Opinions
Here you can see which messages HenkMul as a personal opinion or review.
Amants du Pont-Neuf, Les (1991)
Alternative title: The Lovers on the Bridge
HenkMul
-
- 1 messages
- 1 votes
Heel af en toe komt het voor dat een titel me op het verkeerde been zet. Van tevoren dacht ik dat het om een wat suffig melodrama zou gaan. Je weet wel, zoals een Sirk of McCarey ze maakt. Ik werd dan ook aangenaam verrast toen plots een grimmig zwerversbestaan op het grote scherm verscheen. De twee acteurs overtuigen waanzinnig in het neerzetten van uitzichtloze lowlifes in Parijs, die hunkeren naar zekerheid en liefde.
Leos Carax is hier niet altijd stijlvast. Maar daarin schuilt zijn kracht. Even zo gemakkelijk wisselt hij gruizig realisme af met grootschalig spektakel. De zwierige handheld en vele close-ups zorgen voor het eerste. De film verloopt op dit soort momenten bijjna als een documentaire. In het tweede geval maakt hij gebruik van spectaculair vuurwerk, montage die grenst aan het hyperactieve en bombasme dat inslaat als een bom. Dat is ook niet zo moeilijk als je in één van de laatste scènes gebruikmaakt van Arvo Pärt. Maar goed, het effect mag er zijn.
De regisseur speelt het klaar om de grauwe werkelijkheid en fantasie naadloos in elkaar over te laten lopen. Zonder een zichtbaar duidelijke breuk waar je hard van gaat fronsen. Kortom, een samenspel van feit en fictie zoals je het in musicals aantreft. Maar dan zonder de tekortkomingen van musicals.
Brighton Rock (1948)
Alternative title: Young Scarface
HenkMul
-
- 1 messages
- 1 votes
Deze noir werpt een verrassend kille blik op de sores van Britse kruimeldieven. Aanvankelijk begint Brighton Rock als een oerdegelijk kat- en muisspel. Na het plegen van een moord proberen Pinkie & co. hun sporen uit te wissen. Met weinig succes. Een plompe ooggetuige heeft hun schuld in de smiezen, evenals een muurbloempje. Met het muisje Ida gaat Pinkie tegen en wil en dank een relatie aan, zodat hij - hopelijk - uit handen van de politie blijft.
Het lovers on the run-principe krijgt een ietwat andere invulling als blijkt dat de liefde tussen de twee helemaal niet oprecht is. Zij is in de zevende hemel; hij daarentegen dwaalt rond in het vagevuur en haat haar intens. Deze haat wordt op ijzige wijze in beeld gebracht wanneer hij een liefdesverklaring voor haar opneemt. We zien Pinkie in een afgesloten cel, terwijl achter het raam van deze sound booth Ida hoteldebotel naar Pinkie kijkt. Ondertussen horen we de stem van Pinkie, "I hate you, you little slut". Een aparte wending, zeker als je belegen tijdgenoten in het achterhoofd houdt, zoals de Hitchcock-gangsters en die uit de Ealing-komedies.
Na dit breekpunt slaat de film een andere weg in. Niet alleen verschuift de focus meer van de jacht op Pinkie naar een fatalistisch liefdesrelaas. Ook wordt de toon donkerder. Dit komt met name omdat je continu de haat en onverschilligheid van Pinkie afgezet ziet worden tegen de passie en onderdanigheid van Ida. Een aangenaam contrast.
Ondanks deze verschuiving in toon is er anderhalf uur lang een zeer duidelijke leidraad in de vorm van smaakvolle cinematografie: framings die associaties met Duits expressionisme opwekken, zoals bij de moord van Spicer; close-ups die meer te kennen geven dan oeverloze dialogen; en ijzersterk schaduwwerk.
Children Underground (2001)
HenkMul
-
- 1 messages
- 1 votes
Children Underground lijkt hetzelfde lot beschoren als de vijf zwerfkinderen waar het om gaat: bijna niemand heeft er aandacht voor. En dat is jammer, want dit is een documentaire die inslaat als een bom. De kracht schuilt ‘m vooral in de uiterst ongepolijste blik op het leven van de Roemeense jongeren. Het harde bestaan in een metrostation komt in al z’n ruwheid aan bod. Vechtpartijen, drugsgebruik, automutilatie; niets blijft buiten beeld.
