• 178.096 movies
  • 12.215 shows
  • 33.986 seasons
  • 647.094 actors
  • 9.373.063 votes
Avatar
Profile
 

Opinions

Here you can see which messages kynicus as a personal opinion or review.

Curious Case of Benjamin Button, The (2008)

kynicus

  • 9 messages
  • 0 votes

Wie de indrukwekkende filmografie van David Fincher erop naleest, vraagt zich ongetwijfeld af welke rol The Curious Case of Benjamin Button in ’s mans oeuvre zal spelen. Keert hij zijn sublieme thrillers (Se7en, Zodiac) en psychologische studies (The Game, Fight Club) de rug toe? Wordt deze epische vertelling over de tragische Benjamin Button de nieuwe standaard binnen zijn werk? Het zou uiteraard voorbarig zijn om op die vragen nu reeds een antwoord te formuleren, en de toekomstplannen van Fincher zijn hoe dan ook nog niet aan de orde.

Wat telt is dat we met The Curious Case of Benjamin Button een klein pareltje in handen hebben. Enerzijds speelt Finchers jarenlange ervaring hem duidelijk in het voordeel, vooral wat betreft de sobere regie. Uit zijn thrillers bleek reeds dat monsterbudgetten bij hem niet resulteren in platvloerse Hollywood-bombast, en voor The Curious Case of Benjamin Button is dat niet anders. Uit elk attribuut, elk detail, elke compositie spreekt een grote harmonie, zonder dat het geheel artificieel aandoet.

Ten tweede beseft Fincher dat een sterk verhaal geen opgeblazen enscenering nodig heeft om tot zijn recht te komen. Soberheid siert, en dat zullen we geweten hebben. Geen extravagante massascènes of overdadige effecten, want Fincher herleidt cinema als het ware tot haar essentie. In prachtige tinten en met dito soundtrack neemt hij de kijker mee op sleeptouw, met de avonturen van ene Benjamin Button als rode draad.

Benjamin werd als kind te vondeling gelegd, omdat hij er bij geboorte uitzag als een bejaarde. Naarmate hij opgroeit wordt echter duidelijk dat zijn uiterlijk er niet op veroudert, maar dat hij juist jonger wordt met de jaren. Hij doorkruist het leven dus van achter naar voor, en dat levert zowel komische als intrieste situaties op.

Meer weggeven van de plot zou spijtig zijn, omdat Fincher het zelf stukken beter aan de man kan brengen. En The Curious Case of Benjamin Button is tenslotte een film die u in de eerste plaats om het fascinerende verhaal moet kijken…

Niet alleen de CGI-ploeg doet wonderen om van Benjamin Button een geloofwaardige jonge knaap of oude knar te maken, ook Cate Blanchett en vooral Brad Pitt verdienen een staande ovatie. Blanchett schrikt er immers niet voor terug om zich van haar lelijke kant te tonen; een moedige keuze voor iemand die afgelopen jaar haar veertigste verjaardag heeft gevierd. En hoewel de scènes waarin zij een oude vrouw vertolkt het tempo uit de film halen en bijgevolg nogal overbodig zijn, zet ze een karakter neer met inhoud. De manier waarop Pitt dan weer een kind vertolkt in het lichaam van een oude man, werpt grote ogen. Eens te meer blijkt dat zijn genie schuil gaat in zijn transformeerbaarheid: gelijk in welke gedaante, altijd staat de man verbluffend goed te acteren. Hier zien we kortom grote klasse aan het werk, maar alle pretenties blijven gelukkig achterwege.

Tot slot heeft The Curious Case of Benjamin Button ook daadwerkelijk iets te vertellen. Een intelligente parabel over leven en dood is deze film in zijn geheel zeker, maar ook kleine stukjes dialoog vallen op door hun filosofische kern van waarheid.

Een ode aan het leven, de liefde en de schoonheid: Fincher balt een immens krachtig statement in slechts twee en een half uur. Een lange zit? Vergeet het maar…

Dalkomhan Insaeng (2005)

Alternative title: A Bittersweet Life

kynicus

  • 9 messages
  • 0 votes

Meteen na het internationale succes van het bijzonder aangrijpende Old Boy kende het genre van de wraakfilm een grote heropleving. A Bittersweet Life is één van de miskleunen die teert op de roes die het meesterwerk van Park Chan-Wook naliet. Want regisseur Kim Ji-Woon doet misschien amper onder wat de stijl betreft, op inhoudelijk niveau reikt zijn film niet eens tot kniehoogte.

Centraal staat de oninteressante Sun-Woo (een middelmatige Byung-hun Lee), die op het vriendinnetje van zijn (maffia)baas moet letten terwijl deze in het buitenland vertoeft. Alles verloopt volgens de regels van het spel en het kan niet anders of ons personage wordt verliefd op haar. Enkele klassieke composities (kwestie van de film naar een intellectueel verantwoord niveau te tillen) en tonnen meligheid verder, wordt Sun-Woo in elkaar getimmerd door de mannen van zijn baas. Omdat hij een oogje had op diens geliefde, of wat dacht u?

