of dit slechts dient om haar slachtoffers aan te trekken, of dat zij een nieuw soort zelfbewustzijn vindt in haar weerbaarheid laat Ferrara aan de toeschouwer. In de slotscène, waarin Thana als een in verleidelijke lingerie gestoken non een bloedbad aanricht op een Halloweenparty van haar werkgever, is ze de personificatie van de Madonna/hoer, die kuisheid en seksualiteit in zich verenigt. Ferrara maakt van Thana een complex personage, dat zichzelf verliest tussen uitersten. Op het feestje krijgt ze te maken met de ongewenste avances van haar leidinggevende (Albert Sinkys), die ze vervolgens doodt. Hierna richt Thana’s agressie zich ook op onschuldigen, en ziet zij iedereen als een potentieel doelwit. Thana’s collega Laurie (Darlene Stuto) onderkent het gevaar en grijpt een mes om een einde te maken aan Thana’s moorddadige aanval. Dit lang aangehouden, in slow-motion gefilmde moment, is belangrijk om meerdere redenen. Ten eerste vanwege de opvallende pose die Laurie aanneemt voordat ze Thana een fatale steek in haar rug toebrengt: ze houdt het mes voor haar kruis met de punt naar boven gericht, als een erecte penis. Ten tweede omdat Thana, op het moment van sterven, letterlijk haar stem vindt: eerst slaakt ze een ijselijke schreeuw om vervolgens, wanneer ze ziet dat een vrouw haar heeft neergestoken, met een gepreveld ‘Sister’ neer te zijgen. Bedoelt Ferrara dit als een anti-feministisch statement, en dus in feite als wraak met terugwerkende kracht van alle mannen die Thana heeft gedood? Betekent het dat Thana’s gewelddadigheid, hoewel in beginsel gerechtvaardigd, te extreem wordt en dus moet worden gestopt? Maar waarom maakt Ferrara dan van Thana eerst een zelfbewuste wraakengel, om haar vervolgens haar gevonden kracht en weerbaarheid weer af te nemen? Of is het laatste woord van de stervende Thana bedoeld als een appel aan Laurie’s vrouwelijke solidariteit, en dus om haar werk voort te zetten?
Hoe je deze scène ook interpreteert, Ferrara houdt zich verre van pasklare antwoorden en gemakkelijke duidingen, en lijkt in plaats daarvan eerder geïnteresseerd in het stellen van vragen. Lang voordat #MeToo de realiteit van seksueel geweld aan het licht bracht, stelt Ms .45 al man/vrouw verhoudingen, machtsmisbruik en weerbaarheid ter discussie. En tevens hoe we hier als publiek en als maatschappij tegenover staan. Juist dat maakt, ook eenenveertig jaar later, Ms .45 nog steeds tot een provocerende, tot nadenken stemmende film die zowel een product is van zijn tijd, als daar ver op vooruit loopt.