Na de val van het Communisme ging het niet bepaald van een leien dakje voor Roemenië. De dictatuur van Ceaușescu mocht dan wel voorbij zijn, met de inwoners ging het barslecht. Zo ook met de kinderen, waarvan er eind jaren ‘90 20.000 op straat leefden. Children Underground volgt vijf van deze kinderen. In een notendop: Cristina (16) leidt een grote groep in en rondom een groot metrostation in Boekarest. Ze presenteert zich als jongen, wat haar betere overlevingskansen geeft. Macarena (15) is een wees en verslaafd aan verf; het merendeel van de tijd staart ze wezenloos uit haar ogen. Ana (10) is samen met haar broertje Marian (7) het ouderlijk huis ontvlucht. Tot slot is daar Mihai (10), de meest gezonde van het stel, sociaal en leergierig. Deze kinderen worden gedurende een jaar gevolgd. Wat we van ze meekrijgen is de bikkelharde realiteit, de groepsdynamiek, de verstoorde relatie tot hun (zéér dubieuze) ouders en hun toekomstbeeld. Stuk voor stuk zijn het indrukwekkende portretten.
Regisseur Belzberg treedt in de huid van fly-on-the-wall, met als resultaat spijkerharde cinéma vérité. Er is absoluut geen inmenging. Zo zien we bijvoorbeeld hoe Ana vol in haar gezicht wordt getrapt, hoe Mihai zijn armen aan gort snijdt, en hoe Macarena in een continue verf-high verkeert. Dit kan zorgen voor ethische vragen zoals, “mevrouw Belzberg, kon je daar op dat moment geen stokje voor steken? Het is toch vreselijk wat die kinderen overkomt?” Een begrijpelijk sentiment. Ze had iets kunnen doen. Maar al snel ligt de volgende tegenwerping op de loer: als ze ‘het verhaal’ op die manier had gestuurd, in hoeverre was het dan nog waarheidsgetrouw? Ze had Cristina en co. ook kunnen dumpen in de McDonalds, cheeseburger in hun mond, milkshakes erbij en een ijsje toe. Nu laat ze het leven echter zien zoals het zich ontvouwt. En terecht. Zo krijgen we ook geen prekerige boodschap voor onze kiezen, of slinkse trucjes om emoties op te wekken. Deze hopeloze plek spreekt voor zichzelf.
Chronique d'un Été (Paris 1960) (1961)
Alternative title: Chronicle of a Summer
HenkMul
-
- 1 messages
- 1 votes
De Amerikaanse docu-makers hadden vooral oog voor het puur observerende aspect van de camera. Maar academici annex filmmakers zoals de Franse Jean Rouch en Edgar Morin wilden verder dan dat. Geen strontvlieg op de muur, maar een actieve deelname van de kant van de regisseur. De twee sociologen sturen de onderzoeksobjecten inderdaad flink, en wel zodanig dat de scheidslijn tussen 'oprechte ontboezemingen' en 'geveinsde emotie' verdwijnt. Zoals het echte wetenschappers betaamt, stellen ze de authenticiteit van het leven aan de kaak.
De acte de présence van Franse jongelui in de zomer van 1960 is hierbij leidraad. Het hoogtepunt van de film is de tijdsgeest die naar voren komt. (Deze is eigenlijk beter verbeeld dan al die Nouvelle Vague-projecten bij elkaar, in alle eerlijkheid.) De veelal treurige jongeren drukken sterk hun sores, onzekerheden en verlangens uit, terwijl op de achtergrond de stad prachtig aan ons voorbij trekt. De vraag is continu in hoeverre dit uitdrukkingsvermogen onvervalst is. Wil je antwoord op deze vraag, kijk en oordeel zelf.
