Ik keek de meest gelauwerde films van Tarr in omgekeerde release-volgorde: eerst de Turin Horse, toen Werckmeister Harmoniak, toen Satantango en nu deze.
Damnation was de minste van allemaal. Het leek alsof Tarr nog te veel een neo-noir film wilde maken. Zijn eigenzinnige stijl (long shots, zwevend camerawerk) zijn hier duidelijk nog niet tot volle wasdom gekomen. Vergeleken met de andere titels zijn er veel cuts en abrupte overgangen. Ook voelde de dialogen minder poëtisch en relevant voor de getoonde momenten. Waar taal, beeld, camerabeweging en editing wel samenvallen in bijvoorbeeld Satantango is dit niet het geval in Damnation. Mooie shots die in de laatstgenoemde te zien zijn (tijdens de bandscéne in de bar, de vrouw die met paraplu door de plassen loopt tussen tussen de gebouwen en die van het politiebureau) worden eigenlijk teniet gedaan door opvolgende scenes waarin, door een meer reguliere editingtechniek, het tempo en de beoogde contemplatie teniet wordt gedaan. En ja, zelfs de kenmerkende regen kreeg door de ontbrekende balans tussen intellectuele inhoud en de filmische vorm een wat melodramatisch karakter.
En wat hij nou precies wil zeggen, tja, dat werd ook niet echt duidelijk. De intellectuele sleutelscene lijkt degene waar de hoofdpersoon over de tunnels praat waarin hij vastzit, een nogal clichématig gegeven. Bij zijn andere films komt de filosofie veel beter over. Om zijn zware visie op het menselijk lijden kracht bij te zetten deed Tarr er goed aan de setting naar de plattelandsmodder te verplaatsen, een plek waar de mens veel scherper afsteekt tegen een meedogenloze omgeving. Voor de existentiële eenzaamheid in de stad kunnen we ons beter weer tot de Amerikanen wenden (denk bijvoorbeeld aan The Long Goodye).