Met de oorspronkelijke Baantjer heeft het weinig meer van doen, maar het is zeer geschikt als voortzetting van de gelijknamige bioscoopfilm. Die hardere, grimmigere toon van een Mokum in de jaren tachtig als een soort wilde westen waar onder- en bovenwereld elkaar de hand boven het hoofd houden. Waar een ideële rechercheur als Jurre de Cock (Waldemar Torenstra) het trauma meetorst van de ene keer dat hij moest ingrijpen met zijn dienstwapen, terwijl Andy Ruiter (Yannick Josefzoon) vers uit de Bijlmer terechtkomt in een bolwerk vol racistische dienders. Ook leuk hoe zo'n kenmerkend element uit de boekenreeks (de Cock zal nooit zijn wapen gebruiken) onderdeel is van de psychologische ontwikkeling van de hoofdpersoon en zelfs ter discussie wordt gesteld. Is het wel ethisch van de Cock om zijn collega-agenten in gevaar te brengen met zijn individuele keuze? Of is zijn samenwerking met een internationale inlichtingendienst, die vrijelijk een loopje nemen met de regels, moreel bezwaarlijker dan dat gewapend zijn? Echt diepgaand wordt het allemaal niet, maar het is leuk dat hiermee het hoofdpersonage wat meer gelaagdheid en psychologisch cachet krijgt. En niet onbelangrijk: het oogt opvallend verzorgd. Met een aantal enerverende actiescènes en een plot dat tot het einde genoeg verrassingen in petto heeft. Ik zie meer dan voldoende plotruimte voor vervolgseizoenen. Al hoop ik dat ze druk op de ketel houden en we een confrontatie kunnen verwachten met 'de slechteriken' die dit seizoen heelhuids hebben doorstaan.