Cuadecuc, Vampir (1971)
Alternative title: Vampir
HenkMul
-
- 1 messages
- 1 votes
Een pseudo-docu die de totstandkoming van Jesus Franco’s Count Dracula curieus in beeld brengt. In zwart-wit, zonder geluid, maar mét experimentele soundtrack. Het Dracula-verhaal wordt verteld in 16 millimeter, gruizig en overbelicht. Horrorcoryfee Christopher Lee dwarrelt met neppe hoektanden geestig heen en weer, ondersteund door naargeestige drones. Ondertussen zien we de crew in de weer met hun apparatuur. Een mengelmoes van feit en fictie. Het resultaat is zo nu en dan vervreemdend, bijna Lynchiaans.
Als ik Jonathan Rosenbaum mag geloven is dit een avant-garde docu van wereldklasse. Sterker nog, hij stopt ‘m in zijn top tien voor de Sight & Sound Poll van 2012. In zijn onderbouwing heeft hij het over de subtiele manier waarop de regisseur – dissident pur sang – kritiek geeft op het regime van Franco; hoe de vampieren van Murnau en Dreyer doorsijpelen in dit ‘narratief’; en hoe de rare klanken van componist Carles Santos bijdragen aan de sfeer. Maar om eerlijk te zijn, op dat laatste punt na haalde ik het er allemaal niet uit. Jammer.
Meek's Cutoff (2010)
Alternative title: Meek's Oregon 1845 Cutoff
HenkMul
-
- 1 messages
- 1 votes
Ik was maar wat blij dat deze film zich niet ontvouwde als een simpele genrefilm. Want ik hou niet van westerns. Gelukkig zet Meek's Cutoff de idee van het verheerlijkte Westen op zijn kop en krijgen we een hopeloze dwaaltocht in de prairie te zien. Gerry voor pioniers. Zo minimalistisch en uitzichtloos als in de film van van Sant wordt het nooit. Maar Reichardt slaagt er goed in het naderend noodlot duidelijk te maken.
Het sterke punt vond ik de manier waarop alle karakters duiding gaven aan de wereld, en de langzaam veranderende positie van Meek hierbinnen. Aanvankelijk wordt deze wildebras neergezet als een meneertje know-it-all; het rationele denken dat de hele prairie op zijn duimpje kent, en 'm dus volledig beheerst. Met de komst van de vreemdeling verdwijnt zijn arrogantie echter met de minuut. Dit wordt tof neergezet door hem steeds meer uit beeld te laten en alle aandacht te focussen op de vrouwen en de primitieveling. Het wereldbeeld van deze Indiaan is zogenaamd van de pot gerukt, maar na verloop van tijd wordt duidelijk dat-ie toch wel erg één is met de elementen. En dus wordt hij het baken van zekerheid.
Te midden van dit alles staat Emily Tetherow. Een rol van Michelle Williams die doet wat ze eigenlijk altijd doet: een beetje moeilijk staren. Maar, ze doet het met verve. Mevrouw Tetherow kiest aanvankelijk de positie van Meek, zoals duidelijk wordt in het schoen-incident. 'O, je moest eens weten hoe ver wij zijn,' terwijl ze met naald en garen het kapotte schoeisel van de prairie-pauper repareert. Later in de film verschuift haar blik op de wereld echter en accepteert ze dat hij misschien meer kennis van zaken heeft dan de hele beschaafde boel bij elkaar.
Daarnaast heb je nog een aantal figuren. Millie Gately vreest voor het onbekende, kiest liever voor het veilige pad en verlangt dus terug naar haar Heimat. Glory White lijkt een muisje zonder ruggengraat, maar is bereid de sprong in het diepe te nemen. Verder kijken dan de berg die voor hen ligt. En dan heb je nog Thomas Gately, die we kennen als de prekerige priester uit There Will Be Blood. Ook hier is het woord van God leidraad.
En tot slot is daar Meek weer. Uiteindelijk blijkt zijn arrogantie niets waard en legt hij zijn lot in de handen van de mysterieuze Ander. Een mooie cutoff.
Spiklenci Slasti (1996)
Alternative title: Conspirators of Pleasure
HenkMul
-
- 1 messages
- 1 votes
Conspirators of Pleasure is een surrealistisch, Freudiaans en sociaal-kritisch rariteitenkabinet. Niet voor niets benoemt Svankmajer in de aftiteling deze inspiratiebronnen: Marquis de Sade, Sigmund Freud, Luis Buñuel en Max Ernst.
