I, Claudius begint in feite waar de serie ‘Rome’ stopt: met het regentschap van keizer Augustus en diens manipulatieve vrouw Livia. We beleven de intriges tijdens de regeerperiodes van de eerste vier Romeinse keizers, en we maken kennis met gewetenloze opportunisten, bedrieglijke echtgenotes en onbekwame, psychopathische keizers.
De serie is gemaakt in 1976, en dat is te zien. Er zijn geen buitenopnamen gemaakt; de serie is geheel in de studio opgenomen met een keur aan Britse toneelacteurs, en daarom had ik af en toe het idee dat ik naar de uitvoering van een toneelstuk zat te kijken. De eerste twee afleveringen moest ik echt even doorworstelen; er wordt namelijk een enorme hoeveelheid aan personages geïntroduceerd en het is, zeker tijdens de eerste twee afleveringen, vrij onduidelijk hoe het nu precies zit met de familiebanden. Enige voorkennis van deze Romeinse periode is zeker geen overbodige luxe.
Maar dan: vanaf aflevering 3 zit de vaart er behoorlijk in, en er ontvouwt zich een fantastisch koningsdrama waarin diverse hoofd- en bijfiguren opkomen en vervolgens weer van het toneel verdwijnen. Enige constante factor is Claudius, die vanwege zijn vermeende zwakzinnigheid door alle troonpretendenten met rust gelaten wordt, en daardoor een vrij hoge leeftijd bereikt. Mooie rollen zijn er van Patrick Stewart als de ambitieuze legercommandant Seijanus, Siân Phillips als de manipulatieve Livia en John Hurt die heerlijk overdrijft als de knettergekke Caligula.
Maar de show wordt natuurlijk gestolen door Derek Jacobi, die Claudius mooi neerzet als een manke, stotterende zonderling die het uiteindelijk prima doet als keizer tegen wil en dank. Al had Jacobi wat mij betreft het gestotter, het gestrompel en de tics wat minder dik aan had hoeven zetten.
Fijne serie, die wat mij betreft een moderne remake verdient.