Het idee van de wraakfilm is geboren, en vanaf dan denkt Ji-Woon het zich te kunnen permitteren om zijn karakters niet meer uit te diepen, laat staan ook maar even af te wijken van het veilige pad der clichés.

De prominente soundtrack balanceert op het randje van de kitsch, maar de jonge Ji-Woon etaleert ballen, en dat siert. Van minder lef getuigt de brave eindafrekening, met scènes die zomaar weggelopen lijken uit Fallen Angels (van Wong Kar-Wai, nog zo iemand die speelt met kitscherige elementen), of nog pompeuzer, The Matrix. Om nog maar te zwijgen van de pijnlijke slapstick-momenten die het geheel zouden moeten verluchten: al duizend maal eerder gezien, en vooral ook minder voorspelbaar gebracht.

We zien met lede ogen toe hoe klungelig Park Ji-Woon omspringt met het combineren van sérieux en humor (als het dat al moet voorstellen), terwijl de man wel degelijk enkele komedies op zijn conto heeft staan.

Ondanks de zorgvuldige mise-en-scène en de gestileerde decors (de bloederige finale speelt zich af aan een bar, waarboven sierlijk het ironische opschrift "La Dolce Vita" prijkt), heeft Dalkomhan Insaeng kortom de bittere smaak van onpersoonlijk en hersenloos vertier.

Als de cineast van dienst de cirkel dan nog eens denkt te moeten rondmaken met een zelfverklaarde wijsheid, is de stemming volledig naar de knoppen. Of toch niet, want knal, in een zweem van zelfspot gunt Park Ji-Woon zijn karakter niet eens een rustige dood. Behoorlijk post-modern, maar vooral misplaatst.

Het doet eerlijk gezegd pijn om een getalenteerd iemand zo’n uitschuiver te zien maken. Maar omdat we ons niet teveel verveeld hebben, en om de gemoederen niet teveel op te hitsen, kiezen we voor de woorden van het minste kwaad: matig.

Men Who Stare at Goats, The (2009)

kynicus

  • 9 messages
  • 0 votes

Een nobele onbekende die voor zijn eerste grote langspeelfilm meteen een resem sterren (waaronder George Clooney, Ewan McGregor, Kevin Spacy en Jeff Bridges) kan verzamelen, daar moet een ongewoon project achter schuilgaan. En inderdaad, een alledaags verhaal vertelt The Men Who Stare at Goats geenszins. Wie zich Three Kings nog herinnert, die absurde oorlogskomedie waarin Clooney eveneens een hoofdrol vertolkte, zal moeten vaststellen dat Jon Ronsen het in zijn gelijknamige boek nog een slag erger heeft bedacht. Helderziende gevechtseenheden, een bataljon hippies binnen het Amerikaanse leger, door muren heen lopende soldaten...het is slechts een greep uit wat u kunt verwachten in dit anderhalf uur durend avontuur.

Bob Wilton (Ewan McGregor) is een gefrustreerde reporter die graag in Irak verslag wil uitbrengen over de oorlog. Hij ontmoet Lyn Cassady (George Clooney), die beweert een voormalig soldaat te zijn met bovennatuurlijke krachten. Hij zou tot een special unit van het Amerikaanse leger behoord hebben die zich bezighield met het ontwikkelen van paranormale wapens, om zo de vijand zonder bloedvergieten te bestrijden. Bob ziet zijn kans schoon om met Lyn Irak binnen te trekken, wat meteen het begin vormt van een bijzonder lachwekkende tocht.

Verbazingwekkend is dat regisseur Grant Heslov opmerkelijk weinig in de fout gaat. Het tempo ligt constant erg hoog, de absurde moppen zijn steevast inventief en het verhaal laat zich tot de laatste minuut niet voorspellen. The Men Who Stare at Goats zou een lange aflevering kunnen zijn van Monty Python’s Flying Circus, waarin pijnlijke situaties, excentrieke personages en flauwe, doch hilarische humor in een dolle cocktail samenkomen.

Het plezier waarmee de acteurs hun rollen vertolken, druipt er bovendien vanaf. Clooney is duidelijk in zijn nopjes als soldaat met zogenaamd bovenzintuiglijke krachten. McGregor kan misschien niet altijd de serieux bewaren, maar zouden we zelf het lachen kunnen laten in zijn plaats? En tot slot zetten respectievelijk Bridges en Spacey een dolgelukkige hippie en een door de wol geverfde klootzak neer, allebei met zichtbaar plezier. Een genot waar de kijker voor hij er erg in heeft mee besmet wordt.

Laat het duidelijk zijn: de negatieve punten zijn bijzonder schaars. Als enige aanmerking kan Heslov misschien verweten worden dat zijn film niet het politieke gewicht draagt van pakweg Three Kings, een film die de golfoorlog zichtbaar veroordeelde. Hier en daar wordt geopperd dat een film als The Men Who Stare at Goats eigenlijk niets toevoegt aan het genre, terwijl de nood aan kritische oorlogsfilms tegenwoordig prangend is.