1. Marquis de Sade: de film opent met een aantal oude erotische prenten. Doodnormale missionarisstandjes maken al snel plaats voor praktijken zoals rare masturbatie en bestialiteit. De toon is gezet. In het verloop van de film trekt Svankmajer deze lijn door en brengt hij perversiteit in beeld van het meest curieuze soort: een beeld zegt meer dan een woord. Overigens zonder daadwerkelijk borsten, piemels en penetraties te zien. Alles is vreemd genoeg PG-13 proof. De vreemde vormen van seksualiteit roepen veel associaties op met het werk van de Sade.
2. Sigmund Freud: Conspirators of Pleasure is een luilekkerland voor praatgrage psycho-analytici. De grote hoeveelheid aan fetisjobjecten is bijna niet te tellen. Er komt geen huishoudelijk object voorbij of er kleeft een seksuele lading aan vast. Steevast geschoten in close-up worden de broodballetjes, lijmklodders en joysticks plots erg pervers. Of opwindend, afhankelijk van je voorkeur. Bovendien zijn de zes personages met hun vreemde verlangens continu in de weer met het bespioneren. Voyeurisme is aan de orde van de dag. Toch hebben de Freudiaanse kijkers een hele kluif aan dit alles, want het verlangen blijft vooral steken in het absurde... veel aanknopingspunten voor betekenis zijn er niet. De grote boosdoener is hier vooral de dialoog, of beter gezegd, de afwezigheid hiervan.
3. Luis Buñuel: De titel van de film geeft het vermoeden prijs dat er een geheime gemeenschap bestaat van vrije zielen. Deze zouden hun plezier volledig kunnen najagen in de Tsjechische underground. Zonder beperkingen van buitenaf. Ook Svankmajer zelf hamert op dit idee van vrijheid. In een interview uit '97 stelt hij, "Conspirators is actually a film about liberation, and about gaining a freedom." In deze zin zouden de fetisjisten niet zomaar een stelletje op hol geslagen wankers zijn. Nee, ze zouden eerder symptomatisch zijn voor een onderdrukkende samenleving. Een samenleving die constant toezicht uitoefent op burgers en die geen ruimte overlaat voor persoonlijke vrijheden. Deze ondervraging van gevestigde normen sluit mooi aan bij Buñuel. Ook hij stond immers bekend om zijn kritische noten.
4. Max Ernst: de film is een aaneenschakeling van dadaïstische en surrealistische motieven. Het is een absurde film die qua stijl perfect voortborduurt op de vreemde schilderijen van Max Ernst. Er is weinig context die voor een heldere betekenis zorgt. Bovendien is er nog een zeer duidelijke overeenkomst tussen het werk van deze schilder en één van de personages uit de film. In 1934 publiceerde Ernst een collage-boek dat uit vele surrealistische afbeeldingen bestond. Je hoeft slechts een blik op één van de beelden te werpen om te zien dat Une semaine de bonté veel indruk op Svankmajer achterliet: 1 & 2.
Tiexi Qu (2003)
Alternative title: Tie Xi Qu: West of the Tracks
HenkMul
-
- 1 messages
- 1 votes
Deel één.
"Jaja, nu heb ik het wel weer gezien." Zelden was deze zin zo erg van toepassing. Deze documentaire schuwt namelijk niet om alles tot vermoeiens toe in beeld te brengen. En daar wordt door regisseur Bing Wang flink de tijd voor genomen. Dit eerste deel van een drieluik (in totaal negen uur) over de aftakeling van China's grootindustrie neemt namelijk maar liefst vier uur in beslag. En in die vier uur gebeurt er gek genoeg niet eens heel veel.
Bing Wang heeft veel binnen handbereik om er een prachtige docu van te maken: een ingrijpende verschuiving van socialistische productie naar totale modernisering; een groot scala aan arbeiders dat cultureel gezien mijlenver van ons af lijkt te staan; en reusachtige fabrieken, de een nog meer verpauperd dan de ander. Deze elementen zouden samen genoeg moeten bieden. De radicale overgang (of: ondergang) van een economie en het effect daarvan op het plebs, ja, daar heb ik wel oren naar.
Helaas slaagt hij er niet in om het geheel tot een boeiend geheel samen te smeden. Twee factoren gooien nogal roet in het eten. Allereerst is daar - surprise!, surprise! - de lengte. Als je 240 minuten de tijd hebt om een socio-economische breuk aan te duiden, is het toch heus mogelijk om veel informatie op de kijker af te vuren. Dat is hier niet het geval. We zien vooral de werkzaamheden van de arbeiders en hun onverschillige oponthoud in de kantine. Voor veel arbeiders is geen werk meer voorhanden, dus verdoen ze hun tijd met douchen, potjes mahjong en rochelen op de vloer. Kortom, alles blijft nogal aan de oppervlakte steken. We zien slechts één perspectief (de arbeider in nood) en dat is niet eens zo bijster interessant. Op een enkeling na zijn het nogal simpele zielen die vooral gelaten hun lot ondergaan. Voor een uurtje zou dat zeker interessant kunnen zijn, maar niet voor vier.
Ik hou van grauwe blikken op de zelfkant van de samenleving. De troosteloze arbeiders met hun door nicotine en lood verkankerde lijf begeven zich in smerige werkplaatsen. Diep onder de grond, geen licht nabij. Het deed me denken aan de Roemeense metro-schoffies in Children Underground en de daklozen van New York in Dark Days. Het verschil met die twee sterke docu's is echter dat Bing Wang er op stilistisch vlak nogal een potje van maakt. Zijn uiterst goedkope digitale camera raakt geregeld out of focus. Bovendien schokken zijn tracking shots als een gek. En tot slot lijkt het erop dat hij geen geld had voor een fatsoenlijk montageprogramma. De shots gaan veel te lang door, vaak zonder enige functie.
Kortom, het had een aardige docu kunnen zijn. Zolang Bing Wang maar had gekozen voor een betere camera, een fatsoenlijke editor en een wat breder perspectief op de sores in het Tiexi-district. Nu werd ik er vooral roestig van.
(Kanttekening: ik realiseer dondersgoed dat dit slechts het eerste deel was. Het zou dus kunnen dat ik de helft van mijn kritiek kan schrappen na de resterende vijf uur. Ik vrees echter het ergste.)
Xala (1975)
Alternative title: Impotence
HenkMul
-
- 1 messages
- 1 votes
Senegalese satire die een ferme tik uitdeelt aan de post-koloniale identiteit anno 1975. De 'beroemdste' Afrikaanse regisseur Ousmane Sembène gebruikt het jolige idee van de haperende pik om kritiek te leveren op de macht in Senegal.
De machthebbers gaan zich te buiten aan excessieve consumptie van westerse goederen. Dure auto's, kasten van huizen, gebotteld Evian-water, Coca Cola en Chaplin-posters. Daarnaast onderdrukken ze het plebs en lullen ze vooral in het Frans. Voor de authentieke Wolof-taal is geen respect.
Toch zijn ze niet helemaal westers, want polygamie is de norm. Een van de bobo's in de film is toe aan zijn derde vrouw. Op de huwelijksnacht krijgt hij 'm echter niet omhoog, dankzij een uitgeroepen vloek. Iedereen, maar dan ook iedereen spreekt schande van deze 'Xala', het metafysische erectieperikel. De o zo westerse man zoekt hulp bij medicijnmannen, maar het mag allemaal niet baten. Langzaam maar zeker ziet de hoge pief zijn economische macht én sociale status verpieteren. Het wordt zo erg dat hij op het eind radicaal vernederd wordt: een onthutsende scène die op z'n minst eenmaal gezien moet worden.
Ik weet niets van Senegal en haar historie. Toch vermoed ik dat Sembène de socio-culturele impasse van toen goed duidelijk maakt in zo'n kort tijdsbestek. Enerzijds is het land door en door verwesterd, anderzijds zit het nog boordevol traditionele ongein (o.a. polygamie en geloof in het occulte). Een schizofrene identiteit.
Ondanks de sterke inhoud overtuigt het stilistisch een stuk minder. Sembène bedient zich van een veel rampzalige acteurs, een foeilelijke mise-en-scene en saaie shotkeuzes. Ook liet de ondertiteling te wensen over. Vaak vielen hele zinnen weg. En helaas is mijn Wolof niet meer wat het geweest is.