De critici vergeten echter dat Ronson en Heslov de grote mogendheden wel degelijk veroordelen, zij het op een subtiele manier. Het idee van een pacifistische legermacht binnen een gewelddadig orgaan zoals het leger, is een hartverwarmende manier om geweld aan te klagen. En hoewel die boodschap nergens beklemtoond wordt, is de vederlichte moraal toch onlosmakelijk met de plot verweven.

The Men Who Stare at Goats blijft in de eerste plaats echter een hemelse komedie. Wie eerder dit jaar Burn After Reading, een detectieve-parodie van de Coen-broers, er al over vond, moet vooral deze oorlogspersiflage gaan zien. De M*A*S*H van het nieuwe millennium? Of gewoon een sfeervolle komedie over hoe belachelijk een instantie als het leger eigenlijk is? Heslovs jongste laat zich genieten in alle vormen en maten, van jong tot oud, van cinefiel tot leek. Twijfelt u kortom niet.

Micmacs à Tire-larigot (2009)

Alternative title: Micmacs

kynicus

  • 9 messages
  • 0 votes

Bij het grote publiek is de naam Jeunet gemeenzaam bekend. Wie heeft diens meesterwerken Amélie en Un Long Dimanche de Fiançailles immers niet gezien? Weinigen weten echter dat Jeunet eindeloos gefascineerd is door kleine prullaria. De tuinkabouters uit Amélie of de sprookjesachtige insteek van Delicatessen of La Cité des Enfants Perdus deden al iets in die aard vermoeden, maar met Micmacs à Tire-Larigot – quasi onvertaalbare Franse spreektaal dat iets in de richting van “een grote puinhoop” zou betekenen – komt deze passie pas echt tot uiting. Op een haast kinderlijke wijze laat Jeunet zijn personages experimenteren met afval in alle soorten en maten, wat soms tot hilarische scenes leidt. Je zou de film kunnen zien als een ode aan de creativiteit, waarmee Jeunet aansluit bij de ideeënwereld van zijn landgenoot Michel Gondry.

De film vertelt het verhaal van Basil (Danny Boon, zoals altijd in overdreven doen), een videotheek-uitbater die op een dag een verdwaalde kogel in zijn hoofd krijgt. Basil overleeft het ongeluk, maar wil niets liever dan wraak nemen op de wapenindustrie. Dit enerzijds omdat het ongeluk een puinhoop heeft gemaakt van zijn leven, anderzijds omwille van het onrecht dat deze industrie belichaamt – een gegeven dat in de briljante finale grotesk tot uiting komt. Samen met enkele andere zwervers smeedt hij plannen om twee grote firma’s tegen elkaar op te zetten, zo gek dat u ze vast niet zelf zou kunnen bedenken.

Micmacs à Tire-Larigot bundelt de meest fundamentele kwaliteiten die Jeunet doorheen zijn oeuvre heeft opgebouwd. Hetzelfde nostalgische, gelige licht uit zijn twee meest recente films zorgt ook hier voor een warmbloedige sfeer, nog versterkt door enkele aangebrande moppen. Ook wordt de mens in zijn naïviteit eens te meer prachtig gecapteerd, zonder ooit vanuit de hoogte op de simpele geest neer te kijken. Jeunet houdt van eenvoudige mensen met gematigde verlangens en springt dankbaar om met dat gegeven. Zelfs de korte, hilarische intermezzi die we reeds in Amélie zagen, keren terug in zijn nieuwste, zodat de film een lichtvoetig filosofisch kantje krijgt. Heerlijk is dat. Daarenboven levert de cast uitstekend werk en zit het tempo strak genoeg om de film boeiend te houden.

Ook het medium an sich krijgt knipogen doorheen Micmacs à Tire-Larigot. Zo duikt af en toe een reclamebord op langs de kant van de weg waarin heel expliciet de film zelf wordt aangeprezen. De begingeneriek is dan weer een geslaagde verwijzing naar oude films (o.a. de bombastische score) en even later zit Danny Boon zelfs Humphrey Bogart en Ingrid Bergman na te bekken… Kwestie van het vak te relativeren?

Een prachtige enscenering, een resem charmante personages en een spannend verhaal dat je moeiteloos opzuigt, wat heeft een mens meer nodig? Een portie diepgang misschien, maar diepzinnigheid beoogt Micmacs à Tire-Larigot geenszins. Jeunet overstijgt het niveau van een lang uitgesponnen klucht echter niet en om die reden laat de film een leegte achter. De dialogen zijn leuk, maar niet memorabel; de personages zijn grappig, maar blijven niet nazinderen. Waar Amélie en Un Long Dimanche de Fiançailles universele emoties uitdroegen, blijft Micmacs à Tire-Larigot steken in zijn avontuurlijke karakter.

Het is dus jammer dat Jeunet geen ambitieuzere film heeft willen maken. In zijn opzet is de film echter meer dan geslaagd, want zelden zagen we een feel good-film van een dergelijk cinematografisch niveau op het witte doek verschijnen.